Beantwoording technische vragen VVD - kleinschalige windturbines
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen VVD – kleinschalige
Datum
:
30 maart 2023
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
windturbines 1170089 Jan Lock
Willem van Valen
Beste meneer Snoek, Op 28 maart 2023 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting:
De kaders rond een eventuele energiecoöperatie lijken onvoldoende expliciet. Onderstaande vragen beogen (nadere) scherpte daarin te krijgen. Vraag 1:
Op welke wijze denkt u invulling te geven aan de situatie dat dorpsturbines door alle inwoners van een dorp/stad als een meerwaarde wordt gezien en tevens als zodanig wordt gedragen? Antwoord:
Met het beleidskader beogen we initiatieven voor dorpsmolens mogelijk te maken. Tijdens de
participatiebijeenkomsten die het Gebiedsplatform heeft georganiseerd werd namelijk door zowel energiecoöperaties als inwoners interesse getoond in een dorpsmolen. Voor het verkrijgen van draagvlak onder de inwoners van een dorp zien wij een belangrijke rol weggelegd bij de
initiatiefnemers die zijn aangesloten of zich verenigd hebben in een lokale energiecoöperatie.
Draagvlak kan vorm krijgen in een coöperatie, maar is niet het enige dat telt. De business case
dient ook te kloppen. Daarbij telt ook de opbrengst in verhouding tot het aantal deelnemers mee.
Vraag 2:
Voorziet u in uw nadere uitwerking van het voorliggende beleidskader concrete richtlijnen voor
een minimaal percentage deelnemende inwoners (i.c. adressen) uit het betreffende dorp/stad bij een energiecoöperatie? Zo nee: waarom niet?
Zo ja, kunt een richtinggevend percentage melden? Antwoord:
2 Wij schrijven dat nu niet voor en het is zeer onwaarschijnlijk dat we ooit met concrete richtlijnen gaan komen. Daar hebben we een aantal argumenten voor: •
We willen het risico dat we een initiatief op dit punt overvragen vermijden. Ter illustratie: een dorpsmolen van 25 meter ashoogte met een jaarlijkse opbrengst van 70.000 kWh per jaar opwekt, zou uitgaande van een gemiddeld jaarverbruik van 3000 kWh per woning, 23
deelnemers nodig hebben. Dit kan ten opzichte van het aantal inwoners een laag percentage
zijn, terwijl het percentage inwoners dat een positieve houding inneemt veel hoger kan liggen en dan dus wellicht ruimte geeft voor meer molens. •
De opbrengst per molen veel bepalender voor aantal deelnemers er nodig is om de business case rond te krijgen dan het percentage in een kern. Dat maakt het beleidskader flexibel en geeft ruimte om mee te bewegen met de situatie per kern.
We verwachten van de initiatiefnemer voor een dorpsmolen (of molens) dat deze de voorwaarden voor participatie uit het beleidskader opvolgt. Een draagvlakmeting onder de inwoners van het dorp, gecombineerd met informatiebijeenkomsten zijn hiervoor een goed instrument.
Tegelijkertijd erkennen we ook dat de hoogte van 25 meter beperkingen oplegt aan het aantal deelnemers per molen en dat dat gevolgen heeft
Vraag 3:
Op welke wijze regisseert c.q. bent u in staat het drempelbedrag i.c de minimale hoogte van een deelneming in een energiecoöperatie te bepalen opdat alle inwoners van een dorp/stad ook daadwerkelijk in de gelegenheid worden gesteld te participeren in de exploitatie van een dorpsturbine door een energiecoöperatie? Antwoord:
Dit valt buiten onze bevoegdheid en dat willen we voor kleinschalige windturbines graag zo
houden. Zoals eerder aangegeven legt het vermogen van een molen beperkingen op aan het
aantal deelnemers om de business case rond te krijgen. Aangezien de energiecoöperatie gebaat is bij een passend aantal deelnemers per kleinschalige windturbine is het onze verwachting dat er geen onnodig hoge drempelbedragen gehanteerd zullen worden.
U punt is wel meer aandacht en regie bij grootschalige windturbines. Dat traject bewandelen we in het kader van de RES Alblasserwaard.
Vraag 4:
Kunt u formeel-rechterlijk borgen dat het eigenaarschap van een energiecoöperatie berust bij lokale ondernemers cq partijen en/of inwoners? Zo nee: waarom niet?
Zo ja, op welke wijze kan dit worden ingevuld? Antwoord:
Ja, we schrijven in het beleidskader voor dat het initiatief moet berusten bij een lokale
energiecoöperatie. Een coöperatie is een entiteit, met een inschrijving bij de kamer van
3 koophandel. Een coöperatie kan zelf bepalen of alleen natuurlijke personen of natuurlijke personen en entiteiten lid kunnen worden van een coöperatie.
Vraag 5:
Kunt u nader uitleggen wat u bedoelt met de zin ‘opbrengst en rendement komen ten goede aan het dorp’?
Antwoord:
We willen hiermee aangegeven dat het dorp maximaal profiteert van de ‘lusten’ van het project.
Rendementen van de dorpsmolens die de dekking van de exploitatiekosten te boven gaan, komen enerzijds de leden van de energiecoöperatie ten goede en worden anderzijds voor een deel
ingezet voor doelen en projecten die de verduurzaming, fysieke leefomgeving en sociale cohesie
in een kern ten goede komen en versterken. In combinatie met opwek via zon en opslag kan zelfs
de afhankelijkheid van het net beperkt worden. Dat is geen directe financiële zekerheid maar geeft in tijden van leveringsonzekerheid wel een extra maatschappelijke component. Rendement is is dus niet alleen maatschappelijk rendement.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden