Beantwoording technische vragen VVD - verordening burgerinitiatief Molenlanden 2021
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen VVD – verordening
Datum
:
18 mei 2021
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
burgerinitiatief 1101666
Presidium, dhr. Bert Snoek Jarno Groenveld
Beste mevrouw Breddels, Op 17 mei 2021 stelde u technische vragen over de verordening burgerinitiatief. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Vraag 1:
Kan het formulier dat initiatiefnemers moeten invullen toegevoegd worden aan de stukken? Antwoord:
Het formulier dat initiatiefnemers moeten invullen bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel bestaat uit feitelijke gegevens (zoals genoemd in artikel 4.2 van de verordening). Het tweede
gedeelte is het format voor een raadsvoorstel, zoals raadsleden dat ook ter beschikking hebben
als zij een initiatiefvoorstel in wensen te dienen. Hierin is onder andere ruimte voor argumenten, kanttekeningen, informatie over afstemming met betrokkenen (draagvlak) en een financiële toelichting.
Het opstellen van het uiteindelijke formulier is een uitvoeringskwestie. Dit formulier wordt opgesteld op basis van de verordening. Vraag 2:
Wat voor soort ideeën of voorstellen kunnen worden verwacht gezien het feit dat het
burgerinitiatief voor inwoners de “laatste mogelijkheid” is als zij niet op andere plekken, zoals een dorpsoverleg of het college, terecht kunnen met hun idee of voorstel? Antwoord:
In de verordening worden nauwelijks beperkingen opgenomen. De beperking die zijn opgenomen betreffen met name wettelijke onmogelijkheden, zoals een klacht, bezwaar, beroep of een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur.
Dit betekent dat een grote verscheidenheid aan voorstellen verwacht kan worden. Voorbeelden: -
Voorstel tot wijziging van een verordening;
-
Budgetaanvraag voor een initiatief;
-
Initiatief tot het anders inrichten van een gebied;
2 -
Agenderen van een gespreksonderwerp voor de gemeenteraad.
Wanneer inwoners zich aanmelden bij de griffie voor een burgerinitiatief, gaat de griffier met hen het gesprek aan. Als er een makkelijkere/betere weg is om het initiatief te realiseren (bijvoorbeeld via een dorpsoverleg) zal de griffier inwoners daarin de weg wijzen. Vraag 3:
Op welk moment en door wie wordt het draagvlak voor een burgerinitiatief bekeken? Indien dit
niet bekeken wordt, is het dan mogelijk om in artikel 4.2 van de verordening een omschrijving van het (op dat moment bekende) draagvlak op te nemen en tevens als conditie voor de uitvoering op te nemen dat allereerst het draagvlak onderzocht moet worden?
Antwoord:
Het draagvlak wordt bekeken en gewogen door de gemeenteraad. Om te zorgen dat de
gemeenteraad hier een goed beeld van heeft maakt dit onderdeel uit van het format van het burgerinitiatief (zoals beschreven als antwoord op vraag 1). Vraag 4:
Kan er ook meer eigenaarschap geboden worden aan de initiatiefnemer(s) van het burgerinitiatief dan alleen geestelijk eigenaarschap? Bijvoorbeeld door in de verordening op te nemen dat de initiatiefnemer(s) kunnen zorgen voor de uitvoering en/of (gedeeltelijke) financiering door
sponsoring en crowdfunding als het een lokaal belang betreft en dat het College de uitvoering op zich neemt als het een algemeen belang betreft? Antwoord:
Elk initiatief is anders. Dat pleit ervoor om omtrent het eigenaarschap niets op te nemen in de
verordening, maar dit per voorstel te laten wegen door de gemeenteraad. Wanneer er bijvoorbeeld veel betrokkenen/belanghebbenden bij een bepaald project zijn is het wellicht logischer dat het
college de coördinatie op zich neemt. Ook zijn er wellicht inwoners die niet in staat zijn om hun initiatief zelf uit te voeren, en juist daarom een beroep doen op de gemeente. Vraag 5:
Waar is in de verordening terug te vinden dat in het burgerinitiatief ingegaan moet worden op de specifieke dekking voor het voorstel, zoals in het raadsvoorstel beschreven staat? Antwoord:
Om de regeling burgerinitiatief zo eenvoudig en laagdrempelig mogelijk te houden is dit niet als verplichting opgenomen in de verordening. Wel maakt de bekostiging onderdeel uit van het format van het burgerinitiatief (zoals beschreven als antwoord op vraag 1). Vraag 6:
Zorgt de griffie er tijdens de ondersteuning ook voor dat het burgerinitiatief getoetst wordt op
juridische, financiële en praktische haalbaarheid, zodat dit bekend is voordat het voorstel naar de raad gaat en wordt deze informatie ook met de raad gedeeld?
3
Antwoord:
Zoals beschreven in artikel 4.3 van de verordening biedt de griffier ondersteuning bij het opstellen van een burgerinitiatief. Dit is onder andere op het gebied van juridische, financiële en praktische haalbaarheid. Uiteindelijk gaan de initiatiefnemers echter zelf over wat zij in hun initiatiefvoorstel opnemen.
Zodra het burgerinitiatief ingediend is heeft het college een rol. In artikel 5.2 staat beschreven dat het college de mogelijkheid heeft om wensen en bedenkingen ten aanzien van het burgerinitiatief kenbaar te maken. Als het college zorgen heeft over de juridische, financiële en/of praktische haalbaarheid kunnen die meegegeven worden aan de raad.
Ten slotte hebben raadsleden de mogelijkheid in het reguliere besluitvormingsproces om
informatie te verzamelen. Dat kan via het indienen van technische of politieke vragen of door ter vergadering de initiatiefnemers en/of de portefeuillehouder van het college te bevragen.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het Presidium, De griffier,
De voorzitter van de raad,
Marjolein Teunissen
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden