Beantwoording technische vragen VVD - Aanvulling adviesrecht en verplichte participatie BoPa
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen VVD - Aanvulling
Datum
:
03-09-2024
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
adviesrecht en verplichte participatie BoPa 1216326
Arco Bikker
Rens Verberkt & Sjoerd Raemaekers
Beste meneer Snoek, Op 2 september jl. stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord.
Toelichting:
Het Raadsvoorstel verzoekt de Raad om in te stemmen met een gewijzigde lijst voor Advies en het uitvoeren van verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Specifiek wordt onderbouwd waarom verplichte participatie achterwege kan blijven bij het afgeven van een tijdelijke vergunning met een maximale instandhoudingstermijn van 10 jaar.
Vraag 1:
Klopt het dat u vanuit uw College-verantwoordelijkheid de mogelijkheid heeft om een tijdelijke vergunning te verlengen van 10 naar 15 jaar?
Antwoord:
Er is een mogelijkheid om een vergunningstermijn te verlengen naar 15 jaar. Na de periode van 10 jaar zal er opnieuw moet worden besloten over de verlenging. Dit is een bevoegdheid van het college. Echter is er op moment van verlening mogelijk sprake van adviesrecht en verplichte participatie. Valt de aanvraag onder het adviesrecht dan geeft de raad bindend advies bij
vergunningen met een termijn van meer dan 10 jaar. Het betreft de grotere BOPA-aanvragen.
Vraag 2:
Bent u het met onze fractie eens dat 10 (of 15) jaar een relatieve tijdelijkheid in zich heeft?
Antwoord:
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt er van tijdelijkheid gesproken bij een termijn van maximaal 15 jaar. Een tijdelijk bouwwerk dat langer dan 15 jaar op een locatie blijft staan
moet voldoen aan de nieuwbouwregels. Door de wet wordt 15 jaar dus als tijdelijk beschouwd. Als
2 gemeente hanteren we al enkele jaren de termijn van 10 jaar. Dit komt voort uit de kruimelgevallenlijst.
Vraag 3:
Deelt u onze mening dat ook een tijdelijke vergunning met een instandhoudingstermijn van 10
jaar (met eventuele verlenging) een grote impact kan hebben op de omgeving en voor de directomwonenden?
Antwoord:
Een tijdelijke vergunning kan inderdaad grote ruimtelijke gevolgen hebben. Daarom wordt er
alleen voor concrete gevallen een tijdelijke vergunning verleend en dient het altijd omkeerbaar te zijn. In alle gevallen wordt er getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hierin vindt een brede ruimtelijke afweging plaats.
Vraag 4:
Kunt u aangeven hoeveel tijdelijke vergunningen u in het kader van de buitenplanse
omgevingsplanactiviteiten (of voorheen kruimelgevallen) jaarlijks verstrekt en welke winst (in
doorlooptijd en mensuren) u denkt te gaan besparen mocht het voorstel instemming krijgen van de Raad?
Antwoord:
Voor de jaarevaluatie van VTH is onder andere uitgezocht hoeveel omgevingsvergunningen er in 2023 zijn verleend. Van de 181 vergunningen voor ‘strijdig gebruik’ zijn er 110 kruimelgevallen verleend waarvan 10 tijdelijke vergunningen. Geen van deze tijdelijke activiteiten waren van
zondige omvang dat deze onder het nu geldende beleid langs uw raad had moeten gaan. In de algemene zin valt echter te zeggen dan ongeveer 5 tot 10% van de verleende tijdelijke
vergunningen van zodanige aard en omvang is dat hierop adviesrecht van toepassing is.
Voorbeelden hiervan zijn grotere tiny house projecten (meer dan drie buiten BSD of meer dan
zeven binnen BSD), tijdelijke opvang van bijzondere doelgroepen of tijdelijke bouwwerken (dan wel strijdig gebruik) na calamiteiten.
Voor de volledigheid zijn er in 2023 16 uitgebreide procedures doorlopen. De overige zijn binnenplanse afwijkingen.
Door tijdelijke vergunningen (tot 10 jaar) op de lijsten van adviesrecht en verplichte participatie uit te sluiten, kan er per tijdelijke vergunning waarvan de activiteit op de lijsten staat veel tijd worden bespaard. Wanneer er sprake is van adviesrecht zal er altijd besluitvorming door de raad moeten plaatsvinden. Dit moet in beginsel binnen een reguliere procedure van 8 weken na het indienen van de aanvraag. Dit vergt een strakke planning en kan voor een behandeltermijn zorgen, dan wanneer dit enkel door het college kan worden afgedaan.
Daarnaast vielen vóór de invoering van de Omgevingswet vergunningen met een termijn van
maximaal 10 jaar onder de kruimelgevallenlijst. Bij de hierbij behorende procedure had uw raad geen (wettelijke) rol. Met het vaststellen van de lijst van adviesrecht en verplichte participatie is
3 geen rekening gehouden met het vervallen van deze kruimellijst waarmee ook bij tijdelijke
vergunningen aan de lijst van adviesrecht moet worden getoetst. Met de nu voorgestelde wijziging houden we het voorheen geldend beleid in stand.
Vraag 5:
Acht u het wenselijk om, gerelateerd aan de eerdere vragen, een bepaling op te nemen die het College de ruimte geeft om de indiener van een verzoek voor een tijdelijke, maar impactvolle, omgevingsvergunning, te adviseren om de participatie alsnog vorm/inhoud te geven en het resultaat daarvan te laten meewegen in de oordeelsvorming van het College? Graag een onderbouwing bij uw antwoord.
Antwoord
Het is niet mogelijk, in welk geval dan ook, om de resultaten (uitkomsten) van participatie mee te
laten wegen in de besluitvorming. Bij verplichte participatie kan er alleen worden afgewogen of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden en de wijze waarop. Wanneer participatie geen
verplichting is, zullen wij initiatiefnemers altijd vragen om hun plannen (hoe groot of klein dan
ook) af te stemmen met omwonenden en eigenaren van gronden. Dit is in hun eigen belang. De omvang of wijze waarop participatie heeft plaatsgevonden is dan enkel geen grond om een aanvraag op te weigeren. In alle gevallen kan “één ieder” (dit was voorheen alleen
belanghebbenden) op het besluit bezwaar en daarna eventueel beroep indienen. Hierbij wordt ook gekeken naar participatie.
Het resultaat van een participatietraject mag niet meegewogen worden in het besluit. Het gaat hierbij niet over de vraag of er draagvlak is. Uiteindelijk moeten alle argumenten en belangen worden afgewogen bij besluitvorming waarvan participatie er één is.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Femmy Jonker
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden