Beantwoording technische vragen ChristenUnie - Belastingverordeningen
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen ChristenUnie -
Datum
:
8 december 2023
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
belastingverordeningen 1195219
Wethouder Visser
Robert van Oenen
Beste mevrouw Muis en meneer Stam, Op 4 december 2023 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Vraag 1:
Toelichting: Met betrekking tot beslispunt 3: is 25% kostendekkend voor leges van
milieubelastende activiteiten niet een laag startpercentage? Waarom zouden we de rest van de kosten voor onze rekening nemen (via de exploitatie en als deze negatief is via de algemene
reserve) en dus alle inwoners 75% van die kosten laten betalen, terwijl we het uitgangspunt toch ook is ‘de vervuiler betaalt’. a.
Graag een grondige verduidelijking waarom voor een ingroeimodel wordt gekozen i.p.v.
ons beleid toe te passen van 100% kostendekkendheid en met het in het algemeen door onze gemeente gevoerde beleid rond ‘de vervuiler betaalt’ (zie ook de onderlegger van Diftar). De
huidige toelichting is wat ons betreft te mager namelijk (het zullen ongeveer maar 9 aanvragen zijn, het is een nieuwe belasting, dus inschatting blijft lastig en in de regio is dat zo met elkaar afgesproken). b.
Wordt op deze manier niet (indirect) een subsidie door de gemeente gegeven aan
bedrijven die een of meerdere milieubelastende activiteiten uitvoeren en dient dan dus ons subsidiebeleid niet ook te worden aangepast hiermee? c.
Welke route (lees jaartal) heeft ‘de regio’ uitgestippeld om wél tot 100%
kostendekkendheid te komen en blijven we als gemeente in die afsprakenset totdat de 100% is bereikt meedoen of bepalen we zelf ons beleid daarin? Antwoord:
Voor de milieubelastende activiteiten wordt gekozen voor een ingroeimodel om meerdere redenen.
De milieuleges betreffen een gemeentelijke taak waarvoor leges konden worden geheven totdat
deze in 1998 werden afgeschaft. Destijds heeft het Rijk besloten om de milieuleges af te schaffen en een extra bijdrage aan de gemeenten te doen via het Gemeentefonds. Met de komst van de
Omgevingswet is de heffingsmogelijkheid voor milieuleges weer ingevoerd. Dit heeft niet geleid
2 tot een aanpassing van het Gemeentefonds. Bij de overdracht van de verschuiving van provinciale inrichtingen naar de gemeente is het Gemeentefonds aangepast. De gemeente ontvangt via het Gemeentefonds een bijdrage om de vergunningverlening uit te voeren die niet meer
kostendekkend is. Daarmee verdwijnt de kosteloze dienstverlening voor aanvragers door invoering van de leges.
Binnen de milieuleges zijn er conform het Besluit activiteiten leefomgeving 8 bedrijfstakken.
Onder deze bedrijfstakken vallen vervolgens weer diverse bedrijfstypen. De inschatting van de
legesgebonden taken van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zijn op een zo goed mogelijke wijze tot stand gekomen. Het aantal aanvragen binnen de diverse bedrijfstakken is beperkt, het opdoen van kennis en ervaring met de diverse milieubelastende activiteiten zal daardoor ook
meerdere jaren gaan omvatten. De regionale wens is om in een geleidelijk proces toe te groeien naar 100% kostendekkende leges. Dit proces is afhankelijk de hoeveelheid aanvragen die er komen.
Regionaal optrekken en gelijke tarieven vaststellen zorgt voor duidelijkheid richting de
vergunningplichtigen en bij de Omgevingsdienst. Dit voorkomt ook dat bedrijven die rond
gemeentegrenzen zijn gehuisvest een milieubelastende activiteit om reden van leges naar een andere gemeente verplaatsen. Vraag 2:
Met betrekking tot beslispunt 8: a.
is er contact opgenomen met brancheorganisaties om tot deze berekening te komen?
c.
om hoeveel huishoudens zou het ongeveer gaan?
b. d.
hoe wordt geëvalueerd of dit bedrag een reëel bedrag is?
M.b.t. de privacy: niet iedereen heeft een medische verklaring van een arts. Hoe voorkom
je dat mensen uit schaamte voor bijvoorbeeld een grote hoeveelheid incontinentiemateriaal – deze vrijstelling niet aanvragen en daardoor met hoge lasten komen te zitten? Antwoord:
Er is afstemming geweest met Waardlanden rondom de momenteel door hen uitgezette container met geel deksel. Deze containers zijn uitsluitend bestemd voor mensen met een medische
aandoening en die om die reden meer afval produceren. Waardlanden heeft hierbij geconstateerd dat er veelvuldig misbruik van deze service werd gemaakt en stopt daardoor met deze
dienstverlening. Doordat Waardlanden met deze dienstverlening stopt bij het ingaan van Diftar is ervoor gekozen om middels een medische vrijstelling deze inwoners toch te compenseren.
Na invoering Diftar op 1 januari 2024 zal er Waardlanden breed een evaluatie proces opgestart
worden. Bij dit evaluatie proces zal onder andere de medische compensatie worden onderzocht.
Hierbij wordt bekeken of het momenteel vastgestelde bedrag reëel is. Waar nodig kan bijgestuurd worden per gemeente.
Het zal, volgens verwachting van Waardlanden, gaan om circa 250 huishoudens. Met de privacy
van de aanvragers zullen wij zeer zorgvuldig omgaan, zodat dit voor inwoners geen belemmering
3 wordt. Het feit dat iemand de vrijstelling aanvraagt is alleen bekend bij de belastingmedewerkers van de gemeente. Vraag 3:
Met betrekking tot beslispunt 9: de ChristenUnie wil rust in het huishoudboekje… Dat bereik je
niet door de kwijtschelding te maximeren. Zeker ook niet doordat inwoners zélf nog niet kunnen inzien hoeveel stortingen zij al hebben gedaan. Op welke manier past dit in ons armoedebeleid? Antwoord:
Vanuit circulair afvalbeheer is het van belang dat al onze inwoners worden betrokken om een trendbreuk te realiseren en minder restafval te realiseren. In de evaluatie van Diftar, zoals
benoemd bij vraag 2, wordt ook de hoogte van de kwijtschelding meegenomen. De huidige norm is gebaseerd op het gemiddeld aantal aanbiedingen van restafval dat een huishouden in de gemeente naar verwachting heeft. Vraag 4:
Met betrekking tot beslispunt 10: de lasten van deze vrijstelling die daarmee niet worden gedekt
door de afvalstoffenheffing, drukken daarmee op de exploitatie (en bij negatieve uitkomst dekking vanuit de AR) en dus betaalt elke inwoner een klein stukje mee aan een deel van de afvallasten.
Waarom slaat het college het bedrag aan vrijstelling niet om in het tarief voor alle vervuilers. Ons
beleid is tenslotte gericht op 100% kostendekkendheid. Mag het niet volgens de BBV richtlijnen of is het logischerwijs niet toe te rekenen aan dit beleidsveld, of is er een andere reden?
Kortom, graag duidelijkheid waarom er niet voor 100% kostendekkendheid is gekozen in dit geval. Het is toch een raar getal wat ook voor (financiële) verwarring kan leiden (zie bijvoorbeeld ook het antwoord op een technische vraag deze week omtrent Waardlanden waar het college wel de 100% kostendekkendheid hanteert bij afvalstoffenheffing als beleidsregel, terwijl er in dezelfde week
een raadsvoorstel ligt waar 99% wordt genoemd. Iets wat zomaar ertussendoor kan glippen dus. Antwoord:
Het beleid is gericht op een 100% kostendekkende heffing. De totale lasten van de inzameling en verwerking van de huishoudelijke afvalstoffen worden daarom omgeslagen richting de
huishoudens via de afvalstoffenheffing. Het invoeren van een vrijstelling zorgt ervoor dat er geen
inkomsten gegenereerd worden voor bepaalde dienstverlening. Belastingwetgeving, jurisprudentie en de verantwoording voor het BBV zorgen ervoor dat deze misgelopen inkomsten moeten leiden tot een aanpassing in de kostendekkendheid. De borging van de kostendekkendheid is
opgenomen in de berekening van de tarieven. Hierbij wordt de medische vrijstelling specifiek meegenomen.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden,
4 De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden