CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Doe Mee - gebiedsplan veenweideaanpak Alblasserwaard

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Gebiedsplan Veenweideaanpak Alblasserwaard1.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Onderwerp

:

Beantwoording technische vragen Doe mee! – gebiedsplan

Datum

:

8 november 2022

Portefeuillehouder

:

Zaaknummer

Behandelend ambtenaar

: :

veenweideaanpak Alblasserwaard 1154573

Wethouder Jan Lock Marc Trouwborst

Beste mevrouw Mollema, Op 1 november 2022 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting:

Technische vragen CO2-reductie:

In de stukken bij agendapunt 8 van de commissievergadering van 3 november en de stukken bij agendapunt 8 van de commissievergadering zijn wat onduidelijkheden t.a.v. de doelstellingen.

In de veenweide strategie is te lezen dat de beoogde watergestuurde infiltratie (WIS) van 500ha

veenweide naar verwachting een reductie van 2,5 Kton oplevert. Provincie ZH heeft voor de hele provincie een doelstelling een reductie van 25% (=86,5 Kton) CO2 uit veenweide bodems. De WIS draagt 2,5 Kton = 3% bij aan deze doelstelling van de provincie.

De doelstelling voor Molenlanden is een CO2-reductie van 49% in 2030 en van 95% in 2050 t.o.v.

1990. Dit is een relatief doel. Onduidelijk is de hoeveel CO2 dit is in absolute hoeveelheden. In het rapport “Verkenning Klimaatbeleid Gemeente Molenlanden” door CE Delft kan uit figuur 2

afgelezen worden dat de uitstoot in 1990 550 Kton CO2-equivalenten bedroeg (zonder de

broeikasemissie van landgebruik). Een reductie van 49% in 2030 komt dan neer op ongeveer 225 Kton.

In bijlage 1. Actualisatie UVP Duurzaamheid en Klimaat Molenlanden 2022-2026 wordt een ambitie van 1Mton CO2 in 2030 genoemd. Vraag 1:

Hoeveel bedraagt de doelstelling aan CO2- reductie voor Molenlanden in 2030 en in 2050 uitgedrukt in Kton? Antwoord:

Het antwoord op deze vraag kunnen we helaas nog niet concreet geven. Dat heeft te maken met het volgende:

2 •

Volgens het Klimaatakkoord moet vanuit veenweiden 1 Megaton equivalenten CO2 gehaald worden (dat is de som van broeikasgassen omgerekend naar CO2). Dat is het enige dat echt vast ligt. Daar zijn de reductiepercentages op gebaseerd.

•

In Zuid Holland ligt 25% van de nationale hoeveelheid oxideerbaar veen. Daarvan ligt

vervolgens ca. 25% in Molenlanden/de Alblasserwaard (bron veenweidestrategie 1.0 Zuid Holland). •

Dat betekent echter niet dat automatisch 6,25% van 1 Megaton equivalenten CO2 in

Molenlanden gereduceerd moet worden. De hoeveelheid daadwerkelijk oxidatie hangt erg af van het type veen, het landgebruik op het veen, waterbeheer, al dan niet bedekt of

gemengd met klei. Daar is nog veel te weinig over bekend om te werken met absolute hoeveelheden reductie. Dat wordt pas in de loop van de tijd bekend en die gegevens

worden ook verzameld tijdens b.v. de pilot in spoor 1. Met andere woorden de methoden om de uitstoot te meten en te modelleren zijn nog in ontwikkeling. Zie ook het antwoord op uw vraag 4.

Vraag 2:

Hoeveel % draagt de CO2-reductie verkregen door 500 ha WIS bij aan deze doelstelling? Antwoord:

Dat is dus moeilijk te zeggen en daar kunnen we pas echt inzicht in geven als we weten hoe het

type bodem zich gedraagt en we meten wat de reductie is (zie ook het antwoord op vraag 1). De

500 ha. in spoor 1 zijn een pilot, die we juist gebruiken voor het opdoen van metingen, zodat we nauwkeuriger op basis daarvan in spoor 2 naar de toekomst wel een antwoord op deze vraag kunnen geven.

