Algemene Beschouwingen CDA
Tekst van het document
POLITIEKE BESCHOUWINGEN
Kadernota 2027 De raad in positie: structureel bezuinigen, verstandig maatschappelijk investeren
1
INLEIDING Voorzitter, de kadernota is het moment waarop we als gemeenteraad de kaders bepalen op basis waarvan de begroting wordt opgesteld. Het is hét lokale politieke moment van het jaar, een soort prinsjesdag. We danken de organisatie voor de heldere kadernota en het werk dat er in zit. Voorzitter, wij spreken de wens uit dat we als gemeenteraad onze rol zullen oppakken en daadwerkelijk kaders zullen meegeven. Dat is tenslotte onze taak. De raad is de dirigent: we spelen zelf de muziek niet, maar we maken wel keuzes, we geven tempo aan, leggen accenten en zien toe op de juiste uitvoering. Boven deze bijdrage hebben we geschreven: structureel bezuinigen, verstandig maatschappelijk investeren. Met deze titel komt tot uitdrukking dat we komende jaren structureel tegen een tekort aanlopen. Dat noopt tot keuzes. Maar aan de andere kant zien we ook een opstapeling van incidentele overschotten. Daarom bestaat er tegelijkertijd ruimte om verstandig maatschappelijk te investeren. Met alle ‘opgaven’ die drukken op onze gemeenschappen is het onze inschatting dat het geen luxe is om positieve investeringen te doen die maatschappelijk renderen en zichtbaar zijn. Door zichtbaar te kiezen voor initiatieven die maatschappelijk waarde creëren, herinneren we onszelf en elkaar aan de positieve reden waarom we een gemeente zijn: de kracht van het gemeenschappelijke.
DE KADERNOTA ZELF Ik zal nu op enkele kaders ingaan die in de kadernota staan en op enkele die daar niet in staan. Wij overwegen een aantal kaders per motie mee te geven. Maar niets is in steen gebeiteld, en we hopen van harte dat we gezamenlijk tot kaderstelling kunnen komen. 1. We beginnen met het voorgestelde kader over de afvalstoffenheffing. Wij onderschrijven het idee om de bestaande voorziening te gebruiken om de verhoging van de heffing te dempen. We noemen daarbij wel de opdracht om er alles aan te doen om te voorkomen dat in 2028 weer een vergelijkbare stijging van de kosten optreedt. (evt nog ‘middelen’, bij 5% stijging) 2. Goed dat de kapitaallasten van het IHP conform afspraak als stelpost in de meerjarenbegroting zullen worden verwerkt. We zijn blij met de vragen van de ChristenUnie over de planning van het IHP. 2
Houden wij ons vast aan de startdata? Zorgt de vertraging in Oud Alblas, Giessenburg en Streefkerk niet voor uitstel van De Bron in Molenaarsgraaf en De Schakel in Nieuw-Lekkerland? De duidelijkheid die we scholen hebben gegeven, moeten we recht doen. 3. Nu een aangelegen punt: wij zien in de kadernota nog geen voldoende concreet dekkingskader, een kader hoe we tot een sluitende begroting gaan komen. In grote lijnen zijn er drie knoppen: lasten verhogen, algemene reserve aanwenden en bezuinigen. Voor ons ligt het zwaartepunt bij het beperken van structurele lastenstijgingen en het vermijden van structurele dekking met incidentele middelen. Tegelijk beseffen we dat dit keuzes vraagt. We vinden het als CDA jammer dat we het ingeslagen bezuinigingstraject vorig jaar hebben afgebroken. Het was denk ik gezond geweest dat traject door te zetten, en nu blijkt eigenlijk ook dat het nodig was geweest. Ik ben benieuwd welk kader andere partijen voorstellen om mee te geven aan het college om tot een sluitende begroting te komen. (Amendement?) 4. Wij plaatsen onze vraagtekens bij mutaties C16a tot en met c: uitbreiding boa capaciteit, versteviging sociale teams en de bestuursadviseur Regionale Samenwerking. Deze kosten worden voor slechts 1 jaar meegenomen in de kadernota.
Mede gelet op de motie van de raad over extra boa-capaciteit, in samenhang met asielopvang, lijkt ons dit geen logische keuze. Dat geldt ook voor de Bestuursadviseur Regionale Samenwerking. Die stel je niet voor één jaar aan. Hoe kijken we hiernaar? Zou het niet realistischer zijn om deze fte’s structureel in de begroting op te nemen? Zo ja, moeten we niet scherper keuzes durven te maken? (Amendement?) VASTGOED EN ACCOMMODATIEBELEID 5. MOTIE: Ik wil kort stilstaan bij het in de kadernota genoemde accommodatiebeleid, omdat dit een onderwerp is dat in deze raadsperiode vanuit de raad richting nodig heeft. Twee periodes geleden werd het accommodatiebeleid nog het kroonjuweel van ons gemeentelijk beleid genoemd. Dat was niet voor niets: het gaf duidelijkheid, het gaf prioriteit, en het harmoniseerde. Maar we moeten eerlijk zijn: de investeringen die in het vorige accommodatiebeleid waren voorzien voor accommodaties met grote kwaliteitsproblemen zijn in de afgelopen periode niet uitgevoerd. Ik noem ze nogmaals: het dorpshuis en de gymzaal in 3
Ottoland, het dorpshuis en de gymzaal in Streefkerk, en De Klipper in Nieuw-Lekkerland. In Goudriaan is behoefte aan een MFA en in Groot-Ammers aan een dorpshuis. Voorzitter, wij zien dat er in de algemene reserve financiële ruimte bestaat voor incidentele investeringen in maatschappelijke voorzieningen. Die ruimte is er — en het is wat ons betreft verstandig om die ruimte te benutten voor de voorzieningen die het hardst nodig zijn. Daarom zijn we een motie aan het voorbereiden waarin we het college vragen om bij het nieuwe accommodatiebeleid een voorstel op te nemen dat deze financiële ruimte op een verantwoorde manier inzet. De vraag hoe we die investeringen vervolgens bekostigen — via een bestemmingsreserve met afschrijving, of via directe afboeking uit de algemene reserve — kan bij de uitwerking worden betrokken. Maar dat er ruimte is om incidentele investeringen te doen, lijkt helder. (Voorzitter, ik begrijp heel goed dat het college kan denken: “Daar komen we op terug wanneer het accommodatiebeleid voorligt.” Maar juist nu, bij de kadernota, is het moment om als raad onze rol te pakken en richting mee te geven. Als raad moeten we niet alleen reageren op voorstellen van het college; we moeten ook vooraf duidelijk maken welke kaders wij belangrijk vinden.) 6. Er zijn nog twee andere punten die we graag opgenomen zien in het accommodatiebeleid.
Als eerste een regeling voor speeltuinen die accommodatie-uitdagingen hebben. We hebben het over Kinderdijk gehad, maar in Giessenburg speelt het probleem net zo. Kan de wethouder toezeggen dat speeltuinen in het accommodatiebeleid worden meegenomen? 7. Ten tweede de tennisverenigingen. Zoals de meesten van ons weten zijn zij vergeten in het vorige accommodatiebeleid. Op dit moment loopt een onderzoek van de hospitality group en ik begreep dat de tennisverenigingen in september nog zijn uitgenodigd voor een bijeenkomst. Hoe wordt straks in de begroting van 2027 geanticipeerd op het nieuwe accommodatiebeleid en hoe wordt er budget voor de tennisverenigingen gereserveerd?
Dan twee onderwerpen waar we ook graag aandacht voor vragen. ARMOEDE (evt. motie)
4
Tijdens de bespreking van het coalitieakkoord is gebleken dat armoede een onderwerp is dat de raad na aan het hart ligt. De motie die toen werd ingediend was misschien niet helemaal opportuun. Maar we denken dat aandacht vanuit de raad voor dit onderwerp belangrijk is. In het Uitvoeringsplan Visie Sociaal Domein 2026-2027 staat als nieuw speerpunt voor 2026-2027: Vormen Agenda Armoedebeleid. De vraag aan de wethouder is of zij bereid is de raad bij het vormen van die agenda te betrekken, en zo ja hoe en per wanneer. Ik denk dat veel fracties het op prijs stellen om inzicht te krijgen in de omvang van het probleem en in hoe we niet alleen armoede terugdringen, maar ook voorkomen: welke concrete preventieve acties worden ondernomen. Iets breder doen we de suggestie een sociaal dashboard te maken, waarmee de gemeenteraad, het college en maatschappelijke partners inzicht krijgen in ontwikkelingen op het gebied van armoede, kinderwelzijn, veiligheid, jeugdzorg, schulden, participatie en eenzaamheid. Daarmee kunnen we eerder signaleren, beter prioriteren en gerichter investeren.
MOTIE VERKEERSVEILIGHEID Als laatste willen we een verkenning starten naar de kansen die het nieuwe bedrijventerrein Grote Haar biedt voor vrijwillige verplaatsingen van transportbedrijven uit de linten. De kaveluitgifte van de Grote Haar begint rond 2027–2028. Dat maakt dít het juiste moment om samen met deze bedrijven te onderzoeken of een beter toegeruste locatie voor hen aantrekkelijk kan zijn. Zo’n gesprek is geen drukmiddel, maar een uitnodiging: een kans om te groeien op een plek die logistiek sterker is, om op de oude locaties ruimte te maken voor woningbouw, en – heel belangrijk – om de verkeersveiligheid in onze kernen merkbaar te verbeteren. Voor de gemeente kan dit een incidentele investering zijn, met potentieel blijvend resultaat voor zowel de bedrijven als de leefbaarheid in onze dorpen.
Voorzitter, ik kom tot een afronding. Wij hopen dat we als raad in gezamenlijkheid kaders kunnen meegeven. Dat we kritisch kijken naar structurele uitgaven en dan we zorgvuldig maatschappelijk investeren. Wij wensen ons bestuur, onze organisatie en onze gemeenschappen, wijsheid en Gods zegen toe. 5