Beantwoording technische vragen ChristenUnie - integraal beheerplan buitenruimte
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen ChristenUnie – integraal
Datum
:
29 juni 2021
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
beheerplan buitenruimte 1107341
Wethouder Quik
Denis Burggraaf / Bastiaan Pellikaan / Willem Andeweg
Beste meneer Timmer, Op 25 juni jl. stelde u technische vragen over het integraal beheerplan buitenruimte. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Vraag 1:
De kosten voor zetting zijn het hoogst; maar liefst € 800.000 per jaar.
Ligt hier een onderbouwing (met eventueel conditiemeting c.q. onderhoudsopname) aan ten
grondslag hoe u aan dit bedrag komt? En is er grofweg een specificatie te geven welke onderdelen dit vooral zijn; bijv. bruggen, infra, wegen, etc.? Antwoord:
De opgenomen kosten voor zetting zijn gemiddelde bedragen over een lange periode. In de huidige situatie (investeringen) worden bij te verwachten extreme zettingen reeds maatregelen toegepast. Binnen dit voorstel is er een uitbreiding en verbetering van deze maatregelen opgenomen, waardoor de zettingen bij met name wegen nog meer worden gereduceerd. Hierdoor wordt de levensduur van de wegen verlengd en zijn de totale maatschappelijke kosten op lange termijn lager. Bij elk afzonderlijk werk wordt tijdens de voorbereidingsfase onderzoek gedaan naar de werkelijk toe te passen maatregel (maatwerk). Vraag 2:
Zijn de kosten voor zetting te verlagen c.q. deels te voorkomen door gerichter te kiezen waar
bebouwing in de toekomst wordt gepland of op andere manieren? Zo ja, welk soort gebieden zijn beter geschikt om te bebouwen vanwege zetting en welke andere mogelijkheden zijn er om de kosten te verlagen? Antwoord:
Bij nieuwbouwprojecten kunnen de beheerkosten worden verlaagd door de locatie integraal, kwalitatief goed bouwrijp te maken. In de meeste gevallen moet dan voldoende tijd genomen worden om de locatie in zijn geheel voor te belasten.
2
De ondergrond is hierbij van groot belang en door dit te combineren met de diverse plannen en visies (toekomstvisie, woonvisie, verkeersvisie, riolering enz) kan hieraan gemeentebreed invulling worden gegeven.
Vraag 3:
Als voor financieringsoptie 4 (de combi) gekozen wordt; waar denkt het college dan aan qua
verdeling van de investeringskosten. Dus welk deel eenmalig uit de Algemene Reserve financieren en welk deel jaarlijks? Hoelang is dit voor de Provincie houdbaar en tot welke limieten kan de gemeente gaan? Kortom: Wat zijn de mogelijkheden?
Antwoord:
De jaarlijkse extra kapitaallasten ( rente en afschrijving) die nodig zullen zijn om de investeringen te kunnen betalen kennen verschillende dekkingsvarianten. Idealiter is het zo dat we directe kosten ook direct uit onze exploitatie moeten betalen, dit is ook de meest wenselijke manier voor de provincie. Onze huidige exploitatie geeft die ruimte simpelweg niet om het zo in te steken. Mocht hier toch voor gekozen worden, gaat dit ten koste van iets anders waarop bezuinigd zal moeten worden om een sluitende begroting te krijgen, dit beeld zien we nu ook terug in de kadernota. De ‘hybride optie’ (optie 4) zoals we deze ook wel kunnen noemen zorgt er eigenlijk voor dat we een deel van de lasten in 1x nemen via de algemene reserve en ook een deel gaan ingroeien via een jaarlijkse storting naar een bestemmingsreserve. De wenselijke of optimale verhouding kan pas worden aangegeven bij het opstellen van de begroting 2022 omdat we dan exacter kunnen duiden wat ons begrotingsresultaat zal zijn en hoeveel ruimte er over zal blijven om via de exploitatie te kunnen ‘dragen’. De verwachting is dat op termijn door de provincie het sparen binnen een bestemmingreserve gezien zal worden als structurele lasten die we niet structureel kunnen dekken.
Vraag 4:
In het raadsvoorstel (punt 2.3) en de bijlage staat bij ‘Duurzame Buitenruimte’ voortzetten (uitgangspunt 2) staat o.a. het volgende bij Klimaat (pag. 10 bijlage): -
Op naar een klimaatbestendig Molenlanden 2050
-
Duurzaamheid in gebiedsontwikkeling
-
de Ambitiewijzer duurzaam, klimaatbestendig en circulair Concreet betekent dit dat in het kader van harmonisatie voor gebieden in kernen met een
A-kwaliteit Molenlanden-breed duurzame materialen met een plus-kwaliteit worden toegepast -
Daarnaast heeft voormalige gemeente Giessenlanden (evenals vele andere gemeenten
(203), instanties, vastgoedbeheerders, aannemers, etc.) in het verleden het FSC-convenant
ondertekend voor het gebruik van keurmerk hout en andere materialen uit duurzaam beheerde bossen voor zichzelf en in het aanbestedingsbeleid voor uitbesteding van werk opgenomen. (FSC=Forest Stewardship Counsel; zie https://nl.FSC.org/nl). Denk o.a. Keurhout voor:
3 beschoeiingen, damwanden, bruggen, palen langs wegen, etc. Ook circulair materialen vallen hieronder.
Is het FSC convenant met de gemeente nog van kracht? Zo niet; is er een ander uitgangspunt of normering gekozen om FSC- en circulaire materialen toe te passen? Antwoord:
Het FSC convenant is een standaard werkwijze binnen onze gemeente en vormt een belangrijk uitgangspunt. Daarnaast streven we naar duurzame oplossingen en worden pilots uitgevoerd op het gebied van circulariteit. (Voorbeeld: Brug Watermunt over Doetse Vliet in Giessenburg; deze brug is met hergebruikt materiaal vormgegeven.)
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden