CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen SGP - financieel arrangement Kinderdijk.docx

Commissievergadering Wonen, Werken & Verkeer 16 november 2021, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Financieel arrangement Kinderdijk2.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Onderwerp

:

Beantwoording technische vragen SGP – financieel

Datum

:

16 november

Portefeuillehouder

:

Zaaknummer

Behandelend ambtenaar

: :

arrangement Kinderdijk 1121305

Wethouder Arco Bikker Eric Spaans

Beste meneer Lock, Op 15 november jl. stelde u technische vragen over het financieel arrangement Kinderdijk. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Algemene toelichting vanuit college

Graag maken wij van de gelegenheid gebruik om eerst een meer algemene toelichting te geven. Financieel arrangement wordt onderdeel van een nog vast te stellen Bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst Op 10 november j.l. heeft het bestuurlijk platform zich gebogen over de conclusies die n.a.v het eindrapport van JBR getrokken kunnen worden over de doorontwikkeling van de governance. U wordt hierover zo spoedig mogelijk middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Het financieel arrangement is een set afspraken tussen beide gemeente en de SWEK over de financiële relatie en geeft ook het BPK een rol bij het bespreken van de verschillende financiële rapportages van de SWEK. Het is een set simpele, pragmatische afspraken geworden, die transparantie een eenduidigheid tussen beide gemeentes garandeert. Naar verwachting zal de Bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst (SOK) die voortvloeit uit de besprekingen in het BPK begin 2022 aan de college aanbieden ter ondertekening. Het definitieve financieel arrangement wordt daar een onderdeel van. Zoals ook geduid in het voorstel zoals dat vanavond voorligt zal aan de gemeenteraad vervolgens gevraagd worden om aan het college toestemming te verlenen om de SOK aan te gaan. Uit uw vragen, maar ook uit bespreking in het BPK op 11 november j.l.

blijkt dat de tekst van het nu voorliggende financieel arrangement hier en daar tot misverstanden of vragen kan leiden. Naar aanleiding van de bespreking van het financieel arrangement in de commissies van beide gemeente en in de RvT van de SWEK kan de tekst nog aangepast worden. Bij bespreking van de SOK zult u dus wellicht een op punten gewijzigde versie van de nu voorliggende afspraken kunnen aantreffen.

2

Vertrouwen is de basis, gebaseerd op duidelijke afspraken en transparante rapportages De uitgangspunten waarop dit financieel arrangement zijn gebaseerd, zijn in november 2020 door het BPK vastgesteld; middels een RIB in november en december 2020 bent u hierover geïnformeerd. Met het vaststellen van deze uitgangspunten hebben de partijen in het BPK een stevige extra basis gelegd onder hun samenwerking, waar eerder al het goedgekeurde uitvoeringsprogramma en het daaraan voorafgaande gebiedsperspectief het inhoudelijke en beleidsmatig fundament vormden. De afspraken zoals die nu in het financieel arrangement zijn uitgewerkt, getuigen van vertrouwen in elkaar, maar ook in de toekomst van het werelderfgoed en in de mogelijkheden om het werelderfgoed zo te exploiteren, dat de monumenten voor het nageslacht behouden blijven, het merendeel van de molens bewoond kan blijven en de toeristenstromen beheerst kunnen worden. Behoud monumenten is prioriteit Bij het uitwerken van het financieel arrangement is er zonder aarzeling voor gekozen om prioriteit te leggen bij het kunnen garanderen van het behoud van de monumenten. En aangezien de SWEK in het leven is geroepen om voldoende middelen te genereren om hiervoor te kunnen zorgen, is het logisch dat we allereerste de SWEK de tijd en ruimte geven om de daarvoor noodzakelijke reserves weer aan te vullen.

Dit betekent wel, dat we met de SWEK ook afspraken hebben gemaakt over een meer transparante wijze van rapporteren, om regelmatig de financiële adviseurs met elkaar te laten overleggen en heeft de SWEK toegezegd om hun begroting in het BPK te bespreken. Op die manier blijven de leden van het BPK op de hoogte van de financiële ontwikkelingen bij de SWEK.

Uitgangspunten: Vraag 1:

Ziet het college naast dit financiële arrangement andere scenario’s om de uitgangspunt van 2020

te vertalen financiële en maatschappelijke verhoudingen die meer recht doen aan de belangen die speelden en spelen? Antwoord:

In 2019 is overeengekomen dat er geen reden is om voor een fundamenteel andere oplossing voor het exploiteren van het molengebied te komen dan in 2012 is overeengekomen. Niet voor niets luidde de doelstelling in het Advies van de Stuurgroep van oktober 2019: Doorontwikkelen van de governance. De in 2012 gekozen oplossing van een stichting biedt de mogelijkheid om de juiste balans te vinden tussen de ruimte die nodig is om te kunnen ondernemen en het borgen van het publieke belang. Wat in 2012 en daarna echter nog niet is geregeld wordt nu onder andere met dit financieel arrangement wel ingevuld, namelijk door het vastleggen van duidelijke afspraken en spelregels voor de onderlinge financiële relaties.

3

Vraag 2:

Zo ja, kan het college dan toelichten waarom voor dit arrangement is gekozen? Antwoord:

Het gekozen arrangement is simpel, praktisch uitvoerbaar en is transparant.

Vraag 3:

Zetten de uitgangspunten van het arrangement het SWEK niet bij voorbaat in een, in vergelijking met de gemeenten, te sterke positie? (zie met name uitgangspunt 6 op pagina 7) Antwoord:

Bij bespreking in het BPK is in de tijd duidelijk aangegeven dat dit uitgangspunt wederkerig dient te zijn. Ook de SWEK zal niet eenzijdig, zonder dat dit in het BPK is besproken, investeringsbeslissingen kunnen nemen die een nadelig effect hebben op het tempo en wijze waarin het Kinderdijkfonds wordt gevuld. Vanuit Molenlanden zal worden ingezet om dit in de definitieve versie aan te passen

Vraag 4:

Geven de woorden “in principe” onder uitgangspunt 4, het SWEK niet een vrijbrief om zelf te bepalen of zij daaraan meewerkt? (zie ook de uitwerking hiervan onder paragraaf 4 van het arrangement) Antwoord:

Nee met het aanvaarden van dit arrangement aanvaarden alle partijen de wijze waarop kosten ten laste van het Kinderdijkfonds worden gebracht, de wijze waarop dit fonds wordt beheerd en gevuld.

Basisafspraken Vraag 1:

C.: waarom staat onder C niet het niveau van de reserves genoemd, zodat er sprake is van een objectief meetbaar moment? Antwoord:

U heeft gelijk dat het bepalen van de hoogte van de reserves de afspraken objectiveerbaar en meetbaar maken. Volgens de huidige formele regels is de SWEK als autonome stichting verantwoordelijk voor het zelf vaststellen van dit soort financiële parameters. Er zijn hierover in 2012 geen afspraken gemaakt tussen de SWEK en de overheidspartijen. Juridische gezien hoeft de SWEK alleen te voldoen aan de eisen die wet stelt, zoals het openbaar maken van het jaarverslag. Dit heeft de SWEK uiteraard altijd gedaan, maar en gesprek tussen de partijen uit het BPK en de SWEK over begroting dan wel rekening vond nooit plaats.

4

Het nu af te sluiten financieel arrangement brengt daar verandering in. De SWEK zal, alvorens deze financiële parameters vast te stellen, dit bespreken in het BPK. Wij gaan ervan uit dat de SWEK in december in het BPK een notitie inbrengt waarin ze aangeeft welke reserves ze denken te moeten nastreven, op welke wijze en in welk tempo dien op het juiste niveau kunnen komen. Dat geeft ons de kans om daarop te reageren. Zoals wij nu de samenwerking met de SWEK ervaren, geeft ons dat alle vertrouwen dat we het hier met elkaar over eens kunnen worden. Daarbij dient overigens wel opgemerkt te worden, dat dit ook verplichtingen legt aan de kant van de gemeentes en andere leden van het BPK, iets waar in het rapport van Twynstra Gudde op pagina 20 terecht op gewezen wordt. Toelichting 1 Het Kinderdijkfonds Vraag 1:

Het Kinderdijkfonds wordt administratief beheerd vanuit het Bestuurlijk Platform Kinderrijk. Dat

Platform is geen formele entiteit, maar is blijkbaar wel de administratieve basis. Hoe moeten we dit begrijpen? Antwoord:

Dit punt leidde ook in het BPK tot enig misverstand. Niemands wil van het BPK een entiteit maken, belast met allerlei financiële verantwoordelijkheden. Zoals we het hier bedoelen houden beide gemeenten zelf hun administratie bij. Om tot een totaaloverzicht te komen wordt op basis van beide administraties één rapportage samengesteld. Deze rapportage geeft inzicht in de stand van zaken van het fonds. Eén van beide gemeenten (waarschijnlijk Molenlanden) zal deze rapportage opstellen. Deze rapportage wordt in het BPK beschikbaar gesteld aan alle partijen. In een definitieve versie zal dit worden aangepast.

Vraag 2:

Omdat het een extracomptabel fonds is, houden de gemeenten zelf hun administratie bij. Hoe verhouden die administraties zich dan tot de administratie vanuit het Bestuurlijk Platform? Antwoord:

zie hiervoor

Toelichting 2: Inbreng gemeenten en blijkbaar is dan administratie nodig bij de gemeenten. A:

Waarom is er voor gekozen om de overheadkosten die de gemeente maakt voor

Kinderdijkprojecten niet toe te rekenen aan het Kinderdijkfonds, terwijl dat wel het uitgangspunt is van het projectmatig werken van de gemeenten Molenlanden? Antwoord:

5

Zie hiervoor de antwoorden op de vragen van het CDA over de wijze waarop de lasten worden toebedeeld aan het fonds, B:

“Gemeenten kunnen echter nooit eenzijdig bepalen welke kosten zij inbrengen, maar

doen dat altijd na overleg in het BPK. Vraag 1:

Waarom is er niet, zoals bij projectmatig werken gebruikelijk, een objectieve lijst gebruikt om vooraf scherp te hebben wat wel kan en wat niet kan? Antwoord:

Zie hiervoor de antwoorden op de vragen van het CDA: er is geen limitatieve lijst, wel een werkwijze en principes die ook bij andere projecten en bij het maken van afspraken met projectontwikkelaars gebruikt wordt.

Vraag 2:

Na overleg in BPK: SWEK is een directe belanghebbende en beslist dan mee over wat wel en niet mag. Is dat geen rolvervuiling en geeft dat, ook hier, niet een te grote rol aan het SWEK? Antwoord:

Het BPK is een platform waar advies wordt uitgebracht aan de autonome partijen, die uiteindelijk zelf de bevoegdheid en verantwoordelijkheid hebben om een besluit te nemen en te effectueren. Als er sprake was geweest van een zuivere opdrachtgevers – opdrachtnemers relatie tussen de SWEK en het BPK (dat dan ook nog stuurgroep zou moeten hebben geheten), had u zeker het gelijk aan uw zijde als u zegt dat hier een rolvervuiling dreigt. De verhoudingen tussen SWEK en de overheidspartijen zijn echter niet zo eenduidig te beschouwen als ‘opdrachtgever – opdrachtnemer’. Los van het gegeven dat het waterschap (als eigenaar van de gronden), het rijk en de provincie niets voelen voor een rol als ‘opdrachtgever’ van de stichting, betwijfelen ook wij of dit een rol is die wij als gemeente zouden moeten ambiëren. Wij zien grote voordelen aan de rol zoals wij die nu aan het invullen zijn: in overleg met regionale en nationale- en met de functionele overheid de inhoudelijke en financiële kaders en de spelregels voor het samenspel formuleren. Dat garandeert een juiste balans tussen de wens het publieke belang (dat immers niet alleen op lokaal niveau, maar zeker ook op regionaal en nationaal niveau speelt!) en de noodzakelijke ruimte voor een gezonde exploitatie.

In dat samenspel is het alleen maar verstandig als de SWEK als lid van het BPK volledig mee kan praten over de kaders waarbinnen de exploitatie moet plaatsvinden. Dat is een manier om te voorkomen dat vanuit het BPK onhaalbare en onrealistische kaders worden meegegeven.

6

Anderzijds mag van de SWEK dan wel verwacht worden zich in dit gesprek open en toegankelijk op te stellen, en daarbij ook oog te hebben voor de belangen van de andere leden van het BPK.

Vraag 3:

4C.C.: het daartoe bevoegde orgaan stelt de business case vast. Vraag: wat gebeurt er als een raad, een bestuur of een RvT anders beslist dan de anderen en haar handtekening niet zet? Antwoord:

In dat geval geldt de afspraak zoals die bij het vaststellen van het uitvoeringsprogramma reeds is vastgesteld: “als een advies om wat voor reden dan ook niet kan worden opgevolgd, wordt dit in het BPK besproken en wordt gezamenlijk gezocht naar een uitkomst die wel door het bevoegd gezag opgevolgd kan worden.”

Vraag: 4:

4C.D I.: waarom is het exploitatierisico voor sommige projecten bij de gemeenten en ligt toch de

exploitatie uitvoering in handen van het SWEK? Hoe moeten we in dat licht de risicobeheersing van gemeentelijke projecten zien? Antwoord:

Hierover worden dan in een dienstverleningsovereenkomst afspraken vastgelegd. De exploitaties in het gebied staan met elkaar in verband en door deze in een hand te brengen kunnen de risico’s maximaal worden gemitigeerd. De risico’s die zich in de exploitaties voordoen komen in eerste instantie wel ten laste van de gemeente maar de gemeente brengt deze vervolgens onder in het Kinderdijk fonds

Vraag 5:

4C.D.II: de businesscase in geval van gemeentelijke projecten wordt door gemeente gemaakt (zie

4C.A en 4C.B). Hoe kunnen we dat rijmen met het feit dat het SWEK vervolgens de exploitatie doet, afspraken maakt en de gemeente opdraait voor het risico? Antwoord:

Los van het feit dat de overheid uiteindelijk altijd voor het risico opdraait, wordt ook dit probleem getackeld bij het maken van de afspraken voordat het project start. De business case is altijd het resultaat van besprekingen tussen alle partners en zal voordat deze wordt vastgesteld door het bevoegd orgaan, de instemming van die partners moeten hebben. Vraag 6:

4C.F.: volgens 4B lijkt het platform een beslissende rol te hebben in de kosten vanaf 2020.

Volgens 4C.F. is het platform slechts adviserend. Hoe verhouden die twee rollen zich tot elkaar? Antwoord:

7

De spelregels in 4B gaan over kosten; die in 4c over projecten. Voor beide krijgt het BPK een rol bij het bespreken van de voorstellen. Ook dit punt leidde in het BPK overigens tot commentaar. Geen van de andere partijen wenst een dusdanig zware rol te krijgen, terwijl het wel in het belang van de gemeente is dat de SWEK niet zomaar het commentaar van het BPK naast zich neer kan leggen. In het BPK is overigens wel ruime voor verschillen in rolinvulling en rolopvatting. Ook dit zal in een definitieve versie nader worden uitgewerkt. Toelichting 3: Herstel SWEK Vraag 1:

Punt 1 en 2: Hoe moeten we het zwaarwegende advies van het BPK lezen tegen de achtergrond van de bevoegdheid van de RvT van het SWEK? Antwoord:

Formeel hoeft de RvT aan niemand advies te vragen. Met de voorliggende afspraken komt daar verandering is. Maar ook hier maakten RCE, waterschap en provincie bezwaar tegen de term ‘zwaarwegend advies’, terwijl dit voor de gemeente wel een belangrijk punt is. Waar RCE, waterschap en provincie dan overigens ook wel weer begrip voor hebben. Ook dit punt zal in de SOK eenduidiger vastgelegd worden.

Vraag 2:

Punt 2: Waarom is er over de omvang van de reserves niet een onafhankelijke derde ingeschakeld maar beslist de direct belanghebbende, het SWEK, zelf? Antwoord:

Wij sluiten niet uit dat we onze accountant en die van de SWEK advies laten geven over de hoogte van de na te streven reserves. Ook dit is nog onderwerp van overleg met de SWEK en de andere partners in het BPK. Vraag 3:

Punt 3: waarom zijn er niet gewoon rapportage afspraken gemaakt en legt het arrangement de invulling van transparant geheel bij het SWEK? Antwoord:

Deze detail afspraken worden later toegevoegd, zoals voor meerdere aspecten die in de SOK geregeld gaan worden, nadere uitwerkingsafspraken zullen volgen.

Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

8 Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,

De burgemeester,

Leon Anink

Theo Segers

CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=138a275f-8396-4608-8bb1-315a74134592