Bijlage 1 concept Kadernota 2026 versie 2
Tekst van het document
Kadernota 2026
Inhoud 1. Inleiding ....................................................................................... 3 Leeswijzer ..................................................................................................... 3 2. Uitgangspunten Begroting 2026 en Meerjarenraming 2026-2029 . 4 2.1
Algemene en technische uitgangspunten ........................4
2.2
Uitgangspunten reserves ................................................5
3. Financieel perspectief ................................................................... 6 4. Ontwikkelingen op langere termijn ............................................. 12
1.
Inleiding
De Kadernota 2026 is de tweede ‘Kadernota nieuwe stijl’, waarbij vooral aandacht is voor de financiële ontwikkelingen bij de Gemeenschappelijke Regelingen en nieuwe ontwikkelingen. Deze Kadernota bevat niet veel nieuw beleid. Dat komt enerzijds door het financieel perspectief, maar vooral ook omdat in het voorjaar van 2026 gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. En we in deze fase met onze partners nog invulling geven aan de Regiodeal. Een korte terugblik Sinds het voorjaar van 2024 is gewerkt aan de Financiële Opgave 2026 en verder. Zo is de gemeenteraad onder andere in 2024 betrokken in twee beeldvormende avonden over bezuinigingen. De concrete resultaten van de uitwerkingen heeft u onlangs in de Commissievergadering Samenleving, Duurzaamheid en Bedrijfsvoering op 3 april besproken. Voor de Kadernota 2026 werd de vraag voor de organisatie voorbereid om op alle beïnvloedbare budgetten 10% te besparen. In april kreeg ons financieel perspectief en dat van andere gemeenten een onverwachte wending toen het ministerie van Financiën de Voorjaarsnota 2025 publiceerde. Het Ravijnjaar 2026 is verschoven naar 2028. Het college heeft daarna besloten de Kadernota 2026 op te stellen volgens een regulier proces. Dus zonder aanvullende bezuinigingen waarover eerder een besluit is genomen.
Actueel beeld In het recente verleden zagen we stijgende kosten voor Jeugdzorg en een lagere Algemene Uitkering op de gemeente afkomen. Des te opvallender is het dat juist deze onderwerpen sterk bepalend zijn voor het inmiddels veel positievere financiële beeld. Ondertussen zien we wel dat de kosten voor Gemeenschappelijke Regelingen (behalve de Serviceorganisatie Jeugd) toenemen. En zien we de eerste lasten die horen bij (voorgenomen) investeringen voor onderwijshuisvesting in de meerjarenraming verschijnen.
Kadernota 2026
In de jaarschijven 2026 en 2027 is nog enige financiële ruimte. Nu we deze ruimte structureel invullen is de opgave om jaarschijf 2028 sluitend te krijgen, steeds moeilijker. Naast de lasten die horen bij nog te nemen besluiten over onderwijshuisvesting (het IHP), zijn er diverse opgaven In een aparte bijlage beschreven. Zoals ook opgenomen in de raadsinformatiebrief van 23 april jl. maken we een plan van aanpak om te werken aan een meerjarig sluitende begroting. De voorbereidingen hiervoor zijn gestart. De concrete uitwerking vindt plaats in 2026 met het nieuw te vormen college. Samenhang met andere P&C-producten De P&C-producten Jaarrekening 2024, Zomernota 2025 en Kadernota 2026 worden in dezelfde vergaderingen behandeld. Het positieve saldo van de Jaarrekening 2024 en de Zomernota 2025 lijkt op gespannen voet te staan met de beperkte ruimte die de Kadernota 2026 weergeeft. Hierbij moet echter wel worden meegenomen dat eerder nog werd gesproken over het Ravijnjaar 2026 terwijl inmiddels het beeld bestaat dat jaarschijf 2026 sluitend begroot kan worden. In alle drie de financiële stukken zorgen met name de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds en de ontwikkelingen bij de Serviceorganisatie Jeugd voor een positieve wending. Daarnaast zijn er enkele incidentele overschotten op uiteenlopende posten.
Leeswijzer Na deze inleiding leest u eerst de uitgangspunten en kaders voor het opstellen van de Begroting 2026. Daarna volgt in een overzicht van de tot op heden in beeld gebrachte ontwikkelingen. Hierbij tonen we ook indicatief het begrotingssaldo, uitgaande van de situatie dat deze ontwikkelingen onveranderd doorgang zouden vinden. Correcties op bestaande ramingen, autonome ontwikkelingen, correcties als gevolg van inflatie en/of noodzakelijke kleinere aanpassingen met een beperkte impact, zijn daar nog niet in opgenomen. 3
2.
Uitgangspunten Begroting 2026 en Meerjarenraming 2026-2029
•
2.1 Algemene en technische uitgangspunten Algemene uitgangspunten Bij opstelling van de (meerjaren)begroting 2026-2029 gaan we uit van de volgende algemene kaders: 1. De eerste jaarschijf (= 2026) van de meerjarenraming sluit zonder incidentele baten en lasten positief. Als dit niet lukt, moet in ieder geval de laatste jaarschijf (= 2029) structureel in evenwicht te zijn (richtlijn provinciaal toezicht). Ook streven we naar een duurzaam financieel evenwicht in iedere jaarschijf. 2. De staat van incidentele baten en lasten is de basis waarop de provincie beoordeeld of de begroting structureel sluitend is. Dit overzicht maken we bij het opstellen van de Begroting 2026. In de Kadernota 2026 gebruiken we daarom in dit verband niet de term ‘sluitend’ . 3. Belastingen en heffingen 2026 baseren we op de uitgangspunten en besluiten die zijn vastgesteld bij de harmonisatie van het belastingbeleid voor Molenlanden in 2019. Technische uitgangspunten begroting 2026 Binnen de genoemde algemene kaders gelden de volgende technische uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting en Meerjarenraming: • Realistische raming op basis van gegevens jaarstukken 2024 en begroting 2025 en daar waar mogelijk wordt risicovol(ler) geraamd. • Geen toevoeging van rente aan reserves.
• Algemene uitkering uit het Gemeentefonds nemen we meerjarig op, op basis van lopende prijzen en voor inflatie vanaf 2026 (als stelpost) op basis van de gegevens van de mei- en septembercirculaire 2025. Kadernota 2026
•
• • •
•
Ramingen voor Gemeenschappelijke Regelingen baseren we op de begroting van de betreffende Gemeenschappelijke Regeling. Dit met uitzondering voor de Dienst Gezondheid en Jeugd (DGJ), onderdeel Serviceorganisatie Jeugd (SOJ). Hierbij is in de zienswijze op de Begroting 2026 van DGJ gemotiveerd afgeweken van de opgenomen ramingen. Dividenden van verbonden partijen baseren we op het ontvangen dividend 2025 of het door de vennootschap in het vooruitzicht gesteld in 2026 uit te keren dividend. Ramingen sociaal domein baseren we op verwachte uitgaven; er is geen relatie (meer) met de inkomsten uit het Gemeentefonds. Voor onvoorziene uitgaven nemen we € 0 op. We houden rekening met stijging van loonkosten (werkgeverslasten) en CAO-ontwikkelingen zoals aangegeven in de meicirculaire 2025. Lastenverzwaringen voor inwoners en ondernemers zijn in principe niet hoger dan de inflatie.
Rente • Het rentepercentage voor berekeningen van heffingen en retributies en doorbelasting aan overige taakvelden wordt berekend via een renteomslagpercentage. Dit renteomslagpercentage is bepaald op 1,5%. • Rentepercentage voor eventueel kortlopende financiering (kasgeldleningen) is 4,0 % in 2026, 2027, 2028 en 2029. • Rentebaten 2026 die samenhangen met verwachte uitzettingen per ultimo 2025 verantwoorden we als algemeen dekkingsmiddel. Opbrengsten • Indexatietarieven voor verhuur van ruimten en diensten aan derden, zijn volgens de Consumenten Prijs Index (CPI) 2026 zoals die is opgenomen in de meicirculaire 2025, tenzij anders in het huurcontract is bepaald. • Opbrengsten gemeentelijke belastingen verhogen we volgens het vastgestelde Belastingbeleid Molenlanden 2019, verhoogd 4
met de voor 2026 verwachte inflatie van 2,2%, zoals aangegeven in de meicirculaire 2025. Voor begraven en riolering stijgen de tarieven met 3% naast de inflatiestijging. Grondexploitaties • Jaarlijks stellen we een Nota Grondprijzen en Parameters vast, die onder meer inzicht geeft in de hoogte van de grondprijzen en parameters die als uitgangspunt gelden voor de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitaties. Voor 2026 en daarna gelden de volgende parameters: 2026 3,0% 2,0% 3,5% 2,0%
2027 3,0% 2,0% 3,0% 2,0%
2028 3,0% 2,0% 3,0% 2,0%
2029 3,0% 2,0% 3,0% 2,0%
Kostentoerekening • Integrale kostentoerekening gebeurt op basis van capaciteitsinzet aan projecten, investeringen civiele werken, grondexploitaties. Door tijdverantwoording per project geven we hier invulling aan. Dit geldt voor zowel interne- als externe medewerkers. • Tarieven voor heffingen, retributies, en overige diensten baseren we op integrale kostprijstarieven. • Specifiek voor de rioolheffing gaan we uit van de tariefontwikkeling, volgens het vastgestelde GRP 2020 (jaarlijks +3%). • Specifiek voor de Begraafrechten houden we, zo mogelijk, rekening met de effecten van het in 2020 vastgesteld beleid voor begraafplaatsen en begraven. De tarieven worden met 3% verhoogd. Dat is vergelijkbaar met de rioolheffing. • In de tarieven voor heffingen en retributies is btw-compensatie opgenomen.
Kadernota 2026
In de nota ‘Reserves en voorzieningen’ en in de ‘Raadsinformatiebrief belastingdruk inwoners en hoogte algemene reserve’ staan kaders voor de aanwending van de algemene reserve in drie niveaus. De Algemene Reserve kan worden aangewend om de belastingdruk op de inwoners te verminderen en/of kan dienen als incidenteel dekkingsmiddel. Het verloop van de Algemene Reserve is als volgt:
Overzicht parameters: Kostenstijging Opbrengstenstijging (sociaal) Opbrengstenstijging (betaalbaar/duur) Rente
2.2 Uitgangspunten reserves
Berekening maximale inzet algemene reserve Stand in jaarrekening 2024
25.087.512
Resultaat jaarrekening 2024
7.538.604
In algemene reserve
32.626.116
Nog niet uitgegeven besluiten vorige jaren
-722.378
Opvanglocaties Oekraïense vluchtelingen
-1.900.000
Renovatie Korfbalveld
-978.000
Sluitend maken begroting 2025
-731.000
Onttrekkingen 2025
-4.331.378
Voorlopig resultaat Zomernota 2025
3.787.000
Vrijval reserve Sociaal begeleidingsplan
152.182
Toevoegingen 2025
3.939.182
Stand algemene reserve 1-1-2026
32.233.920
Niet besteedbaar: omvang risico’s (2x)
-10.144.556
Beschikbaar deel algemene reserve
22.089.364
10% hiervan
2.208.936
5
3.
Financieel perspectief
Het financiële perspectief van deze kadernota is als volgt samen te vatten: bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
A. Vastgestelde begroting 2025
-2.419
-2.114
-571
-571
48
33
33
-669
C. Mutaties Verbonden Partijen
1.502
1.502
1.502
1.502
D. Mutaties bestaand beleid
-2.217
-2.217
-2.217
-2.217
E. In deze Kadernota voorgesteld nieuw beleid
-1.558
-464
-389
-389
F. Uitkomsten december- en meicirculaire
4.648
3.745
955
1.795
4
485
-687
-549
B. Genomen besluiten na begroting 2025
Prognose begroting 2026-2029
Toelichting: A. Vastgestelde begroting De basis voor deze berekening is de vorig jaar vastgestelde begroting 2025-2028. Voor 2029 is als basis hetzelfde saldo als 2028 opgenomen. B. Genomen besluiten na vaststellen begroting 2025 B1. Amendementen bij begrotingsbehandeling 2025 Bij de behandeling van de begroting 2025 zijn twee amendementen aangenomen met structurele gevolgen. Dit zijn het terugdraaien van de bezuiniging op het mantelzorgcompliment in combinatie met een correctie van een fout van het Rijk bij het berekenen van de algemene uitkering (per saldo € 15k voordelig). En het terugdraaien van de bezuiniging op de subsidie aan recreatie en toerisme in combinatie met een hogere toeristenbelasting (per saldo € 33k voordeliger).
Kadernota 2026
B2. Rentelast korfbalveld Triade Nieuwpoort Op 18 maart 2025 is besloten om het korfbalveld in Nieuwpoort te renoveren en de rentelast van € 15k vanaf 2027 in de meerjarenbegroting op te nemen. B3. Integraal Huisvestingsplan Op 24 september 2024 is het Integraal HuisvestingsPlan Onderwijs (IHP) vastgesteld. De investeringsvoorstellen worden per project voorgelegd aan uw Raad, maar er worden wel alvast stelposten opgenomen in de meerjarenraming. De eerste kapitaallasten worden in 2029 verwacht voor de Groen van Prinstererschool in Oud-Alblas (€ 147k) en de School met de Bijbel in Bleskensgraaf (€185k). Deze stelposten zijn berekend op basis van de uitgangspunten in het IHP ervan uitgaand dat deze investeringen in 2028 zijn gerealiseerd. B4. Brede School Groot-Ammers Voor de realisatie van de Brede School in Groot-Ammers is 10 december 2024 een budget beschikbaar gesteld. De jaarlasten hiervan zijn € 370k vanaf 2029. Ook hiervan gaan we ervan uit dat de investering in 2028 is gerealiseerd. C. Mutaties verbonden partijen De begrotingen van de verbonden partijen geven aan dat er een hogere bijdrage aan de deelnemende gemeenten wordt gevraagd. Een uitzondering is de Service Organisatie Jeugd, waar de bijdrage fors afneemt. Hieronder zijn de grootste gemeenschappelijke regelingen opgenomen.
De hogere bijdrage aan Waardlanden is hier niet opgenomen, omdat dit geen gevolg heeft voor het begrotingssaldo. Deze hogere bijdrage zorgt voor een stijging van het kostendekkende tarief van de afvalstoffenheffing van 1,3%.
6
bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Service Organisatie Jeugd
2.053
2.053
2.053
2.053
Dienst Gezondheid en Jeugd
-180
-180
-180
-180
Avres
-150
-150
-150
-150
Veiligheidsregio Zuid Holland Zuid
-115
-115
-115
-115
Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid
-107
-107
-107
-107
Totaal
1.502
1.502
1.502
1.502
Bovenstaande tabel is samenvattend en gaat voorbij aan de nodige nuances achter deze cijfers . Voor meer inzicht in deze ontwikkelingen verwijzen wij naar de begrotingen die de verbonden partijen hebben aangeboden. Deze zijn terug te vinden bij de agenda van de raadsvergadering van19 juni . D. Mutaties bestaand beleid Vorig jaar hebben we voor het eerst een ‘Kadernota nieuwe stijl’ opgesteld. Dit betekent dat er alleen cijfers voor nieuw beleid en de gemeenschappelijke regelingen zijn opgenomen . Er zijn enkele mutaties binnen het bestaand beleid van een dusdanige omvang dat dit voor het totaal financieel beeld belangrijk is om te melden. Het gaat om: bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
D1.Ritkosten leerlingenvervoer
-161
-161
-161
-161
D2.Ritkosten MolenHopper (Wmo-vervoer)
-108
-108
-108
-108
D3.Kosten huishoudelijke ondersteuning (ZIN)
-300
-300
-300
-300
D4.Structurele posten uit de Zomernota
-1.648
-1.648
-1.648
-1.648
Totaal bestaand beleid
-2.217
-2.217
-2.217
-2.217
ritkosten voor het leerlingenvervoer in 2026 gaat het om een extra bedrag van € 160.500. D2. Ritkosten MolenHopper (Wmo-vervoer) Door de nieuwe aanbesteding van de MolenHopper stijgen de ritkosten in 2026 waarschijnlijk met 30% . Op basis van de verwachte ritkosten voor de MolenHopper in 2026 gaat het om een extra bedrag van € 108.000. De stijging van de ritkosten van de MolenHopper hoeft niet te betekenen dat de opbrengst van de ritbijdrage gaat stijgen. De opbrengst van de ritbijdrage is namelijk afhankelijk van de hoogte van het opstaptarief en het bedrag per kilometer dat de inwoner moet betalen. De ritbijdrage voor 2026 wordt in het laatste kwartaal van 2025 vastgesteld. D3. Kosten huishoudelijke ondersteuning (ZIN) Op 31 december 2025 eindigt de eerste contractperiode met de gecontracteerde aanbieders van huishoudelijke ondersteuning. Voor de verlenging van de contracten moet het uurtarief in het najaar 2025 opnieuw worden berekend. Op basis van CAO-ontwikkelingen die wij afgelopen jaren op basis van ons contract niet volledig hebben gecompenseerd, verwachten we dat een stijging van het uurtarief van € 3,50 naar € 3,75. Op basis van de verwachte in te zetten uren in 2025 gaat het om een extra bedrag van € 300.000. D4. Structurele posten uit de Zomernota In de Zomernota zijn mutaties opgenomen die structureel van aard zijn.
Een voordelige is de mutatie van de Service Organisatie Jeugd die bij de verbonden partijen al is genoemd. Er zijn ook nadelige mutaties. Naast de drie hiervoor genoemde mutaties gaat om € 1,65 miljoen aan structurele lasten.
D1. Ritkosten leerlingenvervoer Door de nieuwe aanbesteding van het leerlingenvervoer stijgen de ritkosten in 2026waarschijnlijk met 32% . Op basis van de verwachte Kadernota 2026
7
E. Ontwikkelingen en voorgesteld nieuw beleid In het financieel perspectief van deze kadernota is rekening gehouden met de volgende incidentele en structurele ontwikkelingen. bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
E1.Ondernemersfonds Molenlanden
-78
-48
-48
-48
E2.Budget voor agrarische zaken
-115
0
0
0
E3.Indexatie semiprofessionele instellingen
-116
-116
-116
-116
E4.i-Domein aanbesteding/implementatie zaaksysteem
-175
-75
0
0
E5.Versteviging van de sociale teams
-570
0
0
0
E6.Invoering functiewaarderingssysteem HR21
-150
-150
-150
-150
E7.Concernbreed opleidingsbudget (teamcoaching)
-75
-75
-75
-75
E8a. Uitbreiding BOA capaciteit
-80
0
0
0
0
0
0
0
E8c. Ontwikkeling vakteam Economie en Toerisme
-35
0
0
0
E8d. Bestuursadviseur Regionale Samenwerking
-114
0
0
0
E8e. Onderzoek opbouw, inrichting en omvang ambtelijke organisatie
-50
0
0
0
-1.558
-464
-389
-389
E8b. Ontwikkeling vakteam Leefomgeving
Totaal ontwikkelingen en voorgesteld nieuw beleid
E1. Ondernemersfonds Molenlanden Op dit moment loopt er een onderzoek door bureau Blaauwberg samen met een initiatiefgroep van ondernemers(verenigingen) en de gemeente naar het oprichten van een Ondernemersfonds. Het fonds zorgt voor een versterking van de organisatiegraad in heel Molenlanden en biedt ruimte voor gebiedsacties, sectorale initiatieven en overstijgende belangen. Verder kan het fonds een hefboom zijn voor externe financiering vanuit bijvoorbeeld de provincie, de regiodeal of het rijk. Als een meerderheid van de ondernemers positief staat tegenover het opzetten van een ondernemersfonds, wat deze zomer wordt Kadernota 2026
besproken, wordt het voorstel voorgelegd aan de gemeenteraad. Streven is besluitvorming door de gemeenteraad in oktober. Het fonds zou dan per 1 januari 2026 ingaan. Alle eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen dan een opslag bij hun OZB op basis van de WOZ-waarde; een bijdrage van 80 euro per 100.000 euro WOZ-waarde. Omdat de doelstellingen die het ondernemersfonds nastreeft; het stimuleren van het woon-, werk en leefklimaat in Molenlanden, ook in het belang zijn van de gemeente stelt de initiatiefgroep als voorwaarde dat de gemeente Molenlanden vanuit het gemeentelijk vastgoed ook bijdraagt aan het ondernemersfonds. Wanneer we uitgaan van een verhouding eigenaar 55% en gebruiker 45% bedraagt de jaarlijkse bijdrage vanuit de gemeente 48.000 euro. De verwachte totale omvang van het fonds is 784.000 euro. Het idee is om het fonds in eerste instantie voor vijf jaar vast te stellen en daarna te evalueren. In de meeste andere gemeentes gaat het fonds daarna gewoon door. Naast de inbreng van de gemeentelijke WOZ-waarde is voor onder andere inhuur van Blaauwberg € 25.000 extra nodig. E2. Budget voor agrarische zaken Al enkele jaren maken wij gebruik van een incidenteel budget voor agrarische zaken. Het beschikbare budget dat hier al enkele jaren beschikbaar voor wordt gesteld bedraagt € 215.000. We vinden het belangrijk dat dit budget voor de komende tijd wordt voortgezet.
Daarom stellen we voor om € 115.000 in 2026 op te nemen. Voor dit budget is nog geen gedetailleerde onderbouwing waardoor er mogelijk in de loop van volgend jaar extra budget gevraagd wordt. We werken toe naar een toekomstbestendig landelijk gebied en een daarbij horende landbouwsector met vele uitdagingen. We werken toe naar een concretisering van de gebiedsagenda in een gebiedsplan. Specialistische ondersteuning in het gebiedsproces is op onderdelen gewenst. Uit dit budget dragen we ook bij aan projecten. Ook zetten we het vergunningenloket voort (hulp aan boeren) en financiering van boerenbijeenkomsten. 8
E3. Indexatie semiprofessionele instellingen Vorig jaar is in het college besloten om bij semiprofessionele instellingen maximaal de zogeheten OVA-PPC-indexering toe te passen. En jaarlijks te besluiten of er geïndexeerd wordt. OVA staat voor Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling en PPC voor de Prijsindexcijfer Particuliere Consumptie. De VNG adviseert om deze indexering toe te passen in het sociaal domein. Voor 2025 is overigens besloten om geen indexering toe te passen. In 2024 is aan semiprofessionele organisaties totaal € 2.365.635 aan subsidies verleend. De indexatie voor 2026 is op dit moment nog niet bekend. De OVA-PPC indexering 2025 bedraagt 4,91%. Als we dit in 2026 toepassen, dan moet het budget met € 116.153, -omhoog. Als we niet indexeren, kunnen deze organisaties, door stijgende salariskosten, niet meer dezelfde hoeveelheid of kwaliteit dienstverlening leveren. Dit benadeelt onze kwetsbare inwoners die minder of geen adequate hulp en ondersteuning kunnen krijgen dan wel langer moeten wachten vanwege oplopende wachtlijsten. E4. i-Domein aanbesteding/implementatie zaaksysteem In 2025 starten we een Europese aanbesteding voor een nieuw zaaksysteem. Hierin nemen we ook een aantal andere functionaliteiten mee. Die zijn nu nog als losse componenten beschikbaar en gekoppeld (denk aan webformulieren).
We verwachten in het tweede kwartaal van 2026 te starten met de implementatie. Hiervoor zijn incidentele middelen nodig die deels doorlopen in 2027. Nadat medewerkers niet meer in het oude zaaksysteem kunnen werken, moeten we de zaken en dossiers namelijk volgens de Archiefwet vernietigen, archiveren, bewaren en/of overbrengen naar een digitale bewaarplaats. Hierna kunnen we het oude zaaksysteem ontmantelen en verwijderen uit de informatievoorziening.
voor meer inzet op jeugdhulp naar voren en preventieve aanpak bij middelenmisbruik. Het gaat om een bedrag van minimaal € 570.300. Zie het overzicht in de tabel hieronder.
E6. Invoering functiewaarderingssysteem HR21 De gemeente Molenlanden maakt momenteel gebruik van een verouderd functiewaarderingssysteem dat niet meer wordt onderhouden. Het is noodzakelijk om over te stappen naar een nieuw systeem (HR21) om de functies binnen de organisatie beter te structureren en te waarderen. Op basis van referentie-cijfers willen we rekening houden met een mogelijke structurele toename van de loonkosten van € 150.000. E7. Concernbreed opleidingsbudget (teamcoaching) Het budget is de afgelopen jaren aangepast aan de praktijk waarin er minder werd geïnvesteerd in de samenwerking binnen teams en de organisatie. Als onderdeel van de versterking van de organisatie moedigt de directie de teams aan om (zeker vanaf 2026) te investeren in hun samenwerking en groei en te werken volgens de Molenlandse Manier. Om deze investeringen mogelijk te maken, is een correctie op de flinke kortingen van de afgelopen jaren nodig.
E5.Versteviging van de sociale teams Uitbreiding van de sociale teams is nodig voor de uitvoering van de wettelijke taken van Meldpunt Zorg en Overlast en Veilig Thuis en Kadernota 2026
9
E8. Personele ontwikkelingen Binnen twee vakteams en op specifieke vacatures worden extra middelen gevraagd. Dit doen wij echter niet zonder ook kritisch te kijken naar de ambtelijke organisatie als geheel. De voorgestelde uitbreiding van de formatie is structureel, echter worden deze budgetten voor de duur van 1 jaar aangevraagd. Dit omdat tegelijkertijd de opbouw van de interne organisatie nader wordt beoordeeld. Op basis van de uitkomsten worden de meerjarig benodigde budgetten bepaald. Dit geldt ook voor de gevraagde versteviging van de sociale teams (E5). E8a. Uitbreiding 1 fte BOA-capaciteit De uitbreiding van de BOA-capaciteit is nodig omdat: - Molenlanden is een groot en uitgestrekt gebied, de huidige capaciteit van 1 boa is hiervoor onvoldoende. - Door inzet op zichtbaarheid huidige boa worden er meer meldingen ontvangen waar de boa inzet voor moet plegen. - Verminderen van kwetsbaarheid bij een éénpersoonsfunctie. - Verhogen van veiligheid, boa’s kunnen een koppel vormen bij bepaalde bezoeken (bijv. avondcontroles) E8b. Ontwikkelingen vakteam Leefomgeving Binnen vakteam Leefomgeving vindt een herziening plaats van de samenstelling en opbouw van het team, inclusief afbouw inhuur en invulling van de positie Adviseur Grondzaken. Sinds medio 2020 is de positie van Adviseur Grondzaken niet meer ingevuld.
Overige medewerkers komen onvoldoende toe aan deze taken en daarmee loopt de gemeente mogelijke inkomsten mis. Ook om uitvoering te geven aan de dit jaar op te stellen Nota Grondbeleid is het zeer wenselijk om weer een Adviseur Grondzaken op te nemen in de formatie. Een eerste globale inschatting levert een verschuiving van inhuurkosten naar loonkosten op, die per saldo ongeveer budgetneutraal is. E8c. Ontwikkelingen vakteam Economie en Toerisme Met een nieuwe jonge collega in het team, een uitvoeringsprogramma dat nog flink verder gebracht moet worden Kadernota 2026
en een aantal grote dossiers in het team is het nodig om extra ondersteuning te vragen voor het inwerken en ondersteuning in het team. E8d. Bestuursadviseur Regionale Samenwerking De gemeente heeft steeds vaker te maken met complexe vraagstukken die vragen om samenwerking met de gemeenten en (maatschappelijke) partners om ons heen. De Regiodeal, Smart Delta, mobiliteit, maritieme sector zijn hiervan enkele voorbeelden. De samenwerking die hiervoor nodig is vraagt een betere (ambtelijke) coördinatie en afstemming. Hiervoor is geen formatie beschikbaar binnen onze organisatie. Hiervoor willen wij de functie Bestuursadviseur Regionale Samenwerking introduceren. E8e.Onderzoek opbouw, inrichting en omvang ambtelijke organisatie In 2019 zijn twee ambtelijke organisaties samengevoegd en is deze vervolgens enigszins organisch gegroeid. Nadat de structuur en de aansturing in domeinen is ingeregeld, is het nu de logische vervolgstap om kritisch te kijken naar de opbouw, inrichting en omvang van de vakteams. Naast inzet van het managementteam verwachten we aanvullende expertise nodig te hebben. Hiervoor vragen we aan meerdere externe bureaus offertes. We gaan voor nu uit van € 50.000. Overige ontwikkelingen: Personeelsbegroting In de Begroting 2025 is de personeelsbegroting verwerkt op basis van werkelijke lasten (in plaats van einde schaal).
