Bijlage 1 Actualisatie Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat Molenlanden 2024-2025
Tekst van het document
Gemeente Molenlanden
Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat
1
2024 - 2025
Inhoud
7.1 Gedragsaanpassing .......................................................................... 26
Voorwoord wethouder Jan Lock ................................................................. 3
7.2 Financiën ......................................................................................... 27
1.
Inleiding ............................................................................................... 4
7.3 Monitoring....................................................................................... 29
Leeswijzer .................................................................................................... 6
7.4 Benodigde extra middelen ............................................................... 30
2. Energietransitie – samenhang RES en TVW ............................................ 7
8.
Integraal financieel overzicht.................................................................. 32
2.1 Overlappende Doelen en Activiteiten RES en Warmte: .................... 8
9.
Bijlagen ................................................................................................ 33
2.2 Benodigde extra middelen .............................................................. 10
1.
3. Energietransitie: Regionale Energiestrategie (RES) ................................... 11
Terugblik over 2023 ....................................................................... 33
2. Effecten van het klimaatbeleid van gemeente Molenlanden update 2023(opsteller CE-Delft) ............................................................ 33
3.1 Ambitie ............................................................................................ 11
3. Monitoringsrapportage Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat (opsteller Omgevingsdienst-Zuid-Holland-Zuid) ....................... 33
3.2 Voortgang ........................................................................................ 11 4. Energietransitie: (Lokale) Warmtetransitie .............................................. 15 4.1 Ambitie ............................................................................................ 15 4.2 Voortgang ........................................................................................ 16 5. Klimaatadaptatie ..................................................................................... 20 5.1 Ambitie ............................................................................................ 20 5.2 Voortgang ........................................................................................ 20 5.3 Benodigde extra middelen .............................................................. 23 6. Circulaire Economie .................................................................................. 24 6.1 Ambitie ............................................................................................ 24 6.2 Voortgang ........................................................................................ 24 6.3 Benodigde extra middelen .............................................................. 25 7.
Thema-overstijgend: Gedragsaanpassing, Communicatie, Financiën en Monitoring .................................................................................................. 26
2
geldt voor elektriciteit maar ook zeker voor warmte. Door het reduceren van de vraag en het dicht bij elkaar organiseren van opwek en afname ontzien we het lokale energienet waardoor (grote) knelpunten in het net kunnen worden voorkomen.
Voorwoord wethouder Jan Lock De uitdagingen vanuit het Klimaatakkoord waar we voor staan zijn groot, of het nu gaat over een integrale energietransitie of het klimaatbestendig maken van ons gebied. Het wordt een reis vol uitdagingen en de weg naar 2050 zal dynamisch zijn.
Voor bedrijventerreinen onderzoeken we de mogelijkheden voor energiehubs waarbij binnen een bedrijventerrein eigen opgewekte energie wordt uitgewisseld tussen de bedrijven. Ook voor kernen zou dit in de toekomst een scenario kunnen zijn gekoppeld aan een warmteconcept.
Klimaatadaptatie In 2050 wil Molenlanden klimaatadaptief zijn. Omdat te bereiken moet er veel gebeuren op vele vlakken. De openbare ruimte zal anders ingericht moeten gaan worden met minder verharding en meer groen, water en waterpasserende bestrating. Meer bomen en struiken die schaduw geven op de wegen en huizen om hittestress te voorkomen. Als we dit slim doen ontstaat er groenblauwe dooradering in de woonkernen. Uiteraard kent ook deze weg zijn uitdagingen, de beschikbare ruimte voor inpassing van deze maatregeling is gering, en toch gaan we het proberen. Naast fysieke maatregelen gaat het ook over dat we met z’n alle steeds meer bewust worden van de opgave waar we voor staan en de veranderingen die dit met zich mee brengt in onze leefomgeving. Ik ben ervan overtuigd dat we met de samenleving een bij Molenlanden passende invulling kunnen geven aan deze opgaves.
Energietransitie Bij de energietransitie zien we dat integraliteit de sleutel wordt tot een succesvolle transitie. De opwek en afname van duurzame energie moet zo dicht mogelijk bij elkaar worden georganiseerd met opslag als buffer, dit
3
1. Inleiding De toekomstvisie van gemeente Molenlanden is om in 2050 (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. Om daartoe te komen kent elk transitiethema haar eigen ambities, maar er is ook een samenhang tussen alle transitiethema’s. De Raad van Molenlanden heeft in 2021 op verschillende duurzaamheidsdossiers visies en strategieën vastgesteld. Daarin zijn de volgende (lange termijn) doelstellingen geformuleerd. Ambities
Thema
2025
2030
Energietransitie: Warmtetransitie
Verkenning gedaan voor korte termijn projecten (uitvoeringstermijn 4-8 jaar) + opstart van uitvoeringsfase (tot 2030).
20% van de gebouwde omgeving verduurzaamd / van het aardgas af.
Energietransitie: RES
Om de RES-ambitie voor 2030 te halen, dienen uiterlijk 1/1 2025 de benodigde omgevingsvergunningen voor grootschalige opwek van duurzame energie te zijn verleend.
• RES-regio Alblasserwaard 49% CO2 reductie. • 50% van de geschikte bedrijfsdaken te benutten voor de opwek van zonne-energie. • 562 TJ duurzame elektriciteit opwekken door middel van energie uit wind.
Veenweide strategie
Uitvoering gebiedsplan Alblasserwaard: Veenoxidatie tegengaan door hogere waterstand op 500 ha veenweiden.
1Mton CO2eq reductie ten opzichte van 1990
Klimaatadaptatie en bodemdaling
1. De gemeentelijke organisatie handelt klimaat adaptief. 2. Inwoners en bedrijven bewuster maken van de risico’s door extremer weer. 3. Actieve inwoners, bedrijven en organisaties hebben toegang tot kennis en financiële bijdrage om klimaat adaptief te kunnen handelen.
Zie 2025
Circulaire Economie
100 kg restafval per inwoner per jaar.
2050
100% klimaat neutraal
100% klimaatbestendig
4 Nog niet gedefinieerd
100 % circulair
Vanaf 2021 werken we met het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat dat elk jaar wordt geactualiseerd. Voor u ligt de actualisatie Uitvoeringsprogramma voor de jaren 2024 en 2025. In deze actualisatie zijn de gewenste doelstellingen en wat we daarvoor gaan doen bij elkaar gebracht voor vier transitiethema’s: 1. 2. 3. 4.
De doelstellingen van het Klimaatakkoord zijn echter ambitieus. Het is daarom van belang dat de gemeente met activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma, daar waar nodig, regie voert en ondersteuning kan bieden aan activiteiten van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het bewaken van de integraliteit en actualiteit van de verschillende onderdelen van de energietransitie is hierbij essentieel.
Energietransitie: Regionale Energiestrategie (RES); Energietransitie: Lokale Warmtetransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire Economie;
Landelijke ontwikkelingen op het gebied van netcapaciteit, energieopslag en waterstof worden op de voet gevolgd en kunnen rechtstreeks invloed hebben op de opgaven waar we aan werken. Dit maakt het speelveld dynamisch, waardoor we ons wendbaar moeten opstellen.
Het uitvoeringsprogramma laat zien waar we als gemeente, samen met onze inwoners en stakeholders, mee bezig zijn/gaan op het gebied van duurzaamheid en klimaat. Ook brengt het uitvoeringsprogramma de middelen in beeld die nodig zijn om de activiteiten uit te voeren, maar nog niet gedekt zijn vanuit Rijks-, subsidies of andere budgetten. Verder willen we via het uitvoeringsprogramma zicht krijgen en houden op de voortgang van de activiteiten en monitoren we de effecten hiervan.
Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is om actieve samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners en bedrijven te behouden of tot stand te brengen en elkaars kracht te benutten in het werken aan een duurzaam Molenlanden.
In het vorige uitvoeringsprogramma is aangegeven dat de Veenweidestrategie niet langer opgenomen is in het uitvoeringsprogramma omdat deze valt onder het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) dat zijn eigen rapportage kent. De monitoring op de reductiedoelstellingen voor landbouw waar de aanpak van de veenweidestrategie een bijdrage aan kan leveren, blijft wel opgenomen in het Uitvoeringsprogramma voor het totaaloverzicht. Tot slot. De energietransitie is in volle gang, veel inwoners, bedrijven en stakeholders zijn aan de slag gegaan om te verduurzamen. De hoge energielasten van vorig jaar hebben bijgedragen dat hierin een versnelling is opgetreden.
5
Leeswijzer De doelstellingen voor de verschillende transitiethema’s zijn ongewijzigd gebleven, omdat deze visies en strategieën die aan dit uitvoeringsprogramma ten grondslag liggen nog actueel zijn. De transitiethema’s zijn elk in een eigen hoofdstuk weergegeven, met de daarbij behorende doelstellingen. We geven per doelstelling een kort doorzicht van actuele ontwikkelingen en voornemens voor de komende twee jaar. Daaraan gekoppeld sommen we de belangrijkste activiteiten op die we in deze periode willen oppakken, inclusief de daarvoor benodigde capaciteit en middelen. Belangrijk om te weten is dat dit de extra benodigde middelen zijn, boven op de vaste formatie van de gemeentelijke organisatie van Molenlanden en reeds beschikbare budgetten. Een korte terugblik over 2023 is dit jaar in de bijlage opgenomen. In hoofdstuk 7 geven we over het overkoepelende thema van gedragsbeïnvloeding een vooruitblik. Eveneens geven we in hoofdstuk 7 inzicht op de voortgang aan de hand van in het uitvoeringsprogramma opgenomen indicatoren en de financiën. Als laatste presenteren we een integraal financieel overzicht in hoofdstuk 8. In hoofdstuk 9 vindt u de bijlagen.
6
2. Energietransitie – samenhang RES en TVW De energietransitie gaat over de overstap van energie uit fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energie uit wind, zon en water. In Molenlanden werken we vanuit twee sporen aan de energietransitie. Vanuit spoor 1 wordt de uitvoering van de Regionale Energiestrategie samen met de gemeente Gorinchem vormgegeven en vanuit spoor 2 de lokale warmtetransitie van Molenlanden. Daarnaast is de netinfrastructuur van cruciaal belang voor de voortgang van de energietransitie. De samenhang tussen deze twee sporen en de netinfra is hiernaast schematisch weer gegeven.
7
verschillende tranches. De NIP- regeling loopt door tot en met 2030. Voor de lokale uitvoering van de NIP- regeling is medio 2023 een plan van aanpak opgesteld voor de looptijd van de eerste tranche (2 jaar). Het plan van aanpak sluit aan bij de Transitievisie Warmte en is gericht op het verbeteren van woningen met de slechtste energielabels (D t/m G of slechte energetische schil). De middelen vanuit het NIP kunnen, boven op de subsidie uit de ISDE, besteed worden aan isolatiemaatregelen, gemeentelijke proceskosten en de ontzorging.
2.1 Overlappende Doelen en Activiteiten RES en Warmte: De RES en Warmtetransitie hebben twee overlappende doelen en samenhangende activiteiten, namelijk:
Doel 1: Energiebesparing Inwoners: het doel is om inwoners en organisaties te stimuleren tot energiebesparing en het nemen van energiebesparende maatregelen zoals het isoleren van gebouwen en woningen zodat de vraag naar elektriciteit en aardgas vermindert.
De uitvoering van het NIP is integraal van opzet, hierin zijn en kunnen lopende en nieuwe regelingen worden opgenomen of gekoppeld. Denk hierbij aan: • • • •
Vooruitblik 2024 en 2025 Door de hoge energieprijzen in 2022 en 2023 zijn steeds meer mensen extra bewust geworden van het belang om energie te besparen. Veel ondersteunende regelingen, zoals de RREW (Regeling reductie energieverbruik woningen), zijn gericht op kleine energiebesparende maatregelen en quick wins. Om tot een meer structurele verlaging van het energieverbruik te komen, zijn grotere (isolatie) maatregelen en een meer grootschalige aanpak nodig. Met de Regeling Energiearmoede, het Energiebesparingsabonnement en het meedoen aan het Nationaal Isolatie Programma (NIP) zetten we in 2024 (en verder) in op een structurele afname van het energieverbruik.
Meerjarige aanpak in het kader van de warmtetransitie Lange termijn aanpak energiearmoede Energiebesparingsabonnement Relevante regelingen in het kader van besparingen, zoals het Nationaal Warmtefonds
In mei 2023 is het Molenlands Energiebesparingsabonnement live gegaan. Met het Energiebesparingsabonnement worden woningeigenaren geholpen met het verduurzamen van hun woning. Het doel is dat de verduurzaming bekostigd wordt met het deel dat de energierekening wordt verlaagd door de uitgevoerde energiebesparende maatregelen. Of dit wordt gehaald is mede afhankelijk van de keuzes die de woningeigenaar zelf maakt. Ook service, garantie en onderhoud maken onderdeel uit van het abonnement en gelden zo lang het abonnement loopt. Met het Energiebesparingsabonnement bieden we woningeigenaren een totaalpakket waarmee ze worden geholpen bij het maken van verduurzamingskeuzes, het offertetraject, subsidies en financiën en service, garantie en onderhoud. Ook maatwerk is mogelijk
Het Rijk heeft in 2023 het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) opgezet en als Molenlanden nemen we deel aan deze regeling. Voor deze regeling is in de eerste tranche €556.260 van het Rijk ontvangen, waarmee we woningeigenaren kunnen helpen hun woning te verduurzamen. Voor de jaren 2023 en 2024 kan in totaal €824.900 worden aangevraagd in
8
door slechts enkele modules af te nemen zoals het maatwerkadvies voor de woning, waarna de woningeigenaar kan besluiten de geadviseerde maatregelen als doe-het-zelver uit te voeren of de uitvoering verder zelf te regelen.
Activiteitenoverzicht 1.
2. 3. 4. 5.
Uitvoering ‘Regeling Energiearmoede’ tot 31 december 2025 (2024 en 2025) en uitbreiden met energie-fixers als de rijksbijdrage hiervoor is ontvangen. Uitvoeren van Energiebesparingsabonnement (doorlopend). Uitvoering van Nationaal Isolatie Programma (doorlopend). Verstrekken subsidies voor groendaken. Duurzaamheidsprijs eens in de twee jaar (2024).
9
Doel 2: Energiebesparing bedrijven: het doel is het reguleren en stimuleren van energiebesparing bij bedrijven (en bedrijventerreinen).
Activiteitenoverzicht Uitvoering E-agenda door OZHZ: 1.
Vooruitblik 2024 en 2025
2.
In 2024 bouwen we verder aan de bedrijvenaanpak die in 2023 is gestart. Met samenwerkingspartner Energiepartners helpen we bedrijven met energiebesparing en met het zelf opwekken van elektriciteit. Daarnaast voeren we gesprekken met bedrijventerrein collectieven om de mogelijkheden voor energiehubs te onderzoeken. Dit gaat vooral over opwek en gebruik van energie zo dicht mogelijk bij elkaar te organiseren doordat bedrijven energie onderling uitwisselen. Dit is complex en samen met bedrijven onderzoeken we de mogelijkheden hiertoe.
Bedrijfsbezoeken (energiecontroles, koploper gesprekken, energiescans) Het gemeente breed aanbieden van energieadviezen aan individuele bedrijven en het uitvoeren van een adviestraject op een bedrijventerrein gericht op energiebesparing, energieopwekking en indien mogelijk op samenwerking tussen bedrijven op het gebied van uitwisseling en opslag van energie.
2.2 Benodigde extra middelen Met de huidige middelen en capaciteit verstrekken we de subsidies voor groendaken, geven we uitvoering aan het Energiebesparings-abonnement en organiseren we de duurzaamheidsprijs eens in de twee jaar.
Met de bedrijvenaanpak kunnen bedrijven hun energielasten verminderen en wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van de doelstellingen uit de transitievisie Warmte en de RES ten aanzien van het terugdringen van het aardgasverbruik en het opwekken van hernieuwbare elektriciteit.
Verder benutten we de ontvangen gelden voor het uitvoeren van de regeling Energiearmoede, het Energiebesparingsabonnement en voor het uitvoeren van het Nationaal Isolatieprogramma. Voor de continuering en het oppakken van de andere activiteiten zijn de volgende extra middelen nodig:
De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zal ook in 2024 uitvoering geven aan de E-agenda. Via een flexibele opzet van de agenda is er meer ruimte voor bijsturing op actualiteiten en wensen van bedrijven. Ook wordt de impact van acties op het energieverbruik en de CO2-reductie gemonitord evenals een verdere integratie met andere duurzaamheidsthema’s zoals: klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit. Via een flexibele opzet met meer ruimte voor actualiteiten en wensen van bedrijven en overheden, meer grip op impact en monitoring van effecten op energieverbruik en CO2-reductie en een verdere integratie met andere duurzaamheidsthema’s als klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit.
Personele kosten
2024
2025
Inwoners Bedrijven
Werkbudget
€ 133.000 € € 78.500
€ 133.000 € € 78.500
Subtotaal per jaar
€ 211.500
€ 211.500
Totaal
€ 423.000
* In de tabel zijn enkel de kosten in beeld gebracht/ De Rijksmiddelen en de dekking vanuit de Reserve Duurzaamheid zijn in het totaaloverzicht verder in dit document inzichtelijk gemaakt en geven voor zowel de RES, Warmtetransitie en Energiebesparing en kunnen niet rechtstreeks toegerekend worden aan de activiteiten uit deze hoofdstukken.
10
brandstoffen) te gebruiken uit hernieuwbare bronnen die zo veel mogelijk lokaal zijn. Het regionale bod is 0,32 TWh, waarvan 126 TJ bestaande wind, 436 TJ nieuwe wind en 588 TJ zon is.
3. Energietransitie: Regionale Energiestrategie (RES)
3.2 Voortgang Doel 1, Zon: In de RES 1.0 Alblasserwaard gaan we voor het opwekvermogen met zonne-energie van 588 TJ (0,162 TWh) in 2030. Dit bod willen we realiseren in overeenstemming met de uitgangspunten van de zonneladder door (volgordelijk) in te zetten op: zon op daken en gevels, in bebouwd gebied en in landelijk gebied langs infrastructuur en op ‘restgronden’. Het is onze ambitie om in 2030 50% van de geschikte grote bedrijfsdaken te benutten voor de opwek van zonneenergie.
3.1 Ambitie Wereldwijd staan we voor de grote uitdaging om het gebruik van fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare brandstoffen om klimaatverandering tegen te gaan. In Nederland zijn de doelstellingen en het tempo hiervoor vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord. Het doel van dit akkoord is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990 en om in 2050 de CO2-uitstoot tot nagenoeg nul terug te brengen. Met een Regionale Energiestrategie (RES 1.0) geven 30 regio’s in Nederland aan hoe ze gaan bijdragen aan deze doelstelling. De gemeenten Molenlanden en Gorinchem, provincie Zuid-Holland en het waterschap Rivierenland en vele andere partners vormen samen de RESregio Alblasserwaard. In de RES 1.0 zijn de gemaakte keuzes beschreven over hoe en waar we in de Alblasserwaard duurzame energie willen opwekken, een eerste aanzet tot de Regionale Structuur Warmte, de mogelijkheden voor energiebesparing en de kansen voor innovatie. De regio Alblasserwaard streeft ernaar om in 2030 20% energie te hebben bespaard en 35% van het totale energiegebruik (warmte, elektriciteit en
Vooruitblik 2024 en 2025 Met het uitvoeren van het Plan van aanpak zon op dak verwachten we de groei in het opgesteld vermogen zonne-energie te versnellen en daarmee het RES-bod voor zonne-energie te realiseren. We gebruiken waar, mogelijk en zinvol, koppelkansen. Zo worden activiteiten voor bedrijven
11
voor zon op dak gecombineerd met de aanpak voor energiebesparing voor bedrijven door bij energiescans opwek van zonne-energie mee te nemen. Ook wordt zon op dak meegenomen in activiteiten die we samen met OZHZ in het kader van de E-agenda uitvoeren. In de RES-regio zoeken gemeente Molenlanden en gemeente Gorinchem afstemming over de uitvoering van het Plan van aanpak zon op dak.
Avelingen zullen in 2023 en in een deel van 2024 nog definitief beantwoord moeten worden. Daarna kunnen we de acties die we in de komende jaren voor grootschalige windenergie zullen uitvoeren concreter aangeven. We zullen het beleidskader voor kleinschalige windturbines actualiseren en hierin de ruimere mogelijkheden die de provincie wil bieden voor kleinschalige windturbines in het buitengebied verwerken.
Activiteitenoverzicht 1.
2. 3. 4. 5.
Uitvoeren van het Plan van aanpak Zon op dak, in samenwerking met ondernemersverenigingen en energiecoöperaties (doorlopend); Specifieker maken van prestatieafspraken met woningcorporaties i.v.m. zon op dak (periodiek); Realiseren van (meer) zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed en scholen (doorlopend tot 2030); Verkennen mogelijkheden voor zonnepanelen langs infrastructuur (project OER) en in restruimten (2023-2025); Monitoren van opgesteld vermogen zonne-energie (doorlopend)
Activiteitenoverzicht 1. 2. 3.
Uitvoeren windverkenning (2023-1e helft 2024) en besluit zoeklocaties windenergie. Uitwerking zoeklocaties windenergie (vanaf 2e helft 2024) Actualisatie beleidskader kleinschalige windturbines (1e helft 2024)
Doel 3, Innovatie: Het stimuleren om samen met bewoners, jong en oud, bedrijven en maatschappelijke organisaties nieuwe kennis te ontdekken en ontwikkelen en deze omzetten naar concrete projecten en programma’s in de regio.
Doel 2, Wind: Tot 2030 willen de gemeenten Gorinchem en Molenlanden 562 TJ duurzame elektriciteit opwekken door middel van energie uit wind (zowel uit bestaande en vergunde als uit nieuwe windenergie).
Vooruitblik 2024 en 2025
Vooruitblik 2024 en 2025
De resultaten van het onderzoek naar de mogelijkheden van energieopslag zijn medio 2023 bekend geworden. Op basis daarvan worden vervolgstappen bepaald en in uitvoering genomen.
De definitieve besluitvorming op basis van de uitkomsten van windverkenning is bepalend voor de acties voor wind in de komende jaren. Vragen als: komt er alternatieve zoeklocaties voor Avelingen of zullen we ons opnieuw moeten richten op het uitwerken van zoekgebied
De verkenning die in 2023 gedaan is naar mestvergisting gaf aan dat dit kansen biedt voor onze agrarisch ondernemers en tevens zijn er
12
mogelijkheden voor lokaal gebruik van biogas/groengas. Samen met lokale ondernemers, de Omgevingsdienst en de gemeente met behulp van ondersteuning van de provincie Zuid-Holland wordt een verdere uitwerking van het mestvergistingsproject opgepakt. De gemeente neemt hierin een faciliterende rol in. Het RES-team stelt daarnaast een innovatievisie op samen met lokale ondernemers. Wat verwachten zij van innovatie in de energietransitie?
maatregelen voor de energietransitie ook een positief effect kunnen hebben op klimaatadaptatie & biodiversiteit of bijdragen aan de circulaire economie. In samenwerking met Stedin stellen we daarvoor een eerste versie van een gemeentelijke meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat op.
Activiteitenoverzicht 1. Opstellen gemeentelijk meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (gMiek)
Activiteitenoverzicht 1. 2. 3.
Vervolgstappen onderzoek energie-opslag Nadere uitwerking van project mestvergisting (2024) Opstellen innovatievisie energietransitie
Doel 5, Herijking RES (actualisatie RES 1.0) Vooruitblik 2024 en 2025 Samen met inwoners en maatschappelijke organisaties, gemeente Gorinchem, provincie en waterschap herijken we onze ambities en visie op de energievoorziening. We nemen daarin de actuele geopolitieke context, de nieuwe CO2-ambities van het Rijk, de kansen om innovatieve ontwikkelingen toe te passen als aanvulling of mogelijk alternatief voor zon- en windenergie en de ruimte die de energie-infrastructuur ons hiervoor kan bieden mee. We verwerken de uitkomst van de besluitvorming rondom de windverkenning in de herijking van de RES.
Doel 4, Bouwen aan energiesysteem van de toekomst Vooruitblik 2024 en 2025 Het energiesysteem verandert. Van centraal en vraag gestuurd, naar decentraal en aanbod gestuurd. Dat vraagt veel nieuwe infrastructuur, in de bovengrond en in de ondergrond. In de bovengrond is ruimte nodig voor bijvoorbeeld extra transformatorhuisjes, laadpalen of warmteoverdrachtstations. In de ondergrond is ruimte nodig voor extra kabels en leidingen. Naar verwachting neemt vooral de vraag naar elektriciteit sterk toe, maar door klimaatverandering ook de vraag naar koeling. De opslag van energie kan in de toekomst ook om meer ruimte gaan vragen.
Activiteitenoverzicht 1. 2.
We dragen bij aan het zoeken naar oplossingen om energieopwekking, gebruik, -opslag en warmtetransitie in onze kernen en op bedrijventerreinen (‘energiehubs’) aan elkaar te verbinden, met als doel netcongestie te voorkomen of te verminderen en we kijken waar het mogelijk is het nieuwe energiesysteem slim te combineren, zodat
13
Herijking RES (2024) Opstellen (jaarlijks) uitvoeringsprogramma RES
3.3 Benodigde extra middelen Binnen de huidige middelen en capaciteit pakken we het opstellen van de RES 2.0 met 2-jaarlijkse actualisatie op. De huidige bezetting kan daarmee de RES 2.0 uitwerken, maar er is additionele capaciteit nodig om deze ten uitvoer te brengen. De additionele activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor de komende 2 jaar zijn: Personele kosten *)
2024
2025
RES 2.0 en coördinatie
€ 146.000
€ 146.000
Zon
€ 45.000
€ 45.000
Wind
€ 120.000
€ 120.000
Innovatie
€ 30.000
€ 30.000
Communicatie
€ 50.000
€ 50.000
Werkbudget
€ 200.000
€ 155.000
Totaal per jaar
€ 591.000
€ 546.000
Totaal
€ 1.137.000
* Voor de RES geldt dat de gemeenten Gorinchem en Molenlanden werken volgens een kostenverdeelsleutel van 50%-50%. De kosten in bovenstaande tabel is het aandeel dat Molenlanden voor haar rekening neemt. Voor de coördinatie van de uitvoering van de RES en het proces voor de herijking (RES 2.0) wordt een REScoördinator en RES-projectsecretaris ingehuurd. * In de tabel zijn enkel de kosten in beeld gebracht. De Rijksmiddelen en de dekking vanuit de Reserve Duurzaamheidsprojecten zijn in het totaaloverzicht aan het eind van dit document inzichtelijk gemaakt en gelden voor zowel de RES, Warmtetransitie en Energiebesparing en kunnen niet rechtstreeks toegerekend worden aan de activiteiten uit deze hoofdstukken.
14
4. Energietransitie: (Lokale) Warmtetransitie
insteek geschetst om voor iedere kern een uitvoeringsplan te maken, dit laten we los met uitzondering van de kernen waarvan de transitievisie aangeeft dat collectieve systemen kansrijk zijn. Dat gaan we nader onderzoeken op draagvlak en technisch vlak. Hierbij wordt de inwoners van de kernen gevraagd of zij zelf een uitvoeringsplan willen maken dat daagvlak heeft binnen hun kern. Hiermee volgen wij niet (volledig) de landelijke lijn dat de gemeente de regie voert over de overstap om van het aardgas af te gaan, we doen dit in coproductie.
4.1 Ambitie In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt wordt tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Om dat te bereiken moeten de deelnemende landen in 2050 de CO2uitstoot met 95% verminderen. Dat betekent dat we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van fossiele brandstoffen, dus ook van aardgas. De Transitievisie Warmte stippelt lokaal de route uit naar een aardgasvrije gemeente in 2050.
De overige kernen, waarbij individuele oplossingen het meest voor de hand liggen krijgen een meer dynamische aanpak. Dit doen we om twee redenen: 1. Bij een individuele aanpak worden de verduurzamingsstappen veelal gemaakt op natuurlijke momenten: zoals een verhuizing, verbouwing of vervangingsmoment van de cv-installatie. Deze momenten zijn voor iedereen anders. Daarnaast is geen woning hetzelfde en is het altijd maatwerk. De inzet van het Energiebesparingsabonnement kan woningeigenaren hier goed bij helpen. 2. De netbeheerder heeft aangegeven dat, gelet op de netcapaciteit, een verspreide overgang naar all-electric oplossingen (zoals een warmtepomp) goed haalbaar is t.o.v. een aanpak waarbij een hele kern de overstap zou maken waarbij de kans op netproblemen zeker aanwezig is.
In 2030 geeft het Klimaatakkoord als tussenstap aan dat 49% CO2 reductie ten opzichte van 1990 moet worden behaald. Voor de warmtetransitie is dit vertaald naar dat er landelijk 1.5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd moeten zijn in 2030 (grofweg 1/5 van het totaal aantal woningen). Voor Molenlanden betekent dit dat 3.500 woningen in 2030 aardgasvrij zijn gemaakt of vergaand zijn verduurzaamd (aardgasvrij ready). Vanuit het Klimaatakkoord hebben gemeenten een regierol in de warmtetransitie, ze creëren draagvlak en regisseren de buurt/kernaanpakken. In de eerdere versies van het uitvoeringsplan werd de
15
De wijziging in de aanpak zoals hiervoor omschreven heeft ook invloed op de Uitvoeringsagenda die in de Transitievisie Warmte is opgenomen. De opgenomen planning hanteert vier termijnen, namelijk: korte-, middellange-, lange termijn en natuurlijk tempo. De kernen Bleskensgraaf, Giessenburg, Arkel, Hoornaar en Nieuw-Lekkerland zijn nu ingedeeld in de korte termijn. De overige kernen worden toegevoegd aan het natuurlijk tempo. Belangrijk is om te vermelden dat naar verwachting niet de volledige kernen met een collectief systeem kunnen worden bediend, waarmee de 29% naar verwachting wat lager zal uitpakken en het aantal woningen binnen het natuurlijk tempo wat zal toenemen. Met onderstaand staatje schetsen we een indicatief beeld over de verhouding van het aantal woningen in deze buurten/kernen: Korte termijn: Natuurlijk tempo:
2021-2035 2022-2050
warmtevraagstukken tussen de gemeenten in een regio. Ook de uitwisseling van expertise is een onderdeel van de NPLW opzet. De organisatiestructuur vanuit het NPLW zal de komende tijd steeds meer vorm krijgen en we bekijken hierbij hoe we dit het beste voor onze regio kunnen inrichten.
4.2 Voortgang Doel 1: Periodiek monitoren en herijken Transitievisie Warmte: elke 5 jaar de Transitievisie Warmte actualiseren (verder: TVW), zodat de TVW flexibel blijft voor (meekoppel)kansen en de inwoners houvast geeft op welke wijze zijn of haar buurt/kern mogelijk aardgasvrij kan worden. Daarnaast monitoren van de voortgang van het aardgasvrij maken van de woningen en bedrijfsgebouwen, waardoor we in beeld houden of het tempo voor het aardgasvrij maken van de gemeente volgens planning loopt.
29% 71%
Met deze bijgestelde aanpak denken we nog steeds grofweg 1/5 van het aantal woningen te hebben verduurzaamd in 2030.
Vooruitblik 2024 en 2025 Op inhoud is de Transitievisie warmte nog steeds actueel. De uitvoeringsagenda dient te worden aangepast n.a.v. hetgeen onder 4.1 is toegelicht. Hiervoor zal een addendum worden opgesteld.
Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) Per 1 januari 2023 is het Nationaal Programma Lokale Warmte, afgekort NPLW, van start gegaan. Het NPLW is een samenvoeging van het Expertise Centrum Warmte en het Programma Aardgasvrije Wijken. De NPLW-structuur die is opgezet sluit aan bij de huidige RES-regio structuur die we kennen in het land. Voor Molenlanden geldt dat wij samen met Gorinchem de NPLW-regio Alblasserwaard vormen en dat we als regio gelden bij het Rijk kunnen aanvragen om de regiostructuur te bemensen. Per jaar is hiervoor €133.331,- aan te vragen. De regio moet hiervoor een NPLW-coördinator en bestuurlijk-trekker aanstellen. De coördinator neemt deel aan de landelijke overleggen voor NPLW-coördinatoren. Daarnaast zorgt de coördinator voor afstemming van
Activiteitenoverzicht 1. 2.
3.
16
Opstellen addendum aangepaste uitvoeringsagenda TVW (2024) Doorlopen proces om te komen tot een herziene Transitievisie Warmte met als eindresultaat een herziene TVW (start in 2025) Monitoren: Bij afwijkingen van het tempo zullen we de plannen herzien en aanpassen. (doorlopend)
haalbaarheid voor de kernen waar een warmtenet kansrijk of semikansrijk is. Voor de kernen waar een warmtenet technisch gezien mogelijk is wordt een vervolgonderzoek ingezet waarbij draagvlak bij inwoners en stakeholders een belangrijke rol spelen.
Doel 2: Invullen regierol van de gemeente bij de verkenningen om te komen tot de uitvoeringsplannen om één vijfde van de woningen in Molenlanden in 2030 verduurzaamd te hebben. Als de gemeente ook daadwerkelijk de trekker is, regisseren wij het proces. Als de samenleving of andere partij of stichting dit wil doen, ondersteunt de gemeente en bewaakt zij het proces.
Activiteitenoverzicht 1. 2.
Vooruitblik 2024 en 2025
3. 4.
We gaan in 2024 en 2025 starten/verder met we de verkenningen voor de kernen om te komen tot een uitvoeringsplan. Deze vinden plaats in de kernen: Bleskensgraaf, Giessenburg, Hoornaar en moeten nog starten in Arkel en Nieuw-Lekkerland. De verkenning geeft aan voor welke duurzame warmteoplossing draagvlak is, maar ook welke technische mogelijkheden er zijn en wordt er inzicht gegeven in de kosten. Via deze gezamenlijke route hopen we tot een gedragen en uitvoerbaar uitvoeringsplan te komen. Waarna er een gezamenlijk besluit genomen kan worden om deze te gaan uitvoeren.
5.
6.
In dit proces wordt tevens bekeken of de gekozen oplossing voor één kern ook in andere kernen toepasbaar is en op draagvlak kan rekenen. Vanaf 2026 is het niet meer mogelijk om een cv-ketel te installeren. Dit moet minimaal een hybride systeem zijn (cv-ketel met warmtepomp). Deze verplichting geldt niet als er zicht is op de aanleg van een warmtenet binnen 10 jaar, als de terugverdientijd langer is dan 7 jaar of voor gestapelde bouw en monumenten. Om tot inzicht te komen waar warmtenetten kunnen worden aangelegd is in 2023 gestart met een nadere verkenning naar de technische
17
Afronding lopende verkenningen: Hoornaar en Giessenburg (2024-verder). Opwerken van plan Bleskensgraaf tot uitvoeringsplan (2024verder). Starten met verkenning in Arkel en Nieuw-Lekkerland (2024). Aanpak potentiële all-electric woningen, met een gemeente brede aanpak op basis van energielabels A en B (doorlopend). Nader onderzoek naar warmtenetten in de kernen waar een warmtenet als kansrijk is aangegeven in de Transitievisie Warmte. (2024) Participeren in de landelijke NPLW-structuur. (doorlopend)
Doel 3: Uitvoeren gebiedsuitvoeringsplannen (2025 en verder): starten van uitvoeringsprojecten op basis van de opgestelde uitvoeringsplannen/verkenningskernen om de woningen en bedrijfsgebouwen aardgasvrij te maken of voorbereidingen daartoe te treffen.
Vooruitblik 2024 en 2025 We informeren inwoners en bedrijven actief over de mogelijkheden voor energiebesparing en de overstap naar een niet-fossiele energiebron met de Handleiding woningverbetering, de website en het beschikbare aanbod om inwoners hiermee te helpen in het maken van bewuste keuzes, denk hierbij aan het Energiebesparingsabonnement en collectieve inkoopacties. De uitvoeringsplannen starten op z’n vroegst vanaf 2025.
Afhankelijk van de uitkomst van het uitvoeringsplan wordt bekeken hoe een integrale energietransitie voor deze kern kan worden gerealiseerd. Denk hierbij bij aan een (centrale) Warmte Koude Opslag (WKO), gekoppeld aquathermie bron of zonthermie bron en deze energie af geeft aan een buurtenergiesysteem/warmtenet. Ook een koppeling met elektriciteit en het opslaan van overcapaciteit in warmte is hier een mogelijkheid van.
Activiteitenoverzicht 1.
Als de inwoners van Bleskensgraaf eind 2023 het dorpsplan gereed hebben werken we dit in 2024 gezamenlijk uit tot een businesscase/uitvoeringsplan. Vanaf 2025 zou dan gestart kunnen worden met de realisatie van het uitvoeringsplan Bleskensgraaf (bij positieve besluitvorming van alle stakeholders). Afhankelijk van het tempo van de kernen, Giessenburg, Hoornaar, Arkel en Nieuwlekkerland acteren we om hun plannen verder op te werken tot een bussinesscase/uitvoeringsplan.
Een ander voorbeeld is het breed uitrollen van individuele systemen zoals lucht-/bodem-warmtepompen.
2.
Het voorbereiden en realiseren van een energiesysteem/warmtenet duurt gemiddeld vier tot acht jaar, afhankelijk van de grootte en complexiteit van het plan. Door te starten in gebieden waar we concrete kansen zien, werken we stapsgewijs naar een aardgasvrije en duurzame gebouwde omgeving in onze gemeente.
18
Voor het natuurlijk tempo gebied (2022 tot 2050) zetten we in op het actief informeren van inwoners over het maken van bewuste duurzaamheidsstappen op natuurlijke momenten met daaraan gekoppeld (onze) producten die inwoners daarbij kunnen helpen.
Doel 4: Overall gerichte aanpak (met name gericht op bewustwording): Inwoners en bedrijven informeren en stimuleren tot het overgaan op alternatieve energiebronnen.
2024
2025
Periodiek monitoren en herijken TVW
€0
€0
Verkenningsfase en strategiefase
€ 128.800
€ 145.600
€ 16.100
€ 18.200
Overall-aanpak
€ 16.100
€ 18.200
Nationaal Programma Lokale Warmte
€0
€0
Werkbudget
€ 305.000
€ 360.000
Totaal per jaar
€ 466.000
€ 542.000
Uitvoeren uitvoeringsplannen
Vooruitblik 2024 en 2025 Via verschillende mediabronnen, informatieavonden en -markten gaan we aandacht en informatie geven over de mogelijkheden voor het overstappen op duurzame energiebronnen en vragen we inwoners die dit al gedaan hebben naar hun ervaringen en om die de delen met de andere inwoners. Daarbij leggen we verbindingen met de collectieve (inkoop)acties en regelingen vanuit het Rijk, zoals bijvoorbeeld het Nationaal Isolatie Programma (NIP).
Totaal
€ 1.008.000
* In de tabel zijn enkel de kosten in beeld gebracht. De Rijksmiddelen en de dekking vanuit de Reserve
Activiteitenoverzicht 1.
Personele kosten
Duurzaamheid zijn in het totaaloverzicht aan het eind van dit document inzichtelijk gemaakt en gelden voor
Opzetten en uitvoeren van een doorlopende aanpak gericht op bewustwording (tot 2050) voor onder andere het natuurlijk tempo gebied, met veel aandacht voor positieve voorbeelden en natuurlijke momenten.
zowel de RES, Warmtetransitie en Energiebesparing en kunnen niet rechtstreeks toegerekend worden aan de activiteiten uit deze hoofdstukken.
4.3 Benodigde extra middelen Met de huidige vaste capaciteit werken we aan de 5-jaarlijkse actualisatie van de Transitievisie Warmte en monitoren we of deze eerder dan de 5 jaar cyclus geactualiseerd moet worden. Om aan alle activiteiten uitvoering te kunnen even is er additionele capaciteit nodig. Een deel van deze kosten worden gedekt door de ontvangen en aangekondigde Rijksmiddelen voor de aankomende jaren. Daarnaast is er een gemeentelijke bijdrage nodig. De additionele activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor de komende 2 jaar zijn:
19
5. Klimaatadaptatie
Vooruitblik 2024 en 2025
De opgave is om onze gemeente weerbaar te maken tegen het veranderende klimaat.
Het Klimaatadaptatie-overleg wordt voortgezet. Dit overleg is bedoeld voor bewustwording en om collega’s te inspireren met voorbeeld projecten waar klimaatadaptatie ingebed wordt. Bij de op te stellen Omgevingsvisie brengen we klimaatadaptie als belangrijk thema actief in.
5.1 Ambitie
Activiteitenoverzicht
Molenlanden wil in 2050 een klimaatbestendige gemeente zijn. De Lokale Adaptatie Strategie (LAS) kent om dit te bereiken drie ambities:
1.
1. De gemeentelijke organisatie handelt klimaat adaptief; 2. Inwoners en bedrijven bewuster maken van de risico’s van extremer weer; 3. Actieve inwoners, bedrijven en organisaties hebben toegang tot kennis en financiële bijdrage om klimaat adaptief te kunnen handelen.
2.
Doorontwikkelen van het klimaat adaptief handelen via onder andere het Klimaatadaptatie-overleg en verder borgen bij actualiseringen van beleidstukken en werkdocumenten. Klimaat adaptief handelen verder inbrengen in de Omgevingsvisie en omgevingsplannen
Doel 2: Meekoppelkansen benutten voor een meer klimaat adaptieve buitenruimte en gebouwen.
5.2 Voortgang
Vooruitblik 2024 en 2025
Doel 1: Klimaatadaptief handelen reguleren en borgen in gemeentelijk beleid.
Door in overleg te gaan met collega’s verkennen we actief of er relevante projecten zijn waar meekoppelkansen liggen voor klimaatadapatie. We willen daarbij niet alleen inzetten op nieuwbouwprojecten, maar ook (nog meer) bij herinrichtingsprojecten van de openbare ruimte. Door een hernieuwde versie te maken van het ambitiedocument: ‘Handboek
20
Duurzaamheid in Gebieds-ontwikkelingen’. Hiermee willen we een eenduidig document maken voor elk (her)inrichtingsproject met de al opgedane kennis van andere (her)inrichtingsprojecten.
Activiteitenoverzicht 1. Bij civiele- en bouwprojecten projecten in de beginfase onderzoeken we welke meekoppelkansen er liggen. 2. Bij lopende projecten bekijken we of we deze financiële impuls geven waardoor het uitvoeren van klimaatadaptieve maatregelen in het project haalbaar worden.
Doel 3: Samen met partijen klimaat-risicodialogen voeren. Vooruitblik 2024 en 2025 De risicodialogen zijn gevoerd en afgesloten met aanbevelingen. Met deze aanbevelingen gaan we in 2024 verder aan de slag. Zie doel 4. voor voorbeelden.
Activiteitenoverzicht 1.
2.
Participeren in het Regionale Adaptatie Strategie (RAS) en inbrengen van de aanbevelingen vanuit de risicodialogen. Eenzelfde inbreng leveren we ook voor de opgave van Groen Blauwe dooradering in de kernen. Het hitteplan van Molenlanden aanvullen met de risico’s van klimaatadaptatie.
Doel 4: bewustwording en vaardigheden bij ambtenaren en bestuur vergroten. Vooruitblik 2024 en 2025 Op basis van een monitoringstool bekijken we hoeveel groen of bestrating er in de kernen ligt. Door dit jaarlijks te bekijken zien we waar groen of bestrating verdwijnt of erbij komt. Dit inzicht gebruiken we om bijvoorbeeld te bepalen waar meer vergroening nodig is en om het gesprek met inwoners hierover te kunnen voeren.
21
Activiteitenoverzicht 1. 2.
Monitoren bomen, groen en verharding De waarnemingen vanuit de monitoring worden ingebracht bij de opgave Groen Blauwe dooradering in de kernen. (waar mogelijk te combineren met de veranderopgave van de omgevingswet).
Doel 5: Stimuleren en faciliteren van inwoners en organisaties in Molenlanden Vooruitblik 2024 en 2025 De regio verband (RAS) ontwikkelt informatie materiaal dat we kunnen gaan gebruiken om inwoners bewust te maken van groen en vergroenen.
Doel 6: Doorvertalen van calamiteitenplannen naar fysieke maatregelen
Activiteitenoverzicht 1. 2. 3.
Vooruitblik 2024 en 2025
Meedoen aan regio acties om iedereen in de omgeving bewust te maken van klimaatadaptatie en de risico’s. Lokaal starten we in 2024 een meerjarige informatieve campagne gericht op bewustwording. Promoten en ondersteunen van initiatieven door inwoners en organisaties. Onder andere middelen beschikbaar te stellen aan bewoners om hun woonomgeving klimaat adaptief te maken.
We denken graag mee met de Veiligheidsregio over eventuele benodigde maatregelen ten behoeve van deze calamiteitenplannen.
Activiteitenoverzicht 1.
22
Meedenken met de veiligheidsregio over maatregelen bij te grote risico’s, hierbij zijn de uitkomsten van de risicodialogen van belang om in te brengen samen met de doelstellingen vanuit de Lokale Adaptatie Strategie.
5.3 Benodigde extra middelen Met de huidige capaciteit kunnen we de activiteiten oppakken, behalve voor de meerjarige bewustwordingscampagne van onze inwoners over klimaatadaptatie in de breedte. Naast personele lasten is werkbudget nodig voor de uitvoering van de activiteiten. Een (klein) deel daarvan kunnen we dekken uit de reeds beschikbare middelen uit het duurzaamheidsbudget voor klimaatadaptatie (€35.000). Daarnaast is additioneel budget noodzakelijk. Samenvattend zijn aanvullend de volgende middelen nodig:
Onderwerp
2024
2025
Personeelslasten
€0
€0
Werkbudget
€ 162.000
€ 172.000
Totaal per jaar
€ 162.000
€ 172.000
Totaal
€ 334.000
* In de tabel zijn enkel de kosten in beeld gebracht. Eventuele Rijksmiddelen en de dekking vanuit de begroting zijn in het totaaloverzicht aan het eind van dit document inzichtelijk gemaakt.
23
6. Circulaire Economie Activiteitenoverzicht
6.1 Ambitie
1. Uitwerken van afvalpreventiemaatregelen rond de realisatie van de nieuwbouw gemeentekantoor Bleskensgraaf (2024). 2. Ondernemers en inwoners in Molenlanden ondersteunen met nieuwe richtlijnen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de SUP(single use plastic) richtlijnen.
Onze ambitie is een 100% circulaire economie in 2050. Dat betekent dat er in 2050 geen (rest)afval meer mag worden verbrand en dat al het afval dat desondanks toch ontstaat, als grondstof wordt teruggewonnen ten behoeve van hergebruik en recycling.
6.2 Voortgang Doel 1: Het inzetten op circulariteit en afvalpreventie om afvalproducten te voorkomen Vooruitblik 2024 en 2025
Doel 2: Met het ‘omgekeerd inzamelen’ de hoeveelheid restafval laten dalen tot 100 kg (2025), dit vertaalt zich in de volgende drie doelen:
In 2023 maken we concreet welke afvalpreventiemaatregelen daadwerkelijk ingevoerd kunnen worden rond de realisatie van de nieuwe huisvesting in Bleskensgraaf. Daarnaast wordt er gekeken naar (nieuwe) wet- en regelgeving op het gebied van afvalpreventie.
1. 2. 3.
24
Grondstoffeninzameling verbeteren. Restafvalinzameling reguleren. Afval scheiden belonen.
Vooruitblik 2024 en 2025 Begin september 2023 worden de ondergrondse containers in Molenlanden afgesloten. Echter worden inwoners nog niet financieel belast. Tot de periode van 1 januari 2024 wordt er bekeken of alle schoonheidsfoutjes uit de systemen gehaald kunnen worden. 1 januari 2024 moet het systeem Diftar definitief in werking treden. In het verlengde hiervan wordt nieuw inzamelbeleid opgesteld voor luiers en het ophalen voor groot grofvuil.
Doel 3: Stimuleren / faciliteren van circulaire initiatieven in Molenlanden Vooruitblik 2024 en 2025 Zie activiteitenoverzicht, hieronder. Na vaststelling van het beleid op circulaire economie kan er beter voorgesorteerd worden op initiatieven om te ondersteunen.
Activiteitenoverzicht 1.
Activiteitenoverzicht
Invoeren van omgekeerd inzamelen inclusief informatieverstrekking (2024).
1.
Ondersteuning van (nieuwe) projecten in de gemeente
6.3 Benodigde extra middelen De investeringen voor het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid zijn gedekt via de Algemene Reserve en afvalstofheffing. De bestaande middelen zetten we verder in voor het financieel ondersteunen van initiatieven. We werken de afvalpreventiemaatregelen voor de gemeentelijke organisatie bij overgang naar nieuwe huisvesting uit. We vragen een klein jaarlijks werkbudget om maatregelen te kunnen voorbereiden en invoeren.
Onderwerp
2024
2025
Werkbudget
€ 17.500
€ 17.500
Totaal per jaar
€ 17.500
€ 17.500
Totaal
25
€ 35.000
7. Thema-overstijgend: Gedragsaanpassing, Communicatie, Financiën en Monitoring
een paar graden lager? Isoleer ik mijn gevel of neem ik een groen dak? Droog ik mijn kleding in de droger, buiten of op de verwarming? Van aansluiten op alledaagse dingen tot het stimuleren van investeringskeuzes op het juiste moment.
7.1 Gedragsaanpassing
Als gemeente willen we achter de voordeur komen om mensen bewust te maken met de verschillende transitie thema’s, waardoor ze hun houding en gedrag kunnen aanpassen. Dit doen we door aansluiting te zoeken bij natuurlijke (beslis)momenten van inwoners, verenigingen en bedrijven. Ook bekijken we waar energie ontstaat om met de thema’s aan de slag te gaan en sluiten hierop aan.
Achter de voordeur komen Verduurzamen en anticiperen op klimaatveranderingen vraagt veel van de samenleving, ook in de gemeente Molenlanden. Van inwoners tot bedrijven, van sportverenigingen tot winkeliers, van agrariërs tot woningbouwverenigingen, iedereen wil, kan of moet er wat mee. Om de doelstellingen in 2030 en 2050 te kunnen behalen zijn duurzame stappen van al deze partijen noodzakelijk.
Actie brengt verandering We informeren inwoners en bedrijven in Molenlanden over wat er allemaal op hen af komt op het gebied van Duurzaamheid en Klimaat. Informatie is de basis voor verandering in houding en gedrag. We ondersteunen de informatievoorziening met persoonlijke ervaringsverhalen van inwoners en bedrijven. Bij Molenlanden past dat we samen willen optrekken in het verduurzamen van de gemeente. Zien verduurzamen doet immers verduurzamen.
Houding en gedrag Elke verandering begint bij een aanpassing van houding en gedrag. We hebben het dan over allerlei varianten van aanpassing in gedrag. Elk thema in dit uitvoeringsprogramma vraagt immers een eigen aanpak en heeft een eigen invulling en dynamiek. Ook worden verschillende doelgroepen aangesproken, met daarin een verscheidenheid aan gedrag. Het kan gaan om keuzes die inwoners maken in de privésfeer. Kies ik voor een warmtepomp, zonnepanelen of allebei? Of zet ik mijn verwarming
Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Aansluiten: we willen aansluiten op waar inwoners en bedrijven mee bezig zijn en initiatieven stimuleren;
26
2. Bewustwording: we willen inwoners en bedrijven informeren/bewust maken dat voor de lange termijnopgave voor verduurzamen ander gedrag mogelijk, wenselijk en noodzakelijk is; 3. Positieve boodschap: we willen uitstralen dat ander gedrag en keuzes niet per definitie vervelend zijn of opgelegd worden, maar dat verduurzamen juist leuk en lonend kan zijn (als het makkelijk is én als het iets oplevert).
f.
Specifieke uitkering regionale structuur Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW).
Ad a: Molenlanden heeft van het Rijk in 2022 een bedrag van € 450.000,= ontvangen voor de uitvoering van de regeling Energiearmoede. Dit bedrag wordt volledig ingezet voor het uitvoeren van de regeling. Medio 2023 heeft Molenlanden voor het Nationaal Isolatie Programma (NIP) een bedrag van €556.250 (incl. af te dragen btw) voor 2023 en 2024 aangevraagd en toegekend gekregen. Tegen het eind van het jaar kan een tweede aanvraag worden ingediend voor een aanvullend budget van ca. €268.640 voor het NIP. Het toegekende budget zal volledig ten goede komen aan de doelgroep van de regeling, en uitgevoerd worden conform het Plan van aanpak Nationaal Isolatie Programma.
De verschillende transitiethema’s volgen een eigen aanpak, maar we zoeken naar afstemming en onderlinge verbinding bij de communicatiemomenten evenals bij de nog uit te werken communicatieplannen voor beide thema’s.
Vooruitblik 2024 en 2025 De website Duurzaamheid houden we actueel en blijven we verder ontwikkelen. Inwoners kunnen de website gebruiken als goede informatiebron en overzicht van onze producten zoals het Energiebesparingsabonnement. Daarnaast brengen we met vaste regelmaat onze digitale nieuwsbrief Duurzaamheid uit en promoten deze.
7.2 Financiën Duurzaamheid en Klimaat kende/kent diverse financieringsbronnen: a. De rijksbudgetten regelingen Energiearmoede en Nationaal Isolatie Programma (NIP) b. De ‘Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ (specifieke uitkering CDOKE), welke voornamelijk is bedoeld voor personeelskosten. c. De Impulsregeling (Klimaatadapatie) d. De reserve Duurzaamheidsprojecten e. Jaarbudget 2023 van € 750.000 (Raadsbesluit november 2022)
27
Ad b: Het Rijk heeft voor de jaren 2023 tot en met 2025 extra middelen beschikbaar gesteld voor de energietransitie en intensivering daarvan. De ontvangen CDOKE subsidie is voornamelijk bedoeld voor formatiekosten. Molenlanden heeft €2.169.322 ontvangen. Dit bedrag is samengesteld op basis van de middelen voor de volgende jaarbedragen:
eind 2023 nog ca. €800.000 resteert binnen de reserve Duurzaamheidsprojecten. Deze zetten we dan als volgt in: •
Als dekkingsmiddel: € 400.000 (2024) en € 400.000 (2025)
Ad e: Het jaarbudget over 2023 van €750.000 is conform het besluit toegevoegd aan de reserve duurzaamheidsprojecten. Zoals onder ad d. is aangegeven verwachten we aan het eind van het jaar minder te hebben uitgegeven dan was geraamd door personeelswisselingen en meevallers. Dit heeft ervoor gezorgd dat we bij ad d. voorgesteld hebben om €800.000,- te onttrekken voor het dit uitvoeringsprogramma in plaats van de €600.000,- die eerder was geraamd.
2023: €716.607 2024: €723.107 2025: €729.608 Noot: De bedragen zijn lager uitgevallen dan eerder verwacht werd ten tijde van het schrijven van het vorige uitvoeringsprogramma.
Ad c: Voor de Impulsregeling Klimaatadaptatie heeft het Rijk heeft € 200 miljoen voor de Impulsregeling gereserveerd. Om het bedrag eerlijk over de werkregio’s te verdelen, gebruikt het ministerie van I&W een verdeelsleutel op basis van inwoneraantal en oppervlakte. Het maximumbedrag waarop aanspraak gemaakt kan worden, verschilt dus per werkregio. De impulsgelden dienen uitsluitend ingezet te worden voor water-gerelateerde (overstroming, wateroverlast) en droogte maatregelen en dekken een derde (1/3) van de kosten. Twee-derde (2/3) moet gefinancierd worden door de werkregio zelf. Molenlanden heeft in 2023 een aanvraag ingediend om net als in 2022 aanspraak te maken op impulsgelden. Als de aanvraag in 2023 gehonoreerd wordt, net zoals in 2022, dan zal dit direct ten goede komen aan klimaatadaptieve maatregelen bij de bij de aanvraag.
Ad f: Voor het opzetten van de regiostructuur voor het Nationaal Programma Lokale Wamrtetransitie is een specifieke uitkering aangevraagd. Regio Alblasserwaard (Molenlanden en Gorinchem) kan een bedrag van €133.331,67 aanvragen. Vanuit dit bedrag worden de personele lasten die gepaard gaan met de vanuit het programma gewenste regiocoördinator betaald en voor het resterende deel (50% i.v.m. regioverdeling) worden personeelskosten binnen het thema warmte betaald.
Vooruitblik 2024 en 2025 Naast de Rijksmiddelen bekijken we doorlopend de subsidiemogelijkheden en ontwikkelingen waarmee we enerzijds de ambtelijke kosten kunnen drukken en anderzijds of we met subsidies onze inwoners en bedrijven zo goed mogelijk kunnen bedienen.
Ad d: De reserve Duurzaamheidsprojecten kent bij de jaarrekening 2022 een saldo van ca. € 1,21 miljoen, hiervan wordt eind 2023 nog een onttrekking gedaan voor de kosten vanuit het uitvoeringsprogramma van dit jaar. Het restant bedrag vanuit de reserve wordt ingezet voor het dekken van de kosten voor 2024 en 2025. We doen de aanname dat er
De brede subsidiescan die in 2023 is uitgevoerd gaf voor de thema’s uit dit uitvoeringsprogramma onvoldoende aanknopingspunten om op lokaal niveau in aanmerking te komen voor Europese subsidies. De resterende gelden naar aftrek van alle onkosten kunnen dus niet met andere
28
(Europese) subsidies worden gedekt. Op nationaal- en provinciaal niveau doen we mee met alle voor ons relevantie subsidie mogelijkheden. Doordat (subsidie)regelingen elkaar in rap tempo opvolgen monitoren we continu of we hierin kansen zie voor onze gemeente.
Daarnaast hebben we CE-Delft gevraagd het uitvoeringsprogramma door te rekenen en het effect te bepalen op de uitstoot van broeikasgassen in de gemeente. Het uitvoeringsprogramma bestaat met name uit maatregelen die gericht zijn op het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Dit past ook bij de rol van een gemeente om de lokale energietransitie te trekken. Deze sector is goed voor 14% van de totale broeikasgasemissies in Molenlanden. Uit de verkenning van CE-Delft blijkt dat de sectoren landbouw en mobiliteit met 36% en 24% grotere veroorzakers van emissies zijn. Zij hebben daarmee een grotere potentie voor de reductie van CO2, maar tegelijkertijd past daarbij wel de kanttekening dat de invloed van de gemeente soms beperkt is. Bij mobiliteit bijvoorbeeld, maakt de Provincie keuzes rond openbaar vervoer en wordt de hoge uitstoot deels veroorzaakt door Rijkswegen. Het rapport concludeert (net als vorig jaar) dat we met de huidige maatregelen uit het uitvoeringsprogramma de CO2-reductiedoelstellingen voor 2030 (49%) en 2050 (95%) niet gaan halen.
Voor het volledige financieel overzicht van dit Uitvoeringsprogramma verwijzen wij naar de tabel van hoofdstuk 8. Noot: Bredere verkenning Europese subsidies Molenlanden verkent de mogelijkheden om vanuit de integraliteit van de beleidsvelden op lokaal en regionaal niveau in aanmerking te kunnen komen voor Europese subsidies. Omdat veelal samenwerkingen met andere Europese landen nodig is om in aanmerking te komen voor een EUsubsidie, maakt dit het complex. Ook de directe lijnen en netwerk met de EU-commissie in Brussel is hierin van meerwaarde.
7.3 Monitoring Voor de thema's energie, klimaatadaptatie, warmte en circulaire economie zijn in dit uitvoeringsprogramma verschillende doelstellingen geformuleerd. Om de voortgang van de doelstellingen te kunnen monitoren zijn er in het Uitvoeringsprogramma 2023-2026 per doelstelling één of meerdere indicatoren gekoppeld. In Bijlage 3 ‘Monitoringsrapportage Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat’ staan deze indicatoren aangegeven. Voor de monitoring zijn de beschikbare gegevens van basisjaar 2020 afgezet tegen de gegevens van 2021 (meest recente data). Achteraan dit hoofdstuk vatten we visueel samen wat deze monitoring laat zien. We verwijzen graag naar de bijlage voor meer uitleg, toelichting en specificatie.
29
Verder verwachten we dat het Gebiedsplan Veenweide en het daaraan gekoppelde Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied een duidelijke bijdrage (gaan) leveren aan de CO2-reductiedoelen voor landgebruik en/of landbouw.
7.4 Benodigde extra middelen
Het rapport van CE-Delft is als Bijlage 2 bij deze actualisatie van het Uitvoeringsprogramma gevoegd. Een kanttekening bij het rapport (en dat is ook als aanbeveling opgenomen in het rapport) is dat het gebaseerd is op basis van beschikbare data. Niet van alle onderdelen is data beschikbaar en het is dan ook wenselijk om meer data te gaan verzamelen om een meer compleet beeld en over een breder spectrum te kunnen gaan schetsen in de toekomst.
2.
3. 4. 5.
2024
2025
Personeelslasten
€ 96.600
€ 96.600
Werkbudget
€ 65.500
€ 65.500
Totaal per jaar
€ 162.100
€ 162.100
Totaal
Activiteitenoverzicht 2024 en 2025 1.
Onderwerp
Doorontwikkeling, beheer en redactie website Duurzaamheid Molenlanden. Via o.a. (social) media inspirerende voorbeelden delen op Duurzaamheid en Klimaat, initiatieven belichten en acties onder de aandacht brengen, hierin zoeken we o.a. samenwerking met de Stichting Duurzaam Molenlanden Periodiek uitbrengen digitale nieuwsbrief Duurzaamheid Molenlanden. Monitoren en inschrijven op relevante subsidies op provinciaal en landelijk niveau voor energietransitie en klimaatadaptatie. Gedetailleerd monitoren van de voortgang en meten aan de hand van KPI’s
30
€ 324.000
31
8.
Integraal financieel overzicht
32
9.
Bijlagen
1. Terugblik over 2023 2. Effecten van het klimaatbeleid van gemeente Molenlanden - update 2023(opsteller CEDelft) 3. Monitoringsrapportage Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat (opsteller Omgevingsdienst-ZuidHolland-Zuid)
33