Beantwoording technische vragen ChristenUnie - Beleidskader bedrijvigheid
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen ChristenUnie –
Datum
:
8 januari 2024
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Beleidskader bedrijvigheid 1198041
Wethouder Piet Vat
Wiedo Mulder / Marc Trouwborst
Beste meneer Timmer, Op 2 januari 2024 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord.
Beoordelingscriteria:
U geeft aan dat bij bestaande bedrijven (waar dit kan) standaard uitbreidingsmogelijkheden komen tot 10% en u overweegt 30% toe te staan.
Wel moet dit aan de genoemde voorwaarden, regelgeving en beleid voldoen. Vraag 1: Kunt u een beknopt beeld schetsen hoe hiervoor objectieve toetsingscriteria toegepast
c.q. gemaakt worden met een beoordelingsmethode om aan de voorwaarden, regels en beleid te voldoen? Komt hiervoor een beoordelingssystematiek of is dit al geborgd, zo ja waarin? Antwoord:
Uw vraag gaat over de zogenaamde solitaire bedrijven in linten. In het voorliggende beleidskader bedrijvigheid zijn voorwaarden voor uitbreiding opgenomen. Zo mag een uitbreiding eenmalig plaatsvinden. Andere voorwaarden zijn meer kwalitatief van aard. Dit zijn de aspecten milieu,
verkeer, landschap, natuur, bereikbaarheid en worden beoordeeld bij een concrete aanvraag. Er
zijn voldoende handvaten aanwezig om de aanvaardbaarheid van een aanvraag tot uitbreiding te beoordelen.
Bestaande zgn. knelpunt-bedrijven in dorpen en linten:
U geeft aan om met lokale zgn. knelpunt-bedrijven in gesprek te gaan en de 1e keus te geven om te verplaatsen.
Vraag 2: Komen voor deze bedrijven ook objectieve beoordelingscriteria in relatie met de urgentie?
Antwoord:
In het beleidskader bedrijvigheid is opgenomen dat bedrijven die nu legaal gevestigd zijn, zelf de
keuze dienen te maken om te verplaatsen. Een aantal van deze bedrijven kunnen overlast voor de
omgeving verzorgen, bijvoorbeeld door verkeer. Deze bedrijven noemen we ‘knelpunt-bedrijf’. Er is geen lijst met objectieve criteria. Aan de hand van signalen van omwonenden en eigen
2 constateringen, kan een bedrijf een ‘knelpunt-bedrijf’ worden. Op dat moment kunnen we met een bedrijf in gesprek gaan om te verkennen of de hinder beperkt kan worden, maar ook om
toekomstplannen te bespreken, mee te denken en waar mogelijk te faciliteren. We hebben geen
instrument in handen om een dergelijk bedrijf te verplaatsen en geven bedrijven geen 1e keus om te verplaatsen.
Beeldkwaliteitsplan:
Voor diverse bedrijfsterreinen werd een beeldkwaliteitsplan opgesteld met o.a. (natuur)kleuren,
materiaalgebruik, verlichting, reclame, een robuuste groene zone om het gebied om het gebied zoveel mogelijk uit het zicht te onttrekken, landschappelijke inpassing, etc.
Vraag 3: Bij welk beleid of visie en wanneer wordt voortaan een beeldkwaliteitsplan geregeld? Antwoord:
Bij een concrete ontwikkeling voor een bedrijventerrein of uitbreiding daarvan, die een behoorlijke impact heeft op de omgeving, zullen in de ruimtelijke procedure afspraken over de beeldkwaliteit worden gemaakt. Bijvoorbeeld in het bestemmingsplan ‘bedrijventerrein Parallelweg’ zijn regels over beeldkwaliteit opgenomen.
Vraag 4: Hoe en waar wordt voortaan geborgd dat er een robuuste groene zone om de
bedrijfsterreinen komt zodat deze zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken worden? (Verwijzend naar het meermaals genoemde voorbeeld Schelluinen-West fase 1.): Antwoord:
Dergelijke afspraken worden vastgelegd in een ruimtelijke procedure (bijvoorbeeld als
voorwaardelijke verplichting in de regels) en in de bijbehorende anterieure overeenkomst. Deze manier van vastleggen is toegepast bij Schelluinen-West fase 2.
In het Omgevingsplan zal dit wellicht een andere term krijgen, maar de strekking blijft gelijk.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden