Beantwoording technische vragen begroting 2024
Tekst van het document
Begroting 2024 Beantwoording technische vragen
Partij PM
Pagina Vraag Raads- In paragraaf 1.3 van het raadsvoorstel wordt in voorstel de kop gezegd, dat er een stijging van de woonlasten is van 10%, maar verder wordt toegelicht, dat het om een stijging gaat van 6,5%. Waar dient nu van te worden uitgegaan?
Antwoord De woonlasten stijgen met 6,5%. Het percentage in de kop van deze paragraaf is een foutje.
PM
Raads- In 1.3 van het raadsvoorstel wordt gesteld, dat voorstel de afvalstoffenheffing in 2024 € 403 zal bedragen, in 2023 is dat € 370. Is dit bedrag voor 2024 de algemene heffing? Is rekening gehouden met het DIFTAR-tarief? Zo nee, hoe verklaart u dan de stijging in 2024?
Een gemiddeld meerpersoonshuishouden betaalt in 2023 370 euro. Dit wordt in 2024 403 euro. Hiermee is de kostendekking 100%. In dit bedrag is rekening gehouden met DIFTAR. Het berekende bedrag bestaat uit een vast gedeelte en een deel wat gebaseerd is op een gemiddeld aanbod van afval. De stijging van dit bedrag komt door de hogere kosten van Waardlanden. De kostenstijging komt met name door de nieuwe CAO voor ambtenaren bij Waardlanden ( = + 10%), extra personele inzet (uitbreiding van de vaste formatie) en door de toegenomen inflatie. De exacte tarieven worden in de raadsvergadering van december behandeld.
2
Partij CU
Pagina 22
Vraag Op pag. 22 bovenaan staat dat er nu 207 kilo restafval per inwoner per jaar is (2021) maar in de KN 2024 staat 230 kilo in 2020. Waarom wordt niet het gewicht per 2022 als uitgangspunt genomen, dat moet toch al lang bekend kunnen zijn? Zo ja, hoeveel kilo is dat inmiddels? Waarom wordt overigens niet ook het grof huishoudelijk afval meegenomen (33 kg pj/pi in 2021: zie waarstaatjegemeente.nl)
Antwoord Elk jaar wordt door Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid een monitoringsrapportage gemaakt op basis van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat. In het Uitvoeringsprogramma staat een onderdeel van het aantal kilo restafval per inwoner per jaar. Hierbij maakt OZHZ gebruik van de databron afvalmonitor van Rijkswaterstaat. Elk jaar wordt deze databron opnieuw gebruikt om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen in hoeverre het aantal kilo restafval stijgt of juist daalt. In deze databron is 2021 het meest recente wat opgeleverd is, er zijn voor 2022 nog geen gegevens beschikbaar. Na het uitgeven van deze data wordt er gedurende het jaar erna een herziening gedaan door de databron of de data van het jaar ervoor klopte of nog enigszins aangepast moet worden. Vaak kan hier een nuance verschil in zitten. Overigens klopt de 230kg in 2020 wat in de KN 2024 staat deels. Vanuit de informatie de we krijgen vanuit Waardlanden over het aantal kg restafval per inwoner krijgen we deze gegevens Waardlanden breed, niet gespecificeerd voor Molenlanden. Waardlanden breed was het 230kg restafval per inwoner in 2022, maar in Molenlanden specifiek was het in 2022 208kg te zijn volgens de monitoringsrapportage. Vanuit de Rijksoverheid zijn er verschillende ijkpunten gezet om richting een circulaire economie te gaan. Hier focussen ze zich onder andere op restafval per inwoner.
Een circulaire economie is sec gezegd dat er geen aanspraak wordt gemaakt op fossiele brandstoffen en deze grondstoffen in dezelfde vorm kunnen worden hergebruikt of de levensduur ervan verlengd kan worden. Deze zijn in de Strategienota vertaald naar Waardlanden gebied. Bij het opstellen van de Strategienota is er gekeken naar de invoering van Diftar in de gemeente Gouda en Ede. Deze gemeenten hadden na instellen van Diftar ook een daling in de hoeveelheid grof restafval. Naar aanleiding hiervan neemt Waardlanden met de gemeenten extra maatregelen om ook een afname in grofvuil te kunnen waarborgen. De Waardlanden gemeenten scoren echter lager voor het aantal kg restafval per inwoner dan de meeste andere gemeenten in Nederland. We willen eerst kunnen aantonen dat het aantal kg restafval per inwoner daalt als we hier volledig op inzetten en nemen naar aanleiding daarvan de nodige vervolgstappen voor andere stromen.
3
Partij CU
Pagina 27
Vraag Antwoord Op pagina 27 staat bij ‘wat gaan we ervoor doen’ Dit moet inderdaad 'inclusiviteit' zijn. bij de voorlaatste bullet dat we voor C3 meer verbreden naar exclusiviteit. Moet dat niet inclusiviteit zijn? Zo niet, graag uitleg waarom verbreding naar meer exclusiviteit bijdraagt aan brede inclusie en wat de exclusiviteit daarbij inhoudt.
CU
30
Pag. 30: in de begroting staat bij Mutaties sociaal loket (€ 906.000 structureel) maar in de KN 2024 stond dit op 241.000). Vanwaar het verschil?
De mutaties voor het Sociaal Loket worden financieel onderbouwd met de ontvangen declaraties. Op het moment van uitvraag voor de Kadernota 2024 zijn er van de aanbieders huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en dagbesteding nog maar 2 declaraties binnen. Dit geldt ook voor de factuur van het collectief vraagafhankelijk vervoer (MolenHopper). Bij de uitvraag voor de Begroting 2024 zijn er minimaal 8 declaraties van de aanbieders en de vervoerder van de MolenHopper ingediend. Hierdoor kan er een beter inschatting van de verwachte kosten worden gemaakt. Ook is er een beter beeld van de ontwikkeling van de toename van het aantal cliënten in Molenlanden. De verwachte kosten voor huishoudelijke ondersteuning, individuele begeleiding en dagbesteding zijn nu gebaseerd op basis van de afgegeven indicaties x het tarief van 2023 x 47 weken (gemiddelde inzet op jaarbasis). Ook is bij individuele begeleiding en dagbesteding rekening gehouden met een indexering van 7.52%. Bij de huishoudelijke ondersteuning is rekening gehouden met een indexering van 6%. Ook het gebruik van de MolenHopper zien we na de coronajaren weer toenemen. Bij de MolenHopper is rekening gehouden met een indexering van 4%. Tegenover de indexeringen (lasten) staat het vervallen van de stelpost indexeringen (baat).
4
Partij CU
Pagina 32
Vraag
CU
35
Pag. 35 1.5 ‘alg dekkingsmiddelen en onvoorzien’ In 2021 en 2022 was de compensatie 50 euro en in 2023 30 euro. Destijds is genoemd bij onderdeel ‘Lokale heffingen’: de 30,- per dat het onze voorkeur heeft deze compensatie af te bouwen. Vorig jaar was de stijging huishouden (zie amendement op de begroting 8 procent. Nu presenteren we een stijging van 6,5 %. Dit is naar onze mening een reële 2023) compensatie kostte de gemeente minder stijging in deze tijd. dan 6 ton, terwijl we nu een overschot van 8 ton begroten. Waarom stelt het college nu geen compensatie voor?
Bij ‘wat willen we bereiken; onder het kopje Dienstverlening mis ik wat er in de KN 2024 staat op pag 15: Kerngericht werken: regelmatige ontmoetingen met inwoners. Bijvoorbeeld over initiatieven, sociale en ruimtelijke vraagstukken. De ontmoetingen worden zoveel mogelijk bij de inwoner thuis of bij de inwoner in de buurt/kern georganiseerd. (C.4). Waarom is dat niet uitgewerkt in de begroting 2024?
Antwoord Dit onderdeel is per abuis niet opgenomen in de Begroting 2024. Dit betekent echter niet dat kerngericht werken in 2024 komt te vervallen. Dit blijkt ook uit de overige onderdelen die zijn opgenomen onder 'Stads en dorpsgericht werken' en 'Dienstverlening'. Zo staat op pagina 28 bijvoorbeeld "Ontmoetingen met inwoners organiseren. Bijvoorbeeld over initiatieven, sociale en ruimtelijke vraagstukken. De ontmoetingen worden zoveel mogelijk bij de inwoner thuis of bij de inwoner in de buurt/kern gehouden (D3)"
5
Partij CU
Pagina 41
Vraag Afvalstoffenheffing: In de begroting van 2023 stond: De kosten voor het afvalbeleidsplan en de invoering van DIFTAR worden gedekt vanuit de algemene reserve en de egalisatievoorziening, hierdoor is het kostendekkingspercentage in 2023 91 %. In de begroting 2024 staat: Voor de afvalstoffenheffing geldt conform de kadernota dat de kosten van afvalinzameling en verwerking voor 100% door de heffing worden gedekt. a. In de KN 2024 heb ik dat niet kunnen vinden. Op welke passage van de KN 2024 baseert het college zich op bovenstaande kostendekkendheid? b. waarom zijn de kosten voor invoering van Diftar in de totale lasten meegenomen (zoals de tekst suggereert) en niet uit de AR gedekt, zoals in een amendement destijds is besloten?
Antwoord De implementatie van Diftar is in 2024 niet meer van toepassing en maakt integraal onderdeel uit van het tarief, dit in tegenstelling tot 2023. Hier worden kosten inderdaad conform eerder vastgesteld raadsbesluit gedekt en verwerkt. Dit is terug te zien in de jaarrekening 2022 en zal wederom verwerkt worden in de jaarrekening 2023. Een passage in de Kadernota 2024 is hier inderdaad niets over terug te vinden omdat implementatie dan reeds is afgerond en niet meer van toepassing is. De beantwoording onder b is dat kosten die met de implementatie worden gedekt conform eerder voorgesteld voorstel. Vanaf 2024 is van implementatie geen sprake meer maar is DIFTAR 100% operationeel.
Audit 63 commissie/ VVD
De nieuwe wetgeving NIS2 heeft financiële In de teksten is de ontwikkeling aangegeven, er is nog geen budget aangevraagd. Het gevolgen voor onze gemeente. Op welke manier bedrag is namelijk nog niet in te schatten en daardoor niet te onderbouwen. Ook is nog is hier in de begroting rekening mee gehouden? niet inzichtelijk wat er al aan budget is en wat dan nog nodig is.
PM
Worden de fractievergoedingen geïndexeerd. Met welk percentage? Zo nee, waarom niet?
66
Bedankt voor de oplettendheid. Wij zullen dit corrigeren en de indexering doorvoeren. Dit wordt opgevangen binnen de personeelsbegroting en resulteert niet in een verhoging van de begroting.
6
Partij Pagina Audit 108 commissie/ CDA
Vraag Er is nog altijd 4,9 mln van de algemene reserve gereserveerd voor de afrit A27 vanuit de voormalig gemeente Giessenlanden. Wordt dit bedrag geïndexeerd ivm de prijsstijgingen van de afgelopen jaren?
Antwoord Eind 2023 zullen wij u informeren met een RIB over de (on-)mogelijkheden van aantakking op de nieuwe aansluiting op de A27. Indexering van het gereserveerde bedrag in de begroting wordt op dit moment niet nodig geacht, mede omdat de hoogte niet gebaseerd is op een uit te werken plan.
7