Beantwoording technische vragen SGP - Heulenslag 28 Bleskensgraaf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen SGP – Heulenslag 28
Datum
:
26 november 2024
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Bleskensgraaf 1219842
Arco Bikker
Marc Krijgsman, Dennis Sebregts
Beste meneer De Groot, Op 25 november 2024 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting:
De volgende tekst in het raadsvoorstel roept bij ons vragen op: “Daarna is de procedure vertraagd
vanwege een zienswijze over het verwijderen van het (gekoppelde) bouwvlak aan de overzijde van de Heulenslag. De eigenaar van dit agrarische perceel wil hierop agrarische bebouwing realiseren dat niet in relatie staat tot de boerderij Heulenslag 28. Een vergunningsaanvraag voor de realisering van een wagenberging en rundveestal is vanwege het niet aanleveren van aanvullende stukken buiten behandeling gesteld. Hierover loopt een juridische procedure bij de rechtbank. Om de vaststelling van het bestemmingsplan niet langer afhankelijk te laten zijn op de afloop van deze procedure is nader jurdische advies gevraagd. Uit dit …..” Vraag 1:
Heeft de gemeente Molenlanden beleid of afspraken hoe om te gaan met procedures en
besluitvorming als er een juridische procedure bij de rechtbank ligt? Heeft in deze ook vooraf de juridische toets plaats gevonden met de regels bestuursrecht voor zaken die onder de rechter
liggen waar een gemeenteraad tussentijds wel een besluit over neemt? Als hier niet op is getoetst, kunt u deze toets alsnog uitvoeren en deze toe willen voegen voor de behandeling van de commissievergadering op 26 november 2024? Antwoord:
Indien er een juridische procedure ligt bij de rechtbank dat samenhangt met een lopende
procedure binnen de gemeente waarop besluitvorming dient plaats te vinden, zal per geval
beoordeeld moeten worden hoe daarmee om te gaan. De belangen, termijnen en risico’s zullen per casus verschillen. Om de belangen en daarmee uiteindelijk ook de juridische positie van de
gemeente in deze specifieke casus in kaart te brengen is bij twee verschillende gerenommeerde advocatenkantoren (AKD en Hekkelman) advies ingewonnen. De adviezen onderschrijven het
standpunt dat de eigenaar van het noordelijk deel van het agrarisch bouwvlak geen bouwrecht heeft.
2
Vraag 2:
Kunnen er bij de bespreking van dit bestemmingsplan zaken naar voren komen, die gevolgen
kunnen hebben voor de inhoudelijke behandeling van deze procedure bij de rechtbank voor zowel de gemeente als voor de initiatiefnemer? Antwoord:
De rechter toetst ex tunc. Dat wil zeggen dat de rechter de situatie beoordeelt ten tijde van het nemen van het bestreden besluit (besluit tot buitenbehandeling stelling van een
vergunningsaanvraag voor het realiseren van een wagenberging en rundveestal). Dat besluit van het college, genomen in een beslissing op bezwaar, dateert van 9 november 2023. Voor de
procedure bij de rechtbank zijn de feiten en omstandigheden van belang zoals ze waren op 9
november 2023. In zoverre zullen feiten en omstandigheden die van na de beslissing op bezwaar dateren geen gevolgen hebben voor de procedure bij de rechtbank. Vraag 3:
Waarom is directe besluitvorming noodzakelijk in dit dossier en wat zijn de gevolgen als de
gemeenteraad nu geen besluit neemt en eerst de uitspraak afwacht in de juridische procedure
voor het noordelijk agrarische bouwvlak? Is er ook al een datum bekend bij de rechtbank wanneer dossier ontvankelijke omgevingsaanvraag voor noordelijk perceel Heulenslag 28 wordt gehandeld bij de rechtbank? Antwoord:
Initiatiefnemer heeft een aanvraag ingediend voor de bestemmingsplanwijziging op 20 januari
2021. De termijn waarop een beslissing op de aanvraag genomen moet worden is reeds lang. Dit brengt een risico op een schadeclaim (vertragingsschade) met zich mee. De zittingsdatum bij de
rechtbank inzake de buitenbehandelingstelling staat gepland op 20 december a.s. Daarna kan nog enige tijd duren (maanden) duren tot er uitspraak is gedaan. Vraag 4:
Kunt u alle juridische adviezen toevoegen bij de stukken of kunnen wij dit in komen zien voor de commissievergadering van 26 november 2024?, want daar refereert u aan in het raadsvoorstel?
Antwoord: Zoals gevraagd stellen wij de gevraagde adviezen -vanwege het procesbelang- alleen voor uw raad beschikbaar.
Volledigheidshalve hierbij ook een overzicht van vergelijkbare casussen uit de jurisprudentie (Tevens genoemd in de adviezen van AKD en Hekkelman).
