Bijlage 1 Beleidskader Hobbymatig houden van dieren
Tekst van het document
Beleidskader: Hobbymatig gebruik van gronden voor het houden van dieren Hobbymatig houden van dieren Schuilgelegenheden Schuren Paardenbakken en paddocks
Aanleiding Behoefte aan duidelijke lijn Bewoners in het buitengebied houden steeds vaker hobbymatig dieren op agrarische gronden. Er is behoefte van de organisatie, inwoners, ondernemers en adviseurs naar een duidelijke lijn bij dit hobbymatig gebruik. Dit hangt samen met een duidelijke uitleg van de begrippen en de manier waarop de gemeente Molenlanden hiermee omgaat. Wat hobbymatig gebruik is, wordt per situatie beoordeeld Onder de Omgevingswet is ervoor gekozen om het begrip ‘inrichting’ los te laten bij milieuregelgeving en te vervangen door de term ‘milieubelastende activiteit’ (MBA). De rijksregels hierover staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarin zijn de toetsingscriteria met betrekking tot het begrip ‘inrichting’ niet meer van toepassing. Het maakt voor de geldigheid van de milieuregels van het Bal niet meer uit of een activiteit een bedrijfsmatige omvang heeft of hobbymatig is. Uit het Bal blijkt dat het hobbymatig houden van dieren decentraal door de gemeente kan worden geregeld. Om te beoordelen of een activiteit hobbymatig is, zoeken wij aansluiting bij de huidige jurisprudentie met betrekking tot het begrip ‘inrichting’ (uit het niet meer gehanteerde activiteitenbesluit). Er is door het ministerie van VROM, onderzoek gedaan of hobbyboeren ook duidelijk begrensd kunnen worden qua diersoort en aantal.
De conclusie was dat dit vrijwel niet te doen is en er per geval beoordeeld moet worden of er sprake is van het hobbymatig houden van dieren. Er is de afgelopen jaren jurisprudentie verschenen over het begrip hobbymatig gebruik, waarin verschillende criteria worden aangegeven, die als hulpmiddel kunnen worden gebruikt bij de beoordeling of een activiteit al dan niet als bedrijfsmatig dient te worden aangemerkt. Aan de hand van deze jurisprudentie en leidraden van andere gemeenten is deze beleidsregel opgesteld. Het beleidskader geldt voor de gehele gemeente, ook voor casussen die onder het beleid vrijkomende agrarische bebouwing (VAB-beleid) vallen. We kunnen uitspraken meenemen in de omgevingsvisie en het Omgevingsplan Het hobbymatig gebruik van gronden geeft input aan de omgevingsvisie en het Omgevingsplan van onze gemeente. Daarom spreken we van een onderdeel dat ingepast kan worden in onze omgevingsvisie (in zoverre dit nog onvoldoende naar voren komt binnen de huidige kaders). Hoe we als gemeente omgaan met het hobbymatig gebruik van agrarische gronden wordt als bouwsteen meegenomen in de omgevingsvisie. De hierbij behorende regels worden, waar mogelijk, opgenomen in het Omgevingsplan.
Onderdelen Hobbymatig houden van dieren De gemeente Molenlanden maakt het hobbymatig houden van boerderijdieren mogelijk op gronden die zich hiervoor lenen.
Definitie en omschrijving De definitie van het hobbymatig houden van dieren hangt af van de omstandigheden. We gaan uit van de activiteiten, deze dienen hobbymatig te zijn en hangen samen met de uitstraling en de omvang. Om op een eenduidige wijze te kunnen bepalen of er sprake is van bedrijfsmatigheid, is het bevoegd gezag veelal aangewezen op jurisprudentie en toetsing aan gelijkwaardige situaties. Om de rechtsgelijkheid te bewaken, kan het bevoegd gezag met een beleidsregel een wettelijk voorschrift uitleggen. De gemeente Molenlanden hanteert de volgende vuistregel*: Als definitie van het hobbymatig houden van dieren wordt in iedere geval gezien, het hobbymatig houden van maximaal 9 schapen of 4 paarden of pony's of 9 geiten of 24 stuks pluimvee of 24 konijnen of 9 overige landbouwhuisdieren.**/*** Voor het houden van overige dieren wordt jurisprudentie gehanteerd. *Alles wat binnen de vuistregel past, valt automatisch niet onder de MBA. **Bij deze aantallen wordt jongvee tot de leeftijd van 1 jaar oud uitgesloten. *** Een combinatie van kleinere dierenaantallen is mogelijk Afwijken van de vuistregel Naast de vuistregel (en wanneer u dus meer dieren hobbymatig wenst te houden) is het mogelijk om aan de hand van onderstaande criteria te motiveren of er sprake is van hobbymatig houden van dieren wanneer het buiten de gestelde kaders valt: a.
mag geen winstoogmerk hebben (verhouding tussen kosten en opbrengsten); b. mag geen buitenproportionele hinder veroorzaken (bijv. stank- of geluidsoverlast); c. het betreft een blijvende activiteit; d. de voorzieningen dienen te passen bij het hobbymatige gebruik; g. het gebruik dient te passen binnen de omgeving (landelijk of stedelijk gebied); h. enkel voor particulier gebruik van de bewoners zelf.
Schuilgelegenheden De gemeente Molenlanden vindt het niet wenselijk dat het open landschap verrommelt door kleine agrarische gebouwen, zoals schuilgelegenheden en bergingen. Binnen bepaalde kaders wil de gemeente medewerking verlenen aan schuilgelegenheden. Dit in uitzonderlijke gevallen indien de noodzaak kan worden aangetoond. Een schuilgelegenheid heeft enkel en alleen bestaansrecht ten tijden en ten dienste van het hobbymatig gebruik en/of wanneer deze verplicht zijn binnen de kaders van de Wet Dieren.
Het bestaansrecht wordt bewaakt door een maatwerkvoorschrift in de omgevingsvergunning. Hierin wordt de tijdelijkheid van het bouwwerk gekoppeld aan het daadwerkelijk hobbymatig gebruik conform de beleidsregel.
Definitie en omschrijving Schuilgelegenheid: een overdekte ruimte waarvan minimaal één zijde open is (en dus vrij van een wand). Aangezien betreffende dieren in geval van weidegang, uit oogpunt van dierwelzijn, gebruik moeten kunnen maken van de mogelijkheid om vrij in en uit te lopen. Met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter en waarbij in en nabij de schuilgelegenheid geen opslag is toegestaan. Steeds vaker worden dieren in een hobbymatige sfeer gehouden door burgers die woonachtig zijn in het buitengebied. Vanuit dierenwelzijn is het noodzakelijk om deze dieren bescherming te bieden tegen regen, kou en zon. De hobbydieren worden vaak gehouden op gronden met de functie Agrarisch, zonder (bouw)mogelijkheden. Met uitzondering van hekwerken en kleine bouwwerkjes zoals bankjes voor ondergeschikt, recreatief medegebruik is het oprichten van gebouwen niet toegestaan op deze gronden. Daarom is het oprichten van een schuilgelegenheid vrijwel altijd in strijd met het Omgevingsplan. De beleidsregel voor schuilgelegenheden biedt de mogelijkheid voor het bouwen van een kleine schuilgelegenheid, mits deze landschappelijk wordt ingepast. Er moet een bij het landschap passende materiaal- en kleurkeuze worden toegepast.
Randvoorwaarden Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken ten behoeve van het gebruiken van gronden behorende bij agrarische bedrijven en woningen als schuil -voeder- en verzorgingsgelegenheid voor vee en het aldaar bouwen van andere bouwwerken ten dienste daarvan buiten het bouwvlak in het buitengebied, met dien verstande, dat: a) per woning of bedrijfswoning één schuilgelegenheid mag worden gerealiseerd en de noodzaak in het kader van dierenwelzijn wordt aangetoond; b) de schuilgelegenheid wordt op een aaneengesloten kavel van tenminste 5.000 m² geplaatst; c) de belangen van omliggende functies op grond van richtafstanden worden niet onevenredig; geschaad en de afstand tot woningen van derden bedraagt minimaal 50 meter; d) de oppervlakte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 20 m², gerealiseerd in één schuilgelegenheid per woning of per bedrijfswoning; e) de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; f) eenvoudig oplopende dakconstructie van maximaal 15 graden; g) de schuilgelegenheid mag aan maximaal 3 zijden worden omsloten door wanden (minimaal één open zijde); h) wanneer het woon- of agrarisch perceel direct grenst aan het perceel dat wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van dieren dient de schuilgelegenheid in beginsel op het woonof agrarisch perceel geplaatst te worden, binnen de bestaande bouwmogelijkheden bij voorkeur achter
bestaande bebouwing; i) er moet worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing met groen en streekeigen beplanting en door gebruik te maken van passend materiaal- en kleurgebruik; j) de schuilgelegenheid niet wordt gebruikt voor de opslag van materialen; k) dit bouwwerk alleen aanwezig mag zijn wanneer de gronden hobbymatig gebruikt worden.
Schuurtjes en kassen Definitie Schuurtjes en kassen vallen onder de categorie gelegenheden tot opslag. Dit betreffen gebouwen. Verschil met een schuilgelegenheid zit in de uitstraling, het doel van het gebruik en het aantal omsloten wanden. De gemeente Molenlanden staat in de regel geen extra bebouwing toe ten behoeve van het realiseren van schuurtjes en kassen voor het hobbymatig agrarisch gebruik (buiten de vergunningsvrije) mogelijkheden tot het realiseren van bebouwing die het woonperceel of agrarisch perceel biedt. Toelichting Opslag voor hobbymatig gebruik moet binnen de bouwmogelijkheden van de woonfunctie worden gerealiseerd. Buiten de bestaande bouwmogelijkheden die agrarische gronden bieden, mogen er geen extra bouwwerken worden opgericht voor het hobbymatig gebruik zoals schuurtjes, stallen en kassen (mits met het Omgevingsplan niet meer ruimte wordt geboden). Vergunningsvrij kan er afhankelijk van de grootte van achtererfgebied maximaal 150 m2 aan bouwwerken bij (burger)woningen worden gerealiseerd. Deze meters kunnen gebruikt worden om een schuur of kas te realiseren. De gemeente ziet geen reden om op agrarische gronden extra bebouwing toe te staan ten behoeve van opslag of teelt vanwege de verrommeling van het landschap en daarmee invloed op de fysieke leefomgeving. Hobbydieren worden in de regel gehuisvest in bestaande bebouwing.
Hobbymatig gebruik van paardenbakken Definitie Bij het hobbymatig houden van paarden komt vaak het verzoek tot het realiseren van een paardenbak en/of paddock. Dit zowel binnen als buiten de bebouwde kom op zowel bestemmingen wonen als agrarisch. De gemeente is meewerkend met het realiseren van paardenbakken ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden voor eigen gebruik, wanneer er rekening wordt gehouden met de fysieke leefomgeving (waaronder de bescherming van het landschap en een goed woon- en leefklimaat). Stapmolens ten behoeve van hobbymatig houden van paarden worden in de gemeente op agrarische gronden buiten de bestaande bouwmogelijkheden niét toegestaan. Onder het hobbymatig houden van dieren valt ook het hobbymatig houden van paarden. Daarbij is vaak de wens (en de noodzaak) om een paardenbak of paddock te realiseren.
Randvoorwaarden Onderscheid kan worden gemaakt tussen de functie wonen en agrarisch. Paardenbakken worden gezien als bouwwerken, geen gebouw zijnde. Dergelijke voorzieningen zijn binnen het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen het achtererfgebied van een (bedrijfs)woning toegestaan.
Bij de gebruiksactiviteit Wonen geldt: a) Het hobbymatig houden van dieren (inclusief gebruik van paardenbakken) vindt plaats op een afstand van ten hoogste 50 meter van het woonerf (lees: woonfunctie) van de grondeigenaar. Als nevenactiviteit bij de gebruiksactiviteit Agrarisch geldt: a) Het houden van paarden als nevenactiviteit of hobbymatig vindt plaats direct grenzend aan het bouwvlak van het agrarisch bedrijf. Bij paardenbakken of paddocks, zijnde bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt in het kader van voorzieningen voor het hobbymatig houden van paarden de algemene richtlijn (voor zowel wonen als agrarisch), dat: a) per woning of per bedrijfswoning is 1 paardenbak of paddock toegestaan; b) het realiseren van paardenbakken of paddocks plaatsvindt op een minimale afstand van 25 meter van buurpercelen van derden én van het openbaar gebied; c) een paardenbak of paddock direct grenzend aan het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of op een afstand van ten hoogste 50 meter van het woonerf dient worden gerealiseerd; d) de maximale omvang 20 bij 40 meter (800 m2) is; e) de paardenbak dient te worden voorzien van een open afrastering van maximaal 1,5 m hoog waarvan maximaal 20% gesloten is*; f) de paardenbak niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden wat blijkt uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing; g) de directe omgeving geïnformeerd is
(zie categorie 1 participatie bij bouwen); h) er enkel hobbymatig gebruik van wordt gemaakt (bij wonen) door de grondeigenaar; i) de paardenbak of paddock achter de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd; j) lichtmasten zijn niet toegestaan; k) deze bouwwerken alleen aanwezig mogen zijn wanneer de gronden hobbymatig gebruikt worden (bij wonen). Verwijdering van het bouwwerk dient direct plaats te vinden na het stoppen van het hobbymatig gebruik. *Linker afbeeldingen met voorbeelden van gewenste situaties, rechter afbeeldingen met voorbeelden van ongewenste situaties.