CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen ChristenUnie - Ondernemersfonds

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Pilot Ondernemersfonds2.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 29 november 2025 Zaaknummer: 1260384 Steller van de vragen: Harry Stam Politieke partij: ChristenUnie Molenlanden Onderwerp: Raadsvoorstel Ondernemersfonds agendapunt 9 Portefeuillehouder: Wethouder Visser Behandelend ambtenaar: Derrick Flach Toelichting: Vraag 1: Wat is het verschil van het doel van een Ondernemersfonds met het doel van een BIZ en gaat dat voor de ondernemers op Gelkenes dan niet dubbel? Antwoord 1: Er zijn in wezen weinig verschillen tussen een Ondernemersfonds en een BIZ. Het doel is hetzelfde, namelijk het versterken van samenwerking tussen ondernemers en het bieden van de mogelijkheid om gezamenlijke projecten te financieren. Het gaat hierbij om projecten die niet tot de gemeentelijke taken behoren en daarom vaak niet opgepakt worden, of door één ondernemer gefinancierd moeten worden. In de praktische werking bestaat wel een aantal verschillen tussen een Ondernemersfonds en een BIZ. Het belangrijkste verschil hierbij is dat een Ondernemersfonds gemeente breed is en een BIZ slechts voor één bedrijventerrein geldt. Een Ondernemersfonds is dus gemeente breed, maar wordt wel verdeeld in trekkingsgebieden.

Er zijn gemeenten die enkel een gemeente breed fonds hanteren, maar er zijn ook gemeenten die voor vrijwel elke kern een apart trekkingsgebied hanteren (Súdwest-Fryslân heeft 89 kernen en een apart trekkingsgebied voor vrijwel elke kern). Indien de pilot doorgang krijgt, zullen we met een gemeente brede pilot werken. De pilot is namelijk vooral bedoeld om de werking van een Ondernemersfonds te ervaren. Bij een daadwerkelijk Ondernemersfonds welke mogelijk op de pilot volgt, gaat de voorkeur uit naar een aantal trekkingsgebieden. Hoeveel trekkingsgebieden dit zouden moeten zijn, zal blijken uit gesprekken met ondernemers tijdens het pilotjaar. Een BIZ moet om de vijf jaar vernieuwd worden. Hier is een stemming voor nodig onder de ondernemers. Een Ondernemersfonds loopt in principe door tot opheffing (dit geldt uiteraard niet voor dit pilotjaar). Voor de ondernemers op Gelkenes kan het inderdaad dubbelop zijn om een Ondernemersfonds en een BIZ te hebben. Er zijn gemeenten met een Ondernemersfonds waar bepaalde bedrijventerreinen nog altijd een BIZ hebben om extra middelen ter beschikking te hebben, maar in veel gemeenten wordt een BIZ ook stopgezet. De BIZ op Gelkenes stopt aan het einde van 2026. Deze zou dan dus opnieuw verlengd kunnen

worden, of stopgezet worden. Dat valt dan samen met de startdatum van een eventueel definitief Ondernemersfonds. Het voordeel van een Ondernemersfonds is, dat dan iedere ondernemer bijdraagt aan een Ondernemersfonds en ook projecten kan indienen die vanuit deze middelen gefinancierd kunnen worden. Nu geldt dat dus alleen voor de ondernemers op Gelkenes. Bovendien biedt zo’n gemeente breed Ondernemersfonds veel meer mogelijkheden voor cofinanciering vanuit de Provincie en andere fondsen (denk aan Rabobank en Avres) dan een BIZ. Vraag 2: Hoeveel ondernemers moeten de pilot positief evalueren wil het draagvlak voldoende zijn en dus groen licht voor een vervolg? Antwoord 2: Hier hebben wij bewust geen hard aantal aan gehangen. De verantwoordelijkheid voor het bepalen van de mate van draagvlak en impact wordt bij de kwartiermakers belegd. Zij zullen dit bepalen aan de hand van veel gesprekken met mede-ondernemers tijdens het pilotjaar. Aan de hand daarvan stellen zij een advies op aan de gemeente over een eventueel vervolg. Op die manier krijgen we een beeld van een gedragen, weloverwogen mening. Een enquête voldoet hierin naar onze mening niet.

De kwartiermakers zullen in ieder geval op het volgende evalueren: welke impact de pilot op het gebied heeft, of het nieuwe initiatieven opbrengt, of het ondernemers stimuleert, hoe het de organisatiegraad verbetert en welke cofinanciering het teweegbrengt. Wij (vooral de kwartiermakers) gaan hierover liever zorgvuldig in gesprek met ondernemers dan dat we dit peilen door middel van een koude enquête. Vraag 3: Als het pilotresultaat niet succesvol is, is/wordt dan ook geregeld waar het (resterend) geld van het dan nog bestaande (pilot)fonds naar toe gaat? Antwoord 3: Er ligt al een aantal mogelijke projecten klaar dat door dit Ondernemersfonds gefinancierd kan worden. Zodra de kwartiermakers op pad gaan langs de ondernemersverenigingen, zullen hier ongetwijfeld nog vele projecten aan toegevoegd worden. Het ligt dus niet in de lijn der verwachting dat de pilot niet succesvol zal zijn in de zin dat er niet voldoende projecten zijn en er geld overblijft. Wat wel tot de mogelijkheden behoort is dat er na een jaar geconcludeerd wordt dat de ondernemers van gemeente Molenlanden tegen een Ondernemersfonds zijn en de pilot op die manier niet succesvol is. Er is dan dus geen geld over, maar er wordt dan simpelweg besloten om geen doorgang te verlenen aan het opzetten van een definitief Ondernemersfonds.

Mocht er onverhoopt toch geld overblijven na afloop van de pilot, zal dit terugvloeien richting de algemene middelen. Vraag 4: Welke blokkades zijn er nu voor ondernemers om in het kader van de energietransitie gezamenlijk op te trekken en subsidies te verkrijgen en waar zal het Ondernemersfonds die blokkade gaan opheffen? Antwoord 4: De energietransitie brengt veel verandering met zich mee. Ondernemers moeten hierin samen optrekken om het gebruik van hernieuwbare energie mogelijk te maken. Om de mogelijkheden te ontdekken van hernieuwbare energie voor een bepaald bedrijventerrein, winkelgebied, branche, etc. is onderzoek nodig. Zo’n onderzoek moet aantonen wat de behoeften zijn van de individuele ondernemers, maar ook wat de mogelijkheden zijn voor het gebruiken van hernieuwbare energie. Zo’n onderzoek kost geld. In de huidige situatie moeten ondernemers vaak zelf afspraken maken over het financieren van zo’n onderzoek met hun mede-ondernemers. Dit vermoeilijkt zo’n proces. Een Ondernemersfonds zorgt ervoor dat er middelen beschikbaar zijn voor een dergelijk onderzoek. Als er een groep ondernemers is die samen wil uitzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het opstarten van een energie coöperatie, voor het plaatsen van een windmolen, enzovoorts, kunnen ze een beroep doen op de middelen die beschikbaar zijn vanuit een Ondernemersfonds.

Hiermee wordt de grootste blokkade opgeheven en worden ondernemers gestimuleerd om samen na te denken over veranderingen die nodig zijn.

Een ander voordeel dat niet onbelangrijk is, is dat een Ondernemersfonds de organisatiegraad van ondernemers in een bepaald gebied flink verbetert. Er is een aantal ondernemersverenigingen in onze gemeente, maar lang niet elk terrein is georganiseerd in een collectief. Zo kan bij een Ondernemersfonds de Hoplr-app gebruikt worden om een groep aan te maken met mede-ondernemers uit een bepaald trekkingsgebied. Ondernemers kunnen elkaar op die manier sneller bereiken en gezamenlijke initiatieven opstarten om mee te doen aan de energietransitie. Ook zullen we tijdens een pilotjaar enkele informatiebijeenkomsten organiseren en gaan de kwartiermakers de gemeente in om zoveel mogelijk ondernemers te bespreken. Dit zorgt ervoor dat ondernemers onderling betere contacten opbouwen en nuttige informatie met elkaar uitwisselen wat de energietransitie ten goede kan komen. Vraag 5:Zijn er onderling afspraken gemaakt om de 100k kosten, die de gemeente moet maken voor deze pilot, te verrekenen met het (toekomstig) fonds of blijven deze kosten immer voor rekening van de gemeente? Graag toelichting waarom wel/niet. Antwoord 5: Deze afspraken zijn er niet. Wij zien veel mogelijkheden in een Ondernemersfonds en zien de voordelen ervan in de 60 (+-) ondernemersfondsen die er inmiddels zijn in Nederland.

Wat ons betreft zou het eenmalig beschikbaar stellen van de € 100.000,- dienen als een geste richting de ondernemers. Een Ondernemersfonds zou naar verwachting een positieve uitwerking hebben op de organisatiegraad onder ondernemers en het zou positieve ideeën en ontwikkelingen stimuleren. Dat is iets waar wij als gemeente veel voordelen van inzien. Bovendien biedt dit de mogelijkheid om cofinanciering teweeg te brengen (denk aan provinciale subsidies en bijdragen vanuit andere fondsen, zoals Rabobank en Avres). Wat ons betreft is het dan ook wenselijk om dit te stimuleren door het beschikbaar stellen van gelden. Vraag 6: Wat zijn de 3 belangrijkste redenen voor onze ondernemers die inmiddels hebben aangegeven (hetzij in de bijeenkomsten, hetzij op andere momenten) niet positief te staan tegenover extra individuele kosten voor een collectief voordeel. Antwoord 6: Bij de georganiseerde bijeenkomsten, merkten wij dat ondernemers vaak negatief binnenkwamen en zich vooral focusten op het aspect van de betalingsverplichting. Naarmate de avonden vorderden, zagen we steeds opnieuw hier wel een bepaalde omslag in. Zeker als wij bij de borrel in gesprek gingen met individuele ondernemers, stonden zij over het algemeen echt niet negatief tegenover het idee van een Ondernemersfonds. Bepaalde ondernemers hielden zich wel vast aan hun eerdere standpunt.

Hierbij hoorden wij bijvoorbeeld het argument: ‘Dat doen wij al’ als reactie op voorbeelden van de mogelijkheden van een Ondernemersfonds. Er zijn uiteraard initiatieven die al opgepakt worden binnen onze gemeente, maar bij de diverse bedrijventerreinen, winkelgebieden en solitaire bedrijven liggen nog veel mogelijkheden. Zeker met het oog op de veranderingen die de wereld momenteel aan het doorgaan is, ontstaan continue nieuwe problemen die met behulp van een Ondernemersfonds deels tegengegaan kunnen worden. Voor de één zal het dan gaan om het plaatsen van bloembakken in een winkelcentrum of het bekostigen van extra beveiliging op een bedrijventerrein, terwijl het voor de ander gaat om het stimuleren van de arbeidsmarkt of het oprichten van een energie coöperatie. Een tweede argument die wij hoorden is het feit dat ondernemers niet willen betalen voor een ondernemer uit een kern aan de andere kant van de gemeente. Wij begrijpen dat ondernemers uit verschillende kernen niet altijd evenveel binding met elkaar hebben. Dat is de reden dat we graag willen werken met verschillende trekkingsgebieden. Zo beschik je als trekkingsgebied zijnde over het geld dat je als trekkingsgebied zelf hebt ingebracht en hoef je hiervoor geen rekening te houden met andere trekkingsgebieden.

Vaak is er in een Ondernemersfondsen ook een klein gemeente breed deel voor het oplossen van grotere vraagstukken, maar het overgrote deel wordt vaak onderverdeeld in trekkingsgebieden, zoals de kwartiermakers in Molenlanden dus ook graag zouden zien. Een derde argument die wij hebben gehoord is dat er al sprake is van een BIZ. Hierbij werd de vraag gesteld wat de toegevoegde waarde dan nog is. Een gemeente breed Ondernemersfonds stelt ondernemers in staat om met ondernemers vanuit de gehele gemeente samen te werken in plaats van ondernemers op één

bedrijventerrein. Bovendien biedt zo’n groot fonds veel meer mogelijkheden voor het realiseren van externe cofinanciering. Vraag 7: Wat vindt het college ervan dat er slechts enkele ondernemersverenigingen van de complete lijst op de website een bijdrage leveren aan de kosten voor de pilot? En hoe duidt het college het benodigd commitment van deelnemers versus de geringe bijdrage die deze enkele ondernemersverenigingen leveren aan de pilot? Kan het college de verhouding van de lasten die de gemeente draagt (100k + ambtelijke uren) versus die enkele ondernemersverenigingen dragen (4.5k + vrijwilligersuren) rechtvaardigen als het karakter van het Ondernemersfonds van, voor en door ondernemers wordt genoemd? Antwoord 7: De insteek was aanvankelijk om een pilot te organiseren met gemeentelijke gelden (aangevuld met provinciale subsidie). Gedurende het opzetten van dit project, bleek een aantal ondernemersverenigingen bereid om een bijdrage te leveren als blijk van hun steun aan dit project en hun wil om te participeren aan het pilotjaar. Hoewel niet alle ondernemersverenigingen dit hebben gedaan, geeft dit een mooie blijk van de steun die er vanuit een grote groep ondernemers is voor het initiatief.

Gedurende het pilotjaar zal het de taak van de kwartiermakers zijn (met facilitering van de gemeente waar nodig) om ook de ondernemers te bereiken die hier nu nog niet aan hebben bijgedragen. Hierbij zal het gesprek gevoerd worden wat de voordelen van een Ondernemersfonds voor die ondernemers zijn. Diverse kwartiermakers hebben al aangegeven goede contacten te hebben bij bepaalde ondernemersverenigingen (ook verenigingen die nu nog niet financieel hebben bijgedragen) en daar graag het gesprek aan te gaan. Zo zal het Ondernemersfonds steeds meer van, voor en door ondernemers worden. Mocht er na afloop van het pilotjaar een definitief Ondernemersfonds komen, dan zal dit uiteraard nog meer uiting krijgen. Vraag 8: Eén van de belangrijkste succesfactoren voor het gewenst effect van het Ondernemersfonds is de mate van draagvlak bij de oprichting, maar vooral ook de uitdaging om groot draagvlak te behouden gedurende de looptijd. Wordt in de pilot ook getoetst of er voldoende potentie is voor een breed en vooral bestendig draagvlak? Antwoord 8: Het creëren van een breed en bestendig draagvlak is één van de hoofddoelen van een pilot, naast het realiseren van een aantal nuttige projecten. De kwartiermakers gaan hun uiterste best doen om zoveel mogelijk ondernemers te spreken en met hen in gesprek te gaan over de voordelen van een Ondernemersfonds, ook voor die ondernemers persoonlijk.

De kwartiermakers bestaan uit een zestal leden, afkomstig uit veel verschillende achtergronden. Zo zullen de agrariërs, bedrijven, winkeliers en horeca / toerisme-ondernemers zich vertegenwoordigd voelen door de diverse kwartiermakers. Dit stelt hen in staat om een compleet beeld te geven over het draagvlak dat aanwezig is onder de ondernemers in Molenlanden. Dit wordt dus zeker getoetst en meegenomen in het advies dat de kwartiermakers aan de gemeente zullen schrijven. Vraag 9: In het raadsvoorstel wordt vermeld dat de impact lastig is te meten omdat de effecten deels kwalitatief van aard zijn. Een beoordeling op alleen vaag gestelde doelen zonder criteria wordt daarmee vanzelfsprekend een uitdaging. Is bekend aan welke criteria de resultaten van de pilot überhaupt moeten voldoen (naast een evident draagvlak) voor een succesvol vervolg? Zo ja, kunt u die criteria aangeven en waar ligt volgens het college dan de kans om het missend commitment en de kennelijk lage verwachting van kansen bij de ondernemers zodanig aan te wakkeren dat er wel groot en bestendig draagvlak is en blijft? Antwoord 9: Het gaat hierbij om de criteria die eerder in deze beantwoording ook ter sprake zijn gekomen: Welke impact de pilot op het gebied heeft, of het nieuwe initiatieven opbrengt, of het ondernemers stimuleert, hoe het de organisatiegraad verbetert en welke cofinanciering het teweegbrengt.

Het belangrijkste criterium hierbij is: zien de kwartiermakers (een diverse groep mensen met enorm veel kennissen in verschillende branches en onderdelen van ondernemend Molenlanden) kansen in een gemeente breed Ondernemersfonds Molenlanden? Dit zullen zij op bovengenoemde criteria baseren, maar

vooral ook op de vele gesprekken die zij tijdens het pilotjaar hopen te voeren. De kansen om de verwachtingen van kansen bij de ondernemers aan te wakkeren liggen in de verbindende werking die de kwartiermakers als personen hebben en hun vermogen om de werking van een Ondernemersfonds te vertellen, maar ook (en vooral) in het realiseren van mooie, concrete projecten. Dat is uiteindelijk de beste manier om de werking van een Ondernemersfonds te laten zien en ondernemers te overtuigen van de bijkomende voordelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=e526f636-ac89-4cbf-ba00-143fbe9d531a