Bijl. 4. Berekening prioritaire strengen vacuümriolering Molenlanden
Tekst van het document
QUAVAC Onderzoek vacuümstrengen gemeente Molenlanden Aanleiding In de jaren '80 is de mechanische riolering aangelegd en berekend op de toen aanwezige bebouwing. Sinds de aanleg is er veel ruimtelijke dynamiek geweest en daarmee is de hoeveelheid afvalwater toegenomen. Doordat op een aantal plekken zich problemen voordeden, is het vermoeden ontstaan dat de maximale capaciteit in de vacuümsystemen was bereikt. In samenwerking met QUAVAC is eind 2022 is een doorrekening gemaakt van de huidige capaciteit van de vacuümriolering. Daarnaast is gemeten wat het effect van toekomstige ontwikkelingen de komende 20 tot 30 jaar is, op de capaciteit van de riolering. Dit is gedaan om te bepalen welke maatregelen nodig zijn om het riool toekomstbestendig te maken. De vacuümstrengen die in dit onderzoek zijn berekend: 1. Molenaarsgraaf (Graafdijk-Oost, Gijbelandsedijk, B) 2. Brandwijk (Graafdijk-west/Gijbelandsedijk) 3. Ottoland (A) 4. Oud-Alblas (Noordzijde/Oosteinde) 5. Oud-Alblas (Peperstraat/Westeinde) Alle berekeningen zijn door QUAVAC uitgevoerd. In samenspraak met QUAVAC, heeft de gemeente dit rapport opgesteld waarin de berekeningen worden onderbouwd.
Methode onderzoek Norm in de vacuümriolering In de vacuümriolering staan vacuümstations, die via leidingen verbonden zijn met vacuümputten bij de woningen. In deze putten zit een mechanisme met een klep, die ervoor zorgt dat het afvalwater richting het vacuümstation wordt gezogen. Vacuümkleppen hebben een minimale vacuümdruk nodig van ongeveer 0,2. Komt de druk hieronder te liggen, dan gaat de klep niet meer open en kan het afvalwater niet worden afgevoerd. De druk moet dan eerst weer toenemen voordat het afvalwater weer kan worden afgevoerd.
De theoretische huidige capaciteit De huidige capaciteit van het systeem is bepaald door te berekenen of de hoeveelheid afvalwater van het huidige aantal woningen en andere functies door de buizen kan worden vervoerd. Hiermee wordt dus een theoretische berekening gemaakt van de capaciteit van de vacuümriolering. De theoretische capaciteit met de toekomstige ontwikkelingen We hebben voor alle vacuümstrengen in dit onderzoek in beeld gebracht welke ontwikkelingen we op korte en lange termijn kunnen verwachten. Dit is gedaan aan de hand van de lopende plannen en de ruimte die de bestemmingsplannen bieden. Daarbij is ook een inschatting gemaakt van de omvang van de ontwikkelingen, dus de verwachte toename in afvalwater. Vervolgens is opnieuw berekend of het huidige systeem het afvalwater in de toekomst kan transporteren en of de vacuümdruk hoog genoeg is. Knelpunten in de praktijk Er is gemeten of er in de praktijk knelpunten zijn. Dit zijn plekken waar de vacuümdruk te laag is. Er kunnen verschillende factoren zijn waardoor de theoretische berekening niet overeenkomt met de praktijk. Dit kan bijvoorbeeld door een stuk leiding wat is verzakt waardoor de vacuümdruk te laag is.
De gemeten vacuümdrukken hebben de volgende kleuren: - Groen: Gemiddelde vacuümdruk > 0,2 - Oranje: gemiddelde vacuümdruk = 0,2 - Rood: gemiddelde vacuümdruk < 0,2 In de strengen Vuilendam en Oud-Alblas Noordzijde zijn de vacuümdrukken op 3 van de 4 leidingen gemeten. De metingen kunnen in een streng maar op 3 plekken tegelijkertijd worden uitgevoerd. Daarnaast zijn de leidingen die niet zijn gemeten, het minst kwetsbaar. Deze leidingen hebben de kortste afstand en hebben de minste aansluitingen. Oplossingen Op basis van de theoretische berekeningen en metingen in de praktijk zijn er oplossingen bedacht. De oplossingen zouden de vacuümdrukken weer naar waarden boven de 0,2 brengen.
Uitkomsten onderzoek Brandwijk
Leiding nummer V-1-0 Meulenbroek 2/2a V-2-0 Graafdijk west 54 V-3-0 Gijbelandsedijk 61 Gijbelandsedijk 28aa
Lengte Vacuüm leiding
Diameter
Voldoet huidig Huidig debiet netwerk
Verre toekomst debiet
Voldoet huidig netwerk
Gemeten gemiddelde aan vacuüm op meetpunt streng
1210 m
Ø90/Ø110
49.4 lpm
Voldoet
71.5 lpm
Voldoet
0,20 (0,16-0,26)
1115 m
Ø90/Ø110 /Ø125
135.2 lpm
Voldoet
159.25 lpm
Voldoet
0,20 (0,12-0,24)
737 m
Ø90/Ø110
70.2 lpm
Voldoet
76.05 lpm
Voldoet
0,40 (0,36-0,44)
Tank
Maatregelen
Druk in tank ophogen
0,60 (0,54-0,64)
Vuilendam
Leiding nummer V-4-0 Graafdijk oost 35b V-5-0 Gijbelandsedijk 89
Lengte Vacuüm leiding
Diameter
Voldoet huidig Huidig debiet netwerk
Verre toekomst debiet
Voldoet huidig netwerk
Gemeten gemiddelde aan vacuüm op meetpunt streng Maatregelen
1334 m
Ø110/Ø125
14.3 lpm
Voldoet
28.6 lpm
Voldoet
0,11 (0,05-0,17)
1374 m
Ø110/Ø125
104 lpm
Voldoet
302.25 lpm
Voldoet
0,26 (0,20-0,31)
V-5-0 B-oneven 63
886 m
Ø90/Ø110/Ø125
62.4 lpm
Voldoet
159.90 lpm
Voldoet
0,20 (0,14-0,22)
V-5-0 B-even 58
887 m
Ø110/Ø125
100.5 lpm
Voldoet
115.45 lpm
Voldoet
Niet gemeten
VS Graafdijk oost 1a
Tank
0,58 (0,56-0,60)
Druk in tank ophogen Lucht inlaatsysteem
Ottoland Oost
Leiding nummer
Lengte Vacuum leiding
Diameter
Huidig debiet
Voldoet huidig netwerk
Verre toekomst debiet
Voldoet huidig netwerk
Gemeten gemiddelde aan vacuüm op meetpunt streng
V-6-0 A 158
910 m
Ø110/Ø125
57.20 lpm
Voldoet
81.9 lpm
Voldoet
0,25 (0,18-0,30)
V-7-0 A 10
838 m
Ø90/Ø110
45.5 lpm
Voldoet
88.4 lpm
Voldoet
0,27 (0,20-0,30)
V-8-0 A 119
581 m
Ø125
49.4 lpm
Voldoet
71.5 lpm
Voldoet
0,40 (0,34-0,44)
VS A 76
Tank
Maatregelen Geen (In 2020 is al een deel vacuüm omgebouwd naar druk)
0,66 (0,62-0,70)
Oud Alblas Veerweg
Leiding nummer V-9-0 Westeinde 77 V-10-0 Peperstraat 2 V-11-0 Westeinde 5a VS Veerweg 34
Lengte Vacuum leiding
Diameter
Huidig debiet
Voldoet huidig netwerk
Verre toekomst debiet
Voldoet huidig netwerk
Gemeten gemiddelde aan vacuüm op meetpunt streng
833 m
Ø110/Ø125
65.0 lpm
Voldoet
96.85 lpm
Voldoet
0,47 (0,43-0,51)
1066 m
Ø110/Ø125
98.6 lpm
Voldoet
114.4 lpm
Voldoet
0,43 (0,35-0,49)
556 m
Ø110
33.8 lpm
Voldoet
52.0 lpm
Voldoet
0,40 (0,34-0,47)
Tank
0,60 (0,55-0,65)
Maatregelen
Geen
Oud Alblas Noordzijde
Leiding nummer V-12-0 Oosteinde 46 V-13-0 Oosteinde 7 V-14-0 Noordzijde 3 V-15-0 Noordzijde VS Noordzijde 22b
Lengte Vacuum leiding
Diameter
Voldoet huidig Huidig debiet netwerk
Verre toekomst debiet
Voldoet huidig netwerk
Gemeten gemiddelde aan vacuüm op meetpunt streng
1575 m
Ø110
49.5lpm
Voldoet
71.5 lpm
Voldoet
0,55 (0,45-0,65)
1335 m
Ø110
45.5 lpm
Voldoet
69.52lpm
Voldoet
0,12 (0,05-0,25)
775 m
Ø110
35.62 lpm
Voldoet
63.77lpm
Voldoet
0,25 (0,16-0,35)
587 m
Ø110
49,40 lpm
Voldoet
68,82 lpm
Voldoet
Niet gemeten
Tank
Maatregelen
Nieuwe vacuümtank aanleggen. (Druk in de tank al is verhoogd)
0,68 (0,62-0,70)
Conclusie en vervolgstappen De conclusie van het onderzoek is dat, in theorie, het huidige vacuümsysteem voldoende capaciteit heeft voor de huidige hoeveelheid afvalwater én voor de toekomstige ontwikkelingen. Nadat het vacuüm is gemeten om theorie en praktijk met elkaar te vergelijken, blijken er in twee strengen zich knelpunten voor te doen: 1. Vuilendam De druk aan het einde van de streng is te laag. Hierdoor kan het afvalwater aan het einde van de streng niet goed worden weggezogen. De oplossing hiervoor is om de druk in het vacuümstation te verhogen. Daarnaast kan er een luchtinlaatsysteem worden gebouwd om de vacuümdruk te kunnen verhogen. De kosten van het luchtinlaatsysteem zijn €20.000,Het luchtinlaatsysteem zal worden aangelegd als het verhogen van de vacuümdruk niet voldoende blijkt te zijn. 2. Oud-Alblas Noordzijde/Oosteinde De druk aan het einde van de streng op Oosteinde is te laag. Ook hier kan het afvalwater niet meer goed worden weggezogen. Om deze vacuümstreng toekomstbestendig te maken is berekend en uitgewerkt dat er een nieuwe, tweede vacuümtank moet worden aangelegd. De druk in de tank is al verhoogd maar dit bleek niet voldoende. De kosten voor een nieuwe vacuümtank in deze streng zijn geraamd op €310.000,-
Monitoring Het monitoren van de vacuümriolering is belangrijk om nieuwe knelpunten op tijd te signaleren. De vacuümsystemen kunnen in theorie de toekomstige hoeveelheid afvalwater aan, maar er kunnen verschillende oorzaken zijn waardoor de vacuümdruk te laag wordt. Door de vacuümdrukken te blijven meten, kan dit worden bijgehouden en kunnen er tijdig nieuwe maatregelen worden genomen.