Beantwoording vragen ChristenUnie - Entreezone Kinderdijk
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde) Datum: 16 juni 2025 Zaaknummer: 1246731 Steller van de vragen: Harry Stam Politieke partij: ChristenUnie Onderwerp: Kinderdijk Portefeuillehouder: Wethouder Van Helden Behandelend ambtenaar: Marko Stout Toelichting: Uitgangssituatie: Ambitie en gezamenlijke visie (2019): Het UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk wordt het eerste icoon in de wereld waar het ontwikkelen van de toeristische hotspot samengaat met verbeteren van de leefbaarheid, het behouden van de beleving, rust en ruimte en het versterken van de natuur”. Alles gaat hier dus om de balans daartussen.
Bij de vaststelling van de stedenbouwkundige visie voor het entreegebied (2022) is een aantal aandachtspunten geformuleerd: verkeersveiligheid, overlastvermindering en het creëren van een aantrekkelijk groengebied.
In het Bestuurlijk Platform Kinderdijk (BPK) is samenwerking tussen partijen de key-factor; zo ook de samenwerking tussen SWEK, Belangenvereniging Leefbaar Kinderdijk (BVLK) en de Huurdersvereniging Vereenigde Molenbewoners. In 2017 is met de laatste een convenant afgesloten waarin o.a. staat dat Partijen afspreken elkaar vroegtijdig te betrekken bij nieuwe plannen om een beter begrip en verstandhouding te bereiken.
Bij de fractie van de ChristenUnie is de indruk ontstaan dat de samenwerking met directe stakeholders in de afgelopen jaren lijkt te zijn verminderd. Dat komt o.a. tot uitdrukking in het proces van totstandkoming van de 3 scenario's voor de entreezone, na de co-creatie, en daarna in de verdere planvorming naar besluitvorming door college en raad enerzijds en uitwerking van beleid in operationele zin. Ons bereiken regelmatig daarvan signalen en ook is door het college zelf aangegeven dat het in de afgelopen periode enige afstand tussen stakeholders heeft gemerkt. Ook de raad heeft meerdere keren gevraagd om een update van de stand van zaken in de vorm van een RaadsInformatieBrief (RIB) ruim voorafgaande aan een Beeldvormende avond. Deze RIB is er uiteindelijk wel gekomen, maar onze fractie is van mening dat daarin een reactieve houding is aangenomen door het college richting de raad, mogelijk in de veronderstelling dat het college in de Beeldvormende avond de nodige vragen kan beantwoorden. Echter, de Beeldvormende avond op 10 juni had het nieuwe Bestemmingsplan entreezone als focus. Ook de inhoud van deze RIB zorgt voor een serie vragen en zorgen die wij bij het college willen neerleggen om klaarheid te geven in veel onderwerpen. Wij vinden zelf 1
ook dat het ontzettend veel vragen zijn, maar denken dat de toegenomen afstand tussen het college en het dorp enerzijds en het college en de raad op dit onderwerp (mede) oorzaak daarvan is. Na gesprekken met diverse stakeholders in de afgelopen maanden en de toetsing van de RIB en het geactualiseerde Uitvoeringsprogramma 2024-2028 bijlages aan de hierboven genoemde ambitie, doelstellingen en samenwerkingsafspraken, hebben wij de volgende vragen: Reactie vooraf op bovenstaande toelichting De raadsinformatiebrief van 15 april jl. ging over de ontwikkelplannen voor Kinderdijk (waaronder het Uitvoeringsprogramma Toekomst Kinderdijk), maar vooral over het bestemmingsplan Entreegebied Kinderdijk en de afspraken over de financiering daarvan. De beeldvormende avond op 10 juni jl. vond plaats om de raad en andere betrokkenen te informeren over het bestemmingsplan, de totstandkoming hiervan, de hierbij gemaakte keuzes, de financiële uitvoerbaarheid ervan en het gevolgde participatietraject. Dit ter voorbereiding op de behandeling van het bestemmingsplan in de commissievergadering op 1 juli 2025. Zo veel als mogelijk zijn alle schriftelijke vragen, die hieronder zijn gesteld, beantwoord. De vragen gaan echter voor een belangrijk deel niet over het vast te stellen bestemmingsplan, maar vooral over de relatie tussen de stakeholders in het gebied.
Voor wat betreft die relatie tussen de stakeholders, is het belangrijk om te vermelden dat de samenwerking tussen de zes partners in het BPK niet eerder zo goed geweest en zo gecommitteerd als nu. Die goede samenwerking heeft ervoor gezorgd dat er nu een door alle partijen gedragen ontwerpbestemmingsplan ligt. Daarbij is ook de relatie tussen het college en de dorpsbewoners en molenaars hersteld, nadat het contact minder was tijdens het interne traject van verwerking van zienswijzen en bestuurlijke afstemming. Vragen:
De RIB zelf:
Waarom is er de intentie van het college om Buena Vista en WK4 aan SWEK over te dragen? Welke noodzaak ziet het college hiertoe en welke risico’s ziet het college als men tot verkoop overgaat, bijvoorbeeld in de regievoering? Graag duidelijke argumentatie en risicoanalyse van dit voornemen/deze intentie. In de RIB wordt niet meer dan een nader te verkennen mogelijkheid beschreven dat Molenlanden de bedoelde panden zou kunnen verkopen aan de SWEK om de exploitatie van het gebied beter te kunnen organiseren. Onderdeel van die nadere verkenning zijn uiteraard de in de vraag vermelde elementen, zoals de regievoering en de eventuele risico’s.
Synergie leefbaarheid en toerisme: aankoop panden en staatssteun. In het verleden is er bij de aankoop van het pand van bakkerij Stam aangegeven dat subsidieverstrekking gezien kan worden als staatssteun, maar aankoop van panden als WK4/BV en overdragen aan SWEK valt waarschijnlijk 2
niet onder staatssteun. Waarom de ene maatschappelijke stichting wel en de andere maatschappelijke stichting niet? Bij een mogelijke verkoop van WK4 en BV is er van (indirecte) subsidieverstrekking en dus van staatssteun geen sprake. Het gaat hier om verkoop tegen een getaxeerde/reële waarde.
Als je kijkt naar de ambitie en doelstelling en de daarin genoemde balans tussen leefbaarheid en toerisme, hoe duidt het college feitelijk (dus niet in termen van 'op de goede weg' of 'draagt bij aan', enz.) deze balans en hoe verhoudt deze balans zich met de steeds meer opkomende trend van regeneratief toerisme zoals deze mogelijkerwijs ook in het nieuwe TAM-beleid wordt opgenomen? De doelstellingen van het gebiedsperspectief zijn onder meer verkeersveiligheid, overlast-vermindering en het creëren van een aantrekkelijk groengebied. Juist om meer balans te krijgen tussen leefbaarheid en toerisme. Met het vaststellen van dit bestemmingsplan zorgen we voor een verbetering van de verkeersveiligheid en een groener en aantrekkelijker entreegebied voor zowel toeristische bezoekers als inwoners. In het opstellen van het beeldkwaliteitsplan (lijn 1 punt 1.8 UP) wordt specifiek aandacht gegeven aan regeneratief toerisme. Door de inrichtingselementen worden bezoekers verleid om het gebied zo schoon mogelijk achter te laten, rekening te houden en in contact te komen met elkaar. Kortom de bestemming Kinderdijk wordt beter, groener en de basis wordt gelegd om het contact tussen inwoner en toeristische bezoeker te vergroten. Dit zijn elementen waarbij we kunnen spreken van regeneratief toerisme.
In de samenstelling van het BPK is het benoemen van een specifieke rol en functionaris die als een 'critical friend' (quality rol) verantwoordelijk is voor stimulering van aandacht voor en het borgen van juist deze balans wellicht een goede aanvulling. Deze persoon kan in die rol doorlopend alle ingrepen in het Werelderfgoed toetsen aan een aantal criteria, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en authenticiteit. Tevens helpt dit een consistente lijn in te zetten richting toekomst en behoud van het erfgoed voor toekomstige generaties. Ziet het college dit als een mogelijkheid tot verbetering hiervan in plaats van of naast een gedeelde verantwoordelijkheid bij alle partijen? Met de benoeming van een secretaris van het Bestuurlijk Platform en voorzitter van het ambtelijk kernteam is de rol van een onafhankelijke ‘derde’, en de rol van ‘critical friend’ in de praktijk al ingevuld.
Rapportage van het Uitvoeringsprogramma:
Samenwerking stakeholders BVLK en VM o
Hoe duidt het college de invulling van het in het (Molen)bewonersconvenant opgenomen 'elkaar vroegtijdig betrekken bij nieuwe plannen'? En hoe duidt het college de mate van het te bereiken van beter wederzijds begrip en verstandhouding met de Vereenigde Molenbewoners? Een vertegenwoordiging van de molenbewoners heeft, conform het convenant, samen met de SWEK, de ‘Visie op Molenbewoning’ op- en 3
vastgesteld, met instemming van alle partners in het Bestuurlijk Platform Kinderdijk. Navraag leert tevens dat SWEK en de molenbewoners structureel overleg hebben georganiseerd. Over de status en naleving van het convenant zelf bereiken ons tegenstrijdige berichten. We zijn hierover in gesprek met zowel de molenbewoners als de SWEK en binnenkort ook gezamenlijk. o
In hoeverre verhoudt zich een zakelijke verhouding 'verhuurder/huurder' tot de afgesproken samenwerking bij nieuwe plannen? Hoe verloopt dit en hoe ziet de gemeente feitelijk haar rol als eigenaar van de molens in relatie tot het huurbeleid? Gemeente Molenlanden heeft de molens in erfpacht gegeven aan de SWEK. De SWEK is verhuurder van de molens en de gemeente heeft hier geen rol in. Echter ook de molenaars zijn inwoners van Molenlanden. Over de relatie tussen huurders en verhuurder bereiken ons tegenstrijdige berichten. We zijn hierover in gesprek met zowel de molenbewoners als de SWEK en binnenkort ook gezamenlijk.
o
Zijn er concrete afspraken tussen de gemeente en SWEK inzake de regelgeving rond de verhuur van de molens aan de molenbewoners? Zo niet, vindt het college dat er (contract) afspraken tussen de gemeente en SWEK dienstig kunnen zijn en zo ja wanneer neemt het college hierin het initiatief om dit tot stand te brengen? Zo niet, hoe ziet het college dat deze zakelijke relatie professioneel wordt ingevuld? In de erfpachtakte die is gesloten tussen het Waterschap en de Vereenigde Molenbewoners zijn afspraken tussen partijen vastgelegd. Molenlanden heeft hierna de molens gekocht van het Waterschap. Hierbij zijn geen afspraken gemaakt betreffende de overname van rechten en plichten. De eerder genoemde ’Visie op molenbewoning’ die door zowel SWEK als de molenbewoners is onderschreven, geeft een kader voor de afspraken rondom verhuur van de molens. Zoals beschreven in het vorige punt zijn wij met beide partijen in gesprek. Over de uitkomst van deze gesprekken zullen wij u informeren.
o
Op welke wijze en bij welke programmaonderdelen zijn de BVLK en de Vereenigde Molenbewoners concreet betrokken (geweest) bij de totstandkoming van het Uitvoeringsprogramma 2024-2028? De totstandkoming en actualisatie van het Uitvoeringsprogramma Toekomst Kinderdijk is een proces dat binnen het Bestuurlijk Platform Kinderdijk (BPK) plaatsvindt. De in het programma opgenomen projecten komen voort uit de ambities die vastgelegd zijn in de Gebiedsperspectief ‘Toekomst Werelderfgoed Kinderdijk’ uit 2019. De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden primair uitgevoerd door de hiervoor eerstverantwoordelijke partij (de ‘trekker’) uit het BPK. Conform de Samenwerkingsovereenkomst Kinderdijk (SOK) draagt deze ‘trekker’ zorg voor een goede betrokkenheid van belanghebbenden bij de uitvoering van elk project.
lijn 1: Behoud en beleefbaar levend en werkend erfgoed & natuurbeheer: 4
o
1.1: Onder het kopje belang en afhankelijkheden staat de volgende passage: "Afstemming met Waterschap en Provincie voor educatieve inzet van het gemaal ter ondersteuning van de waterkwaliteit." Kunt u aangeven hoe educatieve inzet de waterkwaliteit ondersteunt in dit deel van het programma? Het gaat om het zichtbaar maken van de werking van het watersysteem waarmee educatief kan worden gepresenteerd hoe de inzet van de verschillende onderdelen van het watersysteem, zoals een gemaal en een molen, bijdragen aan de waterkwaliteit.
o
1.3: Gezamenlijke erfgoedvisie: er worden o.a. het huurbeleid en verduurzamingsbeleid genoemd, dus afstemming met de Vereenigde Molenbewoners is vereist. Hoe staat het met die afstemming op dit punt? In september 2024 is de Visie op Molenbewoning, die is opgesteld in nauwe samenwerking tussen de Vereenigde Molenbewoners en de SWEK, vastgesteld. Deze is gedeeld met de partners in het BPK.
o
1.4: Recent is een vacature voor een extra directeur (bedrijfsvoering) bij SWEK opengesteld. In de jaarrekening 2023 blijkt dat de helft van de lasten is besteed aan personeelskosten. Aan de primaire taak (onderhoud molens en Wisboomgemaal) slechts minder dan 10%. Er wordt dus een significant bedrag besteed aan personeelskosten in relatie tot de kerntaak van SWEK. Bij de aanstelling van een 2e directeur wordt deze verhouding nog schever en leidt tot minder opbrengsten bij SWEK en is daarmee rechtstreeks van invloed op het financiële resultaat en dus ook op de opbrengsten die naar de gemeente/gemeenschap vloeien. In de financiële afspraken zullen immers de verwachte bedrijfsresultaten van groot belang zijn bij het vaststellen van de afspraken.
Hoe kijkt het college aan tegen deze financiële verhouding en is er door de gemeente naar de mening van het college voldoende invloed uit te oefenen op de taak van de RvT van SWEK op de (financiële) bedrijfsvoering? In welke mate draagt de aanstelling van een 2e directeur bij aan de doelstelling van het behoud werelderfgoed in balans met de leefbaarheid? Kunt u aangeven wat de SWEK de afgelopen jaren (2023 en 2024 toen het uit de rode cijfers was) concreet heeft bijgedragen aan het leefbaar houden van het dorp en de molens? De SWEK heeft zich in 2023 en 2024 – met actieve steun van de RvT ingezet om snel weer financieel gezond te worden, geïnvesteerd in betere samenwerking met de partijen in het BPK, voorbereidingen getroffen voor herstel van de Potschuur, aangeboden om de panden van Molenlanden over te nemen om bij te dragen aan de door bewoners gevraagde bufferzone naar het toeristisch deel. Ook is met steun van de RvT voorzien in een versnelde hogere bijdrage aan het verrekeningsmechanisme.
o
1.5: Onderzoeken mogelijkheden molens voor waterbeheer: Waarom worden hier niet de molenaars/-bewoners genoemd en alleen het Waterschap voor het peilbeheer en de Provincie voor natuurwaarden? De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden primair uitgevoerd door de hiervoor eerstverantwoordelijke partij (de ‘trekker’) uit het BPK, in dit geval de SWEK. Die draagt zorg voor een goede betrokkenheid van 5
belanghebbenden, zoals geregeld in de SOK. Als belanghebbenden naar hun mening onvoldoende worden betrokken, dan wordt dit op zijn merites beoordeeld in het Kernteam of het BPK en spreken de partijen elkaar hierop zo nodig aan. Molenlanden is hierbij geen supervisor noch scheidsrechter. o
1.7: Het educatieplan heeft de status 'loopt' maar hoe dit loopt wordt niet vermeld. Is het uitgangspunt om in dat plan ook meer verbinding met basisscholen te leggen, bijv. door goedkoper tarief te hanteren en (meer) schoolprojecten te ondersteunen? Graag enige duiding van doelstellingen. De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden primair uitgevoerd door de hiervoor eerstverantwoordelijke partij (de ‘trekker’) uit het BPK. Wij weten dat SWEK er mee bezig is maar hebben hier nog geen terugkoppeling over gekregen. Graag leggen wij deze vraag binnen het BPK voor aan de SWEK en zullen hierover ook vragen stellen in het Kernteam.
