Beantwoording technische vragen Doe mee! - Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid & Klimaat
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Datum Zaaknummer Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar
: : : :
Beantwoording technische vragen Doe mee! Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid & Klimaat 8-11-2022 1155169 Jan Lock Jordy Venderbos
Beste meneer De Lijster, Op 3 november 2022 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting: Het uitvoeringsprogramma is (mede) bedoeld als instrument om de effecten en prestaties te monitoren van de transitie thema’s. In de inleiding wordt op pagina 1 vermeld dat het uitvoeringsprogramma zich mede richtte (verleden tijd) op de Veenweidestrategie. Op 18 november 2021 is de Veenweidestrategie inderdaad uit beslispunt 1 van het raadsvoorstel geschrapt omdat dit document pas in april 2022 zou worden aangeboden aan de Raad en dus feitelijk nog niet bestond. In deze situatie lijkt geen verandering te zijn gekomen, terwijl in beslispunt 4 het gebiedsplan Veenweide wel in de monitoring wordt opgenomen. Daarnaast wordt op pagina 2 vermeld dat het een belangrijke bijdrage gaat leveren in de CO2 reductie. In artikel 4.1 wordt gemeld dat het ook als onderdeel van de 95% reductie doelen een belangrijke bijdrage levert. In bijlage 3 wordt bij de monitoring soms wel en soms niet van een basisjaar (ter referentie) uitgegaan. In de resultaten van energiebesparing gebouwde omgeving worden zelfs 2 basisjaren genoemd, waarbij afhankelijk van de keuze van het basisjaar we de doelstellingen wel of niet halen.
Vraag 1: Wat is de status van de Veenweidestrategie en de relatie met het gebiedsplan Veenweide? Antwoord: Het gebiedsplan Veenweideaanpak Alblasserwaard (Veenweidestrategie) heeft nog geen status en is nog niet vastgesteld door de gemeenteraad. Het stuk ligt nu ter besluitvorming voor in de gemeenteraad en is op 1 november jl. besproken in de commissie. Vraag 2: Kunt u de “belangrijke bijdrage” die het gebiedsplan veenweide moet leveren kwantificeren? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij u naar de beantwoording van de technische vragen die gesteld zijn in het kader van het gebiedsplan Veenweideaanpak (Veenweidestrategie). Vraag 3: Op 1 november jl. heeft het Rijk, middels de klimaatnota, wat meer duidelijkheid gegeven over de te verwachten bijdragen. Wat zijn de verschillen tussen de nieuwe bedragen en de in het voorstel genoemde bedragen en welke consequenties had dat voor 2022 en heeft dat voor 2023-2026?
2 Antwoord: In 2022 bedroeg de uitgekeerde Rijksbijdrage €293.000,-. Deze bijdrage is gepubliceerd in de meicirculaire 2022. De in het raadsvoorstel genoemde bedragen voor de Rijksbijdrage zijn gebaseerd op de bestuurlijke afspraken over klimaat en energie die Rijk, VNG en IPO in mei 2022 hebben gemaakt. De verschillen tussen deze bedragen en de bedragen die het Rijk in de brief van 1 november jongstleden kenbaar heeft gemaakt zijn in onderstaand overzicht inzichtelijk gemaakt. Voor het jaar 2023 is het verschil gering, voor de jaren vanaf 2024 verschillen de bedragen zoals opgenomen in het raadsvoorstel en in de brief van het Rijk vooralsnog aanzienlijk. We merken hierbij op dat het Rijk aan de RES-regio's vanaf 2023 € 12 miljoen per jaar beschikbaar stelt voor de actualisatie en uitvoering van de RESsen. Uitgaande van de verdeling van middelen over de RES-regio, zoals deze tot nu toe hebben plaatsgevonden, zal onze RES-regio jaarlijks €240.000,- ontvangen. Het bedrag voor de RES-regio's zal na de meicirculaire 2023 worden uitgekeerd; aan de regio's wordt gevraagd om deze middelen tot die tijd voor te financieren. Daarnaast kondigt het Rijk een herijking van de middelen aan in 2024. In deze herijking worden de taken en middelen mede naar aanleiding van de opgedane ervaring in de uitvoering aangepast naar de meest actuele inzichten voor de periode 2026 – 2030.
De minister merkt daarbij op dat de verdeling van de middelen waarmee het macrobudget vanaf 2024 groeit nog nader wordt uitgewerkt en deels zal worden gebaseerd op basis van een vaste verdeelsleutel (basisfinanciering) en deels zal aansluiten bij de klimaatplannen die gemeenten hebben. Bijdrage Rijk 2022 2023 2024 2025 2026
Raadsvoorstel €293.389 €728.471 €1.218.421 €1.757.221 €1.958.148
Brief Rijk 1 november ‘22 n.v.t. €711.475 €717.929 €724.383 n.n.b.
Vraag 4: Kunt u een overzicht geven van de posten waaraan de 1.485.000 is besteed in 2022 en welke daarvan terugkerend en eenmalig zijn? Antwoord: De uitgaven in 2022 zijn als volgt over de thema’s verdeeld (stand 3 november 2022): - Energiebesparing inwoners: €315.000,- (€108.500 werkbudget + € 206.500 personeel) - RES: €194.000,- (€22.000 werkbudget + €172.000 personeel) - Warmtetransitie: €280.500,- (€49.500 werkbudget + €231.000 personeel) - Klimaatadaptatie: €111.000,- (€59.000 werkbudget + €52.000 personeel) - Circulaire economie: € 22.000,- (werkbudget) - Thema overstijgende kosten € 73.000,- (€17.000 werkbudget + €56.000 personeel) Daarbij hebben we geen gebruik hoeven maken van de extra werkbudgetaanvragen voor de verschillende thema’s, zoals in het vorige UVP genoemd stond. Vrijwel alle activiteiten genoemd in de het uitvoeringsprogramma van afgelopen jaar hebben een terugkerend karakter en zijn om die reden wederom opgenomen in het geactualiseerde uitvoeringsprogramma dat nu bij u ter besluitvorming voorligt. Een uitzondering zit hem in activiteiten waarvoor op basis van een ingediend plan van aanpak subsidies van het Rijk zijn verkregen, zoals voor de RREW. Deze activiteiten worden bekostigd vanuit de verkregen subsidie en hadden daardoor geen effect op de financiën zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
Ook enkele adviesopdrachten zoals die voor het opzetten van het Energiebespaarabonnement (voorheen: woningabonnement) en de nieuwe huisstijl en website energie en klimaat hebben naast het beheer ervan een tijdelijk karakter. Vraag 5: Wat is de achtergrond en motivatie dat bij de doelstelling van 2% energie reductie in de gebouwde omgeving geen basisjaar genoemd wordt en in de monitoring van de realisatie 2 jaartallen worden genoemd? Bent u bereid en in staat om voor alle monitoring elementen 1 basisjaar te gebruiken? Antwoord:
3 De 2% energie per jaar is de doelstelling voor de gebouwde omgeving. Deze wordt gemeten ten opzichte van het voorgaande jaar en is inzichtelijk gemaakt vanaf 2015, dat in deze rapportage als basisjaar is gehanteerd. Deze doelstelling wijkt daarmee af van het basisjaar 2020 dat bij de andere doelstellingen wordt gehanteerd. Dit is gedaan omdat de gegevens van 2020 de meest recent beschikbare gegevens waren ten tijde van het opstellen van de monitoringsrapportage. Zonder het in beeld brengen van de voorgaande jaren kon er geen trendlijn inzichtelijk gemaakt worden. Voor het vervolg kan het basisjaar 2020 worden gehanteerd, er zal dan echter geen meerjarige trendlijn te zien zijn bij genoemde doelstelling. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris, De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden