Beantwoording technische vragen ChristenUnie - Slingelandse Plassen.docx
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen ChristenUnie –
Datum
:
16 november 2021
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Slingelandse Plassen 1121299
Teunis Jacob Slob Bas Renes
Beste meneer Stam, Op 15 november jl. stelde u technische vragen over de Slingelandse Plassen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting:
Toelichting bij vraag 4-7: Raadsbesluit van 23 mei 2017 (beide raden): een visie vast te stellen voor het recreatiegebied Slingelandse Plassen waarbij het noordelijk deel gebruikt kan worden voor kleinschalige dagrecreatie met respect voor de natuur en waarbij het zuidelijk deel de bestemming natuur houdt en extensief recreatief medegebruik mogelijk is Raadsvoorstel Beoogd effect; De gewenste situatie is dat het gebied Slingelandse Plassen een in hoofdzaak recreatie- en natuurfunctie behoudt die kan rekenen op maatschappelijk draagvlak en dat beheer en onderhoud adequaat zijn georganiseerd en in beginsel kostenneutraal verloopt. Uitgangspunten in het eindrapport (pag. 6); Natuur, recreatie en duurzame inrichting en beheer zijn in balans In de bijlage ‘uitwerking stichting’: Doelstelling: het beschermen van de landschappelijke en ecologische waarden en het ondersteunen van het extensief recreatief medegebruik.
Bij Argument 1.1 staat onderaan de volgende passage:
Als laatste is een uitvoerige studie verricht naar de inpassing van een aantal recreatiehuisjes in het gebied. De Initiatiefgroep is in samenspraak met de initiatiefnemer tot de conclusie
gekomen dat ook deze functie als onvoldoende passend bij de natuur- en recreatieve waarden. De mogelijkheid is wel open gehouden om dit initiatief op een later moment, nadat de huidige plannen tot uitvoer zijn gebracht, alsnog in het gebied een plek te geven Vraag 1:
Waarom is dit initiatief expliciet genoemd?
2 Antwoord:
Deze afspraak is expliciet gemaakt in de groep. De inzichten en het plan voor de huisjes zouden in de toekomst zodanig kunnen wijzigen dat dit alsnog kan worden overwogen. Voor de andere initiatieven bleek die ruimte niet aanwezig.
Vraag 2:
Waarom zou het initiatief later wel passend zijn en nu niet? Zijn er aangekondigde aanpassingen wellicht?
Antwoord:
Dat laatste is niet het geval.
Bedoeld is dat het nu voorliggende plan voor Slingelandse Plassen geen definitieve blauwdruk is. Dat houdt in dat in de toekomst wijzigingen en aanvullingen mogelijk moeten zijn, mits dit past binnen de gestelde kaders. In het raadsvoorstel gaven we al aan dat we willen prikkelen om
ondernemend te blijven en binnen de afgesproken context in te spelen op nieuwe wensen en behoeften vanuit de samenleving. Aan de andere kant is het ook nodig de huidige groep
duidelijkheid te geven van welk plan we op dit moment uitgaan. Dat geeft ruimte om te komen tot meer definitieve afspraken en een organisatie op potten te zetten.
Vraag 3:
Is er in de berekening in de business case rekening gehouden met deze expliciet genoemde mogelijkheid en zo ja, in welke mate? Antwoord:
Nee, in de businesscase is niet gerekend met mogelijke inkomsten voortvloeiend uit dit initiatief.
Vraag4:
In de voorwaarden voor de oprichting van de stichting staat niet vermeld over wat het beoogd effect is m.b.t het onderdeel behouden van recreatie- en natuurfunctie. Wordt dit voldoende geborgd in de nog op te stellen doelstelling die de stichting beoogt? Antwoord:
Ja, dat is zeker de bedoeling.
De voorwaarden voor de oprichting van de stichting zijn een document van leden uit de
initiatiefgroep. Dit document is bedoeld om u inzicht te geven in de stand van denken. De bedoeling is dat de doelstellingen aan sluiten bij de kaders die uw raad heeft gesteld.
Vraag 5:
3 Hoe verhouden de in de bijlage vermelde doelstelling van de stichting en het in dit raadsvoorstel
vermelde beoogde effect zich tot het besluit van beide raden op 23 mei 2017 waarin staat dat "het noordelijk deel gebruikt kan worden voor kleinschalige dagrecreatie met respect voor de natuur en waarbij het zuidelijk deel de bestemming natuur houdt en extensief recreatief medegebruik
mogelijk is". Dat besluit is namelijk specifieker dan de teksten die gebruikt worden in het huidige raadsvoorstel en de bijlage met de gedachten over de stichting. Antwoord:
In maart 2020 heeft de gemeenteraad van Molenlanden kaders gesteld voor de verdere
ontwikkeling van de Slingelandse Plassen. Dat zijn de kaders waar wij ons primair op baseren. Wij vinden dat ook het meest recht doen aan de uitnodiging die in deze raadsperiode, mede op uw initiatief, is gedaan om mee te denken over de ontwikkeling van de Slingelandse Plassen.
Het voorgaande wil overigens niet zeggen dat wij inhoudelijk een heel andere koers zijn gaan varen sinds 23 mei 2017.
Vraag 6:
T.b.v. het regelen van de governance staan alleen risico's benoemd die de financiële exploitatie en organisatorische continuïteit moeten borgen, maar niet dat de stichting gehouden is aan de
uitgangspunten die (ook eerder) door de raad zijn vastgesteld. Als de gemeente bewust op enige afstand staat, hoe wil de gemeente haar toetsing doen als de governance van de stichting daar
geen of wellicht te weinig ruimte voor gaat geven. Kortom, op welke wijze wordt de stichting de voorwaarden hierop aan de voorkant meegegeven en hoe wil het college de toets hierop uitvoeren?
Antwoord:
Het is expliciet de bedoeling om de stichting ook de inhoudelijke kaders die uw raad heeft gesteld aan de stichting mee te geven. U kunt het raadsvoorstel lezen alsof dat niet het geval zal zijn. Dat is uitdrukkelijk wel onze bedoeling.
Vraag 7:
Welke belangrijke risico's en maatregelen ziet het college in de samenwerkingsvorm die wordt uitgewerkt bij het uitgangspunt dat de gemeente bewust op enige afstand staat? Antwoord:
Het is geen uitgangspunt dat de gemeente bewust op enige afstand staat. Het uitgangspunt is ruimte te geven aan initiatieven en ondernemerschap die -binnen een aantal inhoudelijke
gemeentelijke kaders- om blijvend te voorzien in een maatschappelijke behoefte. We denken dat dat het beste kan door als gemeente enige afstand te bewaren. Risico’s denken we af te dekken door: -
Te kiezen voor een werkbare organisatievorm, een stichting, waarbij deze ook zelfstandig
inkomsten kan verwerven, maar waarbij een ideële en geen commerciële doelstelling voorop staat
4 -
De doelstellingen van deze stichting te laten aansluiten bij de gemeentelijke inhoudelijke
-
De gemeente een in positie te brengen om periodiek te toetsen op de resultaten, het financieel
-
kaders
en inhoudelijk resultaat
Als basis een plan vast te stellen dat kan rekenen op maatschappelijk en politiek draagvlak en
dat financieel zijn basis vindt in adequaat beheer van het gebied. Anders gezegd: het grootste deel van het budget dat wij van de provincie hebben gekregen voor onderhoud wordt in de toekomst ook ingezet voor dit onderhoud.
Vraag 8:
Hoe zijn de lessons learned uit het werelderfgoed Kinderdijk, hoewel veel omvangrijker en
complexer, toegepast bij de input die de gemeente geeft in de oprichting van de stichting? Antwoord:
In vraag 7 hebben wij hierop al deels een inhoudelijk antwoord gegeven.
Toegevoegd zou kunnen worden dat u aan de voorkant inzicht heeft aan de plannen voor de doorontwikkeling, waaraan op dit moment wordt gewerkt.
Vraag 9:
Wat zijn de uitgangspunten die worden meegegeven bij de oprichting van de stichting ten aanzien van (het verloop van) bestuursleden in relatie tot de afspiegeling van deelname door initiatiefnemers? Antwoord:
Het is de bedoeling dat in de stichting de huidige deelnemers aan de Initiatiefgroep een plek
krijgen. Het gaat dan niet om de personen, maar om de organisaties die zij vertegenwoordigen. Hiermee is het mogelijk de organisatorische continuïteit in het bestuur van de stichting zelf te waarborgen, maar anderzijds ook om eenvoudiger een beroep te doen op vrijwilligers van de aangesloten leden en donateurs.
De deelnemende partijen committeren zich dus aan de doelstellingen van de stichting. Het is niet
de bedoeling dat het bestuur van de stichting bijvoorbeeld getalsmatig een afspiegeling wordt van de deelnemende partijen. Het doel van de stichting is vastgelegd in de statuten en de bestuurders (en deelnemende partijen) zijn gehouden aan deze doelstellingen.
Vraag 10:
Klopt het dat de raad niet meer in positie komt bij het vervolg van de uitwerking door het college en dus de voorwaarden en uitgangspunten, zoals dat in deze stukken staat, als kaderstelling
dient? Zie deze vraag ook in het teken van de vragen 4-7 waar het gaat om de kaders die eerder door de raad zijn gesteld. Van belang is dus scherp te krijgen wat de positie van de raad is ten
opzichte van het college en de stichting (io). Een belangrijk aandachtspunt bij alle VP’en tenslotte. Antwoord:
5 Als u instemt met dit raadsvoorstel zal het college zich inderdaad buigen over de verdere
uitwerking. Denk hierbij aan de concretisering van de sturing vanuit de gemeente, oprichting van
een stichting en de feitelijke overdracht van het budget. Dit alles binnen de kaders zoals verwoord in het raadsvoorstel
De stichting wordt daarmee een aan de gemeente verbonden partij en overeenkomstig onze nota Verbonden partijen wordt uw raad betrokken.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden