Bijalge 1a. Bestemmingsplan Nieuw-Lekkerland Omgeving Watertoren - Toelichting.pdf
Tekst van het document
- 33 -
4.9 Archeologische waarden en cultuurhistorie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992). Nederland heeft dit Verdrag ondertekend en goedgekeurd, de bescherming van monumentale waarden is verankerd in de Erfgoedwet. De bescherming van het archeologische erfgoed is een taak van de gemeente geworden.Er dient binnen ruimtelijke ontwikkelingen aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. De planlocatie heeft een middelhoge archeologische verwachtingswaarde (dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’). Er is archeologisch onderzoek nodig bij bodemingrepen die een oppervlakte beslaan van meer dan 250 m2. Per woning is geen grotere oppervlakte dan 250 m2. Een nader archeologisch onderzoek is dan ook niet vereist. Cultuurhistorie. De watertoren gelegen aan de Lekdijk 82/82a te Nieuw – Lekkerland is een rijksmonument. Om die reden is er voor het plan met destijds 5 woningen een advies ingewonnenbij de Monumentencommissie. De commissie is van mening dat het een bijzondere locatie betreft met risico’s en mogelijkheden. Met het bouwen van de woningen gaat het solitaire karakter van de watertoren verloren en wordt de oorspronkelijke lintbebouwing aan voornamelijk 1 zijde van de dijk doorbroken.
Positief is dat met een goed ontwerp de kwaliteit van het gebied versterkt zal worden. De nieuwe typologie van de woningen draagt hier aan bij. De inrichtingsschets geeft de landschappelijke inpassing weer. Daarnaast komt door de synchrone opzet van het plan de Watertoren goed tot zijn recht, zodat er een kwalitatieve meerwaarde ontstaat voor het gebied. In het huidige plan is het aantal woningen beperkt tot 3. De opzet van het plan blijft hetzelfde, zodat de opmerkingen van de commissie ook voor dit plan gelden. De onherroepelijke omgevingsvergunning voor dit plan wordt ongewijzigd overgenomen. Dit betekent dat dit onderdeel geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit plan. 4.10 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. 4.11 Milieueffectrapportage Het plan maakt ontwikkelingen mogelijk die vallen onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In dit plan is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn.
- 34 -
1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • De omvang van het project betreft een uitbreiding van bestaand stedelijk gebied met drie woningen. • Er is geen cumulatie met andere projecten. • Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreft het afvoeren van hemelwater in de nabij gelegen watergang, er worden geen uitlogende materialen gebruikt. • De productie van afvalstoffen is niet aanwezig. Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd.Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Wij verwijzen naar onderdeelbedrijven en milieuzonering onder 4.4 • Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. We verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.5. • Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Wij verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.5. 2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • Het bestaande grondgebruik betreft groen. • Het gebied ligt niet in een milieuzone grondwaterbeschermingsgebied. • Het gebied heeft geen hoge bevolkingsdichtheid en is cultureel en archeologisch gezien niet waardevol. Wij verwijzen naar paragraaf 4.9.
• Er is nabij het plangebied geen Natura 2000 gebied. 3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de kleinschaligheid van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Op basis van de bovenstaande zal het college van burgemeester en wethouders, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, voor de vaststelling van het plan een besluit nemen dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.
- 35 -
5. Juridische plantoelichting. Dit bestemmingsplanplan bestaat uit een: -Toelichting -Regels -Verbeelding Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Deze wet vormt het wettelijk kader voor bestemmingsplannen. Vanaf 1 januari 2010 moeten alle nieuwe ruimtelijke plannen digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar worden gemaakt. Het gaat om bestemmingsplannen, provinciale verordeningen, Algemene maatregelen van Bestuur (AMvB's) en structuurvisies. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten, provincies en departementen verantwoordelijk zijn voor het maken en beheren van hun eigen ruimtelijke plannen en verordeningen. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. Een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, editie 2012 (SVBP2012), die is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening. De SVBP2012 is toegepast in de planregels en verbeelding. Daarnaast is in de nieuwe Besluit ruimtelijke ordening een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van bestemmingsplannen moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de antidubbeltelregel.
Het voorliggende plan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP2012. Opzet verbeelding. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Binnen dit plan is de bestemming ‘Wonen’, de bestemming ‘Tuin’ en de bestemming ‘Natuur’ van toepassing. Daarnaast geldt er een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ voor bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Ter bescherming van de Waterstaatfunctie is de dubbelbestemming ’WaterstaatWaterkering’ en Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ opgenomen. Tot slot zijn als gebiedsaanduiding de ‘milieuzone - boringsvrije zone’, ‘vrijwaringszone – dijk 1’ en ‘vrijwaringszone - dijk 2’ opgenomen. Opzet regels Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken, waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen, die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn en de wijze van meten. In hoofdstuk twee wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene regels. De overgangs- en slotregel maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk.Voor wat betreft de inhoud is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Nieuw-Lekkerland.
- 36 -
6. Uitvoerbaarheid. 6.1 Economische uitvoerbaarheid. Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het voor een aantal bouwplannen verplicht een exploitatieplan op te stellen. Dit gaat onder andere om: a) de bouw van meerdere woningen b) de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen c) de uitbreiding van het hoofdgebouw met minimaal 1000m2 of met een of meer woningen d) de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e) de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m2 brutovloeroppervlakte bedraagt; f) de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m2 bruto-vloeroppervlakte. Volgens artikel 6.12.c. hoeft er echter geen exploitatieplan vastgesteld te worden als het verhalen van kosten anderszins is verzekerd.
Het plan behelst de nieuwbouw van drie vrijstaande woningen op de Lekdijk naast de watertoren en een natuurontwikkeling. De gronden waarop de woningen worden gebouwd is particulier eigendom Het plan wordt door de initiatiefnemers ontwikkeld en betaald. Om de gemeentelijke kosten in verband met dit project te verhalen is een zogenaamde anterieure overeenkomstgesloten waarin de initiatiefnemers o.a. bereid zijn de kosten van de herziening van het bestemmingsplan, inclusief eventuele planschade, voor hun rekening te nemen. De economisch-financiële haalbaarheid van het plan kan hierdoor als aangetoond worden beschouwd.
- 37 -
7. Vooroverleg en zienswijzen. 7.1 Vooroverleg. Met de dichtstbijzijnde bewoners, Lekdijk 73, 74, 74a, 75, 77, 78, 81, 82, 83 en 84, heeft overleg plaats gevonden naar aanleiding van het ter inzage leggen van het voorontwerp bestemmingsplan. Hierbij zijn de volgende afspraken gemaakt: ingestemd wordt met de bouw van 3 woningen met 2 verdiepingen, 1 links en 2 rechts van de watertoren (vanaf de rijweg gezien), de bouwkavels worden opgehoogd tot dijkweg niveau, de woningen worden centraal gecentreerd op de kavels, de 3 woningen zullen voor eigen waterafvoer van hemelwater zorgen en de woningen worden verder uitgewerkt binnen het bouwvlak. Het plan is hierop aan gepast en alle bewoners hebben ingestemd met het plan.
7.2 Zienswijzen. Het bestemmingsplan heeft, samen met het besluit hogere waarde, gerekend vanaf 18 februari 2022 gedurende zes weken er inzage gelegen. Gedurende deze termijn is er een zienswijze ingekomen van het Waterschap tegen het bestemmingsplan. Er zijn geen zienswijzen binnen gekomen tegen het besluit hogere waarde. Ambtshalve wijziging. Het plan wordt gewijzigd vastgesteld doordat in artikel 1 van de regels de begrippen huishouden, woning en wonen toegevoegd dan wel gewijzigd zijn. Verder is in artikel 4 van de regels de inhoudsbepaling gewijzigd doordat nu duidelijk is gemaakt dat ook aan-, uitbouwen en bijgebouwen voor deze inhoudsbepaling meetellen. Naar aanleiding van de zienswijze van het Waterschap wordt het plan gewijzigd vastgesteld als volgt: In de regels is in de Algemene aanduidingsregels (artikel 12) Vrijwaringszone – Dijk 1 en Vrijwaringszone – Dijk 2 opgenomen Op de verbeelding zijn de aanduidingen Vrijwaringszone – Dijk 1 en Vrijwaringszone Dijk 2 opgenomen. De toelichting is op het onderdeel 4.6 Waterhuishouding aangepast overeenkomstig de ingediende zienswijze en op het onderdeel 4.8 Verkeer is de eigendomssituatie van het Waterschap toegevoegd in verband met de uitweg.
- 38 -