Dat gezegd hebbend, is er wel gekozen voor een gebied waar WIS daadwerkelijk bijdraagt aan

tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie. De 500 ha. betreft 3% van onze totale oppervlakte

weiland. Tegelijkertijd is het wel weiland met veen en hebben we in Molenlanden ook klei op veen en klei in veen met veel lagere oxidatie. We mogen er dus vanuit gaan dat de 500 ha minimaal voor 3,3% bijdraagt aan de doelstelling voor Molenlanden. In werkelijkheid zal dat percentage

aanzienlijk hoger liggen, maar dat kan pas aangegeven worden als meer bekend is over meten en modellen. Vraag 3:

Mag de reductie verkregen door WIS meegerekend worden in de doelstelling van gemeente Molenlanden?

In het rapport van CE Delft lezen we namelijk “in het rapport zijn de emissie van landgebruik niet meegenomen. In het Kyoto-protocol is namelijk afgesproken dat deze emissies niet meetellen voor de algemene CO2-reductie doeleinden t.o.v 1990”. Antwoord:

De doelstellingen CO2 emissie uit elektriciteit, verkeer, landbouwverkeer, bouw, stoken van

aardgas zijn apart genomen en vormen een aparte doelstelling zoals die in het CE rapport is opgenomen. Die zijn opgenomen in de RES en de warmtetransitie.

De CO2 equivalenten (CO2, methaan) als gevolg van veenoxidatie (landgebruik) zijn een aparte opgave. Die opgave is onderdeel van het klimaatakkoord en omvat een aparte opgave in onze gemeente Molenlanden (zie ook vraag 1).

3

We hebben als gemeente dus twee opgaven die we hebben te monitoren en die ieder een eigen karakter hebben. Voor de inzichtelijkheid zullen we u daarover rapporteren. Vraag 4:

In Figuur 3 van het rapport Verkenning klimaatbeleid wordt het effect van het gemeentelijk beleid op emissie in 2030 weergegeven. Het effect van de veenweide strategie bedraagt op de sector landgebruik bedraagt 23Kton in 2030.

De veenweidestrategie (500 ha) levert een reductie van 2,5 Kton op. Kunt u dit uitleggen? Wordt

het gebied groter? Komen er andere maatregelen (in de tekst staat dat het gaat om 1 maatregel)? Interpreteer ik de getallen niet goed? Antwoord:

Zie ook het antwoord op vraag 1 als het gaat om absolute getallen. De 23 K die het CE rapport noemt is een indicatie.

Concreet op uw vraag: u verwijst naar figuur 3 in het rapport. In 2019 waren er nog geen

maatregelen en is er dus ook geen reductie. De 23 K in het CE rapport omvat het effect van de 500 ha. in spoor 1 in de veenweidestrategie én het verder uitbreiden van het areaal zoals voorgenomen in spoor 2 van de veenweidestrategie. Er is dus inderdaad sprake van een uitbreiding van het areaal. Het enige waarover besloten wordt in de voorliggende

veenweidestrategie is de 500 ha. pilot. Daarnaast benoemt u dat de ervaringen in de pilot gebruikt zullen worden voor de uitwerking van een voorstel voor uitbreiding van het areaal. De prognose van het CE rapport neemt een voorschot op deze uitbreiding.

Vraag 5:

Spoor 2. Een aanvullend bod.

Hier lezen we over een scenario van 30-50% emissie reductie. Dit is een relatief doel. Graag een

verduidelijking. Wordt hier een reductie van 30-50% CO2 bedoeld uit de veenbodem over het hele gebied?

Antwoord:

Dat is inderdaad een relatief doel, dat gelezen moet worden tegen de achtergrond van het antwoord op vraag 1.

Met het aanvullend bod willen we inderdaad maatregelen op een groter areaal treffen om een

reductie van 30-50% op een groter oppervlak te realiseren. Hierdoor wordt de absolute bijdrage van maatregelen groter.

4 Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,

De burgemeester,

Leon Anink

Theo Segers

CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=e1fc12f2-cc13-4dcf-bbf5-c8e459ef2f65