Beantwoording technische vragen CU beleidskader kleinschalige windturbines
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen ChristenUnie –
Datum
:
24 maart 2023
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
beleidskader kleinschalige windturbines 1170089 Jan Lock
Willem van Valen
Beste meneer Timmer, Op 23 maart 2023 stelde u technische vragen aan het college conform artikel 55 van het Reglement van Orde. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: Vraag 1: Mogen windwokkels en -molens (naast genoemde afstanden) ook op of aan een pand gemonteerd worden; bijvoorbeeld op een stevig dak of met een mast aan een gevel met voldoende draagconstructie? Waarom wel/niet? Antwoord:
Het beleidskader heeft alleen betrekking op grondgebonden turbines. Dak- en gevelgebonden
turbines willen we nog niet faciliteren, omdat de rendementen van dit type molens ten opzichte
van zonnepanelen nog te klein zijn en het risico van verrommeling aanwezig is. Bij evaluatie van
het beleid zullen we bezien of de voortgaande technologische ontwikkelingen voor ons aanleiding is ook aan dak- en gevelgebonden turbines ruimte te bieden.
Vraag 2: Wordt bij de positionering van dorpsmolens rekening gehouden met eventueel toekomstige uitbreiding aan de dorpsranden en hoe wordt dit geborgd? Antwoord:
Ja, dit wordt geborgd door middel van de gemeentelijke toetsing van het plaatsingsadvies dat de initiatiefnemer dient toe te voegen aan de aanvraag.
Vraag 3: Bij het beleidskader 5.2.c (agrarische) bedrijven buiten BSD staat: ‘bij meerdere
kleinschalig windturbines op 1 erf worden de windturbines bij voorkeur in een lijnopstelling
geplaatst’: Hoeveel windmolens zijn toegestaan per (erf)perceel? Waarom is dit niet hetzelfde als bij ruilverkavelingswegen; dit is toch 3? Wordt er een limiet gesteld per omgeving om een overdaad aan molens te voorkomen? Antwoord:
2 Wij hebben bewust geen limiet gesteld aan het aantal turbines per perceel. Het huidige beleid voor kleinschalige windturbines langs ruilverkavelingswegen bevat deze limiet ook niet. We verwachten dat met een klein aantal turbines kan worden voorzien in het totale elektriciteitsverbruik van de meeste initiatiefnemers, zeker wanneer deze gecombineerd worden met zon op dak.
Vraag 4: Kan in de diverse varianten een windmolen geëxploiteerd worden bij of voor een ander door derden? Bijvoorbeeld op een perceel in de directe omgeving? Antwoord:
Ja, dit is mogelijk. In de algemene voorwaarden hebben we aangegeven dat we uitgaan van de volgende categorieën initiatiefnemers: lokale (agrarische)bedrijven, ondernemers op een
bedrijventerrein, lokale energiecoöperaties en grondeigenaren die de molens op eigen terrein of het terrein van hun leden kunnen plaatsen.
Vraag 5: Wordt (eventueel in een vervolgtraject) bij de collectieve dorps- en individuele molens
nagedacht of beleid ontwikkeld voor wijk- en/of straat-hubs/netwerken (met eventueel opslag in buurtbatterijen) voor transport van stroom via particuliere/coöperatieve netten of iets dergelijks? (Dit in relatie met uitgangspunt 6 om het Stedin net zo min mogelijk te belasten?). Antwoord:
Ja, dat willen we doen en daarbij, naast de door u genoemde wijk- en/of straat-hubs/netwerken ook de energiehubs op bedrijventerreinen betrekken.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden