Beantwoording vragen CDA - governance Kinderdijk.docx
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording vragen CDA governance Kinderdijk
Zaaknummer
:
1124109
Datum
Portefeuillehouder
Behandelend ambtenaar
: : :
7 december 2021
Wethouder Arco Bikker Eric Spaans
Beste heer Koorevaar, Op 4 december stelde u vragen aan het college conform artikel 55 van het Reglement van Orde. De vragen hebben betrekking op de governance van Werelderfgoed Kinderdijk. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting:
Op 7 december bespreekt de gemeenteraad Governance Werelderfgoed Kinderdijk. In het
bestuurlijk platform Kinderdijk (BPK) worden nu afspraken gemaakt waar een gebiedsperspectief met bijbehorende uitvoeringsagenda als uitganspunt onder liggen.
Vraag 1: Hoe verhoudt de discussie over het financieel arrangement van 16 november zich tot dit
governance voorstel? Is er iets aangepast aan dit voorstel ten opzicht van die discussie? Zo ja, wat dan?
Antwoord:
Beide notities worden opiniërend aan u voorgelegd. Uw reacties op beide notities bepalen onze inzet bij de afrondende gesprekken over de Bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst (SOK) en het financieel arrangement dat daarvan een bijlage wordt. In de SOK zullen op de een of andere manier alle afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop het publieke belang geborgd gaat worden. Daarbij zal aandacht besteed worden aan de drie aspecten die in het rapport van JBR worden genoemd: inhoud, financiën en zeggenschap. Het financieel arrangement is vooral een uitwerking van de afspraken tussen beide gemeenten en de SWEK, handelt over de wijze waarop de historische kosten worden verrekend en beschrijft de spelregels voor het starten van projecten. De SOK zal door alle leden van het BPK ondertekend worden; het financieel arrangement vormt daarvan een addendum en wordt ondertekend door beide gemeenten en de SWEK.
2
De samenvatting van de afspraken in het financieel arrangement zoals in de notitie is opgenomen, is in lijn met de notitie van 16 november jl. Daarin is nog niets gewijzigd. Wel vindt u in de notitie enkele opmerkingen n.a.v. de bespreking in de commissies van beide gemeenten, namelijk daar waar wij de verwachting uitspreken dat er duidelijke afspraken vastgelegd gaan worden over de omvang van de na te streven reserves en over het tempo en de wijze waarop die worden gehaald. Alvorens tot ondertekening van beide documenten over te gaan, wordt u in de gelegenheid gesteld daar nog uw oordeel over te geven. Vraag 2: Hoe kijkt u aan tegen de zwaarwegende financiële adviesrol van RvT van het SWEK in het licht van dit governance voorstel? Antwoord:
Een stichting is een autonome, privaatrechtelijke entiteit waarvan de doelomschrijving in de statuten is vastgelegd. Een stichting heeft altijd een bestuur, maar hoeft geen RvT te hebben. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het bestuur en de RvT worden vastgelegd in de statuten van de stichting. Daarin wordt ook vastgelegd hoe de statuten kunnen worden aangepast en hoe bestuur en RvT worden benoemd. In 2005 is door de toenmalige eigenaar van de molens voor de duur van 30 jaar aan de SWEK (om niet) het recht van erfpacht gegeven. Dat is in 2012/2013, toen de gemeente juridisch eigenaar werd van de molens zonder aanpassingen gecontinueerd. De SWEK heeft het recht het molengebied te exploiteren om daarmee voldoende middelen te genereren die nodig zijn voor de doelstelling van de stichting, zoals het behouden en conserveren van het molengebied en het vervullen van de taken die voortvloeien uit de werelderfgoed-status. Zoals in de notitie wordt toegelicht, concludeert JBR dat de governance zoals die in 2012/2013 is vastgelegd, onvoldoende is om het publieke belang te borgen. JBR adviseert dan ook om deze aan te passen. Die aanpassing kan echter alleen met wederzijdse instemming tot stand komen.
Vraag 3. De rol van de Raad van Toezicht (RvT) van het SWEK is niet omkleedt me een duidelijke uitleg van het doel van de RvT. Wat is volgens uw oordeel de rol en verantwoordelijkheid van de RvT?
Antwoord:
De rol en het doel van de RvT zijn duidelijk omschreven in de statuten van de stichting waar de gemeente, provincie en waterschap in 2013 mee hebben ingestemd. De RvT heeft haar rol in overeenstemming met die statuten ingevuld. De gesprekken die wij sinds oktober 2019 met de stichting voeren, zijn steeds gericht geweest op het verhelderen van de wederzijdse verwachtingen, omdat wij het publieke belang onvoldoende bewaakt zagen worden.
3
JBR stelt ook dat een RvT van een stichting met een groot publiek belang ook dat belang dient mee te nemen in haar afwegingen. In onze notitie zeggen we daarover het volgende: Wij verwachten van de RvT van de stichting dat zij het bewaken van de balans tussen leefbaarheid en de belangen van het werelderfgoed ook tot hun verantwoordelijkheid rekenen, evenals het
bewaken van de relaties tussen de SWEK en omwonenden/bewoners. Als die relatie onder druk komt te staan, is het de rol van de RvT om daarop bijtijds en effectief te acteren, juist ook om te
voorkomen dat de stichting onderwerp wordt van een onwenselijke politieke en maatschappelijke discussie.
In de gesprekken die de afgelopen perioden met een delegatie van de RvT zijn gevoerd, erkende de RvT hun publieke rol en verantwoordelijkheid; tijdens de bijeenkomst van 10 juni is door hen ingestemd met aanpassing van de governance in de richting van wat JBR een hybride model noemt. In het BPK van 10 november jl. heeft de bestuurder van de SWEK aangegeven bereid te zijn om zijn RvT voor te stellen de doelomschrijving aan te passen, zodat deze beter het publieke belang van de stichting verwoord. Dat kan in de statuten, maar het is ook denkbaar dat in een apart huishoudelijk reglement (bestuursreglement) een nadere interpretatie van de doelomschrijving wordt gegeven. Vanaf dat moment zal een RvT die doelomschrijving als uitgangspunt voor haar werk nemen.
Vraag 4: Kan gesteld worden dat de taken die de RvT van het SWEK voor het tot stand komen van de vernieuwde governance structuur uitvoerde overgaan in de nog op te stellen samenwerkingsovereenkomst Kinderdijk? Of in het BPK? Waarom wel / niet? Antwoord:
In de SOK zullen concrete afspraken vastgelegd worden hoe het publieke belang beter geborgd gaat worden: over inhoud, financiële relaties en invloed in de zeggenschap. De stichting houdt een RvT die tot taak heeft autonoom en onafhankelijk toezicht uit te voeren. Zoals in onze notitie is verwoord, verwachten wij dat een RvT toezicht uitvoert binnen de inhoudelijke kaders die in de raden zijn vastgesteld (op advies van het BPK) en binnen de afspraken die in het financieel arrangement worden vastgelegd. Of de afspraken later leiden tot aanpassingen van de statuten of dat er gekozen wordt voor een separaat bestuursreglement, is nog niet bekend. Voor beide is iets te zeggen. In de praktijk zal de werking en het effect vergelijkbaar zijn. Het BPK is en blijft het coördinerend platform waar partijen op bestuurlijk niveau hun beleid op elkaar afstemmen, elkaar informeren en advies uitbrengen aan de organen die uiteindelijk de bevoegdheid hebben om een besluit te nemen.
4 Vraag 5: Klopt het dat de beleidsambities voor Kinderdijk van de gemeente Alblasserdam verder gaan dan de beleidsambities van Molenlanden? In het JBR rapport staat dat de gemeente
Alblasserdam ook het visitormanagement en leefbaarheid als beleidsdoel heeft? Waarom wel / niet?
Antwoord:
De beleidsambities van beide gemeenten (en van de overige leden van het BPK) met betrekking tot alles wat in en rond het werelderfgoed gebeurt, zijn in hoofdlijnen vastgelegd in de collectieve ambitie en in uitvoeringsprogramma. De verschillen die er zijn, hebben te maken met de aard van problemen die in de gemeentes spelen en met de projecten van het uitvoeringsprogramma waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen.
Vraag 6: Is het BPK Eindverantwoordelijk (als in VERI) voor de SOK en neemt het daarmee de regie over het gebied? Antwoord:
Het BPK is een platform voor coördinatie en afstemming. Geen sturend orgaan. De eindverantwoordelijkheid ligt niet bij het BPK, maar bij de besluitvormende organen van de leden van het BPK. Door die afstemming en coördinatie ontstaat er uiteraard – en dat is ook de bedoeling – een vorm van regie, maar dan nooit in eindverantwoordelijke zin.
Vraag 7: Klopt het dat in de samenwerkingsovereenkomst (SOK) ook de kostendekking voor de werkorganisatie wordt verantwoord? Antwoord:
Het ligt in ieder geval voor de hand dat de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het financieel arrangement, (voor zover relevant) onderdeel gaan uitmaken van de SOK. Het is in elke stichting de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van een stichting om te zorgen voor een kostendekkende exploitatie. De RvT houdt daar toezicht op. Maar uit uw vraag klinkt ook een zorg van een ongeremde groei van de kosten van de werkorganisatie. Die zorg is herkenbaar. Het is aan de RvT om toezicht te houden op de bestuurder en om daarmee te bewaken dat de kosten van de werkorganisatie in verhouding staan tot de taak/ verantwoordelijkheid van de stichting.
Vraag 8: Komt de berekening van de opbrengsten uit het project entreegebied overeen met het
format voor de berekening van de Westrand? Of met het transferium in Alblasserdam? Hoe kijkt u
aan tegen een eensluidende opzet van een business case voor alle uitvoeringsagenda-onderdelen die een investering behoeven? Antwoord:
5
Van de projecten die in het entreegebied uitgevoerd gaan worden zal, net zoals bij de Westrand en het Transferium, een duidelijk overzicht opgesteld worden van de te verwachten kosten / investeringen en de te verwachten opbrengsten. Dat geldt voor de gehele looptijd van het project: de ontwerp-, voorbereiding-, aanleg- en voor de beheers/exploitatie fase. Deze zogenaamde business-cases zullen voldoen aan de eisen die daar vanuit de gemeente aan worden gesteld en zo worden gepresenteerd dat ze transparante besluitvorming mogelijk maken. Uitvoering wordt pas gestart zodra tussen betroken partijen overeenstemming is over deze business-cases. De raad houdt op die manier zicht en dus ook controle over de verplichtingen die de gemeente aangaat. Vraag 9: Hoe wordt voorkomen dat levering uit het Kinderdijkfonds wordt uitgesteld? Antwoord:
Niemand kan voorspellen hoe snel de omzet van de SWEK weer op een voldoende hoog niveau zal zijn. Met betrekking tot vulling en later levering uit het Kinderdijkfonds is voor ons het volgende van belang om vast te leggen in de SOK en/of het financieel arrangement: - Duidelijke afspraken, nadat daar in het BPK overleg over is gevoerd, over de omvang van de na te streven reserves. Het vaststellen van de omvang van de na te streven reserves is de bevoegdheid van de RvT. - Overleg in BPK over de (meer-)jaren begroting, voordat de RvT deze vaststelt (= bevoegdheid RvT), zodat duidelijk is in welk tempo en op welke manier de SWEK deze reserves weer op peil denkt te hebben - Veel betere en transparantere financiële rapportages van de SWEK in het BPK, zodat bij tijds afwijkingen kunnen worden besproken - Periodiek overleg tussen de financiële adviseurs van de SWEK en de gemeenten, zodat eventuele afwijkingen van eerdere afspraken op tijd gesignaleerd en besproken kunnen worden - Periodiek overleg tussen de leden van het BPK en de RvT over hun wederzijds samenspel, waarbij dus ook ingegaan kan worden op de manier waarop de RvT toezicht houdt op de stichting. Vraag 10: Wat verwacht u van onze gemeenteraad inzake de governance? Antwoord:
Hier past nederigheid, omdat het niet aan ons is om aan te geven hoe de raad haar kaderstellende rol en budget verantwoordelijkheid invult. Wat wij u concreet vragen is duidelijke richtinggevende uitspraken die ons kunnen helpen om de laatste fase van de gesprekken over de SOK en het financieel arrangement te voeren. In algemene zin is het belangrijk daarbij als uitgangspunt te hanteren, dat de exploitatie van het werelderfgoed om allerlei goede redenen in handen is gegeven van een stichting en dat de exploitatie gevrijwaard moet blijven van de dagelijkse politieke bemoeienis. De nadelen van een
6
stichting op afstand zijn we nu aan het compenseren door in de SOK en het financieel arrangement de afspraken vast te leggen, waarmee het publieke belang beter geborgd gaat worden. Dat we daarbij samen op moeten trekken met Alblasserdam, het waterschap, de provincie, het rijk is een gegeven. De erkenning van die onderlinge afhankelijkheid bepaalt mede onze invloed en opstelling.
Vraag 11: Zou het Rijk in uw ogen meer mogen bijdragen aan Kinderdijk? De financiële risico’s
liggen voor een groot gedeelte bij de gemeentes en zijn deze risico’s niet te groot ten opzicht van de wereldwijde ambities voor het gebied? Antwoord:
Het is ten eerste aan de bijdrages van het Rijk te danken dat de SWEK het afgelopen jaar niet failliet is gegaan en nog steeds haar medewerkers kan betalen en haar taken kan uitvoeren, niet alleen in de vorm van de NOW-bijdrages, maar ook in de vorm van leningen die onder zeer voordelige voorwaarden zijn aangegaan en wellicht omgezet gaan worden in giften. Ten tweede luidt het eerste uitgangspunt voor het financieel arrangement niet voor niets als volgt: Het in stand houden van het werelderfgoed de zorg is van alle partijen (en dus niet alleen van de
eigenaar van de molens); de SWEK is de stichting die daar namens de overheden zorg voor draagt.
Dit uitgangspunt wordt door alle leden van het BPK van harte en zonder spoor van twijfel onderschreven. De komende jaren zal veel geïnvesteerd worden in het gebied. Niet uit luxe, maar omdat dat nodig is om de collectieve ambitie te realiseren, de bezoekersstromen te kunnen beheersen en de leefbaarheid in en rond het gebied te vergroten. Investeringen die we alleen zullen doen als daarvoor voldoende dekking is en de risico’s aanvaardbaar zijn. En daarom is het zo belangrijk, dat deze investeringen niet gezien worden als iets van alleen de gemeente Molenlanden en/of de SWEK, maar als iets van het gehele BPK. Het molengebied is van nationale betekenis. Het is niet alleen van de molenaars, van SWEK, van de inwoners van Kinderdijk of van de gemeente Molenlanden. Het is van ons allemaal.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
7
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden