Beantwoording technische vragen SGP - nieuw afval- en grondstoffenbeleidsplan
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen SGP – nieuw afval- en
Datum
:
18-05-2021
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
grondstoffenbeleidsplan 1097852
Arco Bikker Jeroen Blok
Beste meneer De Groot, Op 14 mei jl. stelde u technische vragen over het afval- en grondstoffenbeleidsplan. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Vraag 1:
Wat is het draagvlak voor de invoering van Diftar bij de inwoners van de Gemeente Molenlanden. Participatie vooraf hebben wij gemist en achteraf hierover communiceren als besluit genomen is past toch niet in het DNA van de Gemeente Molenlanden? Antwoord:
Inwoners zijn nadrukkelijk betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe afval- en
grondstoffenplan. Wensen, motieven en beleving zijn in het voorjaar van 2020 geïnventariseerd
met een bewonersenquête. Uit deze enquête kwamen goede suggesties. Deze suggesties hebben we aangevuld met onze suggesties en mogelijke maatregelen, en opnieuw voorgelegd in een
tweede bewonersenquête (begin 2021). De resultaten van deze onderzoeken zijn verwerkt in het analyserapport en in de maatregelcatalogus. De maatregelcatalogus maakt onderdeel uit van de toegestuurde stukken. Het analyserapport was al in oktober 2020 aan de raad gestuurd.
Vraag 2:
Welke mogelijkheden ziet u om voordat besluit genomen wordt om de inwoners te betrekken bij het wel of geen Diftar invoeren? Antwoord:
In de tweede bewonersenquête die in januari 2021 is gehouden hebben we de vraag opgenomen in welke mate men het eens is om de hoogte van de afvalstoffenheffing deels te bepalen op de hoeveelheid restafval die men aanbiedt. Ongeveer 37% van de inwoners was het eens tot sterk eens, 39% was het oneens tot sterk oneens.
Vraag 3:
2 Wat heeft de Gemeente Molenlanden en Waardlanden in het verleden aan tijd geïnvesteerd om meer resultaten te boeken door het aantal restafval omlaag te brengen? Antwoord:
In 2014 is het zogeheten ‘omgekeerd inzamelen’ ingevoerd, waarbij het gescheiden aanbieden van grondstoffen makkelijker is gemaakt (door invoering van de pmd-minicontainer) en het
ongescheiden aanbieden van afval minder makkelijk te maken (wijkcontainers voor restafval). Dit
heeft helaas tot te weinig effect geleid. Voorts is er veel aandacht besteed aan het verbeteren van
de afvalcommunicatie, met name de afgelopen 2 jaar. De waardlanden-website is sterk verbeterd, er is een Waardlanden-app ontwikkeld met informatieve scheidingstips, en er zijn
scheidingswijzers gemaakt die huis-aan-huis zijn verspreid. Ondanks dat deze acties over het algemeen goed zijn ontvangen zien we dat de met communicatie-maatregelen alleen, geen trendbreuk in het scheidingsgedrag kan worden afgedwongen.
Vraag 4:
Is Diftar wel geschikt voor een plattelandsgemeente, want als men niet wil betalen, dan zijn de gevolgen toch groot als het gaat om afvaldump? Antwoord: Problemen met afvaldump doen zich vooral in stedelijke gebieden voor. Ook in Waardlanden-
gebied is dat nu het geval. Het is vooral een mentaliteitskwestie. Want ook zonder diftar en open containers vindt dit helaas plaats. Voor de aanpak van deze problemen is communicatie- en handhavingsbudget opgenomen.
Diftar is veelal een kwestie van gewenning. Door de inwoners goed te informeren hoe ze de
hoogte van hun afvalstoffenheffing zelf kunnen beïnvloeden, namelijk door zoveel mogelijk afval te scheiden (immers de gescheiden afvalstromen blijven gratis), blijft het risico op afvaldump
beperkt. Diftar is juist bij plattelandsgemeenten een succesvol en beproefd instrument gebleken. Incidenteel komt afvaldump wel voor, maar het is alleszins beheersbaar.
Vraag 5:
Wat zijn de te verwachten gevolgen in Gemeente Molenlanden als het gaat om afvaldump bij
invoering Diftar? Hoe is dit in zo’n groot gebied te handhaven met veel ruilverkavelingswegen en wie draait dan voor alle handhavingskosten op? Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 4. We verwachten dat afvaldump in Molenlanden geen grote vormen zal aannemen, mits er goede communicatie en voorlichting over plaatsvindt. In het uitvoeringsplan is daar ruim in voorzien (ook financieel). Vraag 6:
Wie gaat gedumpt afval in het buitengebied opruimen en betalen als dit aan de orde is?
3
Antwoord:
In het uitvoeringsplan (= de bijlage van de Strategienota) is voorzien in een structureel
opruimbudget. Dit is veiligheidshalve opgenomen. We denken dit budget uiteindelijk niet nodig te hebben.
Vraag 7:
Is in het verleden Diftar besproken in voormalige gemeenten (voor 2014) en wat waren de redenen toen om geen Diftar in te voeren? Antwoord:
Diftar is in iedere gemeente wel eens onderwerp van gesprek geweest. De reden om het niet in te
voeren was omdat men vaak nog alternatieve mogelijkheden zag om het scheiden van afval verder te stimuleren. Diftar werd vaak gezien als laatste redmiddel. Inmiddels is in Nederland steeds
meer het inzicht ontstaan dat de landelijke doelstelling van maximaal 100 kg restafval niet kan worden gerealiseerd zonder diftar. In heel Nederland is de focus op duurzaamheid fors
toegenomen. Voor veel inwoners en raadsleden is het beperken van de schade aan de aarde een steeds belangrijker doel. Vraag 8:
De 100 kg doelstelling restafval gaat deze wel op voor een plattelandsgemeente? Is dit getal niet
te positief ingeschat en wat zijn de gevolgen voor onze inwoners als ze bij 150 kg restafval blijven steken en wat betekent dit voor de woonlasten op basis van huidige tarieven? Antwoord:
Het klopt dat plattelandsgemeenten meer afval hebben dan stedelijke gemeenten, maar
plattelandsgemeenten hebben ook betere mogelijkheden (lees: meer ruimte) om hun afval te scheiden. Dit leidt ertoe dat plattelandsgemeenten juist minder restafval overhouden dan
stedelijke gemeenten. Dat blijkt ook uit landelijk onderzoek. Juist de plattelandsgemeenten hebben de minste hoeveelheid restafval en zijn het beste in staat om de 100 kg restafval
doelstelling te halen. Er staat geen ‘straf’ op het niet halen van de 100 kg doelstelling. Wel is het
zo dat de Rijksoverheid een verbrandingsbelasting heeft ingevoerd, waardoor gemeenten die hun afval slecht scheiden en dus veel restafval hebben, veel meer geld kwijt zijn dan gemeenten die hun afval goed scheiden.
Vraag 9:
Waarom is er geen keuze voor de gemeentes voor een alternatief voor de afvalinzameling met alle financiële doorrekeningen? Antwoord:
De alternatieve strategieën zijn doorgerekend (ook financieel) in het ‘scenario-onderzoek
toekomstige inzamelsystemen Waardlanden’. Dit onderzoek maakt deel uit van de stukken. De voorgestelde strategie komt in dit onderzoek er als beste uit.
4
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden