Bijlage 1 BOPA-onderbouwing
Tekst van het document
Buitenplanse omgevingsplanactiviteit ETFAL Maatregelen veilige berm Groot Onderhoud en verbetering verkeersveiligheid N214
1/30
Projectnummer Project: Titel document: opdrachtgever: Onderwerp: Ondertitel Datum: document: Revisie:
Revisie 1.0 2.0
Datum 14-08-2025 18-09-2025
Groot Onderhoud en verbetering verkeersveiligheid N214 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit, ETFAL Maatregelen veilige berm 18 september 2025
Status VC DEF
Status P Voorlopige uitgave VC Voor commentaar TG Ter goedkeuring GO Goedgekeurd voor ontwerp GF Goedgekeurd voor fabricage
Auteur(s) DB, KvM DB, KvM
Gecontroleerd EW EW
IDC Interdisciplinaire controle VA Voor aanbieding VO Voor onderzoek AA Afgifte voor aankoop TI Ter informatie
Goedgekeurd EW EW
SD Standaard Document OV Op verzoek TW Te wijzigen zoals aangegeven DEF Definitief A Anders
Inhoud 1
Inleiding
5
1.1. 1.2. 1.3.
Vooraf Locatie Leeswijzer
5 6 7
2
Huidige situatie en nieuwe situatie
8
2.1. 2.1.1. 2.1.2. 2.2. 2.2.1. 2.2.2. 2.3. 2.4.
Beschrijving huidige situatie Ruimtelijke regels Ruimtelijk Beschrijving nieuwe situatie Bermverharding Geleiderail Planning Beschrijving strijdigheid
8 8 11 12 12 13 13 14
3
Toetsing aan beleid
15
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
Toetsing rijksbeleid. Toetsing provinciaal beleid/ provinciale verordening Toetsing regionaal beleid Toetsing beleid waterschap Toetsing gemeentelijk beleid.
15 15 17 17 18
4
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
20
4.1. 4.1.1. 4.1.2. 4.2. 4.2.1. 4.2.2. 4.3. 4.3.1. 4.3.2. 4.4. 4.4.1. 4.4.2. 4.5. 4.5.1. 4.5.2. 4.6. 4.6.1. 4.7.
Ladder van duurzame verstedelijking Wettelijk kader Planspecifiek Duurzaamheid Wettelijk kader Planspecifiek Gezondheid Wettelijk kader Planspecifiek Waterhuishouding Wettelijk kader Planspecifiek Klimaatadaptatie Wettelijk kader Planspecifiek Groen Planspecifiek Verkeersgeneratie, - afwikkeling en (fiets)parkeren
20 20 20 20 20 20 20 20 20 21 21 21 21 21 21 22 22 22
4.7.1. 4.7.2. 4.8. 4.8.1. 4.8.2. 4.9. 4.9.1. 4.9.2. 4.10. 4.10.1. 4.10.2. 4.11. 4.11.1. 4.11.2. 4.12. 4.12.1. 4.12.2. 4.13. 4.13.1. 4.13.2. 4.14. 4.14.1. 4.14.2.
Wettelijk kader Planspecifiek Ecologie Wettelijk kader Planspecifiek Stikstof Wettelijk kader Planspecifiek Luchtkwaliteit Wettelijk kader Planspecifiek Geluid Wettelijk kader (korte omschrijving) Planspecifiek Archeologie Wettelijk kader Planspecifiek Bodem Wettelijk kader Planspecifiek Lichthinder Wettelijk kader Planspecifiek
22 22 23 23 23 24 24 24 24 24 24 24 24 25 25 25 25 25 25 26 26 26 26
5
Participatie
27
5.1.1.
Participatie omgeving
27
6
Financiële haalbaarheid
28
6.1.1. 6.1.2. 6.1.3.
Kostenverhaal Bibob Nadeelcompensatie
28 28 28
7
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties
29
8
Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan.
30
Bijlage A: Ontwerp, Aanbrengen inrichtingselementen (geleiderail) Bijlage B: Ontwerp versus omgevingsplannen Bijlage C: Waterhuishoudkundig plan en verleende vergunning Bijlage D: Oplegnotitie ecologie Bijlage E: Bodemonderzoek
1
Inleiding
1.1.
Vooraf
De N214 is met de N216 de belangrijkste ontsluiting voor de Alblasserwaard naar het Rijkswegennet (A15 en A27). De N214 is volledig gelegen in de gemeente Molenlanden, heeft een lengte van circa 20 km en kruist de N216, die noord-zuid door de Alblasserwaard loopt en bij Gorinchem aansluit op de A15. De N214 is een voorrangsweg bestaande uit één rijbaan met twee rijstroken (1x2-rijstroken) en is voorzien van belijning conform de inrichtingsprincipes van Duurzaam Veilig, inclusief een dubbel doorgetrokken asstreep. Langs de N214 is sprake van een slappe berm, ontbreekt kantmarkering langs de fietspaden en op diverse kruispunten is de inrichting niet optimaal, met name voor oprijdend verkeer vanuit zijwegen en kruisend fietsverkeer. Dit leidt tot verkeersonveilige situaties. Daarnaast loopt het verkeer dagelijks vast, vooral in de ochtend- en avondspits of zodra er een omleidingsroute over de N214 loopt. Het verkeersaanbod is te groot voor de huidige capaciteit van de kruispunten. Ook dit gaat ten koste van de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid van de Alblasserwaard De provincie Zuid-Holland werkt daarom aan de projecten "N214A+B Groot Onderhoud en Verbetering Verkeersveiligheid" en "Reconstructie Gelijkvloerse Kruising N214/N216" (lokaal bekend als de 'Hoge Kruising').
In het kader van deze projecten zijn infrastructurele aanpassingen voorzien aan de N214 ter verbetering van de verkeersveiligheid en de doorstroming. Daarnaast wordt de ecologische situatie rondom en oversteekbaarheid van de N214 verbeterd. De werkzaamheden worden gecombineerd met groot onderhoud. Voor beide projecten hebben Provinciale Staten reeds de uitvoeringsbesluiten genomen. Vanwege de nauwe samenhang worden beide projecten integraal voorbereid en uitgevoerd. Voor een deel van de beoogde maatregelen geldt echter dat deze buiten de bestaande bestemming ‘Verkeer’ vallen. Zo liggen enkele onderdelen, het aanbrengen van bermverharding en plaatsing van een geleiderail, deels binnen gronden met de bestemming ‘Natuur’ ter hoogte van het compressorstation Wijngaarden. Omdat de planologische regels ter plaatse dergelijke infrastructurele ingrepen niet toestaan, wordt voor deze onderdelen een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat de voorgenomen ingrepen passen binnen een goede ruimtelijke ordening en leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Figuur 1: Overzichtskaart N214/N216
1.2.
Locatie
De uitvoering van het project is opgedeeld in meerdere vakken. De werkzaamheden waarop deze aanvraag betrekking heeft, vallen binnen vak 2a.
Figuur 2: Fasering werkzaamheden N214
Langs de diverse trajecten van de N214 wordt bermverharding aangebracht, afgestemd op de benodigde functionele breedte voor een verkeersveilige inrichting van de weg. Daarnaast worden op enkele locaties aanvullende maatregelen genomen, zoals de plaatsing van een geleiderail.
Onderstaande tabel geeft per vak aan op welk wegtraject werkzaamheden plaatsvinden en welke verhardingsbreedte wordt toegepast. Het deel waar in bestemming natuur (EVZ) gewerkt gaat worden ligt tussen hectometerpaal 3.87 – 4.27 en dit over een lengte van circa 400 meter. De volgende werkzaamheden worden binnen dit traject uitgevoerd: • • Vak
Tussen 3.87 en 4.02 komt geleiderail. Tussen 4.02 en 4.27 komt bermverharding.
Omschrijving
1 2a 2b 2c 3 4 5 6 7
Hmp Kruispunt N3/A15 – Rotonde N481 Rotonde N481 – Kruispunt Wijngaardsesteeg Kruispunt Wijngaardsesteeg Kruispunt Wijngaardsesteeg – Rotonde N482 Rotonde N482 Rotonde N482 – Rotonde Damseweg Rotonde Damseweg Rotonde Damseweg – Kruispunt N216 Kruispunt N216 – Rotonde Gorissenweg
1.96 – 3.17 3.67 – 5.90 5.90 – 6.20 6.20 – 7.40 7.40 – 7.47 7.47 – 12.61 12.61 – 12.68 12.68 – 15.36 16.14 – 18.71
8 9a 9b
Rotonde Gorissenweg – Rotonde Grotewaard Rotonde Grotewaard – Rotonde Middenweg Rotonde Middenweg – Kruispunt Minkeloos
19.03 – 19.56 19.83 – 20.57 21.06 – 21.90
1.3.
Lengte en breedte Bermverharding 1210 meter 2x 0,4 meter 2230 meter 2x 2,0 meter 300 meter 2x 2,0 meter 1200 meter 2x 2,0 meter 5140 2x 2,0 meter 2680 meter 2x 0,4 meter 2100meter x 0,4 meter 470 meter x 2,0 meter 300 meter 2x 2,0 meter 740 meter 2x 0,4 meter 840 meter 2x 0,4 meter
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze onderbouwing voor een BOPA wordt nader ingegaan op de huidige en de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het project getoetst aan relevant beleidskaders. In hoofdstuk 4 wordt het project getoetst aan de relevante beoordelingsregels; aspecten uit de fysieke leefomgeving en milieu. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe vooroverleg en participatie hebben plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp van het project op de locatie. Hoofdstuk 6 bevat de financiële haalbaarheid van het project. Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en bevat hoofdstuk 8 voorstellen hoe het initiatief in het omgevingsplan opgenomen dient te worden.
2
Huidige situatie en nieuwe situatie
2.1.
Beschrijving huidige situatie
2.1.1.
Ruimtelijke regels
In figuur 2 is een uitsnede weergegeven van de geldende ruimtelijke regels op de projectlocatie, zoals opgenomen in het Gemeentelijk Plan Compressorstation Wijngaarden. Het rode vlak geeft het gebied aan waar verharding wordt aangebracht binnen de bestemming natuur.
Figuur 3: Uitsnede gemeentelijk plan compressorstation Wijngaarden
In figuur 3 is een uitsnede weergegeven van het Bestemmingsplan Buitengebied Graafstroom. Ook op deze locatie, langs de Elzenweg, geldt de bestemming natuur.
Figuur 4: Uitsnede Bestemmingsplan Buitengebied Graafstroom
Op en in de directe nabijheid van de ontwikkeling bevinden zich de volgende bestemmingen: Natuur, Verkeer, Agrarisch (met waarden) en water. Hieronder wordt per bestemming uiteengezet waar deze gronden voor zijn bestemd: 2.1.1.1. Natuur De voor "Natuur" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de geomorfologische, bodemkundige en hydrologische waarden; c. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden; d. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige eendenkooien; e. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - natura 2000", voor het instandhouden van de landschaps- en natuurwaarden; f. recreatief medegebruik; g. waterhuishoudkundige doeleinden; een en ander met bijbehorende voorzieningen.
2.1.1.2. Verkeer De voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden in de vorm van: a. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer – stroomweg" een stroomweg met maximaal 2 rijstroken; b. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer – gebiedsontsluitingswegen" een gebiedsontsluitingsweg met maximaal 2 rijstroken; c. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer – erftoegangsweg" een erftoegangsweg met maximaal 2 rijstroken; d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer – onverharde wegen" een onverharde of halfverharde weg; e. behoud van de wandelpaden ter plaatse van de aanduiding "as van de weg"; een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, wandelen/of fietspaden, openbare nutsvoorzieningen, bermen, wegbeplantingen, sloten. 2.1.1.3. Agrarisch met waarden De voor "Agrarisch met waarden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch gebruik van gronden; b. grondgebonden veehouderijen; c. bomenteelt en sierteelt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bomenteelt" en fruitteelt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "fruitteelt"; d. overige agrarische bedrijven, en wel uitsluitend overeenkomstig het aangeduide type; e.
ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - natura 2000 ", voor het instandhouden van de landschaps- en natuurwaarden; f. bedrijfsmatige nevenactiviteiten; g. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden; h. de instandhouding van het archeologisch monument ter plaatse van de aanduiding "archeologische waarden"; i. behoud van de wandelpaden ter plaatse van de aanduiding "as van de weg"; j. extensief recreatief medegebruik; k. waterhuishoudkundige doeleinden; l. bestaande perceelsontsluitingen; m. bestaande voorzieningen van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en houtwallen, en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming.
2.1.1.4. Water De voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Water; b. Waterweg; c. Waterberging; d. Ter plaatse van de aanduiding "archeologische waarden", de instandhouding van het archeologisch monument; Een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals bruggen en stuwen. 2.1.2.
Ruimtelijk
De N214 is een provinciale voorrangsweg bestaande uit één rijbaan met twee rijstroken (1x2-rijstroken). De weg is voorzien van belijning conform de inrichtingsprincipes van Duurzaam Veilig, inclusief een dubbel doorgetrokken asstreep. In de huidige situatie is langs het gedeelte van de N214 waar deze aanvraag betrekking op heeft geen bermverharding aanwezig, het betreft hier een slappe berm. Langs de weg bevinden zich veelal bomen en enkele watergangen. Afbeelding 4 geeft een beeld van de huidige weginrichting en situatie.
Figuur 5: Huidig wegbeeld N214
2.2.
Beschrijving nieuwe situatie
2.2.1.
Bermverharding
In de nieuwe situatie wordt langs de weg bermverharding aangebracht. De bermverharding wordt in de huidige groenstrook geplaatst. In figuur 5 wordt een principeprofiel van bermverharding langs de rijbaan weergegeven.
Figuur 6: Principeprofiel opbouw bermverharding
De bermverharding wordt gerealiseerd met kunststof graskanttegels. Deze zijn gemaakt van 100% gerecycled afval plastic met een afmeting van ca. 60x40x8 cm, in figuur 7 en 8 worden voorbeelden weergegeven van het soort grastegels dat wordt aangebracht.
Figuur 8: www.kunststofforte.nl/
Figuur 7: www.kunststofreus.nl
Het doel van de bermverharding is conform de gestelde voorwaarden als opgenomen in een afsprakenkader vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van het Rijk1 voor het veilig inrichten van bermen op provinciale wegen in Zuid- Holland. De voorgestelde maatregelen hebben als doel de kans op bermongevallen met ernstige afloop op provinciale N-wegen te verminderen. 1
Aanleiding voor dit afsprakenkader is het regeerakkoord waarin is vastgelegd dat het Rijk samen met de provincies investeert in veiligere weginrichting, met name bij provinciale N-wegen.
2.2.2. Geleiderail Ook worden langs een gedeelte van de N214 geleiderails geplaatst om de rijbaan af te schermen van omliggende bomen en sloten. Met de aanleg van de geleiderails wordt voorkomen dat weggebruikers die van de weg geraken in aanraking komen met bomen of in een sloot geraken. In figuur 8 wordt de situatietekening van de aan te brengen geleiderail in roze weergegeven. De situatietekening is in groot formaat toegevoegd als bijlage A.
Figuur 9: Situatietekening geleiderail
De afbeelding hieronder geeft het principeprofiel van de geleiderail ten opzichte van de rijbaan en het maaiveld weer.
Figuur 11: Principe profiel geleiderail
Figuur 10: Referentie Geleiderail
De geleiderail die zal worden geplaatst betreft een geleiderail in de aardebaan met een werkende breedte W4, prestatieklasse N2 en Letselindex ASI A. Een referentie van het soort geleiderail dat zal worden toegepast wordt in figuur 11 afgebeeld.
2.3.
Planning
De werkzaamheden waarvoor deze aanvraag wordt ingediend maken deel uit van fase 2 uit het faseringsplan voor de N214. De geplande uitvoeringsperiode voor deze fase is mei 2027.
2.4.
Beschrijving strijdigheid
De nieuwe bermverharding en geleiderail langs de N214 is strijdig met de tijdelijke omgevingsplannen ‘bestemmingsplan Buitengebied Graafstroom’ en ‘bestemmingsplan Compressorstation Wijngaarden’. Zie het detail van het raakvlak in figuur 12. De tekening is tevens opgenomen in de bijlage B. De gronden zijn voorzien van de bestemming ‘Natuur’, waar verkeersactiviteiten niet zijn voorzien, zie ook hoofdstuk 2.1.1.
Figuur 12: Raakvlak NNN natuurgebied en bestemming natuur
Figuur 13: Detail raakvlak geleiderail en bermverharding
•
•
De lengte van de geleiderail binnen de bestemming natuur bedraagt 145 m¹. Dit valt buiten de grens van het NNN-gebied. Hiervan ligt het beginstuk van de geleiderail, de terminal, van 16 m¹ net binnen het NNN. De oppervlakte bermverharding binnen de bestemming natuur bedraagt 530 m² (over een lengte van circa 265 m¹), waarvan 145 m² tevens binnen het NNN ligt.
De strijdigheid betreft daarmee de gronden met de bestemming ‘Natuur’ binnen het plangebied. Deze BOPA voorziet in het buitenplans afwijken van deze bestemming ten behoeve van voorgenomen activiteiten.
3
Toetsing aan beleid
3.1.
Toetsing rijksbeleid.
De volgende onderdelen opgenomen in de [Nationale Omgevingsvisie NOVI] vastgesteld op 11 september 2020 zijn voor de ontwikkeling van belang: A: Hoofdstuk 3.2 Nationale belangen en opgaven: Belang/opgave 6: Waarborgen en realiseren van een veilig, duurzaam en robuust mobiliteitssysteem. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) benadrukt het belang van een mobiliteitssysteem dat niet alleen veilig is, maar ook duurzaam en robuust. Dit betekent dat het systeem bestand moet zijn tegen toekomstige ontwikkelingen en veranderende omstandigheden, zoals klimaatverandering, groeiende mobiliteitsvraag en technologische innovaties. Het waarborgen van de bereikbaarheid en doorstroming van mensen en goederen is essentieel voor de leefbaarheid en de economie van Nederland. Daarnaast speelt het minimaliseren van negatieve effecten op de fysieke leefomgeving en het klimaat een belangrijke rol. De voorgenomen ontwikkeling, het aanleggen van bermverharding en plaatsing van geleiderail, voldoet wel aan dit nationale belang. Door het verbeteren van de bermen langs de weg wordt de functionaliteit en veiligheid van het mobiliteitssysteem versterkt. De verharding zorgt ervoor dat hulpdiensten, landbouw- en onderhoudsvoertuigen ook onder natte omstandigheden veilig en betrouwbaar de weg kunnen gebruiken.
Dit vermindert het risico op ongevallen en verhoogt de doorstroming, wat essentieel is voor een robuust netwerk. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan de duurzaamheid van het mobiliteitssysteem doordat er minder schade optreedt aan de bermen en omgeving, wat onderhoud en herstel minimaliseert. Door het voorkomen van verzakkingen en modderige situaties blijft de infrastructuur langer in goede staat, wat op termijn grondstoffen en kosten bespaart. Conclusie: De voorgenomen bestemmingswijziging van natuur naar verkeer voor het realiseren van bermverharding past binnen het nationale belang van een veilig, duurzaam en robuust mobiliteitssysteem zoals geformuleerd in de NOVI.
3.2.
Toetsing provinciaal beleid/ provinciale verordening
De volgende onderdelen van de Provinciale omgevingsvisie vastgesteld op [01-04-2019] zijn voor de ontwikkeling van belang: B: Ambitie 2. Bereikbaar Zuid-Holland Zuid-Holland streeft ernaar een vitale provincie te zijn met goed bereikbare steden en dorpscentra waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Waar iedereen op een veilige, duurzame, snelle en makkelijke manier van huis naar werk, opleiding of vrijetijdsbesteding kan reizen.
C: Beleidsdoel 2-1. Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen Voor Zuid-Holland is ieder verkeersslachtoffer er één te veel. Om die reden omarmt de provincie de landelijke ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. Onze eerste stap is om de stijging van het aantal doden en ernstig gewonden de komende jaren om te buigen in een daling: we streven elk jaar naar minder verkeersslachtoffers. De provincie werkt daar hard aan met andere regionale partners. Daartoe zorgt de provincie voor een goed functionerende en verkeersveilige provinciale infrastructuur en stimuleert verkeersveilig en duurzaam reisgedrag. D: Beleidskeuze 2.1.4 Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen Om ervoor te zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier legt de provincie ook nieuwe provinciale infrastructuur aan en verbetert bestaande provinciale infrastructuur. Of een infrastructurele ingreep passend en nodig is wordt bepaald door onderzoek te doen naar oorzaken en mogelijk maatregelen. Verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn standaard elementen in de voorbereiding van projecten.
E: Beleidskeuze 2.2.1 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam De fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen en verkeerssystemen worden sober, doelmatig en duurzaam onderhouden met zo min mogelijk overlast. De ontwikkeling voldoet aan B, omdat met de geplande aanpassing van de berm op dit deel van de N214 de verkeersveiligheid wordt verbeterd, de betrouwbaarheid van de route wordt vergroot en de bereikbaarheid van stedelijke en landelijke gebieden wordt versterkt. De ontwikkeling voldoet aan C, omdat met het aanbrengen van fysieke veiligheidsvoorzieningen zoals geleiderail en bermverharding wordt ingezet op het verlagen van het risico op ongevallen. Dit draagt concreet bij aan het provinciale streven naar nul verkeersslachtoffers en het verbeteren van de verkeersveiligheid op het provinciale wegennet. De ontwikkeling voldoet aan D, omdat dit onderdeel is van een breder programma waarin meerdere infrastructurele verbetermaatregelen worden genomen aan de N214. De herinrichting van vak 2 is afgestemd op de lokale situatie en risico’s (zoals onveilige bermen en inhaalgedrag), en past binnen de fasering van het totale project. Door in dit vak geleiderail toe te passen en bermverharding aan te brengen, wordt specifiek invulling gegeven aan de beleidskeuze om bestaande infrastructuur te verbeteren met het oog op veiligheid en duurzaamheid.
Ook wordt rekening gehouden met het beperken van de impact op omliggende natuurwaarden. De ontwikkeling voldoet aan E, omdat is gekozen voor een sobere en duurzame inrichting van de berm met grastegels. Deze verharding is eenvoudig te plaatsen, beperkt de onderhoudsbehoefte en past esthetisch in het landschap. Grastegels zijn bovendien waterdoorlatend, waardoor natuurlijke afwatering behouden blijft en aanvullende voorzieningen overbodig zijn. De verwachte levensduur is hoog, en er is minimale hinder bij onderhoud. Deze aanpak sluit aan bij het principe van sober, doelmatig én duurzaam beheer, met zo min mogelijk overlast voor de omgeving en natuur.
Conclusie: De ontwikkeling past binnen het provinciaal beleid van de Provincie Zuid-Holland. De aanpassing draagt bij aan een veilige, bereikbare en duurzame provincie, sluit aan bij beleidsdoelen gericht op verkeersveiligheid en infrastructuurverbetering, en voldoet aan de principes van sober en doelmatig beheer. Zowel de functionele als ruimtelijke kwaliteit van de weg wordt versterkt.
3.3.
Toetsing regionaal beleid
De volgende onderdelen van het regionale beleid opgenomen in het [Meerjarenprogramma Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid ZHZ] en vastgesteld op [december 2024] zijn voor de ontwikkeling van belang: F: Binnen het Regionaal Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid (ZHZ) ligt de nadruk op gedragsbeïnvloeding, educatie, handhaving en voorlichting om de verkeersveiligheid te verbeteren. Tegelijkertijd wordt erkend dat fysieke infrastructurele maatregelen een belangrijke rol spelen bij het creëren van een veilige verkeersomgeving. Deze maatregelen verminderen de kans op ongevallen en versterken de effectiviteit van gedragsmaatregelen. De ontwikkeling voldoet wel aan F, omdat het bijdraagt aan deze integrale aanpak door het verbeteren van de fysieke veiligheid op de N214. De bermverharding zorgt ervoor dat hulpdiensten, landbouw- en onderhoudsvoertuigen ook onder natte omstandigheden veilig gebruik kunnen maken van de berm, terwijl de geleiderail beschermt tegen bermuitritten en zo ernstige ongevallen helpt voorkomen. Het maakt een veiliger wegbeeld door de fysieke infrastructuur robuuster te maken, wat aansluit bij de doelstellingen van het Regionaal Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid Zuid-Holland Zuid.
Conclusie: De ontwikkeling sluit aan bij het regionale verkeersveiligheidsbeleid en versterkt de integrale aanpak waarin gedragsmaatregelen worden ondersteund door gerichte infrastructurele verbeteringen. Dit draagt bij aan een veiliger en betrouwbaarder mobiliteitssysteem.
3.4.
Toetsing beleid waterschap
De volgende onderdelen van het [Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rivierenland] vastgesteld op [21 november 2024] zijn voor de ontwikkeling van belang: G: Hoofdstuk 7. Voorbereiden op extreem weer In de Watervisie 2050 is opgenomen hoe het waterschap wil omgaan met weersextremen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe het waterschap de waterhuishouding wil versterken tegen klimaatverandering. Maatregelen richten zich op het vergroten van infiltratiecapaciteit, het beperken van verhardingen, en het bevorderen van klimaat adaptieve ruimtelijke inrichting. De ontwikkeling voldoet aan G, omdat de toepassing van grasbetontegels als bermverharding regenwater lokaal infiltratie geeft, en daarmee het verharde oppervlak niet onnodig vergroot. Hiermee wordt de infiltratiecapaciteit versterkt, overbelasting van het watersysteem beperkt en wateroverlast voorkomen in situaties met hoosbuien of extreme regenval, in lijn met de klimaatbestendige doelstellingen van het waterbeheerprogramma.
Conclusie: De ontwikkeling draagt bij aan een klimaatadaptieve inrichting en sluit daarmee aan bij de ambities van het waterschapsbeleid op het gebied van water robuust ruimtegebruik.
3.5.
Toetsing gemeentelijk beleid.
De volgende onderdelen van het gemeentelijke beleid opgenomen in [Omgevingsvisie Molenlanden] en vastgesteld op [22 oktober 2024] zijn voor de ontwikkeling van belang: H: Hoofdstuk 3.7- Ambitie 6: Een veilig en duurzaam bereikbare gemeente. Binnen deze gemeentelijke beleidskaders wordt het belang onderstreept van een robuust, veilig en toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk. De gemeente streeft naar een veilige en duurzame verplaatsing van inwoners naar activiteiten, werk en school. Zij geven daarbij aan dat de kwaliteit van de leefomgeving mede wordt bepaald door (fysieke) veiligheid. Bij ruimtelijke inrichting moet dan ook rekening gehouden worden met bescherming voor ongevallen. Dit is mogelijk door risico’s inzichtelijk te maken en deze waar mogelijk te voorkomen of beperken door onder andere goede ontsluiting mogelijk te maken. De N214 is daarbij één van de belangrijke provinciale hoofdwegen die de bereikbaarheid van Molenlanden bepaalt en een essentiële schakel vormt tussen de rijkswegen A15 en A27. Door de toegenomen verkeersdruk en het gebruik van de wegen door diverse doelgroepen (waaronder vracht- en landbouwverkeer, forensen en recreanten), is de verkeersveiligheid en doorstroming een groeiende zorg.
De ontwikkeling voldoet aan H, omdat het de verkeersveiligheid verhoogt en bijdraagt aan het beperken van de risico’s op bermongevallen, wat past binnen het streven van de gemeente Molenland naar een verkeersveilige infrastructuur voor alle weggebruikers. Ook in bredere zin ondersteunt de maatregel de gemeentelijke beleidslijn waarin mobiliteit mede richtinggevend is voor ruimtelijke keuzes. Door gericht te investeren in de verkeersveiligheid en bruikbaarheid van bestaande infrastructuur, in plaats van uitbreiding, wordt voldaan aan het uitgangspunt van doelmatige capaciteitsbenutting zonder aantasting van leefbaarheid of ecologische waarden. De volgende onderdelen van het gemeentelijke beleid opgenomen in de [Mobiliteitsvisie Molenlanden 2040] en vastgesteld op [22 oktober 2024] zijn voor de ontwikkeling van belang: I: Hoofdstuk 3.3: Veilige verbindingen tussen de kernen Deze doelstelling richt zich op het veilig en efficiënt ontsluiten van onze kernen. Verkeer wordt daarbij geleid via wegen die hiervoor geschikt zijn. De functie van de weg volgt uit de beschikbare ruimte, het gebruik door langzaam verkeer en de aanliggende functies. Heldere routekeuzes voor snel en langzaam verkeer, het afwaarderen van wegen en het verleggen van komgrenzen kunnen hierbij aan de orde zijn.
De gemeente Molenlanden zet in op het optimaal benutten van de bestaande wegenstructuur, waarbij twee basisprincipes worden gehanteerd: •
Bundeling van autoverkeer op het provinciaal verbindend wegennet (N214, N216, N479, N480, N481 en N482), met een toegestane snelheid van 80 km/uur. Deze wegen vormen de snelle verbindingen tussen de regio’s en zijn bedoeld voor doorgaand verkeer. De gemeente streeft naar een veilige inrichting van deze wegen door de provincie, onder meer met veilige kruispunten en vrij liggende fietspaden.
•
Kernverbindende waterschapswegen functioneren als routes met een maximumsnelheid van 60 km/uur, waarbij gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer veilig worden gecombineerd. Door snelheidsremmende maatregelen wordt deze verkeersfunctie versterkt en wordt doorgaand verkeer verleid gebruik te maken van het provinciale netwerk.
Om deze principes goed te laten functioneren, blijft de gemeente in regionaal verband in overleg met provincie en rijk over het functioneren van de N- en A-wegen. Capaciteitsverruiming op knelpunten in het provinciale netwerk, zoals bij de N214, wordt nagestreefd om sluipverkeer via kernen en lintwegen te voorkomen. Tegelijkertijd worden maatregelen genomen om de lintwegen zelf minder aantrekkelijk te maken voor doorgaand verkeer door een snelheidsremmende inrichting en duidelijke overgangen bij komgrenzen. De gemeente onderzoekt bovendien of slecht ontsloten kernen directer kunnen worden aangesloten op de hoofdwegenstructuur, mits dit bijdraagt aan verkeersveiligheid en leefbaarheid in de kernen. De ontwikkeling voldoet aan I, omdat het bijdraagt aan het versterken van de verkeersveiligheid op een belangrijk deel van het provinciaal verbindend wegennet (de N214). Door het aanbrengen van bermverharding en geleiderail wordt de rijbaan beter beschermd tegen uitwijkingen en wordt de kans op bermongevallen significant beperkt. Dit sluit aan bij het streven van de gemeente om de N-wegen veilig in te richten en het gemotoriseerd verkeer te bundelen op wegen die daarvoor bedoeld zijn. De maatregel helpt bovendien sluipverkeer naar de omliggende lintwegen te voorkomen, doordat de N214 als hoofdroute betrouwbaarder en veiliger wordt.
Daarmee ondersteunt de maatregel ook indirect het verminderen van verkeersdruk op kernverbindende wegen en draagt zij bij aan de leefbaarheid en veiligheid binnen de kernen. Conclusie: De ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie en Mobiliteitsvisie van de gemeente Molenlanden. De verkeersmaatregel is beleidsmatig gewenst, maatschappelijk relevant en ruimtelijk inpasbaar.
4
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Indien noodzakelijk worden deze aspecten nader gemotiveerd met een onderzoek.
4.1.
Ladder van duurzame verstedelijking
4.1.1. Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 4.1.2. Planspecifiek De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op deze ontwikkeling. Het plan voorziet niet in een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.128g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) omdat er geen sprake is van toevoeging van nieuwe ruimtelijke functies zoals woningen, kantoren of detailhandel.
4.2.
Duurzaamheid
4.2.1. Wettelijk kader Geef duidelijk aan welke duurzame aspecten aanwezig zijn of waar het plan aan bijdraagt. LET op de bruidsschat (art. 22.52). 4.2.2. Planspecifiek Hoewel het plan geen expliciet duurzaamheidsdoel kent, draagt het op indirecte wijze wél bij aan duurzaamheid, onder meer op de volgende manieren: Beperking van nieuwe verharding met grasbetontegels De toe te voegen bermverharding bestaat uit grasbetontegels en blijft beperkt tot een minimale functionele breedte, aansluitend op de bestaande infrastructuur. Verlengen van levensduur en bevorderen van veiligheid De gekozen maatregelen dragen bij aan een langere levensduur van de weg en beperken schade aan infrastructuur en natuur als gevolg van bermongevallen.
4.3.
Gezondheid
4.3.1. Wettelijk kader Beschermen van de gezondheid en van het milieu (§5.1.4 Bkl). Hoe speelt het plan in op gezondheidsvragen. 4.3.2. Planspecifiek Onder de gezondheidsthema’s vallen onder andere: • buitenluchtkwaliteit (§ 5.1.4.1 Bkl),
• geluid door activiteiten (§ 5.1.4.2 Bkl), waaronder verkeer en industrie (§ 5.1.4.2a), • trillingen (§ 5.1.4.4), • bodemkwaliteit (§ 5.1.4.5), • geur bij agrarische en industriële activiteiten (§ 5.1.4.6) Het plan voegt geen nieuwe geluid-, geur- of luchtbronnen toe. De fysieke leefomgeving wordt niet negatief beïnvloed vanuit gezondheidsperspectief door deze ontwikkeling.
4.4.
Waterhuishouding
4.4.1. Wettelijk kader Bij de BOPA ontvangen een waterhuishoudkundig plan voor de verhouding water groen. Indien deze niet wordt aangeleverd uitleggen waarom niet. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden*) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels. 4.4.2. Planspecifiek Voor het aanbrengen van grasbetontegels moet compensatie worden toegepast (50 % t.o.v. gesloten verharding). Deze compensatie is opgenomen in de verkregen watervergunning vanuit het Waterschap Rivierenland.
4.5.
Klimaatadaptatie
4.5.1. Wettelijk kader Hoe wordt klimaatadaptatie toegepast binnen de ontwikkeling. 4.5.2. Planspecifiek De bermverharding wordt uitgevoerd met grastegels, een halfverharding die waterdoorlatend is en deels begroeid blijft. Daarmee wordt invulling gegeven aan meerdere doelen binnen klimaatadaptatie: • Waterberging en infiltratie: Regenwater kan direct via de open structuur van de grastegels in de bodem infiltreren, waardoor afstroming wordt beperkt en piekbelasting van het watersysteem wordt voorkomen. • Beperking hittestress: In tegenstelling tot gesloten verharding blijft de grastegel begroeid, wat verdamping mogelijk maakt en warmteopbouw vermindert. • Behoud van groen en bodemstructuur: De toepassing van grastegels maakt het mogelijk om de groene bermfunctie grotendeels te behouden. Dit voorkomt verstoring van bodemleven en ondersteunt de sponswerking van de bodem.
4.6.
Groen
4.6.1.
Planspecifiek
Omliggende bomen in de groenstroken langs de rijbanen zijn in beeld gebracht door bureau Van der Helm. In de groenstrook waar de bermverharding en geleiderail wordt aangebracht bevinden zich geen bomen die worden gekapt. Verder wordt langs andere trajecten van de N214 ecologisch werk verricht, bestaande uit het kappen en herplanten van bomen en het aanbrengen van bosplantsoen. Dit ecologisch werk heeft als doel om de flora en fauna in het gebied te versterken. Bij de toepassing van semi bermverharding met grastegels krijgt groen ruimte om hier doorgeen te groeien. Hoewel sprake is van een beperkte fysieke toevoeging (bermverharding en geleiderail) binnen het bestaande wegprofiel, is geen sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Het groene karakter blijft behouden en de gebiedskenmerken worden niet onevenredig aangetast. Daarmee voldoet het plan tevens aan de uitgangspunten van artikel 7.43h Omgevingsverordening Zuid-Holland.
4.7.
Verkeersgeneratie, - afwikkeling en (fiets)parkeren
4.7.1. Wettelijk kader Verkeer maakt onderdeel van de evenwichtige functietoedeling aan functie. Naast de verkeersgeneratie moet aandacht besteed worden aan parkeren, auto en fiets, ov-bereikbaarheid. 4.7.2. Planspecifiek De ontwikkeling heeft geen invloed op de verkeersgeneratie of op de behoefte aan parkeervoorzieningen. De functie van de weg blijft namelijk ongewijzigd met de ontwikkeling. Ook blijven de auto-, fiets- en ovbereikbaarheid ongewijzigd. Wel draagt de ontwikkeling bij aan de verbetering van de verkeersveiligheid op de N214. De N214 staat bekend als een risicovol tracé, met name ter hoogte van Wijngaarden. In de afgelopen jaren hebben zich hier meerdere ernstige verkeersongevallen voorgedaan, zie figuur 14 welke een toename in het aantal ongelukken laat zien, waaronder dodelijke ongevallen in juni 2020 en mei 2025. De gegevens in figuur 14 zijn afkomstig van ViaStat. Zachte bermen dragen hieraan bij doordat voertuigen die van de rijbaan raken, sneller slippen, kantelen of tegen obstakels botsen.
Figuur 14: Ongevallencijfers VIaStat N214
Met de aanleg van bermverharding en geleiderails wordt de weginrichting veiliger gemaakt. Verharde bermen zorgen voor meer stabiliteit bij uitwijkmanoeuvres. Geleiderails beperken de kans op ernstig letsel door voertuigen op te vangen en te geleiden binnen de rijstructuur.
4.8.
Ecologie
4.8.1. Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) gaat op in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. 4.8.2.
Planspecifiek
De geplande aanleg van bermverharding en geleiderail vindt deels plaats binnen de beschermde gebieden van NatuurNetwerk Nederland (NNN), Ecologische verbindingszones (EVZ) en Belangrijke Weidevogelgebieden (BWG). Voor de werkzaamheden aan de N214 zijn hiervoor toetsen opgesteld waarin beschreven is of een negatief effect optreedt op de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden, hoe groot het ruimtebeslag op deze gebieden is en op welke wijze dit gecompenseerd moet worden. In 2022 zijn Provinciale Staten per brief geïnformeerd dat op grond van artikel 6.29 en artikel 6.31 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland een ontheffing is verleend van de bepalingen van artikel 6.24 van de provinciale Omgevingsverordening (Natuurnetwerk Nederland) ten behoeve van het project. Zie voor meer informatie over het Compensatieplan NNN, het rapport “Nee, tenzij”- toets NNN, en de Ontheffing NNN voor het project N214 de volgende link: Ontheffing Natuurnetwerk Nederland in verband met groot onderhoud N214 - Provincie Zuid-Holland Het deel waarin gewerkt wordt bedraagt circa 145 m2. De status van de huidige EVZ is dat deze nog om te vormen is. De bermen langs de N214 zijn in veel gevallen geëxclaveerd. Deze exclaveringsregel houdt in dat wegen met een gesloten verharding, inclusief bermen, behoren niet tot het NatuurNetwerk Nederland.
De huidige status van de EVZ is dat deze nog omgevormd moet worden. De bermen worden al enkele jaren ecologisch beheerd. Dit houdt in dat de bermen twee keer per jaar gemaaid en de vegetatie afgevoerd wordt. In de berm staan aan weerszijde van de N214 hoge en grote populieren die voor veel schaduwwerking zorgen op de berm. Dit betekent dat het verschralingsproces langzaam gaat en vaak ook nog veel ruige vegetatie (raapzaad, fluitenkruid, grote brandnetel, kleefkruid) aanwezig is. De berm hier en ook vergelijkbare stukken (berm met hoge bomen) zijn dan ook voedselrijk en van minder grote waarde dan de locaties die meer zon beschenen zijn en hierdoor sneller verschralen. De waarde van de ecologische verbindingszone ter plaatse van hectometerpaal 3.87 – 4.27 is niet hoog. Gezien de voedselrijke bodem en ruige soorten kan, zonder inbreuk op de kenmerken en waarde, een geleiderail en bermverharding worden aangebracht. Na het aanbrengen van de geleiderail en bermverharding kan het geheel weer worden meegenomen in het ecologisch beheer, namelijk twee keer per jaar maaien en afvoeren.
4.9.
Stikstof
4.9.1. Wettelijk kader Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde. Er dient een AERIUSberekening uitgevoerd te worden, tenzij het gaat om bestendig beheer en onderhoud. Dit dient de opdrachtgever van het project aan te geven of dit werk daaronder gecategoriseerd is. 4.9.2.
Planspecifiek
Er is in 2020 een stikstofberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie in Natura2000 gebied. Stikstof vormt zodoende geen belemmering voor de uitvoering van voorgenomen werkzaamheden. Ook is beredeneerd vanuit Omgevingsdienst Haaglanden dat het project Groot Onderhoud N214 onder beheer en onderhoud valt. Uitgangspunt is dat beheer en onderhoudswerkzaamheden in de aanlegfase emissiearm worden uitgevoerd.
4.10.
Luchtkwaliteit
4.10.1. Wettelijk kader De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarden overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarden overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. 4.10.2. Planspecifiek Het plan heeft geen invloed op de luchtkwaliteit. De effecten op luchtkwaliteit voor de geplande werkzaamheden aan de N214 zijn eveneens in 2020 onderzocht.
In de beoogde situatie, als gevolg van de verbeterde doorstroming, zal juist de stagnatie van verkeer afnemen en de gemiddelde snelheid omhoog gaan, hetgeen juist een verwacht positief effect zal hebben op de algemene luchtkwaliteit in de omgeving. Dit laatste vanwege het feit dat de emissies van verkeer hoog zijn bij lage snelheden, afnemen tot 80 à 90 km/uur en dan weer toenemen.
4.11.
Geluid
4.11.1. Wettelijk kader (korte omschrijving) In het Bkl is opgenomen dat bij fysieke wijziging aan een weg akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden.
4.11.2. Planspecifiek In 2020 zijn in het kader van het project N214 akoestische onderzoeken door RHO uitgevoerd. Deze hebben uitgewezen dat de wijzigingen aan de N214 geen toename van de geluidbelasting van 2 dB of meer veroorzaken op de bestaande woningen binnen het onderzoeksgebied, en daarmee geen reconstructie vormen in de zin van de Wet geluidhinder. De plaatsing van bermverharding en geleiderail betreffen uitsluitend een functionele aanpassing binnen het bestaande wegprofiel en leiden niet tot een toename van het verkeer of een wijziging van de verkeersintensiteit. Daarmee zijn er geen nadelige gevolgen voor de geluidsbelasting. Er blijft sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.
4.12.
Archeologie
4.12.1. Wettelijk kader In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. 4.12.2. Planspecifiek2 In 2022 heeft IDDS inventariserend veldonderzoek naar archeologie uitgevoerd voor het project N214. Voor het specifieke gebied binnen de huidige aanvraag geldt een (zeer) lage verwachting van archeologische vondsten.
Vanwege de lage verwachting is geen verder archeologisch onderzoek nodig en is geadviseerd dat de locatie kan worden vrijgegeven voor de werkzaamheden. Daarnaast is op de archeologische waardenkaarten, behorend bij de Beleidsnota Archeologie, van gemeente Molenlanden geen hoge waarde te zien ter plaatse van de voorgenomen ingreep.
4.13.
Bodem
4.13.1. Wettelijk kader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.
2
Archeologisch bureauonderzoek IDDS d.d. 10-02-2020 als opgenomen bij bestemmingsplan Groot Onderhoud N214.
Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); • Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); • Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. 4.13.2. Planspecifiek Ten behoeve van het project N214 is in 2017 door Unihorn een verhardings- en milieutechnisch bodemonderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn het asfalt, de ondergrond en de bermgrond onderzocht. De teerhoudendheid van het asfalt is indicatief beoordeeld met een PAK-detector.
Tijdens het veldwerk zijn, afgezien van wat grind, geen aanwijzingen aangetroffen voor potentieel verontreinigde bijmengingen, bodembelastende objecten of asbestverdacht materiaal. Uit het chemisch laboratoriumonderzoek blijkt dat de gehalten aan zware metalen, PAK, PCB en minerale olie voldoen aan of slechts licht de achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit overschrijden. Dergelijke lichte verontreinigingen komen veelvuldig voor in bermgronden als gevolg van afstromend wegwater. Voor het deelgebied waarop deze aanvraag betrekking heeft, geldt daarmee dat er geen sprake is van een zodanige bodemverontreiniging dat dit een belemmering vormt voor de uitvoering van de werkzaamheden of de planologische wijziging. Wel wordt geadviseerd om tijdens werkzaamheden in de bermgrond de basisklasse veiligheidsmaatregelen conform CROW-publicatie 132 toe te passen. De bodemkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid of aanvaardbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
4.14.
Lichthinder
4.14.1.
Wettelijk kader
Planspecifiek Binnen het tracédeel waarop deze aanvraag betrekking heeft, zijn geen wijzigingen in het lichtplan voorzien. Er vindt geen toevoeging van nieuwe verlichtingsbronnen plaats. De aangebrachte bermverharding en geleiderail zijn niet lichtreflecterend en veroorzaken geen extra lichtreflecties. Daarom is er geen toename van lichthinder te verwachten voor de omgeving. 4.14.2.
5
Participatie
5.1.1.
Participatie omgeving
Gedurende de voorbereiding van project N214A–B is ingezet op participatie en afstemming met de omgeving en relevante stakeholders. Tijdens het opstellen van het definitief ontwerp en het daarbij benodigde bestemmingsplan, heeft er op 9 oktober 2018 heeft een informatieavond plaatsgevonden in Hoornaar (voormalige gemeente Giessenlanden) en op 15 oktober 2018 in Bleskensgraaf (voormalige gemeente Molenwaard). Hierbij heeft de provincie een algemene toelichting gegeven op de provinciale projecten in de regio Alblasserwaard en is er specifiek in gegaan op het Groot Onderhoud N214 en de reconstructie van het kruispunt N214-N216. Na de algemene presentatie werden twee panelen met alle maatregelen op de N214 getoond en werden enkele individuele gepresenteerd middels een 2d visualisatie. Ten slotte konden aanwezigen een reactieformulier invullen met eventuele vragen aan de provincie. Na de avonden was het tot 2 november 2018 mogelijk om een reactieformulier in te dienen of een mail. Deze zijn vervolgens individueel van een antwoord voorzien. 3Over het aanbrengen van de bermverharding is in 2020 vervolgens ook nog in bericht in de lokale media verschenen. Met perceeleigenaren van aanliggende gronden heeft op meerdere momenten overleg plaatsgevonden, met name over grondaankopen en de inpassing van het groenplan.
In de voorbereidingsfase zijn diverse omleidingsroutes besproken en gedeeld met stakeholders. In 2021 is er een (vanwege corona digitaal) overleg geweest met de klankbordgroep van Wijngaarden om het project toe te lichten in verband met de voorgenomen aanpassingen aan de fietsoversteek ter hoogte van de Wijngaardsesteeg. Dit is circa 1,5 kilometer ten oosten van de locatie waar deze Etfal van op toepassing is. Daarnaast heeft in het voorjaar van 2025 een breed stakeholderoverleg plaatsgevonden met onder andere Rijkswaterstaat, hulpdiensten en gemeenten, gericht op de afstemming van fasering en hinderbeperking tijdens de uitvoering. Belanghebbenden zijn ook betrokken bij ontwerpbesluiten op specifieke verkeerssecties via een online projectplatform en de website van de provincie Zuid-Holland, waarop ontwerptekeningen en visualisaties inzichtelijk zijn gemaakt.
3
https://www.hetkontakt.nl/klaroen/228203/deel-bermen-n214-worden-verhard-om-veiligheid-te-vergroten
6
Financiële haalbaarheid
Er is geen sprake van een publiekrechtelijk kostenverhaal en daarmee is er ook geen sprake van een kostenverhaalbeschikking conform artikel 13.18 van de omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit voor rekening komen van de initiatiefnemer. 6.1.1. Kostenverhaal Daar waar nodig zal op basis van artikel 13.18 het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Tevens worden voor het in behandeling nemen van en de procesbegeleiding kosten gerekend. Deze worden verrekend via de leges. In de legesverordening 2024 is opgenomen dat de leges voor een BOPA worden bepaald aan de hand van de bouwkosten. Indien deze niet meer bedragen dan €100.000,- euro, bedraagt het tarief €525,- euro. Indien de bouwkosten meer dan €100.000,- euro bedragen bedraagt het tarief €5.100,- euro. De ontwikkeling is op grond van artikel 8.13 van het omgevingsbesluit niet aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Hierdoor is het wettelijk verplicht kostenverhaal niet aan de orde en volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is. 6.1.2. Bibob Afhankelijk van de omvang en de kosten van het initiatief een Bibob onderzoek worden uitgevoerd.
Hiervoor hanteren wij de beleidsregel Bibob. 6.1.3. Nadeelcompensatie Voor iedere buitenplanse omgevingsplan activiteit wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten (bijlage format standaard overeenkomst) op basis van art. 4.5 Awb. Er is geen sprake van nadeelcompensatie.
7
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties
In dit hoofdstuk wordt een algehele conclusie getrokken. Gemotiveerd wordt of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6). Indien het initiatief in strijd is met de omgevingsvisie, provinciale verordening of rijksbeleid is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functie aan de locatie en is het niet mogelijk om dit met een BOPA te vergunnen. De voorgenomen ontwikkeling waarbij bermverharding wordt aangebracht en een geleiderail wordt geplaatst, draagt aantoonbaar bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op de N214. De maatregelen zorgen voor een veilige afwikkeling van het verkeer en beperken het risico op en de gevolgen van bermongevallen. Hiermee sluit de ontwikkeling goed aan bij het beleid van rijk, provincie, regio en gemeente, waarin verkeersveiligheid een centrale doelstelling vormt. Bij de inrichting is bewust gekozen voor grasbetontegels als bermverharding. Deze toepassing zorgt niet alleen voor functionele ondersteuning van de wegconstructie, maar ook voor een duurzame, waterdoorlatende oplossing die visueel aansluit bij het omliggende landschap.
Ook de gekozen uitvoering van de geleiderail sluit aan bij de omgeving en draagt op doelmatige wijze bij aan zowel verkeersveiligheid als ruimtelijke inpassing. Vanuit de criteria voor fysieke leefomgeving zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
8
Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan.
De BOPA moet uiteindelijk opgenomen worden in het omgevingsplan. In de bijlage willen we graag een voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan, onder welke activiteiten er regels moeten worden opgenomen of aangepast. De gemeente zorgt er voor dat de onherroepelijke BOPA met een wijziging van het omgevingsplan wordt opgenomen.