Beantwoording technische vragen ChristenUnie - Transitievisie Warmte 15-11-2021.docx
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen ChristenUnie –
Datum
:
16 november 2021
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Transitievisie Warmte 1118523 T.J. Slob
J. Venderbos
Beste meneer Timmer, Op 11 november jl. stelde u technische vragen over de transitievisie warmte. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Vraag 1:
U schrijft in het RVS: Bij de ‘rustige’ aanpak (kans 1.4) gaan koppelkansen verloren.
Het lijkt ons zinvol en kostenbesparend om koppelkansen (bijv. in combinatie met herstraat- of rioolwerkzaamheden) in wijken waar warmtenetten potentie hebben, de koppelkansen zoveel mogelijk te benutten en niet te missen. Ook hebben de inwoners dan minder overlast.
Vragen: Is bij u bekend dat er delen van warmtenetten vroegtijdig aangelegd kunnen worden en tijdelijk met een collectieve CV-container verwarmd kunnen worden? Hoe kijkt u hier tegenaan? Antwoord:
Met de planning zoals die nu op opgenomen in de Transitievisie Warmte denken we zo veel als
mogelijk de koppelkansen met werkzaamheden in de openbare ruimte te kunnen benutten. Indien voor een rustigere uitvoeringsplanning gekozen zou worden, missen we een aantal van de thans voorziene koppelkansen.
Daarnaast is het ons bekend dat warmtenetten groeimodellen kennen in verschillende vormen.
Aan het begin van de realisatie wordt regelmatig gebruik gemaakt van een tijdelijke warmtebron op basis van CV-ketels in een container die later vervangen wordt door een uiteindelijke
duurzame warmtebron. Deze aanpak zien we ook bij onze buurtgemeente Sliedrecht waar op deze wijze het warmtenet wordt uitgerold.
Voordat tot de aanleg van een warmtenet kan worden overgegaan moet eerst een zorgvuldig
proces (verkenning) met de inwoners en ondernemers in de kern worden doorlopen. Hierbij speelt de technische haalbaarheid, betaalbaarheid en het draagvlak voor een warmtenet een belangrijke rol. Aan het eind van deze verkenning zou dan een uitvoeringsplan kunnen worden opgeleverd, met zicht op het aanleggen van het warmtenet.
2 Vraag 2:
Stedin is nauw betrokken bij de uitvoering van de Warmtetransitie (pag. 34 bijlage).
Momenteel is Stedin bezig (o.a. Giessenburg) om vrijwel alle huisaansluitingen van gasleidingen te vervangen door waterstof-geschikte leidingen. Enerzijds vanwege ouderdom, maar anderzijds
wordt er door medewerkers aangegeven dat ze verwachten dat waterstof (geleidelijk en al den niet met bijmenging) de toekomstige brandstof wordt voor woningen in het landelijk gebied. Dit geeft
verwarring bij inwoners en zij zijn mogelijk minder genegen om naar andere energiebronnen over te schakelen.
Vragen: Is hier goede afstemming over geweest met Stedin? Wat is de visie van Stedin over waterstof voor verwarming van woningen in landelijk gebied? Antwoord:
Stedin is onderdeel van de werkgroep die de Transitievisie Warmte heeft voorbereid en waarin alle mogelijkheden en afwegingen, zoals die nu in de visie zijn opgenomen, zijn besproken. Dat aardgasleidingen vervangen worden mogelijk vanwege ouderdom en dat daar nieuwe
leidingen voor terug komen is een belangrijke taak van de netbeheerder om zorg te dragen voor een goed en veilig en betrouwbaar energiesysteem. Waterstof is veel besproken en er zijn hoge verwachtingen van. Het is echter nog onzeker waar en in welke mate groene waterstof kan worden toegepast in de nabije en verre toekomst.
Waterstof is een energiedrager die wordt gemaakt door elektrolyse. Bij dit proces gaat veel
energie verloren en als we dat afzetten tegen het percentage stroom dat op dit moment groen
wordt opgewekt is dat op dit moment nog geen efficiënte maatregel om nu grootschalig toe te
passen in de gebouwde omgeving. Als we willen verduurzamen moeten we de energie van winden zonneparken zo efficiënt mogelijk benutten.
In de Transitievisie zoals die nu voorligt hebben we grote delen van het buitengebied aangeduid
met groen gas, waterstof valt hier onder. Door alle onzekerheid rondom de beschikbaarheid van groene waterstof zijn deze gebieden aangeduid voor de lange termijn, en wordt er bij elke
actualisatie van de Transitievisie Warmte bekeken of er rondom waterstof bijstellingen nodig zijn. Stedin heeft het beeld dat Waterstof in de toekomst (nabij of ver) een rol kan gaan spelen in de Energietransitie. De verwachting is nu dat waterstof voor 2030 geen rol zal gaan spelen in de
gebouwde omgeving en wellicht eerst als oplossingsrichting voor de industrie ter beschikking komt. Het huidige aardgasnet leent zich uitstekend voor het transporteren van duurzame
moleculen zoals waterstof in de toekomst. Echter wordt hier nu tijdens de uitvoering van de huidige werkzaamheden geen rekening mee gehouden.
Vraag 3:
Op pagina 33 wordt de hoeveelheid thermische energie uit oppervlaktewater benoemd in TJ. Met name 30 tot 80 TJ uit de Giessen.
Vragen: Wordt de potentiële hoeveelheid TJ hoger na het gereedkomen van het nieuw aan te
brengen gemaal bij Hardinxveld-Giessendam, waardoor er veel meer verplaatsing van water zal plaatsvinden in de Giessen? Graag uitleg; en zo ja, is hier rekening mee gehouden in mogelijke toekomstige thermische energievoorzieningsplannen?
3
Antwoord:
De beschikbare capaciteit uit de wateren in ons gebied is verkregen van het kenniscentrum van de waterschappen STOWA. Daarbij zijn geen gegevens ontvangen over de toekomstige situatie. Er
kan worden verwacht dat een hoger debiet door de Giessen in de toekomst, ook zal zorgen voor een verhoogd technisch warmtepotentieel.
De verwachting is dat wateren bij de kernen die gebruik kunnen maken van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (verder TEO) in beginsel voldoende energie bevatten.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden