CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidskader Bedrijvigheid

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6b. Beleidskader Bedrijvigheid12.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat gaan we doen? Om onze bedrijventerreinen zo efficiënt mogelijk te benutten zijn de volgende acties van belang: -

-

-

-

Het energieverbruik en de capaciteit van het elektriciteitsnet van bedrijventerreinen in kaart brengen waardoor inzicht ontstaat in de kansen voor samenwerking tussen bedrijven op een bedrijventerrein op het gebied van onderlinge energielevering en het afstemmen van het verbruik. Onderzoek doen naar het efficiënt ruimtegebruik en onderzoek doen naar het verhogen van de maximale bouwhoogte in combinatie met andere opgaven zoals energietransitie. Aanpak per bedrijventerrein is nodig, samenwerking gemeente met eigenaren en bedrijven is nodig (waarbij ook nog andere partijen om de hoek komen kijken). Op dit moment worden maatregelen in het kader van energietransitie per bedrijventerrein gestimuleerd en geïnventariseerd. Er ligt een kans om dit pro-actief en breder/integraler op te pakken. Voor het opzetten van een uitvoeringsprogramma per bedrijventerrein is ambtelijke capaciteit aanwezig. Om de plannen uit deze programma’s uit te voeren nog niet. Bij de uitvoering kan ook een investering van de gemeente nodig zijn, bijvoorbeeld ten aanzien van de buitenruimte. Indien dat het geval is, zal te zijner tijd een budgetvraag aan de raad volgen.

3.4 Solitaire Bedrijvigheid Met solitaire bedrijvigheid worden de bedrijfslocaties buiten de bedrijventerreinen langs wegen en linten bedoeld, waar (oorspronkelijk) één bedrijf gevestigd is. Het gaat daarbij om bedrijfslocaties in bijvoorbeeld de industrie, transport, handel en dienstverlening, buiten de bedrijventerreinen en dorpskernen. Solitaire bedrijfslocaties gaan niet over detailhandel, recreatie, of agrarische bedrijfsbestemmingen buiten de bedrijventerreinen. Voor vrijkomende agrarische bestemmingen is het beleid vrijkomende agrarische bebouwing in ontwikkeling. Naar verwachting wordt dit

in het 4e kwartaal van 2023 vastgesteld. Waar staan we? In veel gevallen zijn bedrijven al decennialang gevestigd op een locatie en geïntegreerd en geaccepteerd in de omgeving. In verschillende gevallen is in de loop der tijd op een dergelijke locatie een ander bedrijf of activiteit toegevoegd aan zo'n locatie. In sommige gevallen passen deze bedrijven goed in hun omgeving en leveren geen (milieu- / verkeers) overlast op. In verschillende gevallen zijn bedrijven dermate gegroeid en ontwikkeld waardoor ze nu niet of minder goed in hun omgeving passen en milieu- of verkeersoverlast opleveren. In het geval bedrijven niet meer passen of overlast opleveren, is het wenselijk/logisch om te faciliteren dat transformatie van de locatie naar een andere functie kan plaatsvinden. Transformatie betekent in de meeste gevallen een herontwikkeling waarbij enkele woningen worden gerealiseerd op het voormalige bedrijfsperceel. Een eigenaar kan ook vragen om een andere bestemmingsfunctie op een bedrijfsperceel, zonder dat er sprake is van overlast. In dat geval wordt door de gemeente beoordeeld of de geldende bestemming van dat perceel mogelijk overlast gevend kan worden. Vervolgens wordt beoordeeld wat de mogelijkheden voor een andere functie zijn.

