Beantwoording technische vragen CDA - bp Brandwijksedijk 49 Brandwijk
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen CDA – bestemmingsplan
Datum
:
18 oktober 2022
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Brandwijksedijk 49 Brandwijk 1153456
Arco Bikker
Joris Wijnakker
Beste meneer De Jong, Op 17 oktober 2022 stelde u technische vragen. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord.
Op 13 oktober ontving de gemeenteraad aanvullende informatie over het bestemmingsplan Brandwijksedijk 49 te Brandwijk.
De beantwoording over ‘Overgangsrecht i.r.t. stikstof’ blijven voor de CDA-fractie vragen oproepen. We trekken het antwoord hieronder uit elkaar, en we stellen er een paar verduidelijkende vragen tussen de delen van het antwoord. Vraag a:
De beantwoording zegt dat na vaststelling en inwerkingtreding de agrarische activiteiten onder het overgangsrecht gaan vallen. Correct? Antwoord:
Dat is correct. Vraag b:
De beantwoording zegt dat op de (nieuwe) woonbestemming géén stikstofrechten komen. Correct?
Antwoord:
Dat is correct. Vraag c:
De beantwoording zegt dat daar waar de agrarische bestemming BLIJFT de stikstofrechten NIET vervallen. Onze vraag: waar blijft in dit plangebied dan de agrarische bestemming, nadat het agrarisch bouwblok weg bestemd is? Antwoord:
2 De afbeelding op de volgende pagina is een uitsnede van ruimtelijkeplannen.nl. Het lichtgroene vlak waar de rode cursor in staat heeft ook in het nieuwe bestemmingsplan nog steeds de
bestemming ‘Agrarisch met waarden’ dus daarbinnen is het agrarisch gebruik van gronden toegestaan, ook al is het bouwblok weg. Binnen dit vlak staat ook alle agrarische
bedrijfsbebouwing waar dieren worden gehouden dus waar emissies plaatsvinden.
Vraag d:
De beantwoording spreekt ook over eventuele overige vergunningen voor natuur en milieu. Wij
concentreren ons op de vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet, waar nu zo veel over te doen is. Valt deze vergunning in uw beantwoording onder de ‘overige vergunningen’ of niet?
Antwoord:
In de brief van 13 oktober werd met ‘overige vergunningen voor natuur en milieu’ gedoeld op
vergunningen die op grond van het Activiteitenbesluit Milieubeheer vereist zijn. Een veehouderij
heeft bijvoorbeeld vanaf een bepaald aantal landbouwhuisdieren een vergunning nodig of voor het opslaan van mest vanaf een bepaalde omvang. De Omgevingsdienst ziet hierop toe en behandeld deze voor de gemeente. Welke er precies voor dit specifieke agrarische bedrijf gelden hebben wij niet overzichtelijk, maar we kunnen wel garanderen dat deze van kracht blijven na
inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Deze zijn gekoppeld aan het bedrijf en niet aan het bestemmingsplan.
Vraag e:
Als het antwoord op vraag d. ontkennend is: vallen de stikstofrechten dan ook na vaststelling en inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan onder een overgangsrecht? Bestaat in de Natuurbeschermingswet ook het overgangsrecht? Antwoord:
Een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming blijft net als de vergunningen bedoeld in het vorige antwoord gewoon van kracht na vaststelling en inwerkingtreding van het
3 bestemmingsplan. De term ‘overgangsrecht’ is lastig in deze context, omdat dit per definitie
alleen van toepassing kan zijn op besluiten van algemene strekking (zoals een verordening of een bestemmingsplan). Een vergunning is een beschikking, die is geldig of wordt ingetrokken, maar
daarop is het hele concept ‘overgangsrecht’ niet van toepassing. De achtergrond van de vraag – of de stikstofrechten na vaststelling van het bestemmingsplan in stand blijven voor deze agrariër – daarop is het antwoord ja.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Leon Anink
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden