Beantwoording technische vragen ChristenUnie - Investeringskrediet Brede School Groot-Ammers
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen ChristenUnie -
Datum
:
22 november 2024
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Investeringskrediet Brede School Groot-Ammers 1228140
Harmen Akkerman Adrie Akkerman
Beste meneer Stam, Op 21 november 2024 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting:
Wij beseffen dat, om een deel van de antwoorden te kunnen geven, wellicht vanuit de geheime bijlage moet worden geciteerd in de beantwoording van onze vragen. Wij verwachten dat het
college hier op de juiste wijze mee omgaat. In onderstaande vragen wordt niet geciteerd uit de geheime bijlage, maar slechts uit het voorliggende raadsvoorstel.
Vraag 1:
Hoeveel voorbereidingskrediet is nog nodig, waar wordt het voor gebruikt en van welk deel in de huidige raming gaat dat dan ten laste? Antwoord:
Op dit moment is het restant van het voorbereidingskrediet ongeveer €400.000. Hierbinnen zijn al verplichtingen aangegaan. Hiermee is het voorbereidingskrediet onvoldoende toereikend om de
ontwerpfase af te ronden. De huidige ramingen van het investeringskrediet zijn gebaseerd op de totale investering en zijn niet gebaseerd op specifieke fasen. Vraag 2:
Door het aanvragen van nog een deel aan voorbereidingskrediet zou je kunnen afleiden dat het
ontwerp nog niet klaar is voor nadere uitwerking na aanbesteding. Welke gevolgen ziet het college voor de huidige ramingen? Zijn ze robuust genoeg en lopen we geen risico door te vroeg de
aanbesteding te starten? Wat gaat er mis als we het investeringskrediet pas toekennen op het moment dat de voorbereiding ervoor helemaal klaar is? Antwoord:
Door de extra tijd die we hebben genomen, om te komen tot gedetailleerde ramingen zijn deze robuust genoeg om te kunnen aanbesteden. De aanbesteding van de architect is nagenoeg
2 afgerond en voorlopig gegund. Deze kan definitief worden gegund na een positief raadsbesluit over het investeringskrediet, omdat anders het voorbereidingskrediet onverantwoord wordt
overschreden. Het later toekennen van het investeringskrediet leidt tot vertraging en extra kosten voor de voorbereiding van een extra gang naar de raad.
Vraag 3:
Hoe verhoudt het gevraagd investeringskrediet zich met de raming van de andere nieuw te bouwen scholen in het IHP en in welke mate zijn de kosten per leerling en per m2 in dit investeringskrediet daarmee vergelijkbaar? Antwoord:
De ramingen van het investeringskrediet zijn gebaseerd op dezelfde normen als in het IHP. Vraag 4:
Waarom ontbreekt een doorkijk naar de opbrengst van de vertreklocaties, terwijl woningbouw een redelijk voor de hand liggende optie lijkt te zijn?
Zijn er wellicht andere opties die nog uitgewerkt moeten worden en is er daarom (ook in 2021 reeds) geen inzicht in te geven, of ziet het college woningbouw juist niet als een reële optie? Antwoord:
Er is nog geen invulling gegeven om te komen tot onderzoek voor de vertreklocaties. Nu er een samenwerkingsovereenkomst is aangegaan met partijen van de Brede school en bij een positief besluit het investeringskrediet beschikbaar is om te komen tot een daadwerkelijke realisatie,
vinden wij het een geschikter moment om de kansen voor de vertreklocaties te gaan onderzoeken.
Vraag 5:
Kunt u aangeven op welke manier de verminderde financiële situatie van de gemeente mee heeft
gespeeld bij de totstandkoming van dit gevraagde budget? Zijn er bijv. kaders meegegeven aan de architect(en) waaruit dit blijkt? Is er gesleuteld aan het oorspronkelijke PvE, zijn er kwaliteitseisen veranderd, worden er andere concessies gedaan wellicht. Omdat de raad de hoogte van het
gevraagde investeringskrediet lastig kan beoordelen, graag wat meer uitleg over de wijze van kadering richting de inschrijvers. Antwoord:
Er is vanaf het begin van de planvorming rekening gehouden met een sober en doelmatig gebouw. Hierop is het Programma van eisen gebaseerd. Tijdens de aanbesteding van de architect is er een taakstellend budget meegegeven. Vanuit het projectmanagement en de Critical friend wordt hierop gestuurd.
Vraag 6:
Aanvullende verkeersmaatregelen worden nu geraamd op 1,4 mln terwijl in 2021 deze fors lager waren geraamd. Kan het college aangeven waar dit enorme verschil door ontstaat en waar dus in
3 2021 geen rekening mee is gehouden? Waarom wordt deze post in het raadsvoorstel zo beperkt
toegelicht, terwijl het een relevante post is voor de toekenning van het investeringskrediet voor de Brede School? Antwoord:
In 2021 was er weinig verduidelijking over gevolgen van de verkeerssituatie in de wijk. Uit
verkeerskundig vooronderzoek is later gebleken dat er verkeersmaatregelen in de wijk nodig zijn
om de verkeersafwikkeling van de school tezamen met de verkeersafwikkeling van de wijk veilig te houden. Het faciliteren van een fietsverbinding is onderdeel van deze maatregelen. Het aanleggen van een fietsverbinding van de nodige bruggen brengen deze extra kosten met zich mee.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Marko Does
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden