Bijlage 1 Bestemmingsplan J.A. van Vurenstraat 1, Noordeloos
Tekst van het document
In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing is de geluidsbelasting van de nabijgelegen wegen onderzocht door middel van een akoestisch onderzoek (bijlage, K+ adviesgroep, Rm200626aaA0.davh_01, 30 oktober 2020). Uit het onderzoek blijkt dat ten gevolge van de geluidbelasting van de omliggende wegen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De intensiteit op de J.A. Vurenstraat bedraagt circa 250 motorvoertuigen. Deze weg doet dienst als ontsluiting voor maximaal 60 woningen. Op basis van een verkeersproductie van 8 per woning per dag leidt dat afgerond tot 500 verkeersbewegingen. De wijk heeft twee aantakkingen, zodat de verkeersintensiteit circa 250 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Deze intensiteit is zo laag in relatie tot de bebouwingsafstand dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.7
Luchtkwaliteit
Wet milieubeheer Binnen de Europese Unie zijn normen voor de luchtkwaliteit vastgesteld (richtlijn 1999/30 EG van de Raad van Europese Unie). De Wet milieubeheer, met ingang van 15 november 2017, implementeert deze regelgeving. Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarde voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn met name stikstofdioxide en fijnstof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt worden getoond in onderstaande tabel.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|28
Stof
Toetsing van 2
Grenswaarde 3
Geldig
Stikstofdioxide (NO )
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m
Vanaf 2015
Fijnstof (PM10)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
Fijnstof (PM2,5)
24-uurgemiddelde concentratie
Max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m3
Vanaf 11 juni 2011
Om toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit “Niet In Betekenende Mate” vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenede mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden getoetst hoeft te worden. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: •
Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10:
•
Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden: deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.
Huidige luchtkwaliteit Door middel van de NSL-monitoringstool kan gekeken worden naar de huidige luchtkwaliteit in (de omgeving van) het plangebied. Op de NSL-kaart voor de luchtkwaliteit zijn metingen verricht voor het bepalen van de luchtkwaliteit in (de omgeving van) het plangebied. Uit de monitoringstool blijkt dat de concentratie voor NO2, PM10 en PM2,5 kleiner is dan 35 μg/m3. Bovendien is het aantal dagen dat de toegestane concentratie voor stikstof en fijnstof wordt overschreden minder dan 35 dagen. Toekomstige luchtkwaliteit Het planvoornemen betreft de realisatie van 5 woningen, dit aantal ligt ver onder de normering van 1.500 wegen. Er is in dit geval sprake van het “Niet in Betekenende Mate” bijdragen aan de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Water
Europese Kaderrichtlijn Water (2000) Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. In de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een “goede ecologische toestand” (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een “goede ecologisch potentieel” (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|29 Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet vervangt een groot aantal wetten op het gebied van water. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier te verwerken. Op rijksniveau wordt een nationaal waterplan gemaakt. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. De provincie heeft een Provinciaal Waterplan opgesteld met het provinciaal beleid ten aanzien van water. De ruimtelijke aspecten van die plannen van het Rijk en de provincies worden aangemerkt als structuurvisies in de zin van de Wro. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisie plannen de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgt dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd. De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving kunnen gemeenten een verbrede zorgplicht op zich nemen. Deze wetgeving maakt het in tegenstelling tot eerdere wetgeving mogelijk om rioolheffing te heffen voor een zuiveringstechnisch werk dat door de gemeente (of waterschap / derde) wordt beheerd op grond van de Gemeentewet.
Nationaal Waterplan 2016-2021 Het nationaal waterbeleid voor de komende jaren is in 2015 vastgesteld door het kabinet in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijk ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op de korte termijn. Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021 Het Regionaal Waterplan Zuid – Holland 2016-2021 bestaat uit de volgende onderdelen: •
Het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 dat voor een aantal onderdelen ongewijzigd van kracht blijft;
•
Het waterbeleid in de Visie Ruimte en Mobiliteit;
•
Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2021.
Provinciaal Waterplan Vanuit het Provinciaal Waterplan 2010-2015 zijn een aantal punten ongewijzigd van kracht voor het Regionaal Waterplan 2016-2021: •
Waarborgen waterveiligheid: De provincie heeft bestuurlijke afspraken gemaakt voor versterking van de zwakke schakels in de kust en uitvoering van het (pilot)project Zandmotor. Hetzelfde geldt voor de versterking van rivierdijken, de organisatie van de informatievoorziening in het kader van rampenbestrijding en de implementatie van het beleidskader voor buitendijks gebied. Voorts behoren afronding van het Deltaplan Grote Rivieren, toetsing en versterking van de boezemkaden, normering compartimentering- en voorlandkeringen, toetsing van de categorie c keringen en verbetering van de internationale samenwerkingen rond overstromingen tot de taken van de provincie.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|30 •
Realiseren mooi en schoon water: Een goede chemische en ecologische toestand van grond- en oppervlaktewaterlichamen is een doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De provincie legt de ecologische doelen vast, waarover al consensus is bereikt in de Regionale Bestuurlijke Overlegstructuren (RBO’s). Ook het behoud van een goede waterkwaliteit op zwemwaterlocaties volgt uit Europese regelgeving (Zwemwaterrichtlijn); de taakverdeling is uitgewerkt in een landelijk protocol. Bestuurlijke afspraken heeft de provincie verder gemaakt over het bestrijden van verdroging in TOP-gebieden en de realisatie van een aantal “waterparels”.
•
Ontwikkelen duurzame (zoet)watervoorziening: Behoud van voldoende zoet water is een essentiële voorwaarde voor gebruiksfuncties zoals de drinkwatervoorziening, land- en tuinbouw en de boomteelt. Uit de KRW volgen specifieke eisen op het gebied van drinkwaterwinning. De provincie heeft bestuurlijke afspraken gemaakt over handhaving van het beschermingsniveau van bestaande drinkwaterbronnen. Voor de Greenports is een streefbeeld ontwikkeld voor bestaande en nieuw te ontwikkelen glastuinbouwlocaties. Stimulering van innovatieve pilots is nodig om grootschalige toepassing van gesloten waterkringlopen in de praktijk dichterbij te brengen.
•
Realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem: De provincie ziet toe op goed operationeel waterbeheer door waterschappen. Deze taak is vastgelegd in de wet.
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Naast beleid vanuit rijk, provincie en gemeente is er beleid opgesteld vanuit het waterschap. Op 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 “Koers houden, kansen benutten” van kracht geworden. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: •
Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades. Met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepaste ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. evacuatie);
•
Anticiperen op klimaatveranderingen. Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voloende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijke gebieden en recreatie;
•
Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door o.a. centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen.
Verordening “de Keur” Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening “de Keur”. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de verordening “de Keur” is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. Dit houdt in dat binnen de beschermingszone van een A- of B-waterloop niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden mogen plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de Keur. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|31 Watertoets Oppervlaktewater Langs de zuid- en westzijde van het plangebied loopt een B-Waterloop. Dergelijke waterlopen zijn van secundair belang voor het waterbeheer en dienen door de aangrenzende eigenaren te worden onderhouden. Deze B waterloop blijft behouden bij de nieuwe planopzet. Langs deze waterloop is een beschermingszone van 1 meter aanwezig ten behoeve van het uitvoeren van inspecties en het voorkomen van instabiele oevers. Bij het uiteindelijke inrichtingsplan wordt rekening gehouden met deze beschermingszone. De watergang aan de west- en zuidzijde van het plangebied zal aangepast worden. Aan de zuidzijde wordt een deel van ca. 50 m2 gedempt. Dit te dempen gedeelte wordt door verbreding van de watergang aan de westzijde gecompenseerd.
Figuur 5 Uitsnede legger Waterschap Rivierenland
Waterkwantiteit In de Keur heeft het waterschap een vuistregel opgenomen voor de compensatie van toename aan verhard oppervlak. Deze vuistregel houdt in dat voor elke hectare nieuw verhard oppervlak er 436 m3 waterberging gerealiseerd moet worden. Daarbij mag het waterpeil niet meer dan 0,20 meter stijgen. In het plangebied van 1.930 m2 was voorheen een sporthal van ca. 645 m2 aanwezig en ca. 440 m2 aan verhardingen. De huidige bebouwing wordt gesloopt en vervangen door 5 rijtjeswoningen. Voor de berekening van het verhard oppervlakte hanteert het waterschap in deze specifieke situatie voor de verwachte verharding van de tuin bij rijtjeswoningen 85% van het kavel als tuinverharding.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|32
Bestaand
Nieuw
Onderdeel
Oppervlakte
Bebouwing
645 m
2
Onderdeel
Oppervlakte
Verharding kavel rijtjeswoningen
1.060 x 85% = 901 m2
Verhardingen
440 m2
Verhardingen
325 m2
Onverhard
845 m2
Onverhard
704 m2
Totaal plangebied
1.930 m2
1.930 m2
Totaal verhard oppervlak
1.085 m2
1.226 m2 141 m2
Toename verhard oppervlak
Door de ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen met 141 m2. Ter compensatie van de toename verhard oppervlak dient op basis van onderstaande berekening 30,75 m2 gecompenseerd te worden. Toename verharding
141 m2
Compensatieregel
436 m3/ha
Toegestane peilstijging
0,20 m 3
Te creëren oppervlakte water (m )
6,15 m3
Te creëren oppervlakte water (m2)
30,75 m2
Bij het inrichtingsplan zal de benodigde watercompensatie (ca. 30,75 m2) en de compensatie van het te dempen gedeelte (ca. 50 m2) meegenomen worden bij de inrichting van de aan te passen watergang. Afvalwater en riolering Het beleid van het Waterschap Rivierenland is erop gericht om hemelwater van dak- en wegoppervlakken af te koppelen van de riolering en af te voeren naar het oppervlaktewater. Er mogen hierbij geen uitlogende bouwmaterialen worden gebruikt. Met de inwerkingtreding van het ‘Besluit lozen buiten inrichtingen’ per 1 juli 2011, worden door het waterschap geen voorschriften meer gesteld voor het zuiveren van het afvloeiend hemelwater. Conform artikel 3.3 en 3.4 van dit besluit is lozen van hemelwater op oppervlaktewater toegestaan. Vuilwater wordt afgevoerd via het bestaande rioleringsstelsel. De nieuwe woningen zullen hierop worden aangesloten. Het rioleringsstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Molenlanden. Waterkwaliteit (algemeen) Hieronder volgt een aantal algemene aandachtspunten die gelden voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen: •
Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Zo komen deze materialen niet in de sloot terecht. Gebruikt u wel uitlogende materialen, dan mag het dakwater niet rechtstreeks op de sloten worden geloosd.
•
Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.
•
Neem de ecologische waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|33 Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. Het waterschap adviseert voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.9
M.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijzig die daarbij is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarde in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteiten een omvang heeft die onder de grenswaarde ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r-beoordelingsplichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarde liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is.
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling Drempelwaarde D-lijst In D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. is de activiteit “stedelijke ontwikkeling” opgenomen. Dit betreft de aanleg, de wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|34 De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit van D.11.2 bedragen: •
Een oppervlakte van 100 hectare of meer;
•
Een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen.
Gelet op de kenmerken van het plan (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarde), de locatie en de kenmerken van potentiële effecten, kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake is van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Dit blijkt ook uit de onderzoeken naar de verschillen milieuaspecten zoals deze in voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor het bestemmingsplan is dan ook geen m.e.r.beoordelingsprocedure noodzakelijk. Conclusie Gelet op het inzicht in de milieugevolgen van het project op basis van de plantoelichting kan gesteld worden te beslissen af te zien van het opstellen van een milieueffectrapport. Dit is als een afzonderlijk beslispunt in het collegevoorstel opgenomen.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|35
6.
JURIDISCHE REGELGEVING
6.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe de juridische regeling is vormgegeven.
6.2
Systematiek van de regels
Voor wat betreft de regels wordt voor het onderhavige bestemmingsplan aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan “Dorpskern Noordeloos” van de gemeente Giessenlanden. Hier is voor gekozen, omdat het plangebied gelegen is binnen de plangrenzen van dit bestemmingsplan. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP 2012 en IMRO 2012) vastgesteld welke kleuren, lijnen, symbolen, e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: •
Bestemmingsomschrijving;
•
Bouwregels voor gebouwen;
•
Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen;
•
Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
•
Eventuele nadere eisen;
•
Eventuele afwijking van de bouwregels;
•
Eventuele specifieke gebruiksregels;
•
Eventuele afwijking van de gebruiksregels.
In dit hoofdstuk worden de bestemming van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|36 Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: •
Anti-dubbeltelregel;
•
Algemene bouwregels;
•
Algemene afwijkingsregels;
•
Algemene wijzigingsregels;
•
Overige regels.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: •
Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is het in strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijk van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven;
•
Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.
6.3
Beschrijving van de bestemmingen
Artikel 4 Woongebied Binnen de bestemming ‘Woongebied’ is het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten toegestaan. Tot de bestemming behoren eveneens de erven en tuinen, de groenvoorzieningen en speelterreinen, alsmede de wegen, paden en parkeervoorzieningen. Binnen de bestemming ‘Woongebied’ zijn maximaal 5 woningen toegestaan.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|37
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
De grond is in eigendom van de gemeente Molenlanden. De exploitatieopzet, waarin onderzoek is uitgevoerd naar de financieel-economische haalbaarheid van het plan, heeft uitgewezen dat een positief exploitatieresultaat is te verwachten. Het kostenverhaal wordt middels de gronduitgifte zeker gesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met belanghebbende overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de volgende partijen: •
Provincie Zuid-Holland;
•
Waterschap Rivierenland;
•
Oasen, drinkwater
Provincie Zuid-Holland Door de gemeente Molenlanden is een e-formulier ingevuld. Uitkomst daarvan is dat het plan niet naar de provincie opgestuurd hoeft te worden. Het ingevulde e-formulier is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Waterschap Rivierenland Van het waterschap is de volgende reactie ontvangen. Het betreft een plangebied waarbij de sporthal inmiddels gesloopt is. Op de locatie worden met particulier opdrachtgeverschap vijf woningen gerealiseerd. De verharding neemt iets toe, en hiervoor wordt gecompenseerd. Ook wordt een deel van de watergang gedempt, en weer gecompenseerd. Het Waterschap heeft een aantal opmerkingen en dit bericht is aan te merken als het wateradvies in het kader van de watertoets. Verbeelding en regels: •
Geen opmerkingen
Toelichting: •
In de waterparagraaf mist nog het advies om geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken, en de te hanteren drooglegging. Graag ziet WSRL deze twee nog toegevoegd. Volgens WSRL is de digitale watertoets (dewatertoets.nl) nog niet uitgevoerd; hierin komen deze adviezen naar voren. www.dewatertoets.nl Reactie gemeente: de digitale watertoets is uitgevoerd en als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. In de waterparagraaf is het advies om geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken toegevoegd, evenals en de te hanteren drooglegging.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|38 •
Het waterschap heeft de volgende beleidsregel: Van de compensatieplicht voor nieuw verhard oppervlak, kan de oppervlakte van recent gesloopte gebouwen worden afgetrokken. De sloop mag niet langer dan 5 jaar geleden zijn geweest en er moet gesloopt zijn met het doel om te herbouwen. De eigenaar die gesloopt heeft moet wel zelf de aanvraag indienen. Deze regel geldt niet voor rechtsopvolgers, omdat deze de gekochte grond zonder de gesloopte gebouwen aantreffen en voor nieuw verhard oppervlak met de gebruikelijke compensatie rekening moeten houden. Voor deze ontwikkeling kan de verharding van de sporthal opgevoerd worden voor de verhardingsbalans; hier zal WSRL bij de vergunningaanvraag afwijken van hun beleid. Wel dient de ontwikkeling binnen vijf jaar gerealiseerd te worden, omdat anders de gesloopte verharding vervalt en er vanaf dan uitgegaan moet worden van de situatie in gesloopte toestand. Dus let op de verjaringstermijn van 5 jaar. Reactie gemeente: De gemeente brengt dit onder de aandacht van de CPO-vereniging en de architect.
•
Bij de verdere uitwerking van de plannen adviseert WSRL om aandacht te hebben voor klimaatadaptieve maatregelen. De website https://nl.urbangreenbluegrids.com/bouwadaptief/) biedt een overzicht van mogelijke maatregelen en inspiratie. Reactie gemeente: De gemeente brengt dit onder de aandacht van de CPO-vereniging en de architect.
Oasen, drinkwater Van Oasen is op 18 maart 2021 een vooroverlegreactie (opgenomen in de bijlage) ontvangen waarin aandacht wordt gevraagd voor de ligging van een drinkwaterleiding. Reactie gemeente: de drinkwaterleiding blijkt buiten het plangebied te liggen en heeft zodoende geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. Hierover is per mail contact geweest met Oasen. Inspraakreacties De CPO-vereniging heeft een inspraakreactie ingediend. 1: 3.3 Duurzaamheid, pagina 8: “De te ontwikkelen woningen moeten resulteren in een duurzaam energie neutraal woningbouwprogramma.” Wij gaan ervan uit dat we voor de woningen kunnen volstaan met de BENG eisen. Energieneutraal woningbouwprogramma is een vrij algemene term. Reactie gemeente: In het kavelpaspoort is opgenomen dat het woningbouwprogramma duurzaam en energieneutraal moet zijn. Vanuit het bouwbesluit wordt bijna-energieneutraliteit (BENG) voorgeschreven. Op deze locatie is energieneutraal altijd het uitgangspunt geweest, dat is dus net een stapje extra. Dus niet opnemen dat er volstaan kan worden met BENG eisen, maar dat aan de ENG eisen moet worden voldaan. 2: 4.1 Rijksbeleid, pagina 11: “De te realiseren woningen vallen onder de categorie starters woningen en senioren / levensloopbestendige woningen met een prijscategorie van maximaal €225.000.
De ontwikkeling sluit daarmee aan bij het regionaal en gemeentelijk woonbeleid.” De maximale VON prijs is niet haalbaar voor deze woningen. Dat is ook al eerder aangegeven. Wij vragen dan ook dit niet te noemen in het bestemmingsplan. Reactie gemeente: Prijscategorie is verwijderd, wel is de doelgroep starters/senioren benoemd. Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
|39 3: 3.3 Bouwregels: “k. de afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de zijerfgrens met een weg of parkeerplaats dient ten minste 1 m te bedragen;” Bij woning 5 hebben we om die reden de schuur al wel op de tekening aangegeven. Die staat dus op de erfgrens en niet 1 meter van de erfgrens. Reactie gemeente: De betreffende regeling is in dit geval niet relevant en is uit het plan verwijderd. “I. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m;” Bij aanbouwen aansluitend aan het hoofdgebouw is het de bedoeling dat het plafond doorloopt en er geen sprong in de hoogte komt. Aangezien de vrije hoogte minimaal 2600mm is wordt het lastig om een maximale goothoogte te realiseren van 3 meter. Graag hier 3,3, meter te hanteren. Reactie gemeente: De maat van 3,30 meter is overgenomen in de planregels. “Artikel 4 Waarde Archeologie 4” Wat betekend dit artikel voor de vergunningsvrije aan of bijgebouwen? Reactie gemeente: Naar aanleiding van het selectiebesluit van de gemeente Molenlanden is het plangebied archeologisch vrijgegeven. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. De dubbelbestemming Waarde Archeologie 4 is uit het bestemmingsplan verwijderd. Zienswijzen Op de voorbereiding van een ruimtelijke planprocedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken heeft vanaf vrijdag 28 mei 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend.
Bestemmingsplan J.A.van Vurenstraat 1 Noordeloos
REGELS
|1
1 Inleidende regels
2
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
2 5
2 Bestemmingsregels
6
Artikel 3 Woongebied
6
3 Algemene regels
8
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Artikel 5 Algemene bouwregels Artikel 6 Algemene afwijkingsregels Artikel 7 Algemene wijzigingsregels Artikel 8 Overige regels
8 9 11 12 13
4 Overgangs- en slotregels
14
Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel
14 15
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|2
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos' van de gemeente Molenlanden. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aan-huis-gebonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen dienst of beroep dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8 achtergevel de gevel van het hoofdgebouw die 'tegenover' de voorgevel is gelegen.
1.9 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.10 archeologische deskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige met betrekking tot archeologische monumentenzorg. 1.11 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijd. 1.12 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.13 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bevoegd gezag bevoegd gezag als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|3 1.17 bijgebouw een vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en functioneel en bouwkundig ondergeschikt is aan dit hoofdgebouw, zoals garages, hobbyruimten, bergingen en huisdierenverblijven. 1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.20 bouwlaag/woonlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.23 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.24 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.25 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.28 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het bij voorkeur in een woning door de bewoners op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het type A bedrijf uit het Activiteitenbesluit geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
1.29 mantelzorg het voldoen aan een tijdelijk, maar langer dan drie maanden durende behoefte aan zorg op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, waarbij de zorgverlening gebruikt op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.30 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|4 1.31 ondergeschikte bouw(onder)delen ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen, installaties, technische ruimten en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen. 1.32 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.33 peil a. b.
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.34 perceel: de aaneengesloten, bij elkaar horende en in het gebruik een eenheid vormende gronden behorende bij een woning, bedrijf of instelling. 1.35 platte afdekking een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondoppervlak van het gebouw beslaat. 1.36 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of 'uitstraling' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.37 wooneenheid een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.38 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|5
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|6
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Woongebied 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, wegen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en groen.
3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.
op deze gronden mogen hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; c. per bouwvlak mogen niet meer woningen worden gebouwd dan het voor dat bestemmingsvlak aangegeven maximum aantal via de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden'; d. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; e. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; f. de onderlinge afstand tussen hoofdgebouwen bedraagt ten minste 2 m indien de woningen niet aaneengebouwd worden; g. indien niet in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd bedraagt de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 1 m; h. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) van het hoofdgebouw gebouwd; i. uitbreiding van hoofdgebouwen mag niet leiden tot een vermeerdering van het aantal woningen; j. de afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel (of het verlengde daarvan) van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 1 m; k. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3,30 m; l.
het gezamenlijke oppervlak aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50% van het zij- en achtererf met een maximum van 75 m2; m. de diepte van aan- en uitbouwen, aan de achtergevel bedraagt ten hoogste 4 m. 3.3 Nadere eisen Het college van burgemeester en wethouders is -met inachtneming van de maxima en minima, zoals hiervoor aangegeven- bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. b. c. d.
de situering en afmeting van gebouwen; de situering van parkeervoorzieningen; de situering en inrichting van overige verkeersvoorzieningen; de situering van groenvoorzieningen en speelvoorzieningen;
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|7 met dien verstande dat: e. f. g. h.
daardoor de gebruikswaarde van de gronden niet onevenredig worden geschaad; geen inbreuk wordt gemaakt op het maximaal toelaatbaar te bouwen oppervlak; niet geëist kan worden dat de goothoogte van een hoofdgebouw minder dan 4 m bedraagt; niet geëist kan worden dat de goothoogte en bouwhoogte van aanbouwen en vrijstaande bijgebouwen minder dan 2,3 m respectievelijk 3 m bedraagt en de lengte van deze bebouwing in de zijerfgrens, gemeten in de zijerfgrens, minder dan 3 m bedraagt.
3.4 Specifieke gebruiksregels a. b.
het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan; de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige activiteiten bedraagt ten hoogste 30% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen met een maximum van 50 m 2.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 4 sub a, waarbij wordt toegestaan dat een bijgebouwen gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, met dien verstande dat: a. b. c.
een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit oogpunt van mantelzorg; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonende en (agrarische) bedrijven; de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 75 m2.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|8
3 ALGEMENE REGELS Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|9
Artikel 5 Algemene bouwregels 5.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a.
b. c.
voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.
5.2 Percentages Een op de verbeelding, ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage', of in de regels aangegeven percentage geeft aan welk deel van het betreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 ander is bepaald. 5.3 Hoogteaanduidingen 5.3.1 Goothoogte en inhoudsmaat De goothoogte en de inhoudsmaat van een hoofdgebouw, zoals aanwezig ten tijde van het in werking treden van dit plan, mogen -naast de uitbreidingsmogelijkheden zoals opgenomen in hoofdstuk 2- door het plaatsen van dakkapellen worden vergroot. Bedoelde goothoogte mag ook worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels, schoorstenen en andere ondergeschikte bouwdelen. 5.3.2 Maximale bouwhoogte De maximale toelaatbare bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag -tenzij in hoofdstuk 2 anders is geregeld- ten hoogste bedragen: a. van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevel en/of het verlengde daarvan en de openbare weg b. van erf- en terreinafscheidingen elders c. van overkappingen d. van lichtmasten e. van overig straatmeubilair f. van speelwerktuigen g.
van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 5.3.3 Maximale goothoogte De maximaal toelaatbare goothoogte van aan-, uitbouwen en bijgebouwen mag -tenzij in hoofdstuk 2 anders geregeld- ten hoogste 3 m bedragen.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|10 5.3.4 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de plankaart en hoofdstuk 2 uitsluitend worden overschreden door: a.
b.
tot gebouwen, behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, serres, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
5.3.5 Nutsvoorzieningen Nutsvoorzieningen zijn, voor zover genoemd in de bestemmingsomschrijving, toegestaan indien de bouwhoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, maximaal 3 m bedraagt en het oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2. 5.3.6 Ondergronds bouwen Ondergrondse bebouwing is uitsluitend ter plaatse van hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen toegestaan, met dien verstande dat geen inbreuk mag worden gemaakt op het maximaal te bebouwen oppervlak van het perceel en eventuele dubbelbestemmingen het realiseren van de bebouwing niet in de weg staat.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|11
Artikel 6 Algemene afwijkingsregels 6.1 Afwijken van maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan -tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is- bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. b.
afwijking van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 2 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|12
Artikel 7 Algemene wijzigingsregels 7.1 Overschrijden bestemmingsgrenzen Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen ten wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technische betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulk noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 2 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met nier meer dan 10% worden vergroot. 7.2 Archeologische waarden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door voor een of meer bestemmingsvlakken de bestemming 'Waarde - Archeologie' geheel of gedeeltelijk van de verbeelding te verwijderen, indien: a. b.
uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|13
Artikel 8 Overige regels 8.1 Parkeren Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen Molenlanden 2020'. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient getoetst te worden aan diens rechtsopvolger. 8.2 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen, waarna in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|14
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.
b.
c.
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van een bouwwerken als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
9.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.
c.
d.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; de lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
|15
Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos'.
NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
bestemmingsplan J.A. Vurenstraat 1, Noordeloos
VERBEELDING
WG
6 5
LEGENDA Plangebied
Enkelbestemmingen WG
Maatvoeringen
Woongebied
Bouwvlakken
5
maximum aantal wooneenheden
6
maximum goothoogte (m)
bouwvlak ondergrond
Verbeelding Bestemmingsplan "J.A. Vurenstraat 1 te Noordeloos"
Gemeente: IMRO-code: Tekening nr:
Molenlanden NL.IMRO.1978.BPJAVurenstr1NDL-VG01
1-A
23-02-2021
datum:
29-04-2021
ontwerp:
28-05-2021
getekend:
FH
vastgesteld:
..-..-....
schaal:
1:500
onherroepelijk:
..-..-....
formaat:
A4
voorontwerp:
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BIJLAGE 1 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK
RAPPORT Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen J.A. van Vurenstraat 1 te Noordeloos, gemeente Molenlanden
Opdrachtgever Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
ISSN 2214-5656 Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM19061 Status rapport Concept
Autorisatie Opsteller rapport:
paraaf
Drs. D. Hagens Drs. ing. N.J.W. van der Feest Redactie:
23 april 2019
paraaf
Drs. M.A.K. Vroomans Vrijgave: Drs. M.A.K. Vroomans Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
datum
datum 24 april 2019
paraaf
datum 24 april 2019
Archeologisch onderzoek J.A. van Vurenstraat 1 te Noordeloos / AM19061
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING
3
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
1. INLEIDING
6
2. WERKWIJZE 9 2.1 Inleiding……………………………………………………………………………………………………… 9 2.2 Verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen……………………………………………………………. 9 3. BUREAUONDERZOEK 10 3.1 Landschappelijke situatie – geomorfologie…………………………………………………………….. 10 3.2 Landschappelijke situatie – bodem……………………………………………………………………... 11 3.3 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht……………………………………………………….. 12 3.4 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden………………………………………………….. 12 3.5 Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal………………………………………………………...15 4. VERWACHTINGSMODEL
17
5. VELDWERKZAAMHEDEN 21 5.1 Algemeen………………………………………………………………………………………………….. 21 5.2 Fysisch geografische beschrijving van de bodemopbouw…………………………………………… 21 5.3 Interpretatie………………………………………………………………………………………………... 22 5.4 Archeologische indicatoren……………………………………………………………………………… 22 6. CONCLUSIE 23 6.1 Algemeen………………………………………………………………………………………………….. 23 6.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen…………………………………………………………….. 23 7. AANBEVELINGEN
24
LITERATUURLIJST
25
Bijlagen: 1 2 3 4 5a 5b 6 7 8
Topografische overzichtskaart Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Overzicht Archis Overzicht gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Overzicht geomorfologische kaart Stroomgordelkaart Overzicht bodemkaart Overzicht AHN Boorprofielen
Archeologisch onderzoek J.A. van Vurenstraat 1 te Noordeloos / AM19061
SAMENVATTING Op 2 april 2019 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de J.A. van Vurenstraat 1 te Noordeloos. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde specifieke verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten, of een vervolgtraject worden opgesteld. De jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen, bij voorkeur in de buurt van (open) water. Bij watervoorzieningen heerst een grotere biodiversiteit en was daardoor belangrijk voor voedselvergaring. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire samenlevingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. In dit gebied valt hierbij te denken aan rivierduinen, oeverwallen, stroomgordels en crevassen. Volgens de Geologische kaart komen ter plaatse van het plangebied een afwisseling voor van Hollandveen Laagpakket met rivierafzettingen (Formatie van Echteld), met komklei aan het maaiveld.
Volgens de beleidskaart van de voormalige gemeente Giessenlanden geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting aan of nabij het oppervlak. Deze hoge verwachtingszone is gerelateerd aan de ligging van de stroomgordel van Schoonrewoerd. Deze stroomgordel was actief vanaf het laat-neolithicum. De ligging van deze stroomgordel is gebaseerd op de verouderde stroomgordelkaart uit 2001. Op basis van de recentere stroomgordelkaart van Cohen uit 2012 is ter plaatse van het plangebied geen stroomgordel aanwezig. De stroomgordel van Schoonrewoerd ligt verder ten noorden van het plangebied. Direct ten noordwesten van het plangebied ligt het huidige veenriviertje de Noordeloos. Deze gaat over in het veenriviertje de Giessen. Binnen een groot deel van het stroomgebied zijn volgens de stroomgordelkaart (2012) vertakkingen en crevasseafzettingen aanwezig. Het plangebied zelf zal op basis van de stroomgordelkaart en de nabij gelegen landschappelijke eenheden op de geomorfologische kaart waarschijnlijk binnen een rivierkomvlakte, mogelijk binnen een ontgonnen veenvlakte. Dergelijke lager gelegen, natte komgebieden vormden geen aantrekkelijke vestigingslocatie voor (pre)historische bewoning. Bewoning zal zich hebben geconcentreerd op hoger gelegen, droge rivieroeverwallen (oeverafzettingen) zoals die van de Schoonrewoerdse stroomgordel, verder noordelijk van het plangebied.
In de omgeving zijn geen resten bekend uit het laat-paleolithicum, mesolithicum of vroeg-/midden-neolithicum. Indien aanwezig, dan zullen deze op grote diepte liggen en bovendien kunnen deze zijn geërodeerd door de stroomgordels in de directe omgeving, zoals de Schoonrewoerdse stroomgordel. Ook voor de periode vanaf het laat-neolithicum zal men de hoger gelegen rivieroeverwallen als vestigingslocatie hebben gekozen. Er is wel een vondst in de omgeving bekend van een vuurstenen bijl uit het laat-neolithicum. Het gaat hier echter om één losse vondst, aangetroffen binnen de ontgonnen veenvlakte. Mogelijk gaat het om een rituele depositie of verlies. Los hiervan zijn in de omgeving geen archeologische resten aanwezig uit de periode neolithicum tot en met de vroege bronstijd (actieve fase van de stroomgordel van Schoonrewoerd). Uit onderzoek is gebleken dat de stroomgordel van Schoonrewoerd na de actieve fase als een hoger gelegen zandlichaam is blijven bestaan en ook aantrekkelijk was voor latere bewoning. Ook uit deze latere perioden, na de actieve fase, zijn geen archeologische resten bekend. Voor het plangebied geldt om die reden een lage verwachting voor de periode laat-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.
Eventueel aanwezige resten uit deze perioden worden verwacht onder de bouwvoor tot in het beddingzand (indien mogelijk aanwezig) en kunnen bestaan uit onder andere een cultuurlaag, paalkuilen/gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen/vaatwerk. Noordeloos ontstond op de hoger gelegen rivier-inversierug in de middeleeuwen langs het gelijknamige veenriviertje Noordeloos. De bewoning concentreerde zich als een bebouwingslint aan de Botersloot en de Noordzijde. Dit wordt bevestigd door de locaties van de vindplaatsen die zich aan of direct nabij dit bewoningslint gesitueerd zijn. Ter plaatse zijn meerdere terpen aanwezig die teruggaan tot de (late) middeleeuwen. Uit historische kaarten blijkt dat het plangebied ten zuidoosten van dit bewoningslint ligt. Sinds tenminste het begin van de 19e eeuw was het plangebied onbebouwd en in agrarisch gebruik. Pas vanaf de tweede helft van de 20e eeuw wordt het plangebied onderdeel van de dorpsuitbreidingen. Pagina 3 van 26
Archeologisch onderzoek J.A. van Vurenstraat 1 te Noordeloos / AM19061
Op basis hiervan geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerde veldonderzoek is een vlakte met komachtige afzettingen aangetroffen. Deze gebieden zijn van nature altijd zeer nat geweest, pas na het toepassen van menselijk ingrijpen in het landschap zal het plangebied te gebruiken zijn geweest. De top van het plangebied is intensief gebruikt, waarbij met name de verstoringen vanuit de 20e eeuw zijn aangetroffen. In één van de boringen zijn de vermoedelijke resten van een oudere perceelsslootje aangetroffen. Hier kunnen nog oudere resten in aanwezig zijn, echter is de omgeving dusdanig omgezet dat er geen verdere context op te maken zal zijn. Deze gegevens geven aanleiding om te adviseren dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.
Indien tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen, dient hiervan melding te worden gemaakt bij de gemeente conform Artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en Artikel 5.11 (Waarneming) van de Erfgoedwet 2016.
Pagina 4 van 26
Archeologisch onderzoek J.A. van Vurenstraat 1 te Noordeloos / AM19061
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer OM-nummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Toponiem Gemeente Provincie Kadastrale registratie Coördinaten