Beantwoording vervolgvragen Doe mee! - Toetsing locaties asielopvang
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde)
Datum:12 februari 2026 Zaaknummer: 1262403 Steller van de vragen: Bob Brokking. Politieke partij: Doe mee! Molenlanden. Onderwerp: Toetsing locaties asielopvang Portefeuillehouder: Wethouder Bikker Behandelend ambtenaar: Fay Hakkesteegt en Menno Keller Toelichting: Tijdens de commissievergadering van 3 februari 2026 zijn bij het
raadsvoorstel Toetsing locatie asielopvang door Doe mee vragen gesteld over de beoordeling van de opvanglocaties.
De aanleiding voor deze vragen ligt in enkele onduidelijkheden in de beoordeling van de
locaties. De voorbeelden die tijdens de vergadering ter illustratie werden genoemd, boden het College onvoldoende basis om de vragen te kunnen beantwoorden. Daarom worden hierbij, zoals afgesproken, deze vragen schriftelijk.
De vragen volgen de structuur van bijlage 2 Toetsing locaties asielopvang en gaan in op de randvoorwaarden, overwegingscriteria en voorkeursvoorwaarden.
Randvoorwaarden.
Op basis van randvoorwaarde C (de locatie moet beschikbaar zijn voor een periode van minimaal vijf jaar na oplevering), vallen 17 van de 30 locaties af.
In de korte toelichting bij deze afgevallen locaties staat bij vier locaties vermeld dat er (woning)bouwplannen zijn. Hierover de volgende vraag:
1. Kunt u aangeven wat de geschatte looptijd is van de in de toelichting op blz. 9 en 10 genoemde woningbouwplannen voor deze vier locaties?
Antwoord 1: Voor de genoemde locaties liggen (onder andere) woningbouwontwikkelingen in voorbereiding. Hoewel de exacte planning per locatie afhankelijk is van diverse factoren (zoals planvorming, onderzoeken, bestemmingsplanprocedures, participatie en
besluitvorming) wordt voor al deze gebieden verwacht dat binnen een afzienbare periode
de eerste stappen richting realisatie worden gezet. Dit betekent dat binnen enkele jaren al
werkzaamheden kunnen starten (denk aan voorbelasten), al betreft dit in eerste instantie vaak voorbereidende activiteiten zoals onderzoeken of planologische procedures.
Omdat deze locaties daarmee naar verwachting binnen de termijn van vijf jaar betrokken raken bij de voorbereiding of uitvoering van woningbouw, zijn zij niet duurzaam
beschikbaar voor de periode die noodzakelijk is voor een opvanglocatie. Een opvang van vluchtelingen op deze terreinen geeft daarmee (waarschijnlijk) een vertraging voor de
realisatie van de woningbouwplannen. Om die reden zijn deze locaties niet beschikbaar bevonden.
De resterende 13 locaties voldoen aan alle randvoorwaarden, dus ook aan randvoorwaarde D: “De locatie heeft een verantwoord woon- en leefklimaat (toetsen aan (milieu)afstanden voor bijvoorbeeld geluid, externe veiligheid en geur)”. Daarover de volgende vragen:
2. Wat verstaat u onder een verantwoord woon- en leefklimaat, waarbij is gesteld dat
wordt getoetst aan (milieu)afstanden voor bijvoorbeeld geluid, externe veiligheid en geur?
Antwoord 2: Er is per locatie gekeken naar het woon- en leefklimaat (regels die landelijk
zijn opgesteld) en verschillende (milieu)afstanden, specifiek naar bijvoorbeeld geluid, stof en geur. Ook is gekeken naar externe veiligheid, hier zijn eventueel
maatwerkmogelijkheden te treffen om een gezond woon- en leefklimaat te garanderen.
Maatschappelijke effecten op de directe omgeving worden meegenomen in een latere fase (bij het opstellen van het plan van aanpak). Wel moet benadrukt worden dat
vluchtelingenopvang een tijdelijk karakter heeft en dat er daardoor minder strenge (milieu)regels van toepassing zijn.
3. Wanneer valt een locatie die is gelegen in een gifwolk- en explosieaandachtsgebied wel of niet onder een verantwoord woon- en leefklimaat?
Antwoord 3: In de locatiebeoordeling staat bij een aantal locaties het volgende vermeld: “De locatie is gelegen in een gifwolk- en explosieaandachtsgebied. Maatregelen zijn te
treffen”. Er wordt aangegeven dat er maatregelen te treffen zijn, wat deze precies zijn en hoeveel (mogelijke) meerkosten dit meebrengt wordt in het vervolgproces nader
uitgewerkt. Binnen een gifwolk- en explosieaandachtsgebied kan in veel gevallen een gezond woon- en leefklimaat gerealiseerd worden met maatwerkoplossingen. Overwegingscriteria.
Het overwegingscriterium A betreft spreiding en luidt: “Op basis van de beschikbare locaties wordt er gekeken naar de spreiding over de gemeente.”
4. Is het juist dat hier de evenwichtige spreiding van de locaties voor alle vluchtelingen binnen de gemeente Molenlanden wordt bedoeld? Als dat niet zo is, wat wordt dan precies bedoeld?
Antwoord 4: Er is gekeken naar de onderlinge spreiding tussen de (mogelijke)
vluchtelingenopvanglocaties. De huidige opvanglocaties voor Oekraïners zijn hier ook in meegenomen.
Het overwegingscriterium B betreft de Realisatie van extra woonruimte voor Molenlanders en bestaat uit twee punten:
De locatie biedt mogelijkheden voor een toekomstige invulling. De locatie biedt mogelijkheden voor een gelijktijdige invulling. Over ieder punt een vraag.
5. Wat wordt verstaan onder ‘toekomstige invulling’? Antwoord 5: Onder toekomstige invulling wordt verstaan dat er onderzoek gedaan kan worden tijdens de opvangperiode naar mogelijkheden om na afloop (permanente)
woningbouw te creëren. Hoe deze invulling er precies uit kan zien zal in een later stadium onderzocht worden.
6. Onder welke condities biedt een locatie mogelijkheden voor gelijktijdige invulling? Antwoord 6: In eerste instantie is voornamelijk gekeken naar de hoeveelheid ruimte op de
locatie(s). Verder onderzoek naar de haalbaarheid van extra woonruimte voor inwoners van Molenlanden zal in het vervolgproces (onder andere tijdens het opstellen van het plan van aanpak) plaatsvinden.
Voorkeursvoorwaarden Perceel AKL00-C-1006 (Parallelweg) Arkel.
Bij B wordt gesteld dat nutsvoorzieningen aanwezig zijn. Bij andere locaties staat: ‘Er zijn geen nutsvoorzieningen op het terrein aanwezig’ of woorden van gelijke strekking.
7. Kunt u met zekerheid stellen dat de nutsvoorzieningen op het terrein aanwezig zijn?
Antwoord 7: Er is een aanvraag gedaan voor een aansluiting maar die kan pas definitief
worden als er een huisnummerbesluit is. Dit huisnummerbesluit volgt nadat er een
vergunning verleend is. De nutsvoorzieningen zijn op zeer korte afstand aanwezig (langs de Parallelweg).
Bij G staat onder meer dat de Parallelweg, verlicht zou zijn. Daarnaast wordt gesteld dat er voor voetgangers een wandelpad langs het Merwedekanaal is.
Dit is volgens aanwonenden slechts gedeeltelijk juist. Het doodlopende stuk vanaf de
spoorwegovergang in richting Gorinchem heeft vier lantaarnpalen. De Parallelweg vanaf de spoorwegovergang richting treinstation Arkel is echter onverlicht.
8. Kunt u aangeven op grond waarvan u van mening bent dat hier sprake is van een verkeersveilige omgeving?
Antwoord 8: De beoordeling van de criteria is zwart/wit, terwijl de realiteit vaak een grijs
gebied is. Daarom is gekozen voor een visualisatie met de tabellen (met een “wel/niet”), en daaronder verdere toelichting om aandachtspunten te benoemen. De Vlietskade is een
drukke 60 kilometerweg met verlichting, richting Gorinchem is er een apart fietspad. De
maximumsnelheid op de Vlietskade vanaf het spoor richting de kern van Arkel is 50km/u. De betreffende locatie ontsluit echter op een doodlopend en verlicht stuk van de
Parallelweg waar alleen bestemmingsverkeer komt. Daarom is er gekozen om deze locatie
als verkeersveilig te kenmerken, met extra toelichting over de situatie (het “grijze gebied”). Hoewel (verkeers-) veiligheid een voorkeursvoorwaarde is, is het wel een belangrijk onderdeel bij (onder andere) het opstellen van de plannen van aanpak in het vervolgproces.
9. Op basis van het voorgaande: vindt u dat de locatie aan de Parallelweg in Arkel, op één punt na, voldoet aan de voorkeursvoorwaarden? Kunt u dit toelichten?
Antwoord 9: De locatie aan de Parallelweg voldoet op één punt na aan de
voorkeursvoorwaarden. De onderbouwing hiervan is te vinden in de locatiebeoordeling, extra toelichting is te vinden in bovenstaande antwoorden.
Bij alle locaties worden uitspraken gedaan over H. de ruimte voor dagbesteding en I. de buitenruimte.
10. Kunt u de kwalificaties ‘genoeg ruimte voor dagbesteding ‘en voldoende
buitenruimte’ nader kwantificeren? Met andere woorden wat is genoeg en wat is voldoende?
Antwoord 10: Ruimte voor dagbesteding en buitenruimte zijn belangrijk om kwalitatieve opvang te kunnen bieden. We streven naar zo humaan mogelijke opvanglocaties met
autonomie voor de bewoners. We zien op de opvanglocaties voor Oekraïners in Waal en
Giessenburg een positief effect heeft op de kwaliteit van de opvang en het welbevinden van de bewoners.
De ruimte die nodig is, is afhankelijk van het aantal bewoners en de doelgroep. In dit stadium is er hoog-over gekeken naar de beschikbare ruimte en mogelijke aantal
bewoners (uitgaande van het voorkeursscenario van 75-125). Het locatie onderzoek is
bedoeld om een eerste inschatting te doen over de mogelijke geschiktheid van de locaties, de exacte uitwerking volgt in een volgend stadium.
Gemeentewerf (Koggeplantsoen) Nieuw-Lekkerland. Bij F staat: “Vervolgfunctie na opvangperiode: er is uitzicht op permanent gebruik van dit perceel na de opvangperiode. Het is onduidelijk of een permanente invulling van het perceel gebruik kan maken van de opvangvoorzieningen”
11. Wat wordt precies met deze tekst bedoeld? Antwoord 11: Dit gaat over de duurzaamheiddoelstelling van de gemeente. Opvanglocaties die langere tijd in gebruik zijn (5-10 jaar), worden door het COA duurzamer gerealiseerd
dan tijdelijke/noodopvanglocaties. In het vervolgproces wordt onderzocht of het mogelijk is om het vastgoed (bijvoorbeeld woonunits) waar de vluchtelingen verblijven na afloop te hergebruiken als (bijvoorbeeld) woonruimte. Of, en hoe, dit mogelijk is op dit moment onduidelijk, en wordt in een later stadium onderzocht.
“Bij G staat dat er verlichting is langs de 60 kilometerweg en dat er voorzieningen zijn voor fietsers en voetgangers door middel van een fietspad. Deze beschrijving lijkt meer op een toekomstige situatie gericht, dan dat wordt uitgegaan van de huidige situatie.
12. Kunt u aangeven waarom hier een mogelijk toekomstige situatie is beschreven, terwijl bij andere locaties de actuele situatie wordt weergegeven?
Antwoord 12: De 60 kilometerweg waarnaar gerefereerd wordt is de Lekdijk. De ontsluiting van de betreffende locatie is op het Koggeplantsoen waar een maximumsnelheid van
30km/u geldt. De zin over de ontsluiting op het Koggeplantsoen had in de toelichting van de locatiebeoordeling moeten staan. Dit heeft verder geen impact op de beoordeling van deze locatie.
13. Hoe informeert u ons over eventuele nieuwe inzichten en veranderingen en hoe verwerkt u deze.
Antwoord 13: Het tijdspad, door uw raad vastgesteld in september 2025, is leidend in de besluitvorming. Uw raad wordt waar nodig via de officiële kanalen (bijvoorbeeld via een raadsinformatiebrief) geïnformeerd over nieuwe inzichten en veranderingen. Na het opstellen van de businesscases heeft uw raad per locatie de ruimte om wensen en
bedenkingen aan te geven, waarna het college de bevoegdheid heeft om definitief locaties aan te wijzen.