AVRES 1b Aanbiedingsbrief gemeente Molenlanden jaarrekening 2025 en begroting 2027
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente Molenlanden T.a.v. de griffier, mevrouw M. Teunissen Postbus 5 2970 AA Bleskensgraaf
uw brief van:
uw kenmerk:
20 april 2026 ons kenmerk:
behandeld door: B. Hoeven
bijlagen: Divers
telefoon:
onderwerp: Aanbiedingsbrief jaarrekening en jaarverslag 2025 en begroting en jaarplan 2027, tevens zijnde de kaderbrief als
bedoeld in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen
Geachte leden van de raad, Inleiding: Bijgaand treft u de jaarrekening 2025, het jaarverslag 20251, de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 van de gemeenschappelijke regeling Avres aan. De accountant is op dit moment bezig met de afrondende werkzaamheden ten behoeve van de controle met betrekking tot de jaarrekening. Zodra de accountantsverklaring is ontvangen zal deze worden nagezonden / in het document van het jaarverslag / de jaarrekening worden opgenomen. De definitieve vaststelling van de jaarrekening / het jaarverslag 2025 is voorzien in de AB vergadering van 9 juli as. De behandeling van de begroting in het algemeen bestuur staat gepland op donderdag 10 september as. Op grond van bepalingen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling Avres, moet voorafgaand aan de vaststelling door het algemeen bestuur eerst nog een zienswijzeprocedure bij de raden van de deelnemende gemeenten aan de GR Avres worden doorlopen. Daarnaast zal advies worden gevraagd aan de cliëntenraad. De ontvangen zienswijzen, het ontvangen advies en de reacties hierop zullen tijdens het vaststellingsproces later, bij het agendapunt worden gevoegd. In deze aanbiedingsbrief wordt kort ingegaan op de volgende vier aspecten: Het jaarverslag, de jaarrekening 2025, de resultaatbestemming 2025 en de (meerjaren) begroting 2027 - 2030.
Het jaarverslag 2025: In het jaarverslag 2025 treft u een overzicht aan van de werkzaamheden, activiteiten en resultaten die Avres het afgelopen jaar heeft verricht en bereikt. Wij verwijzen u daarvoor naar het eerste deel van het document jaarverslag/jaarrekening 2025. De factsheets met cijfers (inclusief terugblik naar 2024 en 2023) voor iedere afzonderlijke gemeente zijn toegevoegd als bijlage bij het verslag / de rekening. In 2025 heeft Avres haar verbindende rol verder versterkt in het bevorderen van bestaanszekerheid, participatie en ontwikkeling in de regio. Het aantal inwoners dat een beroep doet op inkomensondersteuning nam 1 De jaarrekeningen van Avres SW BV, Avres diensten BV en de Stichting Avres nieuw beschut zijn ter kennisgeving bijgevoegd.
1
toe, mede door de instroom van statushouders. Voor deze laatste groep vormt inkomen het vertrekpunt naar een toekomst met perspectief, waarin gerichte begeleiding, duidelijke informatie en maatwerkondersteuning bijdragen aan groei, zelfstandigheid en volwaardige deelname aan de samenleving. Voor inwoners met een laag inkomen lag de nadruk op het voorkomen van problemen en het beter toegankelijk maken van regelingen. Dankzij intensieve samenwerking met regionale partners zijn minimaregelingen en bijzondere bijstand beter vindbaar en eenvoudiger te benutten. De samenwerking met Stichting Leergeld speelt hierin een belangrijke rol, doordat zij bijdraagt aan gelijke kansen voor kinderen en hun deelname aan onderwijs, sport en cultuur mogelijk maakt. Binnen het domein opvang en ondersteuning is de uitvoering van regelingen voor Oekraïense ontheemden zorgvuldig voortgezet, inclusief nieuwe taken, zoals de inning van eigen bijdragen. Op het gebied van schuldpreventie zijn eveneens belangrijke stappen gezet. Met de proactieve aanpak “Vroeg Erbij” en diverse preventieve initiatieven, onder andere gericht op jongeren, worden inwoners in een vroeg stadium bereikt en financiële problemen voorkomen. Daarnaast is ondersteuning geboden aan gedupeerden van de toeslagenaffaire. De toeleiding naar werk en participatie vraagt om maatwerk en samenhang.
Avres heeft in 2025 opnieuw geïnvesteerd in een aanpak waarin inkomenszekerheid wordt gecombineerd met ontwikkeling en begeleiding. Meer dan 200 inwoners zijn gestart in arbeidstoeleidingstrajecten met verschillende ontwikkelroutes. Voor inwoners voor wie betaald werk nog niet mogelijk is, zijn participatieplekken ingericht die helpen bij het opbouwen van structuur, vaardigheden en betrokkenheid bij de samenleving. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor lokale aanhechting: het versterken van de verbinding met de eigen leefomgeving, sociale netwerken en lokale initiatieven, zodat inwoners duurzaam kunnen deelnemen en zich blijvend verbonden voelen met hun gemeenschap. Daarnaast is gewerkt aan het versterken van de regionale arbeidsmarkt, onder meer via het Werkcentrum waar vraag en aanbod samenkomen. Ook is samen met partners gewerkt aan een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, met het oog op duurzame arbeidsparticipatie van jongeren. Binnen Ontwikkeling Werkt! is een duidelijke verschuiving zichtbaar naar doelgroepen met een grotere ondersteuningsbehoefte. Het aantal beschutte werkplekken is verder uitgebreid, waardoor inwoners zonder wachttijd kunnen instromen. Tegelijkertijd blijft de begeleiding naar regulier werk van inwoners met een arbeidsbeperking, onder andere via loonkostensubsidie en jobcoaching, een belangrijk speerpunt.
De jaarrekening 2025: De jaarrekening 2025 laat een positief financieel resultaat zien van € 606K. Dit resultaat is grotendeels te danken aan incidenteel hogere Rijksmiddelen voor BUIG en LKS. Resultaatbestemming 2025: Het dagelijks bestuur heeft bij het beoordelen van het positieve exploitatieresultaat van € 606K en de bestemming daarvan zorgvuldig gekeken naar het weerstandsvermogen en de actuele risico’s. In de paragraaf “Weerstandsvermogen en Risicobeheersing” uit de jaarrekening blijkt dat de geïdentificeerde risico’s voldoende worden afgedekt door het weerstandsvermogen. De dekkingsgraad ligt daarbij ruimschoots boven
2
de vastgestelde ondergrens van 140%. Gelet hierop acht het dagelijks bestuur een aanvullende dotatie aan de algemene reserve op dit moment niet noodzakelijk. Tegelijkertijd ziet het dagelijks bestuur dat zich richting 2026 twee concrete en substantiële risico’s aandienen die om gerichte (tijdelijke) beheersmaatregelen vragen. Waar het weerstandsvermogen de financiële impact van risico’s kan opvangen, is voor deze onderwerpen vooral tijdige inzet nodig om kans en impact te beperken. Daarom stelt het dagelijks bestuur voor om het positieve resultaat over 2025 te bestemmen via de vorming van een bestemmingsreserve. Het eerste aandachtspunt betreft de toenemende instroom van statushouders in de bijstand en de maatschappelijke en financiële effecten die hiermee samenhangen. De stijging van het aantal inburgeraars in de bijstand is rechtstreeks gekoppeld aan de door het Rijk opgelegde taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Gemeenten hebben de afgelopen maanden extra ingezet op het inlopen van achterstanden binnen deze taakstelling, wat zich direct vertaalt in een hogere instroom in het bijstandsbestand. Door de relatief lage bijstandsdichtheid in onze gemeenten heeft de instroom van statushouders een bovengemiddelde impact op het bijstandsbestand.
Hoewel het aannemelijk is dat deze ontwikkeling (gedeeltelijk) wordt gecompenseerd via de meicirculaire, beschouwt het dagelijks bestuur deze compensatie niet als een vanzelfsprekende of structureel robuuste oplossing voor de langere termijn. De compensatie via het gemeentefonds volgt immers de feitelijke uitgaven, maar biedt geen zekerheid over de mate en de duur waarin toekomstige instroom blijvend wordt gecompenseerd. Bovendien is het behoud van onze huidige positie als voordeelgemeente geen gegeven. Zonder aanvullende en tijdige sturing bestaat het risico dat de instroom van statushouders leidt tot een structureel hoger bijstandsvolume, met langdurige bijstandsafhankelijkheid tot gevolg. Op dat moment verschuift Avres van een gunstige naar een meer kwetsbare uitgangspositie binnen de BUIG-systematiek. Het dagelijks bestuur acht het daarom noodzakelijk om actief in te zetten op een versnelling in participatie en uitstroom. Juist door nu maatregelen te treffen die de verblijfsduur in de bijstand beperken, wordt niet alleen het huidige volume beheerst, maar wordt ook voorkomen dat toekomstige compensatie noodzakelijk wordt om structurele nadelen te dempen. Deze proactieve aanpak is erop gericht om de bestaande financiele positie en relatieve voordelen duurzaam te behouden.
Het dagelijks bestuur kiest er daarom nadrukkelijk voor om deze ontwikkeling niet primair te benaderen als een risico dat achteraf moet worden opgevangen via het weerstandsvermogen, maar als een vraagstuk waarop nu proactief kan en moet worden gestuurd. Voorgesteld wordt om een incidenteel deel van het exploitatieoverschot in te zetten voor een tijdelijk actieplan met een versnellingskarakter, gericht op het versterken van de begeleiding en ontwikkeling van statushouders. Doel van dit actieplan is om inburgeraars eerder en intensiever te laten starten met duale trajecten, sneller te laten participeren en daarmee de instroomduur en verblijfsduur in de bijstand te verkorten. Door vanaf de start sterker te sturen op participatie en werk en door trajecten efficiënter in te richten. Dit bevordert een versnelde ontwikkeling richting zelfstandigheid en vergroot de maatschappelijke deelname.
Met deze tijdelijke versnellingsaanpak zet Avres een concrete stap in het begeleiden van een groeiende, anderstalige doelgroep, onder meer door: • het inrichten van passende begeleidings- en participatieplekken voor inburgeraars binnen de bestaande infrastructuur van Avres; • het vrijmaken van extra capaciteit voor persoonlijke begeleiding en het intensiveren van de samenwerking met ketenpartners zoals vluchtelingenwerk en aanbieders van taalonderwijs; • het versterken van de werkvloer als leeromgeving voor zowel arbeidsvaardigheden als taal.
3
Deze aanpak vraagt incidenteel om extra inzet van capaciteit, expertise en middelen. Het dagelijks bestuur is er echter van overtuigd dat deze investering zich op middellange en lange termijn terugverdient in de vorm van snellere maatschappelijke participatie, een kortere bijstandsduur, hogere uitstroom en daarmee een structureel lager bijstandsvolume. Juist door nu tijdelijk te investeren in versnelling en kwaliteit wordt voorkomen dat deze ontwikkeling zich in de toekomst vertaalt in een structureel probleem waarvoor steeds opnieuw reactief financiële ruimte moet worden gezocht. Het tweede risico heeft betrekking op informatiebeveiliging en Cyberwetgeving. Dit omvat onder meer bedreigingen en kwetsbaarheden die op het vlak van informatiebeveiliging kunnen optreden. De recente GAP-analyse op het terrein van informatiebeveiliging laat zien dat aanvullende en gerichte inspanningen nodig zijn om Avres weerbaarder te maken tegen actuele en toenemende digitale dreigingen. Dit raakt niet alleen de bescherming van informatie, maar ook de continuïteit en betrouwbaarheid van onze dienstverlening. Op basis van deze analyse kiest Avres er bewust voor om dit onderwerp niet alleen als een risico te beschouwen waarbij pas achteraf weerstandscapaciteit nodig is, maar juist nu al actief te sturen op structurele beheersmaatregelen.
We willen dit jaar, vooruitlopend op toekomstige wetgeving, zo goed mogelijk en met een doordachte aanpak aan de slag met de implementatie van de BIO2- en NIS2-richtlijnen. Door het versneld en gericht inzetten van capaciteit op het gebied van informatiebeveiliging worden de in de GAP-analyse geïdentificeerde kwetsbaarheden stap voor stap gemitigeerd en worden duurzame verbeteringen in beleid, organisatie en uitvoering gerealiseerd. Hiermee bouwt Avres dit jaar nadrukkelijk aan een stevig fundament voor naleving van toekomstige wetgeving en wordt voorkomen dat digitale weerbaarheid vooral reactief moet worden gefinancierd of opgevangen via het weerstandsvermogen. Deze aanpak past bij de ambitie van Avres om ontwikkelingen niet af te wachten, maar tijdig en beheerst te anticiperen op maatschappelijke, technologische en wettelijke veranderingen. Het dagelijks bestuur is van oordeel dat het inzetten van het positieve resultaat voor beide risico’s bijdraagt aan een toekomstbestendige en robuuste organisatie en verzoekt het algemeen bestuur in te stemmen met deze voorgestelde resultaatbestemming. Het begrotingsperspectief 2027 -2030: Het begrotingsperspectief voor 2027-2030 is positief. Deze uitkomst ligt in lijn met de uitkomsten van de eerdere meerjarenraming 2026-2029.
De uitkomst zonder incidentele baten en lasten is eveneens positief en voldoet aan de provinciale begrotingsrichtlijnen. Het begrotingsperspectief is vanwege de inflatie en onduidelijkheden over de middelen vanuit het Rijk echter nog wel omgeven met onzekerheden. Dit betreft onder andere: Uitkeringen BUIG Het uitkeringsbudget voor 2027 -2030 is vastgesteld op basis van de septembercirculaire van 2025. Met betrekking tot de lasten van de BUIG leidt dit tot een voordeel, dat wordt aangewend voor de financiering van de Avres-begroting en resulteert in een verlaagde bijdrage van de deelnemende gemeenten. Loonkosten Het aandeel loonkosten in de begroting 2027 neemt toe. Hierdoor vragen we ook een hogere gemeentelijke bijdrage in 2027. Lonen en prijzen SW
4
In de begroting 2027 zijn zowel de totaal te betalen loonsom, als de totaal te ontvangen rijksvergoeding zo realistisch mogelijk ingeschat. In de meicirculaire 2026 zal duidelijk worden of deze schattingen juist zijn gebleken of dat bijstelling noodzakelijk is. Projecten en taken De verwachting is dat Avres ook in 2027 een aantal projecten en aanvullende taken zal uitvoeren en dus ook dat tijdelijke formatie noodzakelijk zal zijn. Indien daarvoor een dienstverleningsovereenkomst wordt afgesloten, wordt dit in de tussentijdse rapportages en de jaarrekening opgenomen. Gemeentefonds Ontwikkelingen in het gemeentefonds in 2026 die betrekking hebben op 2027 worden verwerkt middels een begrotingswijzing. Weerstandsvermogen: Bij het opstellen van de begroting 2027 zijn de risico’s opnieuw geïnventariseerd en gewaardeerd. De uitkomst laat zien dat het weerstandsvermogen ook richting 2027 ruim toereikend is: afhankelijk van de besluitvorming over de resultaatbestemming 2025 (wel of niet uitkeren) bedraagt de dekkingsgraad voor 2027 tussen de 161% en 177%. Hiermee ligt de dekkingsgraad zoals eerder aangegeven boven de gestelde ondergrens van 140%. Dit biedt ruimte om middelen – waar nodig – niet generiek toe te voegen aan de algemene reserve, maar tijdelijk en doelgericht in te zetten voor beheersmaatregelen bij actuele risico’s.
Tot slot: Zoals hierboven al is aangegeven is de vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur voorzien in haar vergadering op 9 juli as.. Met het oog op deze behandeling ontvangt het dagelijks bestuur graag de zienswijzen van de gemeenten op de jaarrekening uiterlijk op maandag 29 juni as. Met het oog op de vaststelling van de begroting op 11 september as., ontvangt het dagelijks bestuur de zienswijze op de concept-begroting graag uiterlijk 11 juli as. De jaarrekening / het jaarverslag 2025 en de begroting / het jaarplan 2027 worden op dit moment in de voorlopige opmaak gedeeld. Nadat de vormgever beide documenten definitief heeft opgemaakt, zullen deze worden nagezonden. Het dagelijks bestuur van Avres hoopt u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van Avres,
M. Molengraaf-Vullers,
P. Van Uitert,
Voorzitter,
Secretaris,
5