o
1.8 Beeldkwaliteitsplan: waarom ontbreken hier de molenaars en -bewoners als in het gebied wonend en werkend, uitvoerenden in beeldbepalend landschap en in hun functie tevens integraal onderdeel van het werelderfgoed zijnde? Ziet de gemeente bewoonde molens ook als cruciaal voor het behoud van het erfgoed en is daarin voortzetting van generaties molenbewoners een pré ten opzichte van de komst van nieuwe bewoners die geen historische binding hebben? De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden primair uitgevoerd door de hiervoor eerstverantwoordelijke partij (de ‘trekker’) uit het BPK. In dit geval de SWEK. Die draagt zorg voor een goede betrokkenheid van belanghebbenden, zoals geregeld in de SOK. Graag leggen wij deze vraag binnen het BPK voor aan de SWEK en zullen hierover ook vragen stellen in het Kernteam In de eerder genoemde ’Visie op molenbewoning’, opgesteld door SWEK en de Vereenigde Molenbewoners, staat de rol van de molenaars goed beschreven. Alle leden van het BPK hebben deze visie onderschreven. Wij zien de bewoonde molens ook als cruciaal voor het behoud van het erfgoed en zijn het eens met de stelling dat daarin voortzetting van generaties molenbewoners een pré is ten opzichte van de komst van nieuwe bewoners die geen historische binding hebben.
o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan:1.8 Beeldkwaliteitsplan: Hoe verhoudt een 'uniforme inrichting die dienstbaar is aan de beleving van het erfgoed' zich tot de historische beeldkwaliteit van het gebied waar juist molenaars ‘koning’ waren/zijn in het creatief omgaan met beschikbare middelen en materiaal? Is het de bedoeling dat alle molens er hetzelfde uit gaan zien of gaat het hier alleen om infrastructuur en voorzieningen zoals een entree gebouw? Kortom, wordt historische culturele pluriformiteit ook geborgd in dit plan? Bij de aanwijzing van het molencomplex Kinderdijk-Elshout tot Werelderfgoed is verzuimd om meer in detail zaken als beeldkwaliteit vast te leggen in kaders, terwijl deze kaders wel erg bepalend zijn voor het behoud
6
van de OUV* van Kinderdijk voor de langere termijn en de beleving van Kinderdijk als “Levend Erfgoed”. De SWEK is, in samenwerking met de relevante stakeholders, een Beeldkwaliteitsplan aan het opstellen. Zonder vooruit te lopen op de inhoud daarvan, kan al wel worden gesteld dat (bron: SWEK): Er wordt gezocht naar meer uniformiteit in de noodzakelijke elementen zoals bewegwijzering, verharding en straatmeubilair in het gebied. De monumentale waarde van de molens en hun erven wordt op basis van bouwhistorisch onderzoek met een waardenstelling per molen vastgelegd. Hierdoor wordt de pluriformiteit geborgd, want elke molen heeft zijn eigen verhaal en ontwikkeling. Dit zal ook worden benoemd in het beeldkwaliteitsplan *OUV staat voor Uitzonderlijke Universele Waarde (Outstanding Universal Value). Het is een term die wordt gebruikt in de context van UNESCO Werelderfgoed. Een gebied of erfgoed met een OUV is van zo'n uitzonderlijke betekenis dat het de nationale grenzen overstijgt. o
1.9 Herbestemming Waardhuis vd Overwaard: is her-bewoning (souterrain was vroeger dienstwoning) ook een optie en waarom wel/niet? De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden primair uitgevoerd door de hiervoor eerstverantwoordelijke partij (de ‘trekker’) uit het BPK. In dit geval Waterschap Rivierenland. Het waterschap heeft ervoor gekozen de herbestemming langs drie scenario’s te onderzoeken. Herbewoning hoort daar niet bij. Overigens is dat ook niet naar voren gekomen in het participatieproces, dat het Waterschap voorafgaand aan de definitie van de scenario’s heeft georganiseerd in 2024.
lijn 2: Beheersen bezoekersstromen o
Is bekend welke (pos./neg.) effecten het bezoekersmanagement heeft op lokale voorzieningen zoals Ons Dagelijks Brood en De Klok? Is dit onderdeel van evaluatie en welke kansen/bedreigingen liggen op dat vlak in het kader van creëren van win-win situaties en de balans in leefbaarheid en toerisme? Vanwege de balans leefbaarheid en toerisme is het Gebiedsperspectief ‘Toekomst Werelderfgoed Kinderdijk’ door de raad vastgesteld. Dit perspectief voorziet in het parkeren op afstand (Alblasserdam). Een negatieve bijkomstigheid is dat er minder toeristen langs De Klok en ons Dagelijks Brood komen wat een negatief effect zal hebben op hun exploitatie. Er lopen gesprekken met de Belangenvereniging en De Klok hoe dit negatieve effect gecompenseerd zou kunnen worden (toeristische route door het dorp). Hier zijn nog geen concrete afspraken over gemaakt.
o
2.3 Uitvoeringsagenda Bezoekersmanagement: Bijzonder dat bij het belang en de inspanningen wel stakeholders worden genoemd, maar juist niet de kerngroep zoals inwoners en bewoners. Ook hier ontbreekt de benoeming van samenwerking met bewoners en hun belangenbehartiging. Zie ook de opmerking hieronder bij 3.1. Waarom ontbreken deze elementaire
7
stakeholders stelselmatig in dit Uitvoeringsprogramma juist waar je het wel verwacht? Bij de meeste projecten in het Uitvoeringsprogramma worden niet alle stakeholders en belanghebbenden specifiek benoemd. Per project wordt bij de uitvoering daarvan zo nodig eerst een nadere stakeholdersanalyse gedaan. o
2.5 Project Ketenmobiliteit: waarom ontbreken hier de kansen op win-win situaties voor toerisme en dorp in de verbetering van diverse vormen van OV? Je zou verwachten dat zo'n kans rechtstreeks de balans tussen leefbaarheid en toerisme positief beïnvloedt tenslotte.
o
De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden primair uitgevoerd door de hiervoor eerstverantwoordelijke partij (de ‘trekker’) uit het BPK. In dit geval de SWEK. Het project Ketenmobiliteit manifesteert zich nu als besloten vervoer over water. Daar waar win-win mogelijk is zal dit zeker worden meegenomen. Ook voor wat betreft een positieve beïnvloeding van de balans tussen leefbaarheid en toerisme.
o
2.7 Overnachtingsplaatsen campers: De Inspanningen spreken alleen over waarschijnlijke toename van het aantal parkeerplekken voor campers, maar hoe staat het met de mogelijkheid om bij de huidige camperplaats in NwLLWest al dan niet te overnachten? Nu mag het niet en de bewoners hebben destijds zorgen geuit, maar wat is de visie van het college hierop, nu de parkeerplaats inmiddels enige tijd functioneert? Ziet het college dit als een kans of als een bedreiging (zie ook 3.4 en 4.4)? En hoe staat het met ideeën om vanaf de camperparkeerplaats een verbinding met de Tiendweg te leggen die zowel voor toeristen als bewoners van de Lekdijk gunstig zou kunnen zijn? Overnachten is in strijd met de afspraken die met de omwonenden zijn gemaakt. Naar nu blijkt valt de overlast erg mee. Het gesprek met de omwonenden zou opgestart kunnen worden. Ook de SWEK heeft de wens dat hier overnacht zou kunnen worden.
o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan 2.7 Campers: Wat zijn de effecten van de toename van campers/bussen op de parkeerplaats NLL-West in bijv. dwalende bezoekers op de Boezemkade, onveilige verkeerssituaties door plotseling remmende campers die pas dan zien dat er mag worden geparkeerd maar tijd nodig hebben om bebording te lezen, in de berm parkeren omdat het op de Schoordijk verderop onmogelijk is gemaakt maar op dit stuk van de Lekdijk/Schoordijk nog wel mogelijk is, enz.? In het nu lopende onderzoek ’Begeleidings- en parkeermanagement’, wat gesubsidieerd wordt door de Provincie, worden deze vragen onderzocht en zullen aanbevelingen komen te staan die tot een verbetering zullen leiden.
lijn 3: Leefbaarheid omgeving o
3.1 Overleg met dorp over uitvoering dorpsagenda en nauwere samenwerking SWEK en dorp: Er is geen status opgenomen, maar alleen een mededeling dat dit niet meer als apart onderwerp in het Uitvoeringsprogramma wordt meegenomen. Waarom wordt hier geen 8
aparte status meer van vermeld? Het gaat nu deels op in de overige projecten waar relevant, maar dit punt is, naast de samenwerking op relevante inhoudelijke onderwerpen, juist opgenomen omdat het een cruciaal onderdeel is wat constante aandacht vereist en regelmatige evaluatie. Zie hiervoor het traject van uitwerking 3 opties Entreegebied en de kritiek van eerdere deelnemers aan de co-creatie op met name het 'terugtrekken in de ivoren torens door het BPK'. Hoe kan anders het Doel van deze lijn "Het molengebied, de dorpen Kinderdijk, Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland zijn een prettige plek om te wonen, waar bewoners direct en indirect profiteren van de nabijheid van het werelderfgoed en het toerisme, zodat voorzieningen in stand kunnen blijven." goed in het oog worden gehouden? Het gaat toch om de balans tussen leefbaarheid en toerisme, dus waarom geen expliciete aandacht in het programma maar opgaand in de diverse initiatieven? In 2024 is in het Kernteam besloten dat dit geen aparte project status heeft maar permanent aandacht heeft/dient te hebben in de reguliere aanpak van de gemeente Molenlanden en van de SWEK. Het is immers heel belangrijk om hiervoor continu expliciet aandacht te hebben. Daarom heeft gemeente Molenlanden zogenoemde kernwethouders en verbinders. o
Zijn er nog andere aandachtspunten dan het Waterbeheer voor de Leefbaarheid van de Omgeving en op welke punten is er gedacht aan het verbeteren van de leefbaarheid van de omgeving? Het project Entreezone kent een looptijd van ongeveer 10 jaar. De gemeente Molenlanden zal dus de komende 10 jaar actief bezig zijn met het uitvoeren van de projecten in de Entreezone waarbij leefbaarheid een grote plaats inneemt. Het recent gestarte onderzoek naar begeleidings- en parkeermanagement en het herinrichten van de Molenstraat zullen de bijdrage aan leefbaarheid vergroten.
Lijn 4: Ontwikkelprojecten o
4.1 Herontwikkeling Entreegebied: de vermelding in de kolom Opmerkingen op de laatste pagina: voorbereiden overdracht panden 2025/2026. Gaat dit over Buena Vista en WK4? Zie opmerking hierboven bij de RIB zelf. Met “panden” worden inderdaad de panden Windkracht 4 en Buena Vista bedoeld. Hoe, of en aan wie deze panden zullen worden overgedragen middels verkoop is een apart project in het kader van de uitwerking van het bestemmingsplan, dat na vaststelling daarvan zal worden opgestart.
o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan 4.5 Herinrichting Molenstraat/Lekdijk: Op welke wijze zijn onze inwoners hierbij betrokken (zie ook de opmerking bij 3.1..)? In diverse bewonersbrieven is gemeld dat er een probleem is met de afwatering van dit gebied. Overleggen met Provincie en Waterschap zijn gaande, maar uitwerking van deze problematiek zorgt voor vertraging.
9
Er wordt een inloopavond over de herinrichting georganiseerd op het moment dat er een oplossing is voor het afwateringsprobleem en de uitvoering daarvan. o
4.8 Open verbinding tussen lage boezems: De gemeente is inmiddels op de hoogte gebracht door het Waterschap en het speelt kennelijk pas in 2029, maar op welke wijze zijn molenaars/-bewoners hierbij betrokken? De projecten in het Uitvoeringsprogramma worden primair uitgevoerd door de hiervoor eerstverantwoordelijke partij (de ‘trekker’) uit het BPK. In dit geval Waterschap Rivierenland. Navraag leert: er zijn twee participatiemomenten georganiseerd door het waterschap. Daaraan hebben belanghebbenden en belangstellenden uit zowel gemeente Alblasserdam als gemeente Molenlanden deelgenomen. Aankondigingen daarvan stonden in De Klaroen en Het Kontakt.
o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan 4.10: Scheiden voetgangers en fietsers op Middelkade: In de kolom Opmerking staat dat dit wordt meegenomen in project 1.8 (beeldkwaliteitsplan) maar in de samenvatting van het project staan nog 4.1 en 4.4. Voor 4.1 (Herontwikkeling Entreegebied) is dit helder maar welke relatie ligt er met het genoemde punt 4.4 of moet dit een ander project zijn? Hoe verhoudt zich deze scheiding met de verkeersveiligheid en de kennelijke voorkeur voor shared spaces bij de Entreezone? Op welke wijze worden kritische tegengeluiden van (verkeers)deskundigen meegewogen om te besluiten over deze keuzes en worden deze ook transparant gemaakt? De Middelkade is een lange kade en slechts een klein gedeelte daarvan valt binnen het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan. Binnen het project “Entreezone” kunnen we alleen dit gedeelte organiseren. Voor het overige deel van de Middelkade is in het Uitvoeringsprogramma een apart project opgenomen om de verkeerssituatie hier te verbeteren (4.10). Het koppelen aan 4.1 en 4.4 is niet aan de orde en staat fout in het UP. De koppeling met 1.8 is wel goed. In de Voorkamer van de Entreezone hebben we een ruimteprobleem. Hier kunnen we geen gescheiden verkeerstromen maken of we moeten een aparte brug aanleggen. Dit is een argument waarom we er voor kiezen om in de Voorkamer voor een shared-space oplossing te gaan.
Op de rest van de Middelkade is mogelijk een gescheiden verkeerstroom de meest veilige.
Overige: o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan De parkeerfunctie in het Werelderfgoed verdwijnt. Hoe wordt de capaciteit van deze parkeervoorziening opgevangen op momenten dat de shuttlebus niet rijdt, bijvoorbeeld in de winter en de avonduren? Hierover wordt (st)(r)eeds breed gecommuniceerd. De parkeerfunctie in het Werelderfgoed verdwijnt slechts gedeeltelijk. De parkeerplaatsen die blijven (of zelfs toegevoegd worden) worden geïnventariseerd en voor deze plekken wordt dubbelgebruik onderzocht. Juist voor de genoemde tijden. 10
o
Vraag t.b.v. het Bestemmingsplan Hoe wordt omgegaan met het verdwijnen van verkeersregelaars als gevolg van het opheffen van de parkeervoorzieningen, hoe worden toeristen de juiste weg gewezen, hoe wordt voorkomen dat er geen ongewenst autoverkeer op de Middelkade komt, aangezien de entreezone ook de toegang is voor de woningen aan de Nederwaard? De ervaring op de Blokweersche kade leert namelijk dat toeristen zich veelal niet door borden laten tegenhouden. Antwoord; Aan het onderzoek naar de mogelijke inzet van gastheren en -vrouwen wordt op dit moment gewerkt. Zodra het resultaat hiervan bekend is, wordt u hierover geïnformeerd. Tevens nemen we dit punt mee bij de uitwerking van het bestemmingplan voor dit deel van het gebied.
11