ABRvS 11 maart 2020 ECLI:NL:RVS:202:7018
Vergunning aangevraagd voor bouwen van een landbouwschuur voor de stalling van tractoren en
werktuigen op perceel X. College weigerde de omgevingsvergunning te verlenen. Zij stelden onder meer dat op het bouwvlak al een agrarisch bedrijf was gevestigd, en dat het op grond van de planregels niet was toegestaan om er een tweede bedrijf te vestigen. Vergunning aanvragers
3 waren het er niet mee eens en stelden dat de eigenaar van het andere deel van het bouwvlak zijn agrarisch bedrijf had beëindigd. Afdeling overwoog:
De Afdeling stelt vast dat op het bouwvlak feitelijk reeds een agrarisch bedrijf is opgericht,
inclusief de bebouwing die daarbij hoort. De omstandigheid dat dit bedrijf thans niet actief is, sluit niet uit dat dit weer in gebruik kan worden genomen. Daarom heeft de rechtbank terecht
geoordeeld dat het bouwplan ziet op het realiseren van een tweede agrarisch bedrijf binnen het bouwvlak, zodat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan.
ABRvS 21 december2022 ECLI:RVS:2022:3896
Appellanten konden zich niet verenigen met het bestemmingsplan waarin het bouwvak van hun
agrarische perceel werd gehaald. De raad stelde zich op het standpunt dat het plan geen wijziging in de bouwmogelijkheden op het perceel teweegbrengt omdat het al niet mogelijk was om op die gronden een nieuw (tweede) agrarisch bedrijf te starten. De Afdeling oordeelde:
De raad heeft daarbij terecht betrokken dat [appellant A] en [appellant B] onder het vorige plan
"Buitengebied, Veegplan 1" feitelijk ook geen bebouwingsmogelijkheden hadden ten behoeve van een nieuw agrarisch bedrijf, aangezien in artikel 4.1.2, onder a, onderdeel 1, van de planregels
van "Buitengebied, Veegplan 1" is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ maar één agrarisch bedrijf is toegestaan en in artikel 4.1.2, onder c, van die planregels is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" een grondgebonden agrarisch bedrijf mocht worden
uitgeoefend. Omdat er binnen het bouwvlak al een agrarisch bedrijf was opgericht, namelijk de
inactieve veehouderij, inclusief de bebouwing die daarbij hoort, kon feitelijk binnen het bouwvlak geen tweede agrarisch bedrijf worden gevestigd. De raad heeft bovendien terecht gewezen op de
uitspraak van 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:718, waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat een redelijke uitleg van de planregels met zich brengen dat binnen een bouwvlak slechts mag worden gebouwd ten behoeve van één agrarisch bedrijf en dat de omstandigheid dat het al opgerichte agrarische bedrijf inactief is, niet uitsluit dat dit weer in gebruik kan worden genomen. ABRvS 8 juni 2022 ECLI:NL:RVS:2022:1601
Partij A had in 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een opslagloods
voor machines en voer ten dienste van zijn agrarische bedrijf. Deze vergunning werd geweigerd, omdat partij B die in 2016 het gedeelte van het bouwvlak met de (bestaande) agrarische
bedrijfswoning met agrarische opstallen had gekocht, ter plaatse al een agrarisch bedrijf
uitoefende dat zich in de opstartfase bevond. Partij A stelde dat er geen reëel agrarisch bedrijf was gevestigd binnen het bouwvlak en dat de gevraagde omgevingsvergunning daarom niet
geweigerd had mogen worden. De Afdeling oordeelde dat partij B een agrarisch bedrijf in de zin
van de planregels is en dat er ten tijde van de weigering van de omgevingsvergunning voor partij A al een agrarisch bedrijf aanwezig was binnen het bouwvlak. De vergunning was terecht geweigerd. Vraag 5:
Voldoet dit bouwplan aan het principebesluit wat u genomen heeft op 8 september 2020 en vragen u om dit verder toe te lichten. Kunt u dit besluit ook toevoegen aan de stukken? Antwoord:
4 Het bestemmingsplan, op grond waarvan het bouwplan kan worden ingediend, voldoet aan het principebesluit.
Naar aanleiding van de zienswijzen is over vrijwel de gehele woonbestemming de
dubbelbestemming “Waarde-Landschap” gelegd en is de Adviescommissie Omgevingskwaliteit als opvolger van de erfgoedcommissie betrokken bij zowel het slopen, splitsen van de boerderij (gemeentelijk monument) en de nieuwbouw.
Bijlage 1: Principebesluit Heulenslag 28 Bleskensgraaf Bijlage 1b: principebesluit bebouwingsstudie
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Marko Does
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden