Beantwoording technische vragen Progressief Molenlanden - zienswijze begrotingswijziging SOJ
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen Progressief Molenlanden –
Datum
:
12 januari 2021
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
zienswijze begrotingswijziging SOJ 1083479
Lizanne Lanser
Marije Mulder en Marjolein Moria
Beste meneer Toonen,
Op 11 januari jl. stelde u technische vragen over de zienswijze begrotingswijziging Service Organisatie Jeugd. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord.
Vraag 1a:
Wat is de onderbouwing waarom er gekozen wordt voor uitbreiding personeel om het inkooptraject te ondersteunen? Is dit door complexiteit ontstaan of anderszins? Antwoord:
Er is gekozen voor tijdelijk uitbreiding van capaciteit met specifieke kennis en ondersteuning voor het inkoopkader en de verdere uitwerking ervan. Het gaat hier om een proces dat eenmaal in de paar jaar terugkomt en een extra tijdelijke inzet vraagt. Zeker in relatie tot de regionale
maatregelen die moeten leiden tot meer grip op de jeugdhulp. In beide bestuursrapportages van de SOJ 2020 is hierover al gemeld.
De tijdelijke uitbreiding is nodig voor meerdere onderdelen van het proces:
1. In relatie tot de regionale projecten om te komen tot meer grip op de jeugdhulp. Ter vervanging van de ‘Nee-tenzij regeling’ wordt gezocht naar een sturingsmodel dat vooraf helderheid biedt en gedurende het hele jaar kan worden ingezet zodat we continu kunnen sturen op passende en
doelmatige zorg en daarmee op de uitgaven. Binnen de inkoopstrategie 2022 wordt een normatief kader voor de jeugdhulpproducten die het meest worden ingezet en/of de hoogste kosten kennen ontwikkeld. Dit doen we samen met de aanbieders zodat zij medeverantwoordelijkheid kunnen dragen voor het terugdringen van de uitgaven.
2. Inzet van specifieke juridische kennis en specifieke kennis over de totstandkoming van tarieven, het opstellen van het programma van eisen en procesondersteuning.
3. Ook is extra inzet nodig voor uitgebreidere gemeentelijke afstemming met de bestuurlijke en
ambtelijke stuurgroep en werkgroepen, een andere wijze van inkoop (mogelijk aanbesteding) en inrichting van percelen en scholing. Vraag 1b:
2 Gezien de overschrijding is het wellicht zinvol om eerst eens te onderzoeken of er andere wegen
zijn; lees vereenvoudiging zijn in deze inkoopprocedures. Misschien is er dan geen uitbreiding van personeel nodig. Is dit al overwogen? Antwoord:
In het antwoord van vraag 1a is al ingegaan op de reden van extra inzet. Vereenvoudiging van de inkoopprocedure is niet een streven op zich, wel het behalen van doelstellingen om te komen tot meer grip op de jeugdhulp. De reguliere capaciteit van de SOJ wordt zo beperkt mogelijk
gehouden. Extra inzet wordt steeds bezien vanuit de reeds beschikbare capaciteit en waar
aanvullend kennis en capaciteit nodig is om een opdracht tot een goed einde te brengen. Hierbij wordt vooraf bekeken welk resultaat moet worden behaald. Hierbij is ook overwogen of er vereenvoudigingen mogelijk zijn.
Vragen naar aanleiding van bijlage raadsvoorstel m.b.t. Frictiekosten
Er wordt een extra beroep gedaan op de reserve Frictiekosten uittreding Leerdam/Zederik. Vraag 1:
Is het duidelijk waarom deze extra reservering wordt gedaan? Antwoord:
Er wordt geen extra beroep gedaan op de reserve frictiekosten. Als gevolg van de uittreding van Leerdam en Zederik is de begroting van de SOJ met 7,5% verlaagd. Tegelijkertijd is met de
uittreedsom een reserve frictiekosten gevormd. De SOJ kan de verlaging in een aflopend schema
(jaarlijks een lager bedrag, volledige afbouw in 5 jaar) dekken uit de reserve frictiekosten. Door de aflopende dekking moet de SOJ het deel dat niet meer gedekt wordt uit de reserve frictiekosten
zelf opvangen. Dat lukt op dit moment nog niet. Het deel dat niet uit de reserve frictiekosten kan worden gedekt is toegevoegd aan de begroting. In het raadsvoorstel en in de concept zienswijze
stellen we dat de frictiekosten moeten afnemen. Verder vragen we om een plan van aanpak om de frictiekosten terug te dringen en naar de specificatie van het bedrag wat kennelijk niet verder afgebouwd kan worden. Vraag 2:
Was hier op voorhand niet in voorzien/begroot? Antwoord:
Nee, destijds was de aanname dat de SOJ de verlaging van 7,5% van de begroting zelf kon opvangen.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
3
drs. F. Jonker
drs. T.C. Segers MBA
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden