CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen VVD - bp Vinkenhof Wijngaarden

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkenhof, Wijngaarden760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Onderwerp

:

Beantwoording technische vragen VVD – bestemmingsplan

Datum

:

11 januari 2021

Portefeuillehouder

:

Zaaknummer

Behandelend ambtenaar

: :

Vinkenhof Wijngaarden 1069665

De heer A.C. Bikker De heer R.S. Kip

Beste meneer Snoek, Op 11 januari jl. stelde u technische vragen over het bestemmingsplan Vinkenhof Wijngaarden. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Vraag 1:

Het bestemmingsplan gaat over het oprichten van een merrie- en veulencentrum.

Waarom worden er daarnaast diverse andere nevenactiviteiten toegestaan? Zie hiervoor tabel 3.1 van Regels, bladzijde 68 en 69 waarbij onder andere de navolgende activiteiten worden

opgesomd: bed-en breakfast, gastenverblijf, kleinschalige horecagelegenheid, speelboerderij, kinderboerderij, kanoverhuur, bootverhuur, fietsverhuur, kamperen 15 standplaatsen, hoveniersbedrijf en ontvangstruimte voor rondleidingen. Antwoord:

Bij het opstellen van een postzegelbestemmingsplan wordt rekening gehouden met de regels van het geldende moederbestemmingsplan. Dat is in dit geval het paraplubestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Graafstroom. In dat bestemmingsplan zijn regels

opgenomen over toegestane nevenactiviteiten bij een agrarische bestemming. Om onder andere

rechtsongelijkheid te voorkomen zijn deze regels overgenomen in het bestemmingsplan voor het merrie- en veulencentrum. Vraag 2:

Kan gesteld worden dat meer sprake is van onderneming dat het karakter draagt van een recreatiebedrijf? Antwoord:

Het doel van initiatiefnemer is het realiseren van een agrarisch bedrijf; een merrie- en

veulencentrum. Productiegerichte paardenhouderijen worden gezien als een agrarisch bedrijf. Zie hiervoor ook de begripsbepaling die in artikel 1.10 van de regels van het bestemmingsplan opgenomen is.

2 Vraag 3:

Waarom moet bij deze nevenvestiging (zo staat het in de stukken) van een paardenfokkerij een bedrijfswoning komen? Antwoord:

De agrarische activiteiten van dit paardenbedrijf zijn gesplitst over enkele locaties. Het betreft locaties zowel binnen als buiten onze gemeente. Initiatiefnemer wil op deze locatie graag een

bedrijfswoning realiseren, zodat er snel iemand ter plaatse is mocht er wat aan de hand zijn. Bij

een agrarisch bedrijf is altijd één woning direct toegestaan, tenzij anders vermeld. In geval van de realisatie van een veehouderij met koeien zou dit niet anders zijn. Vraag 4:

Als er al sprake is van de noodzaak tot oprichten van een bedrijfswoning, welke overwegingen

hebben dan geleid tot het toestaan van de een nokhoogte van 10 meter en een goothoogte van 6 meter? Ons komt deze maatvoering erg fors over. Antwoord:

Bij vraag 1 is reeds vermeld dat bij het opstellen van een postzegelbestemmingsplan aangesloten wordt bij de regels van het geldende moederbestemmingsplan. In dit bestemmingsplan is een maximale goothoogte van 6 meter opgenomen. Een maximale nokhoogte is echter niet

opgenomen. Om een nette kap op de woning te kunnen maken is een maximale nokhoogte van 10 meter een prima uitgangspunt. Vraag 5:

Indien er een bedrijfswoning opgericht moet worden, vindt het college dat de geplande omvang daarvan (zie vraag 4) past in de omgeving? Antwoord:

De voormalige gemeente Molenwaard heeft een aantal jaren geleden regels vastgesteld voor wat betreft (bedrijfs)woningen in het buitengebied. Een inhoudsmaat van 750 m³ werd daarbij direct

toegestaan. Onder voorwaarden kon eventueel een inhoudsmaat van maximaal 1000 m³ worden toegestaan. Deze regels zijn terecht gekomen in het paraplubestemmingsplan voor het

buitengebied en deze zijn dan ook opgenomen in het voorliggende postzegelbestemmingsplan. Vraag 6:

Dwars door het terrein (tussen de geplande) stallen door, lopen twee hogedruk-aardgasleidingen, komende vanaf het nabijgelegen gasstation. De Veiligheidsregio vindt de gevaren hiervan, ook voor de omgeving, acceptabel. Is er bij de beoordeling van de risico’s ook rekening gehouden

met het gegeven dat er in de nabije toekomst waarschijnlijk ook waterstof door deze leidingen zal worden getransporteerd? Wat zijn de risico’s van het gebruik/transport van waterstof en is het College bereid dit potentiële risico alsnog voor te leggen aan de Veiligheidsregio? Antwoord:

In het kader van externe veiligheid zijn berekeningen gemaakt op basis van de huidige situatie.

Dat wil zeggen dat gekeken is naar het gas wat nu door de leidingen wordt getransporteerd. De berekeningen zijn ter advisering voorgelegd aan de Veiligheidsregio. De Veiligheidsregio heeft

3 hierover positief geadviseerd. Daarnaast is overigens ook contact geweest met de leidingbeheerder.

Mocht in de toekomst het plan zijn om waterstof door de leidingen te transporteren, dan zal

moeten worden aangetoond dat dit daadwerkelijk mogelijk is in verband met milieugevoelige functies in het gebied. Vraag 7:

Tussen de stallen door is een klompenpad gepositioneerd.

Welke garantie is er dat dit wandelpad altijd (publiekelijk) toegankelijk blijft? Antwoord:

In het kader van de anterieure overeenkomst zijn hier afspraken over gemaakt. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,

De burgemeester,

drs. F. Jonker

drs. T.C. Segers MBA

CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=19c54314-25ff-457d-b8d6-817070316e26