Waar lopen we tegen aan? De gevolgen van een transformatie in bestemming kunnen zijn: • Per saldo zorgt deze ontwikkeling voor een vermindering van de totale oppervlakte bedrijfslocaties in de Molenlanden. In de periode 2015/2016 t/m 2021 is op deze manier 20ha bedrijfspercelen buiten de bedrijventerreinen gesaneerd. Dit getal is exclusief de bedrijfslocatie van ca. 1,1ha in de kern Noordeloos die recent is bestemd voor woningbouw. De locatie Betondak in Arkel neemt met 10ha een groot deel in van de transformaties. • Linten worden mono-functioneler doordat bedrijfspercelen vaak veelal volledig getransformeerd worden naar wonen. 23

Een transformatie naar een combinatie van werken en wonen komt nagenoeg niet voor. Maakbaarheid is zeer beperkt Bedrijfslocaties, zo ook de solitaire bedrijfslocaties, zijn vrijwel altijd eigendom van een ondernemer. De gemeente heeft zodoende beperkte invloed op een eventuele verplaatsing van een bedrijf en kan een transformatie niet zonder meer afdwingen. Zonder medewerking van de eigenaar of ondernemer zouden zware middelen ingezet moeten worden zoals uitkopen. Het standpunt van de gemeente Molenlanden is daardoor dat een verplaatsing van een bedrijf en een transformatie van een solitair bedrijfsperceel alleen kan plaatsvinden als de betreffende eigenaar/ondernemer dat wil en daartoe het initiatief neemt. Hiervoor is het ook belangrijk dat er alternatieve vestigingsruimte beschikbaar is (schuifruimte), bij voorkeur in de eigen gemeente. Ten aanzien van het hoe tot een initiatief gekomen wordt, kan de gemeente wellicht een inspirerende of activerende rol innemen. Totale aanbod neemt af In het geval een eigenaar/ondernemer de gemeente verzoekt om medewerking aan transformatie, wordt eigenlijk altijd meegedacht over de mogelijkheden van transformatie. Hierdoor zijn wellicht enkele locaties die niet overlastgevend en niet potentieeloverlastgevend zijn, getransformeerd.

In combinatie met het niet uitbreiden van bedrijventerreinen, zorgt dit ervoor dat het tekort aan bedrijfspercelen toeneemt en de behoefte aan uitbreiding bedrijventerreinen toeneemt. De inschatting is dat het niet om een substantiële oppervlakte gaat. Effect op de lokale samenleving Vrijwillige brandweer leunt vaak op mensen die in de buurt werken. Bedrijven zijn vaak sponsor van lokale verenigingen en activiteiten. We willen niet alleen monofunctionele woonkernen en -linten, bedrijvigheid in de kernen en linten is van belang voor diversiteit en werkgelegenheid nabij.

Beleidsvoornemens Nieuwvesting solitaire bedrijven De huidige bestemmingsplannen voor het buitengebied (voormalig Giessenlanden, Graafstroom, Liesveld, Nieuw-Lekkerland) bevatten mogelijkheden voor beroep of bedrijf aan huis. Buiten deze mogelijkheden wordt er niet meegewerkt aan initiatieven om op een locatie een bedrijf te vestigen. Een verzoek om een locatie aan een lint met bestemming ‘Agrarisch’ gewoonweg te gebruiken om een bedrijf te vestigen, zal afgewezen worden. Uitbreiding bestaande solitaire bedrijvigheid Uitbreiding van de bedrijfskavels van verspreide solitaire bedrijvigheid sluiten we niet uit, maar beperken we en kan alleen onder voorwaarden. Het uitgangspunt is dat eenmalig een uitbreiding van de bedrijfskavel met 10% mogelijk is, mits dat aanvaardbaar is op die plek (o.a. op gebied van milieu, vervoersbewegingen, landschap, natuur en bereikbaarheid). Een uitbreiding van de bedrijfskavel met meer dan 10% (of een tweede keer 10% uitbreiden) wordt in principe niet toegestaan. Een dergelijke uitbreiding wordt alleen overwogen indien: • Een bedrijf aantoont geen alternatief te hebben • Onderbouwd is dat de uitbreiding aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van milieu, verkeer en vervoersbewegingen, landschap, natuur. • De oppervlakte toe te voegen bedrijfsbestemming gecompenseerd wordt.

Compensatie kan bestaan uit saneren van bebouwing elders of toevoeging extra kwaliteiten. • Aangetoond is dat de uitbreiding aanvaardbaar is op die plek (o.a. op gebied van milieu, vervoersbewegingen, landschap, natuur en bereikbaarheid). Dit zal betekenen dat vanuit verkeersoogpunt op smalle linten minder uitbreiding mogelijk is en aan ruilverkavelingslinten een uitbreiding vaker wel aanvaardbaar is. Dit omdat met een uitbreiding vrijwel altijd meer verkeer of zwaarder verkeer gemoeid is. 24

Het uitbreiden van de bebouwingsmogelijkheden binnen een bestaande bedrijfskavel betekent het efficiënter benutten van beschikbare bedrijfslocaties. Anderzijds betekent het dat linten verdicht worden in de breedte of de diepte, wat vanuit landschap en beeldkwaliteit negatief is. Daarnaast betekent meer bedrijfsbebouwing op een perceel, dat er de bedrijfsactiviteiten geïntensiveerd worden en mogelijk meer milieu-uitstraling ontstaat. Hierdoor is de beleidslijn voor uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden binnen een bestaande bedrijfskavel: • Een eenmalige uitbreiding van het bebouwingspercentage met 30% wordt overwogen, indien: • Onderbouwd is dat de uitbreiding aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van milieu, verkeer, vervoersbewegingen, landschap. Linten kenmerken zich door een afwisseling van bebouwing en openheid. Wanneer het vergroten van de bebouwingsmogelijkheden leidt tot een substantiële aantasting van openheid op dat deel van het lint, wordt niet meegewerkt. Bij het vergroten van de bebouwingsmogelijkheden zal tevens beoordeeld worden hoe de bebouwing en het bedrijfsperceel landschappelijk goed in te passen. • De uitbreiding niet leidt tot onevenredige milieu-uitstraling naar omliggende gevoelige percelen/bestemmingen.

Verplaatsen solitaire bedrijven Solitaire bedrijvigheid in het buitengebied die ruimtelijk passend zijn en geen overlast zijn voor de omgeving, willen we behouden. Dit om de benodigde functiemenging voor een vitaal buitengebied te behouden. Waar mogelijk willen we solitaire bedrijvigheid in het buitengebied die vanuit verkeers-, milieu- of ruimtelijke oogpunt overlast geeft voor de omgeving, faciliteren en stimuleren om zich te verplaatsen naar bedrijventerreinen. Hierom is het van belang dat er ruimte wordt toegevoegd op bedrijventerreinen. Tegelijkertijd onderkennen we dat deze bedrijven vaak met vergunning (legaal) gevestigd zijn en dus niets ‘fout’ doen. Handhaving is dus geen oplossing. We waarderen de bijdragen van deze bedrijven aan het vitaal houden van ons gebied, maar houden ook rekening met overlast die een omgeving kan ondervinden.

We focussen op bedrijven die open staan voor bedrijfsverplaatsing of –beëindiging en onderzoek daarnaar willen doen. Door de complexe ruimtelijke situatie is deze opgave echter niet eenvoudig. Als gemeente zetten we in op het adviseren over initiatieven en meedenken over de vragen en knelpunten die daarbij naar voren komen. Invullen vrijkomende locaties Voor het invullen van de vrijkomende bedrijfslocatie zijn meerdere opties mogelijk. Enkele opties die veelal aansluiten bij de doelen van de gemeente en goed in te passen zijn: • Woningen. Voor wat betreft aantal en type woningen spelen vele factoren mee, waardoor het lastig is een vuistregel aan te geven. In de meeste gevallen kan een bedrijfsperceel herontwikkeld worden naar een of enkele vrijstaande woningen. Maar herontwikkeling naar woningen zal niet altijd mogelijk zijn, bijvoorbeeld omdat de capaciteit van de weg en riolering beperkt is. Of omdat het niet haalbaar is het woningtype te realiseren waarvan de Woonvisie aangeeft dat er behoefte aan is. • Woningen in combinatie met een beperkt(er) deel bedrijf. • Een recreatieve of zorgontwikkeling al dan niet in combinatie met woningen. • Ruimte bieden aan startups.

3.5 Uitbreiding van bedrijventerreinen Voor een goed vestigingsklimaat is voldoende ruimte voor lokaal gewortelde ondernemers van belang. Ondernemers maken zich zorgen dat er te weinig aanbod is voor de lokaal gevestigde ondernemers. We willen ruimte toevoegen waar onze bedrijven mee uit de voeten kunnen. De uitbreidingen moeten dus recht doen aan de diversiteit van het MKB in Molenlanden. Waar staan we? Inschattingen op basis van cijfermateriaal (werkgelegenheids- en andere prognoses) laten zien dat tot 2030 een vraag is van 6,6 tot 17 hectare, en in de daaropvolgende periode tot 2040 een extra 0 25

tot 13 hectare. Het gaat dus in totaal om een bandbreedte van 6,6 (minimum scenario) tot 30 hectare (maximum scenario) uitbreiding tot 2040. We denken, mede op basis van signalen uit de markt, dat het verstandig is uit te gaan van de bovenste helft van deze bandbreedte, ofwel minimaal 18 ha en maximaal 30 hectare tot 2040. Bij het nemen van beslissingen over het toevoegen of uitbreiden van bedrijventerreinen moeten we rekening houden met ontwikkelingen in de ons omringende gemeenten. Afstemming over de bedrijventerreinen vindt plaats in het verband van de regio ZuidHolland-Zuid. Daarnaast stemmen we af in het verband regio Alblasserwaard – Vijfheerenlanden. Wat gaan we doen? We gaan werk maken van de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen. We willen graag schuifruimte creëren. Hierdoor kunnen we de vraag van lokale bedrijven faciliteren en zorgen we voor doorgroeimogelijkheden doordat er schuifruimte beschikbaar komt. Ontwikkelingen op nieuwe locaties moeten voldoen aan de Beng norm. Gasaansluitingen voor nieuwbouw zijn alleen mogelijk als er een zwaarwegend belang is. Uitbreiden op plekken waar dat logisch is vanwege de vraag én de ruimtelijke omstandigheden Om aan de vraag te voldoen moet er dus nieuwe ruimte worden gecreëerd.

Uitgangspunt is dat we bedrijventerrein gaan toevoegen op een klein aantal plekken waar dat logisch is vanwege de vraag van ondernemers én waar het zo goed mogelijk aansluit bij de complexe ruimtelijke omstandigheden in Molenlanden. Dit betekent dat we kijken naar uitbreiding van een aantal bestaande bedrijventerreinen en mogelijkheden voor nieuwe bedrijventerreinen. In het kader van dit stuk hebben we onderzoek gedaan naar welke gebieden hiervoor wel/niet in aanmerkingen komen. Bij elkaar zorgen deze gebieden voor voldoende mogelijkheden om te voorzien in de berekende behoefte tot 2040; maar vanwege de

complexe situatie in onze gemeente is de realisatie soms nog onzeker. Alle doelgroepen bedienen We willen ruimte toevoegen waar onze bedrijven mee uit de voeten kunnen. De uitbreidingen moeten dus recht doen aan de diversiteit van het MKB in Molenlanden. We merken in de praktijk dat het voor kleinere bedrijven lastig is om aanspraak te maken op nieuw uitgeefbare gronden of om zelf een ontwikkeling te initiëren. Deze doelgroep verdient daarom extra aandacht. Als gemeente hanteren we situationeel grondbeleid (zie Nota grondbeleid 2021-2025). Dat betekent dat we actief grondbeleid in kunnen zetten bij zaken die niet vanuit de markt worden opgepakt, maar wel een maatschappelijk belang dienen. De beschikbaarheid van nieuwe bedrijfsruimte voor het doorgroeien van kleine tot middelgrote Molenlandse ondernemingen is ons inziens van maatschappelijk belang. We gaan overwegen of het nodig is actief grondbeleid in te zetten in een of meerdere specifieke situaties. Hierbij houden we rekening met het Didam-arrest waardoor een gemeente bij grondverkoop minder mogelijkheden heeft om te bepalen aan welke partij ze verkoopt. Zoals afgesproken in het grondbeleid is van geval tot geval een collegebesluit nodig. Daarnaast blijven we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om afspraken te maken met initiatiefnemers over grondverkoop.

Prioriteren van verschillende gebieden We hebben een verkenning uitgevoerd naar een aantal zoekgebieden voor uitbreiding van het bedrijventerreinenareaal. Daaruit is een ‘shortlist’ gekomen van zeven gebieden. In deze gebieden lijkt een (uitbreiding van) bedrijventerrein ruimtelijk haalbaar, hoewel dat nader onderzocht zal moeten worden. Ook de haalbare en wenselijke oppervlakte zal nader onderzocht moeten worden. De gebieden verschillen qua mate van ontwikkeling en daarmee ook qua doorlooptijd tot realisatie. 26

Van geen enkele van de genoemde uitbreidingen is de realisatie op moment van schrijven 100% zeker, waarbij alleen voor de ontwikkeling Parallelweg Schelluinen de planologische procedure is opgestart. Het is dus van belang dat we al deze opties in de lucht houden, maar tegelijkertijd wel doorpakken om de realisatie van één of meerdere gebieden (één voor één) snel mogelijk te maken. In het meest gunstige geval (snelle realisatie van zoveel mogelijk ruimte), kunnen we ruimschoots voldoen aan de verwachte uitbreidingsvraag; maar dat kan ook minder gunstig uitvallen. Tussentijds evalueren we om te bekijken of een volgende ontwikkeling nodig is om zorgvuldig met onze ruimte om te blijven gaan. Afwegingskader op hoofdlijnen Partijen die een plan of idee hebben voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein of uitbreiding van een bestaand terrein; waarbij het plan buiten het bestemmingsplan valt, kunnen een principeverzoek indienen bij de gemeente. De beoordeling van deze plannen werd door initiatiefnemers soms als niet transparant ervaren. Vanwege de complexe ruimtelijke situatie in onze gemeente is een volledig eenduidig en gekwantificeerd afwegingskader niet mogelijk. Met onderstaand afwegingskader op hoofdlijnen, maken we de toetsing wel transparanter. We toetsen verzoeken aan de volgende beleidskaders: -

Toekomstvisie Molenlanden De Lokale Adaptatie Strategie Beleidskader bedrijvigheid De nieuwe Omgevingsvisie (nu in ontwikkeling) De nieuwe Mobiliteitsvisie (nu in ontwikkeling) De provinciale omgevingsverordening De provinciale milieuverordening

beoordelen we daarbij op in elk geval de volgende elementen (niet uitputtend): - Hoe verhoudt het plan zich tot beschermde gebieden: - Hoe verhoudt het plan zich tot bestaande plannen voor woningbouw, energietransitie, natuurontwikkeling, infrastructuur ? - Vraag naar ruimte: in hoeverre is aangetoond dat er vraag is naar bedrijfsruimte op deze plek ? - Zijn de te vestigen bedrijven verbonden aan Molenlanden middels personeel en / of afnemers ? - Wat is de schaalgrootte en de doelgroep van de bedrijvigheid die er wordt gevestigd ? Is het passend bij de ruimtelijke schaal van Molenlanden ? - Is onderzocht wat het effect is op het aantal (zwaar)verkeersbewegingen en past dit bij de wegcapaciteit, verkeersveiligheid en omliggende functies ? - Wordt de ontwikkeling toekomstbestendig aangelegd ? - Is de omgeving voldoende betrokken bij de totstandkoming van het plan ? - Hoe wordt omgegaan met bodemdaling in het plan ? - Is onderzocht of uitgewerkt hoe riolering van het terrein is geregeld, gezien de beperkingen op het gemeentelijk riool in de lintbebouwing ? - Is de uitbreiding groter of kleiner dan 3 hectare ? Bij ontwikkelingen kleiner dan 3 hectare (binnen BSD) kan de gemeente zelf over de ontwikkeling besluiten. - Bij ontwikkelingen groter dan 3 hectare is specifiek toestemming nodig van de provincie.

De bovenstaande beleidskaders zijn leidend bij de toetsing en vormen gezamenlijk het afwegingskader voor nieuwe (uitbreidingen van) bedrijventerreinen buiten het bestemmingsplan. Concreet 27

Beleggen van kosten rondom nieuwe terreinen Voor de financiële haalbaarheid van nieuwe bedrijfsterreinen is het van belang dat ook gekeken gaat worden naar het elders beleggen van kosten die indirect te maken hebben met de ontwikkeling van nieuwe terreinen. Deze kosten kan je verdelen in vier soorten:

nieuwe locaties. Door dit schriftelijk vast te leggen met de eigenaar/ontwikkelaar kan hieraan invulling gegeven worden. In de praktijk zal dit onderdeel worden van de voorwaarden en kaders (duurzaamheid, groen, water etc.) die nu standaard worden meegegeven aan een ontwikkeling.

-Binnenplanse kosten. -Bovenplanse kosten. -Bovenwijkse kosten. -Bijdrage ruimtelijke ontwikkeling. Voor het verhalen van bovenplanse kosten en voor het instellen van een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling is het nodig dat eerst een beleidsmatig ‘haakje’ geslagen wordt door middel van het opnemen in de Omgevingsvisie van de gemeente. Voor bovenwijkse kosten moet er wel een toelichting worden opgenomen in de Omgevingsvisie en kunnen verder worden verhaald in een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Dat laatste is ook van toepassing bij binnenplanse kosten. Grondbeleid In de Nota grondbeleid, die in 2020 door de Raad is vastgesteld, is besloten om situationeel Grondbeleid toe te passen. Per locatie wordt dus bekeken of er actief of faciliterend grondbeleid toegepast moet worden. Deze toets is dus ook van toepassing op de potentiële nieuwe locaties. Na de vaststelling van het beleidskader moet hier dan ook zo snel mogelijk actie op komen. Daar waar sprake is van gronden van derden kunnen dan ook al eerste oriëntatie gesprekken plaatsvinden waarbij het middel van de WVG (Wet Voorkeursrecht Gemeenten) ook ingezet kan worden. Dit voorkomt eventuele grondaankopen door investeerders of andere partijen die uit winstbejag deze gronden aankopen en daarmee ook het ontwikkelproces ernstig vertragen.

Bij facilitair grondbeleid is een belangrijk aandachtspunt dat ook de kleinere bedrijven de mogelijkheid krijgen om zich te vestigen op de

28

4. Doorkijk Uitvoeringsprogramma Na vaststelling van dit beleidskader is het van belang dat door diverse partijen uitvoering wordt gegeven aan de ambities. We stellen hiervoor binnen een jaar een uitvoeringsprogramma op en daarbij geven we ook aan wat dit betekent voor de ambtelijke organisatie. Overkoepelende doelen van uitvoeringsprogramma • Ontwikkelingen kunnen monitoren en daarbij samenhang inzichtelijk maken tussen de 3 pijlers: bestaande bedrijventerreinen en uitbreiding/nieuwe bedrijventerreinen en ontwikkeling van solitaire bedrijfslocaties. • Prioriteiten stellen voor de drie pijlers met daarbij de benodigde capaciteit en middelen voor de acties met prioriteit. • Samenwerking in stand houden of intensiveren met benodigde partners zoals provincie ZH, het economienetwerk ZHZ, Stedin, OZHZ, VRZHZ, Waterschap Rivierenland, ondernemerscollectieven. • Met de provincie ZH en eventueel met de Rijksoverheid gaan we in gesprek over de aanpak, de mogelijkheden die provincie en Rijk kunnen bieden en middelen of andere vormen van ondersteuning. • Informeren en terugkoppelen aan de gemeenteraad en andere stakeholders, zonodig bijstellen van het uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringprogramma worden de volgende onderdelen uitgewerkt: Pijler 1

Bestaande bedrijventerreinen in gebruik van ruimte efficiënter en toekomstbestendiger maken Voor alle bedrijventerreinen ontwikkelen we in samenwerking met stakeholders een plan van aanpak om te komen tot toekomstbestendige bedrijventerreinen. Gezamenlijk onderzoeken we wat er mogelijk is op het gebied van duurzaamheid, energie (opwekking, opslag en uitwisseling tussen bedrijven), klimaatadaptatie, intensivering van het bedrijventerrein, ontsluiting,

parkeren. Concrete verbeteracties worden hierin benoemd. De volgende stappen worden doorlopen: •

• •

• •

We starten met een quick-scan van de 19 bedrijventerreinen. Deze bestaat onder andere uit een waardebepaling op en van het terrein, de financieel-economische waarde van ecosysteemdiensten en een score op energietransitie en klimaatadaptatie, de zogenoemde Paris Proof Index. Ook brengen we in beeld welke trajecten er nu al lopen op de bedrijventerreinen. Zo ontstaat per bedrijventerrein een overzicht van lopende processen, trajecten, stakeholders en betrokken partijen, stand van zaken in documenten en acties. Ook wordt inzichtelijk wat nog nodig is op gebied van organiserend vermogen. Inventarisatie van de situatie op de bedrijventerreinen rond opwek en gebruik van energie en verkennen van de mogelijkheden voor het organiseren van energiehubs. Op basis van de quick-scan wordt geprioriteerd. Dit doen we door op basis van urgente knelpunten en kansen (waar zit energie bij ondernemers en eigenaren) te bepalen met welke bedrijventerreinen gestart wordt om een verbeteragenda op te stellen. In samenspraak met eigenaren, ondernemers en andere stakeholders stellen we een verbeteragenda op. Per verbeteragenda bepalen we wie aan zet is voor uitvoering en welke middelen daarvoor nodig zijn. Voor gemeentelijke acties zonodig onderzoeken of budget beschikbaar gesteld kan worden.

Pijler 2 Uitbreiding/nieuwe bedrijventerreinen Over het algemeen zetten we in samenwerking met grondeigenaren en initiatiefnemers in op de planvorming en ruimtelijke procedures voor de locaties die beoogd zijn voor uitbreiding van bedrijventerreinen. De afgelopen tijd zijn verschillende voorstellen en principeverzoeken hiervoor ingediend. We doorlopen een aantal stappen: •

Bepalen of er voldoende initiatief aanwezig is voor uitbreiding/nieuw bedrijventerrein. Indien onvoldoende 29

initiatief verkennen wat de grondposities zijn en of initiatief te verwachten is. • Per initiatief beoordelen welke rol we als gemeente aan willen nemen: actief en risicodragend, samenwerkingsvorm of faciliterende en kaderstellende rol. • Ten aanzien van prioritering kan nu reeds aangegeven worden dat: a) We inzetten op bedrijvenontwikkeling Parallelweg Schelluinen b) we blijven inzetten op uitbreiding bedrijventerrein NieuwLekkerland c) we de haalbaarheid van onderstaande ingediende initiatieven gaan verkennen: 1. Initiatief voor nieuw bedrijventerrein langs A27 bij afslag Meerkerk beoordelen 2. Initiatief voor uitbreiding bedrijventerrein Gelkenes beoordelen 3. In gesprek met bedrijvenvereniging Giessenburg in verband met een mogelijk initiatief voor uitbreiding bedrijventerrein Giessenburg Pijler 3 Solitaire bedrijfslocaties Met een deel van de solitaire bedrijfslocaties gaan we in gesprek. Met ondernemingen op solitaire bedrijfslocaties die overlast opleveren voeren we het omgevingsgesprek om te onderzoeken of hinder beperkt kan worden of het bedrijf eventueel verplaatst kan worden. Dit doen we in eerste instantie alleen om te inventariseren welke bedrijven zouden willen verplaatsen. Pas als er alternatieve bedrijfsruimte beschikbaar is, kan concreet verkend worden of een bedrijf wil verplaatsen en hoe de achterblijflocatie ingevuld kan worden.

Overkoepelende acties • Onderzoek naar verkleuring (gecombineerde functies) van bedrijventerreinen. • Overleg met provincie Zuid-Holland over onze aanpak, mogelijkheden, middelen. • Regionale afstemming in Alblasserwaard-Vijfherenlanden verband en regio Zuid-Holland-Zuid. • Voortgang monitoren, terugkoppelen aan de gemeenteraad en andere stakeholders, eventueel bijstellen. 30

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=2ecbe90c-40b7-4727-b5da-a54bdf3948e2