Dit heeft tot gevolg dat hier jaarlijks ontwikkelingen in zijn. De uitwerking hiervan volgt in de uitwerking van de personeelsbegroting 2026. Overige ontwikkelingen: Regiodeal De Regiodeal ‘De Fundamentele Waarde(n) van het Groene Hart’ om de vitaliteit in het Groene Hart te verbeteren is in februari 2025 voor € 18 miljoen toegekend. Inmiddels zijn de voorbereidingen, samen met de overige deelnemende gemeenten en partners, in volle gang. 10
De gemeente Molenlanden zal penvoerder en regiokassier zijn voor deze Regiodeal. Dit betekent dat we de Regiodeal in de P&Cproducten van gemeente Molenlanden verwerken en verantwoorden. Besluitvorming vindt met andere gemeenten en deelnemende partijen plaats. Nadere uitwerking volgt in het derde kwartaal van 2025.
Het gemeentefonds wordt via maatstaven verdeeld. Dit zijn er best veel, bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal uitkeringsgerechtigden, bodemsterkte, aantal kernen, aantal huishoudens met een laag inkomen, WOZ-waarden. Als onze maatstaven muteren heeft dit invloed op de verdeling. In de meicirculaire pakt deze verdeling gunstig voor ons uit.
Overige ontwikkelingen: Continuïteitsplan herijking In 2020 is een Strategisch informatieveiligheidsbeleid Molenlanden 2020-2024 door het college vastgesteld en in 2021 een Continuïteitsplan gemeente Molenlanden. Het doel van dit plan is om goed voorbereid te zijn op het zo veel mogelijk beperken van negatieve gevolgen van een calamiteit voor kritische bedrijfsprocessen. Dit wordt verder uitgewerkt.
We krijgen ook een compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Omdat we hier al in onze meerjarenbegroting rekening mee gehouden hebben is ook dit een extra voordeel voor onze gemeente.
Op grond van wet- en regelgeving zijn wij verplicht om op basis van een risicogebaseerde aanpak passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen te nemen voor de bescherming van onze netwerk- en informatiesystemen en aandacht te hebben voor bedrijfscontinuïteit. Daarom moet het continuïteitsplan worden geactualiseerd, herijkt en per pijler uitgewerkt. Daarvoor is externe expertise vereist.
Ook de december-circulaire was positief. Het betekent dat, nadat we bij de begroting 2025 uitgegaan waren van de septembercirculaire, tot driemaal toe een extra inkomst konden aankondigen. De december-circulaire, de Voorjaarsnota en de meicirculaire brachten ons in gunstiger financieel vaarwater. Dit maakt het daarentegen erg lastig om beleid op te kunnen baseren.
Zodra het plan van aanpak afgerond is (verwacht Q3 2025), is ook een indicatie bekend van de kosten voor de uitvoering.
F. Uitkomsten mei- en decembercirculaire gemeentefonds De recent ontvangen meicirculaire is voor ons voordelig. Het voordeel was al aangekondigd via de Voorjaarsnota van het Rijk, maar blijkt in de meicirculaire nog veel gunstiger te zijn. Vooral voor 2026 en 2027 ontvangen we meer geld. Dit waren de zogenaamde ‘ravijnjaren’. Het Rijk heeft de gemeenten gecompenseerd. Maar in feite is het ravijnjaar twee jaar uitgesteld. Kadernota 2026
11
4.
Ontwikkelingen op langere termijn
In de op 18 maart 2025 gehouden raadsvergadering is bij de besluitvorming over het raadsvoorstel voor renovatie van het korfbalveld in Nieuwpoort toegezegd dat wij een update geven van de investeringsvoorstellen op andere terreinen dan accommodaties voor de komende 10 jaar. Deze toezegging wordt ingevuld in de “Bijlage 2 Geheim – Afdoening toezeggingen investeringsvoorstellen”. De uitwerking is separaat aangeleverd omdat hier geheimhouding op is gelegd op grond van artikel 87 Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, lid 2, onderdelen b. en i. Wet open overheid, voor onbepaalde tijd.
Kadernota 2026
12