Beantwoording technische vragen ChristenUnie - participatiebeleid
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Datum Zaaknummer Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar
: : : :
Beantwoording technische vragen ChristenUnie participatiebeleid 06-04-2021 1096811 Wethouder Lanser Sjoerd Raemaekers
Beste meneer Stam, Op 6 april 2021 stelde u technische vragen over het participatiebeleid. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Vraag 1: Wordt de nadere uitwerking van wanneer wel en wanneer er niet wordt geparticipeerd uitgewerkt in een Verordening? Graag uitleg waarom dit wel/niet in een Verordening wordt opgenomen. Antwoord: Het voorliggende participatiebeleid is een parapludocument hoe we als gemeente participatie vormgeven. In het raadsvoorstel is beschreven dat in een nadere uitwerking aan de raad zal worden voorgelegd in welke gevallen wel en in welke gevallen niet geparticipeerd wordt. Dit heeft betrekking op de Omgevingswet, die hier ruimte aan de gemeente geeft wanneer geparticipeerd moet worden. Binnenkort komt de uitwerking als lijst met gevallen waarin participatie verplicht is, naar uw raad toe. In welke vorm dit zal worden opgenomen nemen we mee in een verdere uitwerking. Vraag 2: Op welke wijze is de weging van argumenten tot stand gekomen om tot deze keuze van de 4 speerpunten te komen? Het lijkt erop dat deze 4 een selectie is van de 11 stappen uit het Handelingsperspectief, maar de effectiviteit van zo’n methode zit toch vooral in het op de juiste aandacht geven aan alle stappen? Antwoord: Dit participatiebeleid is tot stand gekomen door inbreng van verschillende doelgroepen.
Bij de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie, inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen zijn input en ervaringen opgehaald. Op basis van de verzamelde input hebben we vier speerpunten geformuleerd. Het zijn de accenten waar we in de aankomende jaren éxtra aandacht aan willen geven. We vinden ze zo belangrijk dat ze de rode draad vormen in onze aanpak. We zien namelijk dat we vooral op deze onderdelen nog extra stappen kunnen zetten, zoals we ook bij elk speerpunt hebben toegelicht in het participatiebeleid (bijlage 1). Tegelijkertijd zijn we het met u eens dat de stappen in het handelingsperspectief in de totaliteit bijdragen aan een onderbouwd participatietraject. Het doorlopen van het stappenplan zorgt ervoor dat de juiste vragen worden gesteld om participatie op een passende manier vorm te geven. De stappen zijn overigens vrij om te doorlopen; het gaat er vooral om dat er bij de verschillende stappen wordt stil gestaan. Vraag 3: Hoe is zicht op de beheersing van kosten die de uitvoering van het Participatiebeleid met zich meebrengt, anders dan getotaliseerd in de begroting? a) Bijv. door het werken met en beheersen van specifieke participatiebudgetten in bepaalde gevallen? Zo ja, welke?
2 b) Bijv. door specifiek participatiebudget te laten vaststellen door de gemeenteraad in bepaalde gevallen? Zo ja, waaraan moeten deze gevallen voldoen wil er een specifiek participatiebudget worden aangevraagd? Antwoord: Dit participatiebeleid opteert niet voor een participatiebudget in zijn algemeenheid. Er komen dus geen specifieke participatiebudgetten beschikbaar. De werkwijze zoals we die kennen, wordt voorgezet. Dat betekent dat binnen een individueel project steeds een keuze moet worden gemaakt of participatie nodig is (en op welke manier) en zo ja, dan moet binnen het project daarvoor budget worden vrijgemaakt. Dit kan op de manier waar wij reeds mee werken in de gemeente, namelijk het projectmatig werken. Vraag 4: Op welke wijze en met welke frequentie wordt getoetst of we een effectief participatiebeleid voeren? a) Wanneer doen we het feitelijk goed (genoeg)? Wat zijn daarvoor de kaders? b) Wanneer is de 1e evaluatie gepland? Antwoord: a) Het voorliggende document geeft de kaders weer, namelijk hoe we in de gemeente Molenlanden met elkaar participeren en samenwerken. We hebben acht beloften geformuleerd van waaruit we werken. We zijn ervan overtuigd, met onze inwoners, dat als we deze beloften nakomen we een succesvolle wisselwerking met elkaar hebben. Het biedt onze inwoners ook herkenbaarheid en maakt duidelijk wat van de gemeente mag worden verwacht.
In dit raadsvoorstel stellen we tevens voor om bij elk raadsvoorstel een argument op te nemen over participatie. In deze paragraaf geeft het college aan of er geparticipeerd gaat worden/is, en als dit het geval is, hoe het participatietraject eruit ziet/zag, wie er betrokken worden/waren en wat het moet opleveren/heeft opgeleverd. De raad wordt op die manier aan de voorkant geïnformeerd, kan suggesties doen om een participatietraject nog beter te maken of het college te bevragen hoe een en ander is verlopen vanuit haar controlerende rol. Het handelingsperspectief schetst daarnaast de verschillende stappen waaraan gedacht moet worden om een gedegen participatietraject op te zetten. b) Er is geen evaluatie gepland. Het stuk is juist tot stand gekomen na een (digitale) “evaluatie” waarin we input en ervaringen hebben opgehaald bij verschillende doelgroepen (zoals ook geschetst bij het antwoord op vraag 2). Met dit participatiebeleid willen we participatie handen en voeten geven voor de aankomende jaren. Het handelingsperspectief zien wij als een ‘work in process’-document dat we steeds aanvullen en aanpassen om zo steeds aan de praktijk én de behoefte van de doelgroepen te voldoen. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris, De burgemeester, Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden