Bijl. 2. Proces en samenwerking gebiedsplan Vitale Veenweiden
Tekst van het document
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden in het kader van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied Ontwerp, 22 november 2022
Inhoudsopgave 1. Verder Samen werken aan Vitale Veenweiden
3
2. Procesontwerp
5
2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5
6 6 7 8 8
2.1 2.2.
Inleiding Gebiedsprocessen en opstellen gebiedsplan Gebiedsprocessen in de Veenweiden Indeling deelgebieden Adaptieve werkwijze Uitvoering Mijlpalen
5 6
3. Voorlopige inhoudsopgave van de deelgebiedsplannen
10
4. Wat mogen we van elkaar verwachten: governance
12
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5
13 13 14 15 16
3.1 3.2
4.1 4.2 4.3
Voorlopige inhoudsopgave Toelichting op de maatregelpakketten
Inleiding Besluitvormingsproces (deel)gebiedsplannen Rollen en verantwoordelijkheden Regiegroep Vitale Veenweiden Bestuurlijk Kernteam Vitale Veenweiden Partijen in het gebiedsproces Provincie Rijk
5. Proces na juli 2023
2
10 11 12 12 13
17
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
1. Verder Samen werken aan Vitale Veenweiden De provincie Zuid-Holland staat, samen met u als partner in het veenweidengebied, voor een grote opgave. Daarbij is ons doel te werken aan vitale veenweiden: gebieden met een gezonde natuur en leefomgeving en een vitale, toekomstbestendige landbouw. Als overheden en maatschappelijke organisaties werken we al langer samen in de veenweidegebieden om invulling te geven aan de opgaven uit het Klimaatakkoord. Met de komst van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) zijn de opgaven voor de veenweiden verbreed, is het gebied uitgebreid en worden de kaders strakker. In de Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland hebben we gezamenlijk uitgewerkt hoe we invulling willen geven aan de opgaven uit het Klimaatakkoord en laten we zien wat hierin al gebeurd is. De strategie markeert ook de verbreding naar het NPLG en beschrijft op hoofdlijnen hoe we de opgaven waar we voor staan willen realiseren. Met het nu voorliggende document nodigt de provincie Zuid-Holland haar gebiedspartners uit om gezamenlijk een volgende stap te zetten. We beschrijven hierin concreet hoe we het vervolgproces voor ons zien en hoe we willen samenwerken. We sluiten hierbij nauw aan bij de manier waarop we al langer met elkaar aan het werk zijn.
Centraal hierbij staat de vraag van het Rijk aan de provincie om in juli 2023 een provinciaal gebiedsprogramma (ZH-PLG) in te dienen waarin wordt aangegeven hoe aan de opgaven uit het NPLG wordt voldaan, welke maatregelen daarvoor worden genomen en wat daarvoor nodig is. De provincie vindt een gebiedsgerichte aanpak daarbij belangrijk en heeft drie kerngebieden onderscheiden. Het veenweidegebied is een van de kerngebieden en wordt op zijn beurt weer onderverdeeld in verschillende deelgebieden. De provincie vraagt haar gebiedspartners om een deelgebiedsplan op te stellen en integreert deze uiteindelijk in het gebiedsplan Vitale Veenweiden. Dit vormt samen met de gebiedsplannen uit de andere twee kerngebieden de basis voor het provinciale gebiedsprogramma dat in juli 2023 wordt aangeboden aan het Rijk. Voor het opstellen van het provinciale gebiedsprogramma (ZH-PLG) stelt de provincie een Startdocument op. Daarin worden het proces en de kaders op provinciaal niveau beschreven. Het Startdocument ZH-PLG gaat in op de provinciale NPLG opgaven en is daarmee de inhoudelijke opdracht aan de kerngebieden. Dit document is de gebiedsgerichte uitwerking van het Startdocument ZH-PLG voor het kerngebied Veenweiden.
Een van de grootste uitdagingen voor het opstellen van het gebiedsplan Vitale Veenweiden en de onderliggende deelgebiedsplannen is het feit dat nog niet alle kennis en informatie compleet is, in combinatie met de strakke tijdsplanning. Enerzijds moeten de opgaven en kaders nog worden geconcretiseerd en moeten instrumenten en kennis over de problematiek en de effectiviteit van maatregelen worden doorontwikkeld. Anderzijds is de mijlpaal om het eerste gebiedsprogramma van het ZH-PLG juli 2023 op te leveren ambitieus, mede omdat het tijd kost om te bouwen aan vertrouwen en een gezamenlijk perspectief en om gebiedsprocessen te doorlopen. Dat betekent dat het voorliggende document nog niet de definitieve versie is. De processtappen en spelregels zullen nog nader worden uitgewerkt en aangepast. Daarnaast zullen in de loop van Terug naar inhoud
3
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
de tijd de inhoudelijke opgaven en structurerende keuzes en kaders worden toegevoegd. Deze zullen zeer bepalend zijn voor de uiteindelijke uitwerking van de deelgebiedsplannen. De landelijke ontwikkelingen worden in eerste instantie via het Startdocument ZH-PLG vertaald naar het provinciale niveau en daar waar het relevant is doorvertaald in het document Opgaven, structurerende keuzes en kaders Vitale Veenweiden. Dit vraagt om een iteratief proces, niet alleen in 2022 maar ook de jaren erna. De onderwerpen en richting zijn echter duidelijk: we werken aan vitale veenweiden en het versterken van de natuur, verbeteren van de waterkwaliteit en verminderen van broeikasgasuitstoot.
Leeswijzer Dit document geeft een voorzet voor het procesontwerp om te komen tot realiseerbare deelgebiedsplannen (hoofdstuk 2) en de inhoud van de deelgebiedsplannen (hoofdstuk 3). De governance wordt beschreven in hoofdstuk 4 en dit document sluit af met een doorkijk naar de periode na het opleveren van de deelgebiedsplannen (hoofdstuk 5). Voor de inhoudelijke opgaven, de structurerende keuzes en kaders voor de gebiedsplannen en voor de gereedschapskist wordt verwezen naar het Startdocument ZH-PLG. Voor de Veenweiden wordt dat samengevat in het separate document Opgaven, structurerende keuzes en kaders Vitale Veenweiden.
4
Terug naar inhoud
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
2. Procesontwerp 2.1
Inleiding
Kenmerkend voor het proces van opstellen van het gebiedsplan Vitale Veenweiden en de onderliggende deelgebiedsplannen (en in een later stadium de realisatie van het uitvoeringsprogramma) is het adaptieve en iteratieve karakter. Veel in de wereld rondom ons is in beweging en veel is nog in ontwikkeling. Dat betekent dat keuzes die wij nu maken in een later stadium om aanpassing kunnen vragen. Goede organisatie van en communicatie over deze processtappen zijn daarom van groot belang. Dit is een belangrijke rode draad in zowel het procesontwerp als in de governance. In het Startdocument ZH-PLG wordt het proces en de governance op provinciaal niveau beschreven. Het nu voorliggende document zoomt in op het procesontwerp voor het veenweidengebied. Dit is enerzijds gebaseerd op de Startnotitie Veenweidestrategie (vastgesteld door GS in september 2021) en anderzijds op het Startdocument ZH-PLG (vastgesteld in GS in november 2022). Het proces om te komen tot een gebiedsplan voor het kerngebied Veenweiden en de onderliggende deelgebieden bestaat uit 4 sporen. Spoor 1 en 4 zijn randvoorwaardelijk voor een adequate uitvoering van spoor 2 en 3. Tot juli 2023 ligt het accent op spoor 2 en 3: het faciliteren van de gebiedsprocessen en het opstellen van de deelgebiedsplannen.
Dat betekent niet dat er in de andere sporen geen activiteiten plaatsvinden, maar deze zijn vooral relevant voor de periode na juli 2023. Het proces en de verschillende sporen kan als volgt worden gevisualiseerd: Het eerste spoor, de formulering van de inhoudelijke uitvraag, zal worden beschreven in een separaat document: Opgaven, structurerende keuzes en kaders Vitale Veenweiden.
Hierover komt nog aanvullende informatie vanuit het Rijk. Er zijn voor november beleidsbrieven aangekondigd van verschillende ministers. De provincie zal het beleid vervolgens vertalen naar hanteerbare doelen en structurerende keuzes voor de gebiedsprocessen. De verwachting is dat er ook daarna nieuwe informatie vanuit het Rijk beschikbaar komt. Zo verwachten wij nog een specificatie van de deelgebiedsplannen, dus aanvullende informatie over waar het resultaat van de gebiedsprocessen aan moet voldoen. Het bijsturen van de uitvraag is dus een doorlopend ‘spoor’ in de aanpak.
Terug naar inhoud
5
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
Wanneer zich ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op de uitvraag voor het kerngebied of de deelgebieden, dan worden deze in eerste instantie verwerkt in het document Opgaven, structurerende keuzes en kaders Vitale Veenweiden. De daaruit voortvloeiende wijzigingen voor het kerngebied Veenweiden worden geagendeerd in de regiegroep Vitale Veenweiden (zie paragraaf 4.2). Het kan ook zo zijn dat de ontwikkelingen leiden tot een aanpassing van dit document. De laatste versies van de documenten zullen online beschikbaar worden gesteld.
2.2. Gebiedsprocessen en opstellen gebiedsplan 2.2.1 Gebiedsprocessen in de Veenweiden
Wij vragen u als gebiedspartners van een deelgebied om samen met de andere belanghebbende partijen in het gebied een deelgebiedsplan op te stellen. Dit omdat u als geen ander beschikt over de specifieke kennis over het gebied. Ieder gebied kan zijn proces naar eigen inzicht vorm geven zodat dit optimaal aansluit bij de specifieke lokale kenmerken, wensen en mogelijkheden. Wel geven wij de inhoudelijke opgave en structurerende keuzes mee die kaderend zijn bij het opstellen van het deelgebiedsplannen. Ook zullen wij aangeven op welke wijze de rapportage moet worden opgebouwd, zodat we van alle deelgebieden samen het gebiedsplan Vitale Veenweiden kunnen maken.
2.2.2 Indeling deelgebieden
De provincie hanteert voor het landelijk gebied een indeling met drie samenhangende, herkenbare kerngebieden. Dit zijn de Veenweiden, de Zuid-Hollandse Delta en het Kust- en Duingebied. Onderstaande kaart is een eerste schets van de indeling van de (deel)gebieden en wordt in overleg met de gebieden nog verder uitgewerkt. Binnen het kerngebied Veenweiden liggen dus ook deelgebieden met een andere bodem dan veen, en met een ander grondgebruik dan veeteelt, zoals akkerbouw, glastuinbouw en sierteelt. NPLG - GGA Deelgebieden
Hillegom Noordwijk
Duin- en bollenstreek Lisse
Gemeentegrens Kust- en duingebied Veenweiden Zuid-Hollandse Delta Deelgebieden Kusten Duingebied Deelgebieden Veenweiden Deelgebieden ZuidHollandse Delta N2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bestaand stads- en dorpsgebied
Teylingen
Kaag en Braassem
Katwijk Oegstgeest
Duin Horst en Weide Wassenaar
Nieuwkoop
Leiden
Voorschoten
Leiderdorp
Zoeterwoude
Alphen aan den Rijn
Leidschendam-Voorburg
Boskoop
's-Gravenhage
Bodegraven-Reeuwijk
Zoetermeer Waddinxveen
Gouda en omgeving
Rijswijk Pijnacker-Nootdorp
Oostland
Westland
Gouda
Lansingerland
Delft
Westland
Zuidplas
Midden-Delfland
Krimpenerwaard
Midden-Delfland Maassluis
Vlaardingen
Capelle aan den IJssel
Schiedam
5
10 km
Westvoorne
Krimpenerwaard
Krimpen aan den IJssel
Rotterdam
0
Nieuwkoopse Plassen
Veenweiden Noord
Brielle
Molenlanden
Buitenland van Rhoon
Voorne Putten
Albrandswaard
Hellevoetsluis
Ridderkerk
Alblasserdam
Alblasserwaard
Barendrecht Hendrik-Ido-Ambacht
Nissewaard
Papendrecht
Zwijndrecht
Gorinchem Sliedrecht
Hardinxveld-Giessendam
Eiland van Dordt Goeree-Overflakkee
Hoeksche Waard
Hoeksche Waard
Dordrecht
Goeree-Overflakkee
Kadaster, Esri, HERE, Garmin, Foursquare, FAO, METI/NASA, USGS M22_09_01750_Kaart_NPLG_met_BSD_en_natuurgebieden_v1 - 10/7/2022
6
Terug naar inhoud
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
Binnen de Veenweiden lopen al gebiedsprocessen in de drie ‘prioritaire’ gebieden Nieuwkoop, Alblasserwaard en de Krimpenerwaard, en ook in andere gebieden worden gebiedsprocessen voorbereid. We kijken of waar mogelijk bestaande en nieuwe processen gestroomlijnd kunnen worden. Omdat het NPLG zich op het hele landelijk gebied richt, moet voor alle gebieden in kerngebied Veenweiden een deelgebiedsplan worden opgesteld. We gaan uit van deelgebieden met een logische afbakening en een herkenbare identiteit. De verwachting is dat er in totaal zes of zeven deelgebieden zullen zijn. Voor deze gebieden wordt met betrokken partijen overlegd hoe de gebiedsprocessen om te komen tot een deelgebiedsplan het beste georganiseerd kunnen worden.
2.2.3 Adaptieve werkwijze
Rode draad in het proces van de totstandkoming en realisatie van de plannen zijn de termen cyclisch en adaptief. Dat geldt zowel voor de periode tot juli 2023 als voor de periode tot 2030 en daarna. Het gebiedsplan Vitale Veenweiden bevat een toekomstperspectief voor het kerngebied op hoofdlijnen in combinatie met een beschrijving van de noodzakelijke maatregelen om de doelen van het NPLG te realiseren. Het toekomstperspectief is een belangrijk toetsingsinstrument om de consequenties van mogelijke maatregelen te duiden en daarmee richting te geven aan de te kiezen oplossingsrichtingen. Het proces van de opgave naar de oplossing is geen rechte lijn van A naar B, maar vraagt tussentijds om bijsturing en op een aantal momenten keuzes om de richting te bepalen.
Ontwikkelen gezamenlijke feitenbasis Bij het opstellen van het deelgebiedsplan is sprake van ingewikkelde materie. Voordat je het weet praten partijen langs elkaar heen of blijkt later in het proces dat partijen zich hebben gebaseerd op verschillende informatie. Om met elkaar tot goed afgewogen keuzes te komen, helpt het dat er over de inhoud, de te gebruiken data en kennis (de feiten) consensus is bij de betrokken gebiedspartijen. Het gezamenlijk beoordelen van de feiten en op basis daarvan samen rekenen en tekenen leidt tot uitwisseling van ideeën en tot gezamenlijke visievorming over de kennis en feiten. Omdat alle partijen kennis inbrengen vanuit verschillende perspectieven wordt het probleemoplossend vermogen vergroot. Bijkomend voordeel is dat er een gemeenschappelijk taal ontstaat wat bijdraagt aan onderling begrip. De stappen in het ontwikkelen van een gezamenlijke feitenbasis zijn: 1. In beeld brengen waar wij nu staan: de nulsituatie (de ‘foto’ van het gebied) 2. Uitvoeren van analyses voor de diverse opgaven (wat is er nog nodig om te komen tot doelbereik) 3. Bepalen van een wensbeeld uitgaande van de opgaven en de visie op het gebied.
Waar wil het gebied naar toe, wat is het gebiedsperspectief en wat is het bedrijfsperspectief? Met deze stappen verkennen de deelnemers in de deelgebiedsprocessen welke maatregelen uitvoerbaar zijn en in hoeverre ze bijdragen aan het doelbereik. In deze stap kan naar voren komen dat sommige maatregelen elkaar in de weg zitten. Maar ook dat dat er meekoppelkansen zijn met opgaven vanuit andere beleidsterreinen (denk aan energie of recreatie). Het resultaat van deze stappen vormt de basis voor het formuleren van de maatregelpakketten in het deelgebiedsplan en geeft inzicht in de benodigde randvoorwaarden en middelen om deze vervolgens ook te kunnen realiseren. In de gebiedsprocessen borduren we voort op wat we al hebben en voegen we er de nieuwe informatie aan toe. Bij het gezamenlijk feiten onderzoek kunnen dilemma’s en vragen naar voren komen. Indien noodzakelijk voor de voortgang van het proces worden deze op de beleidsmatige en/of bestuurlijke tafels geagendeerd. Met het resultaat van deze consultatie kan het gezamenlijk verkennen van de oplossingsrichtingen en maatregelen dan weer de volgende ronde in. Met het doorlopen van deze
7
Terug naar inhoud
7
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
iteratieve stappen ontstaat het beeld met welke maatregelpakketten de opgaven voor het gebied het beste behaald kunnen worden. Dit wordt vertaald naar het kerngebiedsplan. In onderstaande figuur is dit schematisch weergegeven.
2.2.4 Uitvoering
We beginnen niet bij nul. In veel van de deelgebieden zijn de afgelopen jaren in het kader van het Klimaatakkoord, de realisatie van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) en andere water- en biodiversiteitsopgaven (bijvoorbeeld DAW-projecten) al gebiedsprocessen gestart waarin samen met gebiedspartners actief gewerkt wordt aan het identificeren en implementeren van oplossingen. In veel gevallen is ook begonnen met de uitvoering van maatregelen. In de uitvraag naar de gebieden ligt het accent op het uitvoeren van die maatregelen die bijdragen aan de NPLG doelen en op het in beeld brengen van de maatregelen die uitvoeringsgereed zijn voor de periode 2023-2025 en waar mogelijk starten met de uitvoering daarvan. Voor de financiering van de maatregelen is naast de reeds bekende Impulsgelden Veenweiden ook het Transitiefonds beschikbaar. Daarnaast kunnen we ook kijken naar andere financieringsbronnen, zoals het GLB. Door nu de uitvoering voortvarend op te pakken, kunnen wij al slagen maken richting de realisatie van de doelen in 2030. De bulk van de uitvoering van de maatregelen ligt na 2023. Voor de organisatie van deze grote opgave wordt een uitvoeringsorganisatie opgericht. Op dit moment is nog niet duidelijk of dit een landelijke organisatie wordt of dat de provincie de uitvoering in eigen beheer samen met de gebiedspartners gaat organiseren.
De uitwerking hiervan wordt opgepakt door het provinciale regieteam ZH-PLG. De verdere ontwikkelingen hieromtrent zullen een regelmatig terugkerend agendapunt zijn in de overleggen van de regiegroep Vitale Veenweiden.
2.2.5 Mijlpalen
De hierna volgende mijlpalen zijn gebaseerd op de Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied van het Rijk. Ze zijn met name gebaseerd op de wens van het Rijk om te voldoen aan de Wet Stikstof en Natuurherstel (Wsn). Nog niet alle informatie is beschikbaar, de planning is nog in beweging en kan wijzigen.
8
Terug naar inhoud
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
Voor de periode tot juli 2023 zijn de belangrijkste procestappen:
Uitvraag naar gebieden (november 2023) Na vaststelling door GS worden de Strategie Vitale Veenweiden Zuid-Holland en dit document, Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden, naar de gebieden gestuurd. Aan de gebiedspartners wordt gevraagd om in te stemmen met de strategie en het voorgestelde proces om gezamenlijk te komen tot een gebiedsplan Vitale Veenweiden en hun reactie daarop aan GS mee te geven. Uitvoeren gebiedsprocessen (van medio november tot februari 2023) Hoewel de opgaven nog niet compleet en hard zijn kan al gestart worden met de gebiedsprocessen, waaronder het ontwikkelen van een gezamenlijke feitenbasis. 1e versie gebiedsplan Vitale Veenweiden gereed (maart – juli 2023) Met oog op integratie van de deelgebiedsplannen tot het gebiedsplan Vitale Veenweiden (en de verwachting dat dit nog een aantal iteratieve slagen nodig zal hebben) is de deadline voor het opleveren van de deelgebiedsplannen gesteld op maart 2023. De bestuurlijke vaststelling in de raden en colleges van de gebiedspartijen van de individuele deelgebiedsplannen kan parallel daaraan plaatsvinden zodat in juni 2023 het gebiedsplan Vitale Veenweiden door de provincie opgesteld kan worden.
Vaststelling ZH-PLG door provincie Zuid-Holland (juli 2023)
Terug naar inhoud
9
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
3. Voorlopige inhoudsopgave van de deelgebiedsplannen 3.1
Voorlopige inhoudsopgave
Bij het opstellen van de deelgebiedsplannen is de toekomst van het gebied en daarbinnen de agrarische sector het vertrekpunt. Wat is de gewenste ontwikkelrichting van het gebied en wat is daarvoor nodig? Het toekomstperspectief is gericht op Vitale Veenweiden en heeft op meer aspecten betrekking dan de opgaven die door het Rijk in het NPLG zijn geformuleerd. De deelgebiedsplannen bestaan uit oplossingsrichtingen en bijbehorende maatregelen die samen optellen tot de realisatie van de gestelde doelen. In het deelgebiedsplan kunnen, aanvullend hierop, andere gebiedsopgaven ‘mee gekoppeld’ worden. Voorwaarde is dat de gestelde doelen in het NPLG binnen de gestelde termijn behaald worden. In het deelgebiedsplan wordt ook toegewerkt naar een uitvoeringsprogramma om de brede opgaven voor het deelgebied binnen de gestelde tijdstermijnen te realiseren. Daarmee kunnen de maatregelpakketten en het bijbehorende uitvoeringsprogramma beschouwd worden als het motorblok van het plan. In het deelgebiedsplan wordt in ieder geval ingegaan op/aandacht besteed aan: • • • •
•
• • • •
10
Een algemene beschrijving van het gebied Een analyse van de huidige situatie (gebiedsfoto) Een toekomstperspectief voor het gebied Een beschrijving van de te realiseren opgaven voor het gebied. Deze is gebaseerd op: - de ruimtelijke verdeling uit het Startdocument ZH-PLG waar de vertaling van de provinciale opgaven naar de kerngebieden is gemaakt - de vergelijking van de huidige situatie met de opgaven zoals opgenomen in het document Opgaven, structurerende keuzes en kaders Vitale Veenweiden - en de wensen voor de toekomst van het gebied. Een beschrijving op hoofdlijnen van de oplossingsrichtingen en de bijbehorende maatregelpakketten inclusief een inzicht in de effectiviteit en het doelbereik van de maatregelpakketten. De focus ligt hierbij op de maatregelpakketten die bijdragen aan de NPLG opgaven omdat voor het Rijk doelbereik een belangrijke randvoorwaarde is voor toekenning van middelen uit het transitiefonds. Een overzicht van de maatregelen, in combinatie met de effectiviteit en doelbereik, die al op korte termijn (2023-2025) uitgevoerd kunnen worden. Daarbij wordt aangegeven wie de uitvoering ter hand neemt en hoe de financiering is geborgd. Een beschrijving van wat de vanuit het toekomstperspectief en de NPLG opgaven geformuleerde oplossingsrichtingen en maatregelpakketten betekenen voor het perspectief van de landbouw en wat de impact is op sociaaleconomisch gebied.
Beschrijving van de wijze waarop de deelgebiedsplannen tot stand zijn gekomen. Welke gebiedspartijen zijn betrokken en hoe hebben zij bijgedragen aan de totstandkoming van het programma? Een deel dat betrekking heeft op de financiën, verantwoordelijkheden en risico’s en randvoorwaarden voor de realisatie.
Terug naar inhoud
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
3.2 Toelichting op de maatregelpakketten De kern van de gebiedsplannen wordt gevormd door de maatregelpakketten die erop gericht zijn de NPLG opgaven te realiseren. De bedoeling van deze samengestelde maatregelpakketten is: • Een start te kunnen maken met dié maatregelen die gereed zijn voor uitvoering. • Tegelijk bevorderen dat ook de andere maatregelen die nodig zijn voor het realiseren van het totale doelbereik op termijn in uitvoering worden gebracht. Maatregelen in alle fasen kunnen onderdeel zijn van een maatregelpakket. • Samenhang van verschillende typen maatregelen: maatregelpakketten bestaan uit zowel gebiedsspecifieke maatregelen als (toepassing van) generieke (landelijke) maatregelen, die als geheel aansluiten op de samenhangende opgaven, doelen en indicatieve budgetten van het NPLG. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een combinatie van extensivering van landbouwfuncties door afwaardering van gronden, de toepassing van innovatieve stalsystemen, de aanleg van nieuw bosareaal, de aanleg van waterinfiltratie en het verbeteren van de beschikbaarheid van zoet water. • Besluitvorming over financiële bijdragen voor zowel (start en vervolg van) realisatie als planuitwerking. • Beheersbaar houden van werk- en administratieve last: voor alle betrokken partijen moeten de processen van aanvragen, beoordelen en besluiten werkbaar zijn.
Maatregelpakketten zijn in omvang idealiter niet te klein en ook niet te groot. Bij het opnemen van maatregelen in het gebiedsplan kan onderscheid gemaakt worden naar de mate van uitwerking in twee fasen: 1. Realisatie: het is duidelijk hoe een maatregelpakket gerealiseerd gaat worden, welke partijen betrokken zijn en wat hun financiële bijdrage is en wat het maatregelpakket oplevert. Verantwoordelijkheden en rollen tijdens de realisatiefase zijn vastgelegd en de voor de uitvoering benodigde besluiten zijn genomen. 2. Planuitwerking: het is duidelijk waar het maatregelpakket over gaat en er is minimaal een voornemen/draagvlak om tot besluitvorming te komen. Disclaimer: op dit moment wordt op Rijksniveau gewerkt aan de verdere invulling van de maatregelpakketten en de randvoorwaarden voor het provinciaal gebiedsprogramma. Wanneer dit leidt tot wijzigingen, dan wordt dit via de regiegroep Vitale Veenweiden naar de deelgebieden gecommuniceerd.
Terug naar inhoud
11
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
4. Wat mogen we van elkaar verwachten: governance 4.1
Inleiding
Duidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden, of anders geformuleerd: duidelijkheid over ‘wie gaat waarover en wat kan ik van de ander verwachten’ draagt bij aan een soepeler en beter proces. In de navolgende paragrafen worden deze rollen en verantwoordelijkheden beschreven. Hiervoor wordt eerst het proces rond de totstandkoming en het aanbieden van de (deel) gebiedsplannen toegelicht. Net als in hoofdstuk 2 (procesontwerp) borduren we bij dit voorstel voor de rollen, taken en verantwoordelijkheden voort op de huidige situatie, zoals beschreven is in de Startnotitie Veenweidestrategie Zuid-Holland, aangevuld met wat vanuit het Startdocument ZH-PLG van november 2022 aan gebiedspartijen gevraagd wordt. In dit hoofdstuk zoomen wij in op de specifiek voor het veenweidengebied voorgestelde processen en afspraken en wat dat vraagt van de diverse gebiedspartners.
4.2 Besluitvormingsproces (deel)gebiedsplannen De provincie stelt de kaders, doelen en de uitvraag naar de gebieden op. De kerngebieden en daarbinnen de deelgebieden gaan aan de slag om, binnen de gestelde kaders, middels gebiedsprocessen de deelgebiedsplannen op te stellen. Uiterlijk in juni 2023 leveren de deelgebieden de goedgekeurde deelgebiedsplannen op. De deelgebiedsplannen worden vastgesteld door de regiegroepen van de deelgebieden. De gebiedspartijen spreken hun commitment uit op het plan. Het plan, met de instemmingsbrieven, worden via de regiegroep Veenweiden aan de provincie aangeboden. Voorafgaand aan de vaststelling van de deelgebiedsplannen wordt de inhoud en voortgang regelmatig besproken in de regiegroep Vitale Veenweiden. Doel hiervan is om de vinger aan de pols te houden of de gezamenlijke deelgebiedsplannen voldoende bijdragen aan de NPLG doelen en waar dat aan de orde is de ontstane dilemma’s te bespreken.
12
Terug naar inhoud
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
4.3 Rollen en verantwoordelijkheden 4.3.1 Regiegroep Vitale Veenweiden
De regiegroep Vitale Veenweiden bestaat uit de vertegenwoordigers van de gebiedspartners van het veenweidengebied. Dat zijn de voorzitters van de regiegroepen in de deelgebieden (in de meeste gevallen de gemeenten), de bestuurlijke vertegenwoordigers van de waterschappen, de provincie en de maatschappelijke organisaties uit het veenweidegebied en een vertegenwoordiger vanuit het ministerie van LNV. De provincie heeft vanuit het Rijk de opdracht gekregen voor het opstellen van het provinciaal gebiedsprogramma en is als eigenaar van de uitvraag de voorzitter van de regiegroep Vitale Veenweiden. In die rol fungeert de voorzitter naast het opstellen van de agenda als het bestuurlijk schakelpunt tussen de gebiedsprocessen en de provinciale ZH-PLG organisatie. De gemeenten uit de deelgebieden worden vertegenwoordigd door de voorzitter van de regiegroep in hun deelgebied. In de situatie waar de gemeente niet de voorzitter van de regiegroep van het deelgebied is, bepalen de gemeenten onderling wie hen vertegenwoordigt in de regiegroep Veenweiden. De regiegroep Vitale Veenweiden fungeert aan de ene kant als klankbordgroep voor de provincie. In dat kader worden in de regiegroep zaken als aanpassing van de inhoud en spelregels van de uitvraag besproken, vindt het gesprek over de deelgebiedsplannen plaats en wordt besproken wat aanvullend nodig is om deze plannen op te stellen.
Aan de andere kant fungeert de regiegroep Vitale Veenweiden ook als de vertegenwoordiger van de deelgebieden. Zij vormt de verbinding tussen de regiegroepen in de deelgebieden en de provincie. Wanneer er vanuit de gebiedsprocessen ontwikkelingen zijn die vragen om afstemming of escalatie dan worden deze in de regiegroep Vitale Veenweiden geagendeerd. De regiegroep Vitale Veenweiden heeft ook een belangrijke rol in het cyclische en adaptieve proces van de totstandkoming van het kerngebiedsplan Vitale Veenweiden. De deelgebiedsplannen worden via de regiegroep Vitale Veenweiden aangeboden aan de provincie. De provincie integreert vanuit haar verantwoordelijkheid als opsteller van het ZH-PLG de deelgebiedsplannen tot het kerngebiedsplan Vitale Veenweiden. De terugkoppeling van deze integratieslag en de eventuele vragen om bijstelling en/of aanscherping naar de deelgebieden vindt plaats via de regiegroep Vitale Veenweiden. Ter voorbereiding op een regiegroep Vitale Veenweiden zal op medewerkersniveau afstemming plaatsvinden. Evenals nu vindt samenwerking met partijen plaats bij het opstellen van het kerngebiedsplan.
4.3.2 Bestuurlijk Kernteam Vitale Veenweiden
Gezien de vele openstaande vragen en lopende ontwikkelingen zal het de komende periode van groot belang zijn om snel en slagvaardig te kunnen schakelen. Vanuit praktisch oogpunt is het ondoenlijk om hiervoor steeds de regiegroep Vitale Veenweiden bijeen te roepen. Daarom is ervoor gekozen om het bestuurlijk kernteam Vitale Veenweiden de komende periode te continueren. Het bestuurlijk kernteam is een pragmatische constructie om de sturing op de realisatie van het gebiedsplan Vitale Veenweiden slagvaardig te maken. Het bestuurlijk kernteam bestaat uit de gedeputeerde, een wethouder en een heemraad. De taken van het kernteam zijn regievoering en aansturing van het proces. Het kernteam heeft een informeel karakter en een verbindende rol tussen het ZH-PLG en de regiegroep Vitale Veenweiden. De gedeputeerde van de provincie is voorzitter en de gebiedsmanager Veenweiden is secretaris van het bestuurlijk kernteam. Terug naar inhoud
13
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
4.3.3 Partijen in het gebiedsproces
In de gebiedsprocessen werken alle partijen samen die een belang vertegenwoordigen in het gebied en/of een bijdrage kunnen leveren aan realisatie van de opgaven. Dit zijn niet alleen de overheden en vertegenwoordigende organisaties maar ook de individuele agrarisch ondernemers en andere belanghebbenden in het gebied. Ook de provincie is deelnemer aan een gebiedsproces. Onderstaand wordt ingegaan op de rollen en verantwoordelijkheden van de betrokkenen bij het gebiedsproces.
Regiegroep deelgebieden Net als in de huidige gebiedsprocessen is de insteek dat een gemeente bestuurlijk aanspreekpunt is voor het gebiedsproces. Een wethouder is voorzitter van een regiegroep in een deelgebied vanuit de gezamenlijkheid van de partijen. De voorzitter van de regiegroep van het deelgebied is tevens lid van de regiegroep Vitale Veenweiden. De gemeente werkt samen met de belanghebbenden, het waterschap en de provincie aan de totstandkoming van het plan. De verantwoordelijkheid voor de samenstelling van de regiegroep van het deelgebied ligt bij de voorzitter en de leden van de regiegroep van het deelgebied. Ook kan de regiegroep van het deelgebied besluiten om, met oog op het belang van het organiseren van de inbreng van de agrarische ondernemers, binnen het deelgebied aparte gebiedsprocessen op het niveau van de polder te starten. De gemeente in de rol van voorzitter is daarmee niet primair verantwoordelijk voor de opgave en het proces, maar faciliteert de samenwerking en het gebiedsproces. De gemeente heeft uiteraard ook een eigen verantwoordelijkheid, evenals de andere deelnemers. De regiegroep heeft de verantwoordelijkheid om het deelgebiedsplan op te stellen en voert de regie op de totstandkoming hiervan. De regiegroep formuleert vanuit zijn betrokkenheid met en kennis van de opgaven van het gebied een visie op de toekomst van het deelgebied.
De regiegroep stelt gezamenlijk het deelgebiedsplan vast en zorgt voor betrokkenheid en afstemming met relevante gebiedspartners. Via de voorzitter wordt het deelgebiedsplan, vergezeld van de instemmingsbrieven van de partijen in de regiegroep ingebracht in de regiegroep Vitale Veenweiden ten behoeve van het opstellen van het gebiedsplan van het kerngebied Veenweiden. Ter ondersteuning van de regiegroep beschikt de regiegroep over een projectleider. De projectleider verzorgt de dagelijkse (ambtelijke) organisatie van een gebiedsproces en werkt in opdracht van de regiegroep in het gebied. De projectleider is een ambtenaar, ZZP’er of in dienst bij een bureau; de provincie draagt zorg voor de bekostiging. De projectleiders hebben een dubbelrol. Enerzijds hebben zij de opdracht van de provincie om het deelgebiedsplan op te leveren en anderzijds hebben zij de opdracht van het gebied om het proces van een gedragen deelgebiedsplan te begeleiden.
14
Terug naar inhoud
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
In die gebieden waar nog geen regiegroep actief is, wordt met de gemeenten en waterschappen overlegd over de wijze waarop het gebied het proces om een deelgebiedsplan op te stellen wil inrichten en wie het deelgebied vertegenwoordigt in de regiegroep Vitale Veenweiden.
De gebiedspartners De gebiedspartners in de regiegroepen van de deelgebieden wordt gevraagd om zich te committeren aan het proces tot het opstellen van het deelgebiedsplan. Daartoe brengen de gebiedspartijen zelf de eigen opgaven, ambities, instrumenten, middelen en gebiedskennis in. Zo dragen zij bij aan het maken van de noodzakelijke keuzes. De gebiedspartners stemmen in met het deelgebiedsplan. Het is aan de gebiedspartner zelf om te beslissen of daarvoor ook besluitvorming in de eigen raad of bestuur moet plaatsvinden. Instemmen met het deelgebiedsplan betekent dat de gebiedspartner zich committeert aan de gekozen oplossingsrichting voor het deelgebied en de daaraan verbonden consequenties voor zover deze vallen onder de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de gebiedspartner. Hieronder valt ook de inzet van de eigen middelen, instrumenten en maatregelen.
4.3.4 Provincie
De provincie heeft meerdere rollen binnen het proces van het opstellen van de deelgebiedsplannen. In haar regisserende rol zorgt de provincie voor duidelijkheid over te realiseren opgaven, draagt zorg voor de verbinding met het Rijk, coördineert de samenhang tussen de verschillende gebiedsprocessen en houdt de vinger aan de pols op de voortgang van het opstellen van de deelgebiedsplannen. Vanuit haar kaderstellende rol stelt de provincie de kaders en structurerende keuzes vast ten behoeve van de uitvraag naar de kerngebieden, en stelt zij op basis daarvan de uitvraag voor de deelgebieden op. Het Startdocument ZH-PLG geeft invulling aan de inhoudelijke opgaven, structurerende keuzes en kaders op provinciaal niveau. Onderdeel daarvan is een ruimtelijke verdeling van de opgaven over de kerngebieden. Dit is de basis voor de Inhoudelijke opgaven, kaders en structurerende keuzes Vitale Veenweiden. Haar ondersteunende rol vult de provincie in door onder andere het aanreiken van maatregelen, instrumenten en kennis, aansluitend op de behoeften die zich in een gebiedsproces aandienen. Dit in combinatie met het ontsluiten en inbrengen van kennis en expertise ten behoeve van het opstellen van het gebiedsprogramma. Naast de bovengenoemde rollen is de provincie ook gebiedspartner. In die rol brengt de provincie actief haar ambitie en visie in op de toekomst van de provincie Zuid-Holland.
Zij denkt en werkt mee aan het vormgeven van de Vitale Veenweiden en is daarmee ook deelnemer en partner in de deelgebiedsprocessen. Last but not least is de provincie het bevoegd gezag dat besluit over het ZH-PLG. De provincie neemt geen besluit over de afzonderlijke deelgebiedsplannen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de regiegroepen in het gebied. De provincie wil nadrukkelijk aangeven dat zij het belangrijk vindt dat de gebieden zelf aangegeven hoe ze de opgaven willen realiseren en wat ze daarvoor nodig hebben. Daarbij mogen de gebieden ook verwachten dat de provincie open en eerlijk mag en moet zijn over het feit dat uiteindelijk de resultaten tellen en dat zij de gebieden erop aanspreekt als het resultaat onvoldoende is. Dat hoeft niet overal 100% te zijn, maar wel significant. Terug naar inhoud
15
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
De provincie integreert de deelgebiedsplannen tot het kerngebiedsplan Vitale Veenweiden. Dit vormt samen met de gebiedsplannen uit de andere twee kerngebieden de basis voor het provinciale gebiedsprogramma (ZH-PLG). In haar besluitvormende rol stelt de provincie het ZH-PLG vast waarna dat in juli 2023 wordt aangeboden aan het Rijk. Daarmee is de provincie ook verantwoordelijk voor de integratie van de individuele gebiedsplannen van de Veenweiden, Zuid-Hollandse Delta en Kust en Duinen en de toetsing op doelbereik en haalbaarheid. De individuele gebieden zijn in de lead voor het opstellen van de deelgebiedsplannen. De provincie is verantwoordelijk voor de toetsing of de individuele deelgebiedsplannen voldoen aan de gestelde kaders en bijdragen aan het doelbereik. Indien deze niet voldoen aan de gestelde kaders kan de provincie besluiten onderdelen van de deelgebiedsplannen niet of gewijzigd op te nemen in het ZH-PLG. Mocht dit aan de orde zijn dan wordt dit in de regiegroep Vitale Veenweiden geagendeerd. De Provincie is gesprekspartner van het Rijk. Het Rijk vraagt de provincie om bepaalde doelen te halen en omgekeerd geeft de provincie, gevoed door de input uit de deelgebieden aan het Rijk aan welke randvoorwaarden en instrumenten hiervoor nodig zijn.
4.3.5 Rijk
Het Rijk doet de uitvraag voor het opstellen van een gebiedsprogramma aan de provincie. De provincie stelt het programma op en biedt deze medio 2023 aan. De minister beoordeelt het ingediende programma en kent op basis daarvan de middelen toe die in het gebiedsprogramma opgenomen zijn voor de uitvoering van de maatregelen. Een door de provincie vastgesteld gebiedsprogramma en daaropvolgend commitment van het Rijk voor start van de uitvoering, is een noodzakelijke stap voor toegang tot rijksbijdragen voor realisatie van maatregelpakketten.
16
Terug naar inhoud
Proces en samenwerking Gebiedsplan Vitale Veenweiden
5. Proces na juli 2023 De komende maanden zal van u als gebiedspartijen veel energie en tijd gevraagd worden om te komen tot plannen. Wanneer deze in juli 2023 zijn opgeleverd, begint een volgende intensieve periode. In de gebieden verschuift het accent van de planvorming naar de realisatie. De verwachting is dat ook in de periode na juli 2023 nieuwe informatie beschikbaar komt die consequenties kan hebben voor de opgestelde deelgebiedsplannen. Dat betekent dat monitoren, evalueren en bijsturen een centrale rol in het proces gaat krijgen. Dit zal op gezette tijden leiden tot aanpassing van de deelgebiedsplannen en de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s. Voor de periode na juli 2023 is het proces op hoofdlijnen in het onderstaande schema weergegeven. Essentie van het proces is dat in 2025 en in 2027 een herijking van het kerngebiedsplan plaatsvindt in combinatie met een concretisering van de maatregelen die de twee jaar daarna uitgevoerd gaan worden.
Terug naar inhoud
17
Colofon Dit document is opgesteld door de provincie Zuid-Holland. Een eerder concept is in september 2022 gedeeld en besproken met de partners. Ontwerp-document, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland op 22 november 2022
18
Terug naar inhoud