Beantwoording politieke vragen CDA - Uitbreiding Vakantiepark M i.r.t. aanwijzing locaties windturbines
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Datum
:
Portefeuillehouder
:
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Beantwoording politieke vragen CDA - Uitbreiding
Vakantiepark Molenwaard (onderdeel Agri- en Food campus) in relatie tot raadsvoorstel aanwijzing locaties windturbines. 26 juni 2024 1214703 Jan Lock
Willem van Valen
Beste meneer De Jong, Op 18 juni jl. stelde u politieke vragen aan het college conform artikel 55 van het Reglement van Orde. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting:
Geacht college, Uw raadsvoorstel 1214703 houdt onze gemoederen bezig en blijft bij ons vragen oproepen. Dit
keer gaan onze vragen over de relatie tussen uw voornemen om een Agri- en Foodcampus aan te leggen en uw raadsvoorstel over de aanwijzing van locaties van windturbines. De feiten: A.
Op 14 mei 2024 is er bij uw college en de gemeenteraad een brief binnengekomen van de
heer Michael van Hoorne, als DGA van Familie Resort Molenwaard. In deze brief kondigt hij aan dat, als het gemeentebestuur besluit om zoekgebied M en L definitief aan te wijzen voor het
plaatsen van windturbines binnen een straal van 2 km van het resort, hij ons voor economische
schade volledig aansprakelijk zal stellen. In zijn bijgevoegde schriftelijke inspraakreactie spreekt hij de verwachting uit dat die economische schade desastreus zal zijn:’ Ons park zal direct een groot deel van de inkomsten kwijtraken en waarschijnlijk binnen afzienbare tijd failliet gaan’. B.
Op 5 juni 2024 heeft u ons een raadsinformatiebrief toegestuurd (nr. 1212234) die over
de Gebiedsvisie Agri- & Food Campus, Vakantiepark Molenwaard en sportpark De Put in Ottoland
ging. U en de provincie staan positief tegenover het initiatief, waarvan de heer Michael van Hoorne één van de twee bedenkers is. Het initiatief voorziet in een uitbreiding van Vakantiepark Molenwaard van 860 bedden nu, naar minimaal 1500 bedden in de toekomst. C.
Op 12 juni heeft u tot het raadsvoorstel 1214703 besloten. In het voorgestelde
raadsbesluit wordt gerefereerd naar de Bestuursovereenkomst, waarin we in afspraak 5 lezen dat de ondertekenaars van het akkoord met elkaar moeten overleggen om de locaties die de
gemeenten voorstellen (in het raadsbesluit stelt u alle shortlistlocaties voor) zo snel mogelijk planologisch mogelijk te maken, door middel van milieueffectraportages, wijziging van de
2 provinciale omgevingsverordening en vergunningverlening. Door in het raadsbesluit te refereren naar het bestuursakkoord lijkt afspraak 5 een integraal onderdeel van het raadsbesluit te zijn.
Vraag 1:
Staat het door u gesteunde initiatief van de heer Van Hoorne op gespannen voet met het door u
voorgestelde raadsbesluit? Daarin lijkt onze gemeenteraad er namelijk mee in te stemmen dat ook de locaties L2 en M door Provinciale Staten in de gewijzigde omgevingsverordening opgenomen
worden als de omgevingseffectrapportage (hierna: OER) daartoe geen belemmering vormt. Is dat de conclusie die we moeten trekken na het lezen van het raadsbesluit? Antwoord:
Ten aanzien van uw opsomming van feiten merken wij op dat het initiatief voor het vakantiepark Molenwaard uitbreiding naar 1500 bedden betreft.
In het raadsvoorstel stellen wij u voor om Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland te verzoeken om de locaties S en J als voorkeurslocaties op te nemen in het omgevingseffectrapport. Uw besluit
conform ons voorstel betekent niet dat u daarmee ook instemt met het opnemen van de locaties
L2 en M in de provinciale omgevingsverordening. Daarmee conflicteert ons principe-besluit over de Gebiedsvisie Agri-Food campus dus niet met het voorgestelde raadsbesluit. Vraag 2:
De heer Van Hoorne heeft ons op voorhand reeds aansprakelijk gesteld voor economische schade die hij gaat leiden. Zou het niet verstandig zijn om de verdere ontwikkeling van de Gebiedsvisie
Agri- en Foodcampus op ‘hold’ te zetten totdat Provinciale Staten besloten hebben al dan niet de locaties L2 en M op te nemen in de gewijzigde provinciale omgevingsverordening? Antwoord:
Ten behoeve van het opstellen van een correct en volledig omgevingseffectrapport zullen we alle nieuwe en bestaande ontwikkelingen bij de provincie onder de aandacht brengen. Wij zullen ons principe-besluit over de Gebiedsvisie Agri- en Food Campus communiceren met de provincie
Zuid-Holland en inbrengen in het traject voor de uitvoering van de OER, met de vraag om met
deze mogelijke ontwikkeling rekening te houden bij de uitvoering van de onderzoeken. Wij zien
op dit moment geen aanleiding om de verdere ontwikkeling van de Gebiedsvisie on hold te zetten. Vraag 3:
Indien Provinciale Staten inderdaad zouden besluiten om locaties L2 en M in de
omgevingsverordening op te nemen, en een boer en een ontwikkelaar samen een initiatief zouden nemen tot realisatie van windturbines: zullen Gedeputeerde Zaken dan als bevoegd optreden en
moet de provincie dan door de heer Van Hoorne aansprakelijk gesteld worden, of is de gemeente Molenlanden dan nog steeds het bestuursorgaan dat aansprakelijk te stellen is? Antwoord:
De provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor het afgeven van een of meerdere
omgevingsvergunningen voor windenergie mits de aanvraag in zijn totaliteit een vermogen
behelst van meer dan 5 MW en minder dan 100 MW. Op het moment dat (eventueel) de provincie
3 en een gemeente overeenkomen dat het bevoegd gezag neergelegd wordt bij een gemeente, is de gemeente bevoegd gezag. Zo’n afspraak wordt vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Op dit moment hebben wij hierover met de provincie nog geen afspraken gemaakt. Vraag 4:
U schrijft in het raadsvoorstel dat u de locaties K, L2 en M niet geschikt acht voor realisatie van windturbines. In het bestuursakkoord is afgesproken dat alle locaties op de gewijzigde
omgevingsverordening worden opgenomen als de uitkomst van de OER dat niet onmogelijk
maakt. Wat is belangrijker: dat het bestuursakkoord, met de handtekening van wethouder Lock
daaronder, tot de laatste letter wordt uitgevoerd; of dat we in dit stadium als gemeenteraad aan de provincie het meest krachtige signaal afgeven dat we kunnen afgeven: geen K, L2 en M in de gewijzigde omgevingsverordening? Antwoord:
In de bestuursovereenkomst hebben wij afspraken gemaakt over alternatieven voor locatie
Avelingen om ons RES-bod te realiseren. Wij verwijzen u hiervoor naar afspraak 4 tot en met 6 van de geactualiseerde bestuursovereenkomst d.d. 15 januari 2024. Hierbij hebben wij niet
afgesproken dat ‘alle locaties in de gewijzigde omgevingsverordeningen worden opgenomen als de uitkomst van de OER dat niet onmogelijk maakt’.
Vraag 5:
Er wordt momenteel een OER uitgevoerd naar de mogelijkheid voor de komst van windturbines in een polder waarin nog geen agri-en foodcampus staat. Planologisch bezien komen die
windturbines dus in een wereld waarin nog geen rekening gehouden hoeft te worden met de campus.
Stel dat door wijziging van kaart 16 van de omgevingsverordening het wel mogelijk gaat worden dat er windturbines op de locaties L2 en M komen, en de plannen voor de campus daarna tot
wasdom komen: zal dan blijken dan de agri- en foodcampus in een wereld ingepast moet worden waarin windturbines eerder al een plek gekregen hebben, ten gevolge waarvan het voor de campus veel lastiger wordt om zich óók in dat gebied te vestigen? Antwoord:
Het moment van vastleggen van (gebieden voor) windlocaties in kaart 25 (kaart 16 is gewijzigd
naar 25) van de provinciale Omgevingsverordening is (planologisch) in deze bepalend. Vanaf dat
moment zullen nieuwe ruimtelijke procedures (omgevingsplan of BOPA) rekening moeten houden met de provinciale Omgevingsverordening. Vraag 6:
Als initiatiefnemers, gemeente en zelfs de provincie serieus kijken naar een Agri- en Foodcampus ten zuiden van Ottoland: moeten we dan niet dit raadsbesluit zodanig aanpassen dat in ieder geval de locaties L2 en M (en K ook, want die staat in hetzelfde rijtje) in ons besluit definitief
afvallen, omdat we anders de ambities van de heer Van Hoorne c.s., de ambities van de provincie én onze eigen ambities met dit raadsbesluit flink in de weg zitten?
4 Antwoord:
Hiervoor verwijzen wij naar ons antwoord op uw vraag 1 en 2.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Femmy Jonker
Theo Segers
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden