9 Avres Jaarplan 2022 V2.pdf
Tekst van het document
Jaarplan Avres 2022
Avres Jaarplan 2022
2
Inhoud Hoofdstuk 1: Inleiding
4
1.1
Het vertrekpunt
4
1.2
Corona-uitbraak
4
1.3
De Participatiewet
6
1.4
Overige opgaven
8
Hoofdstuk 2 Crisisdienstverlening
10
2.1
Inleiding
10
2.2
Van werk(loosheid) naar werk en scholing
12
2.3
Zelfstandigen
15
2.4
Jeugdwerkloosheid
17
2.5
Doelgroep Banenafspraak
20
2.6
Gemeentelijke re-integratie dienstverlening
21
2.7
Aanpak van armoede en schulden
22
Hoofdstuk 3 Overige opgaven
24
3.1
Inleiding
24
3.2
De opgaven uit het jaarplan 2021
24
3.3
Ontwikkellijnen op weg naar werk
26
3.4
Nieuwe Wet Inburgering
28
3.5
Integrale toegang /uitvoering en regievoering
30
3.6
Ontwikkeling opbrengsten Werk
31
3.7
Bedrijfsvoering
31
Bijlage 1
Model ontwikkellijnen
33
Bijlage 2
Beschrijving van de weg naar werk
34
Bijlage 3
De transformatie van Avres in de richting van een ontwikkelbedrijf
35
Bijlage 4
Klantreizen
36
Avres Jaarplan 2022
3
Hoofdstuk 1
Inleiding 1.1 Het vertrekpunt Zodra het nieuwe jaar is begonnen, worden in een gemeenschappelijke regeling in januari en februari ambtelijk reeds de werkzaamheden opgepakt met het oog op het opstellen van een begroting en een jaarplan voor het daaropvolgende jaar. Halverwege maart moeten deze werkzaamheden zijn afgerond en wordt het bestuurlijke traject opgestart, waaronder het doorlopen van een zienswijzeprocedure bij de raden. De begroting en het jaarplan worden vervolgens voor het zomerreces door het algemeen bestuur vastgesteld. Als gemeenschappelijke regeling wijkt Avres niet af van deze wettelijk (strak) uitgelijnde procedure.
Avres Jaarplan 2022
4
In de praktijk is het niet altijd eenvoudig om reeds in de eerste twee maanden van het voorgaande jaar (volledig) te voor-/overzien welke ontwikkelingen zich 10 tot 22 maanden later zullen voordoen. Zeker niet als de beleidsvorming en de beleidsuitvoering in hoge mate afhankelijk kunnen zijn van exogene/externe factoren. Avres en haar rechtsvoorgangers (Avelingen Groep en RSD) hebben dat bijvoorbeeld ervaren bij de banken-/kredietcrisis en de conjuncturele gevolgen hiervan, en bij de vluchtelingencrisis. Echter, ook wijziging van wet- en regelgeving, met name in de periode na een kabinetsformatie, kan van grote invloed zijn op toekomstige ontwikkelingen. Zo is eind 2012/ begin 2013 besloten dat met ingang van 2015 de instroommogelijkheid in de Sociale Werkvoorziening (SW) werd stopgezet. Dit heeft toentertijd een grote streep gezet door eerder opgestelde meerjarenplanningen en -ramingen, zowel bij de Avelingen Groep als de RSD. Het stopzetten van de instroommogelijkheden in de SW en daarmee de komst van de (nieuwe) Participatiewet, was uiteindelijk ook een van de redenen waarom Avres als fusieorganisatie is opgericht. Veel van dergelijke exogene/externe factoren brachten een zekere mate van onzekerheid met zich mee. Echter
tegelijkertijd waren ze (in omvang en aard) te overzien en daarmee ook beheersbaar. Beheersbaar, omdat wellicht kon worden teruggevallen op min of meer soortgelijke ervaringen uit het verleden, maar zeker ook omdat een reactie met maatregelen/interventies op dergelijke factoren planbaar was.
1.2 Corona-uitbraak Hoe anders is de situatie tijdens het opstellen van voorliggend jaarplan 2022. Op het moment van schrijven geldt er in Nederland een stevige lockdown als gevolg van de Corona-pandemie; een avondklok is ingesteld, het vaccinatieprogramma is net opgestart, de druk op de medische zorgverlening blijft onverminderd voortduren, nieuwe varianten van het virus duiken op, het onderwijs in reguliere vorm is vervangen door thuisonderwijs, detailhandel en horeca zijn gesloten, een groot aantal bedrijven en ondernemingen maakt gebruik van ondersteuningsmaatregelen vanuit het Rijk, veel zelfstandigen en flexwerkers kunnen hun beroep/ werk niet uitoefenen en moeten via de gemeenten een beroep doen op een uitkering, thuiswerken – waar mogelijk - is de nieuwe norm geworden en bijeenkomsten en sociale contacten zijn nog slechts beperkt en onder strikte voorwaarden mogelijk. Met afwisselend aanscherpingen en versoepelingen van beperkende maatregelen, beheerst de uitbraak van het Covid-19 virus al ruim een jaar het dagelijkse leven in de samenleving. Door het opgestarte vaccinatieprogramma lijkt er op middellange termijn zicht te komen op een geleidelijke terugkeer richting een situatie van voor de uitbraak van de pandemie. Onduidelijk is evenwel nog steeds hoe die situatie er op dat moment dan uit zal zien, ook op langere termijn.
Blijft de druk op medische zorg(verlening) ongewild lang hoog, omdat ingrepen en behandelingen zijn uitgesteld? In hoeverre hebben leerlingen/scholieren en studenten onderwijs- en leerachterstanden opgelopen en kunnen deze (relatief) snel worden ingehaald? Op welke wijze en op welke termijn zal de
economie en de arbeidsmarkt zich herstellen? Hoeveel bedrijven en ondernemingen zullen omvallen/failliet gaan op het moment dat ondersteuningsmaatregelen wegvallen en wat is het effect hiervan op werkloosheid en uitkeringsverstrekking in de brede keten? Wat zijn de effecten van de crisis op de inkomenspositie (inclusief mogelijke schulden) en kansen op werk voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, nieuwe doelgroepen, zoals ZZP’ers en jongeren (zonder werkervaring) en inwoners met een arbeidsbeperking? Concrete antwoorden op bovengenoemde vragen zijn op dit moment nog niet of zeer lastig te geven. Zowel het Centraal Plan Bureau (CPB), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) als de Nederlandse Bank (DNB) zijn op dit moment slechts in staat om scenario’s op hoofdlijnen te beschrijven en deze moeten telkens worden bijgesteld naarmate de Corona-crisis voortduurt.
Zowel op het terrein van inkomensverstrekking, schulddienstverlening, toeleiding naar de arbeidsmarkt, als het verrichtten van werkzaamheden is er dus een stevige onzekerheid en dat maakt het opstellen van plannen en ramingen voor de toekomst erg lastig. Echter tegelijkertijd moet niet uit het oog worden verloren dat Avres een uitvoeringsorganisatie is. Een organisatie derhalve die flexibel, snel en pragmatisch/ praktisch kan schakelen en handelen op veranderende omstandigheden en passende maatregelen in uitvoering kan brengen op het moment dat dit noodzakelijk en gewenst is. Dat is bijvoorbeeld gebleken bij de uitvoering van de Tozo, waarbij de zelfstandigen in onze regio als een van de eersten in het land konden beschikken over inkomstenondersteuning. Of het feit dat omzetverlies op het bedrijfsresultaat kon worden beperkt, doordat andere medewerkers van Avres werkzaamheden van de doelgroepmedewerkers tijdelijk hebben overgenomen. Dat zijn aspecten/activiteiten die niet te voorzien en/of planbaar waren, maar wel tot de algemene opgave behoren waar Avres voor staat. En overigens, met betrekking tot de planbaarheid van activiteiten, moet nog uitdrukkelijk worden vermeld dat Avres ook dergelijke aspecten/activiteiten niet zonder plan of planning benadert, weliswaar niet zozeer op strategisch of tactisch niveau, maar vooral op operationeel niveau.
Het “Actieplan effecten Coronacrisis” - met daarin opgenomen het oprichten
Avres Jaarplan 2022
Als uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (binnen het brede sociale domein) werd Avres in 2020 al direct geconfronteerd met de gevolgen van de Corona-crisis. Met name zelfstandigen, flexwerkers en jongeren zonder rechten op voorliggende voorzieningen, hebben (wisselend in omvang per doelgroep) een beroep moeten doen op dienstverlening en ondersteuning vanuit Avres. De verwachting is dat deze dienstverlening en ondersteuning door Avres nog geruime tijd gecontinueerd moet worden tot ver in 2022 en bovendien is de verwachting dat in 2021/2022 nog veel andere inwoners uit de regio een beroep op Avres zullen (moeten) doen op inkomensvoorzieningen, schulddienstverlening en begeleiding naar/richting (ander) werk als zij met werkloosheid en/of het einde van voorliggende voorzieningen, zoals de WW, worden geconfronteerd. Ook de doelgroepen met een arbeidsbeperking, zoals de inwoners met een dienstverband Sociale Werkvoorziening, Nieuw beschut en het doelgroepregister Banenafspraak, waar Avres (gedeeltelijk) voor verantwoordelijk is, hebben sinds de aanvang van de Coronacrisis bijzondere aandacht en begeleiding gevraagd. Een deel van deze mensen heeft een kwetsbare gezondheid, waardoor de impact voor hen van een mogelijke virusinfectie - relatief beschouwd - erg groot kan zijn.
Om die reden zijn in het begin van de crisis de werkzaamheden die zij verrichten ook drastisch afgeschaald / dan wel stilgelegd. Omdat
werk voor deze medewerkers veel structuur en houvast biedt, was deze periode voor hen erg lastig en zwaar. Via de inzet van jobcoaches is toen overgestapt op “online” begeleiding, zodat noodzakelijke zorg en aandacht voor hen kon worden geborgd. Sinds de zomer is Avres - met aanpassingen in werkomgeving (o.a. huur van extra ruimte) en werkroosters - er in geslaagd om het merendeel van deze medewerkers toch weer fysiek hun werkzaamheden te laten verrichten. Avres is voor het verlies van bedrijfsresultaat vanwege de eerder genoemde afschaling / het stilleggen van de werkzaamheden, inmiddels door het Rijk gecompenseerd. Echter ook hier zijn de gevolgen van de Corona-crisis op termijn nog niet duidelijk. Blijft bijvoorbeeld het bestaande werkaanbod voor deze medewerkers aanwezig? Worden huidige opdrachtgevers als gevolg van de Coronacrisis getroffen door een faillissement en zijn er dan snel en in voldoende mate passende alternatieven aanwezig?
5
van een advies- en steunpunt zelfstandigen -, dat door het algemeen bestuur in november 2021 is vastgesteld, is daar een voorbeeld van. Het bestrijden van de effecten/gevolgen van de Coronacrisis kan worden aangemerkt als een vorm van crisisdienstverlening. Door de onzekerheid over het verloop, de duur en de impact van de Coronacrisis is deze vorm van dienstverlening wellicht minder in planbare vorm weer te geven, maar moet dit met name als een extra opgave worden beschouwd waar Avres zich niet alleen in 2021, maar zeker ook nog in 2022 voor gesteld ziet. In hoofdstuk 2 van dit jaarplan zal nader op deze opgave van crisisdienstverlening worden ingegaan.
1.3 De Participatiewet
Avres Jaarplan 2022
6
De Participatiewet is met ingang van 1 januari 2015 ingevoerd als rechtsopvolger van de Wet werk en bijstand. Het doel van deze wet was om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt/arbeidsbeperking de kans / mogelijkheid te bieden om aan het werk te gaan op een reguliere arbeidsplaats. Met de komst van de Participatiewet werd ook de toegang tot de SW stopgezet; mensen met een indicatie SW behielden hun rechten; nieuwe instroom van arbeidsbeperkten - inclusief zij die daartoe behoorden na herindicatie vanuit de Wajong - krijgen vanaf de inwerkingtreding van de Participatiewet ondersteuning vanuit die wet door middel van een aantal nieuwe instrumenten, zoals loonkostensubsidie en jobcoaching. Slechts voor een beperkt aantal mensen met een arbeidsbeperking ongeveer 30 % van de vergelijkbare instroom in de SW - blijft werk in een beschutte omgeving in de toekomst mogelijk. De overige 70 % moet zich richten op werk dat beschikbaar is op de reguliere arbeidsmarkt, waarbij met het oog op plaatsing aan een werkgever een loonkostensubsidie kan worden toegekend om eventueel productieverlies te compenseren. Tegelijkertijd wordt aan de betrokken werknemer jobcoaching aangeboden, zodat hij/zij zich kan (door) ontwikkelen om in de toekomst werkzaamheden zoveel mogelijk zelfstandig te kunnen verrichten.
Met het oog op de beschikbaarheid van voldoende reguliere banen voor arbeidsbeperkten op de arbeidsmarkt wordt als onderdeel van een sociaal akkoord tussen overheid, werkgevers en vakbonden “de Wet Banenafspraak en
quotum arbeidsbeperkten” geïntroduceerd. Mensen die tot de doelgroep banenafspraak behoren maar nog niet op een reguliere baan zijn geplaatst, moeten tot dat moment voor hun inkomensvoorziening een beroep doen op een uitkering in het kader van de Participatiewet. Voornoemde stelselwijziging gaat gepaard met een bezuinigingstaakstelling vanuit het Rijk voor de gemeenten. Eind 2019 verschijnt de eindevaluatie van de Participatiewet uitgevoerd door Sociaal Cultureel Planbureau. Doel van deze evaluatie was te toetsen of op landelijk niveau deze wet had bijgedragen aan haar belangrijkste doelstelling: “meer mensen (met een arbeidsbeperking) aan de slag / het werk op een reguliere baan”. De conclusie die het SCP trok was helder en duidelijk: De Participatiewet (zelf) heeft daartoe niet bijgedragen. Met name door innovatiekracht en creativiteit bij sommige gemeenten en (regionale) uitvoeringsorganisaties is het (ten dele) gelukt om toch meer mensen op een reguliere baan te plaatsen. Het SCP noemt een aantal aspecten waarom de wet zelf daartoe geen bijdrage heeft geleverd: • De aanname bij de inwerkingtreding van de wet dat vrij veel mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt / arbeidsbeperking aan de slag kunnen op een reguliere baan klopt niet.
Voor veel mensen is die afstand / beperking gewoon veel te groot en voor hen niet te overbruggen; • Daar waar werd verondersteld dat door de samenvoeging van regelingen in de Participatiewet uitvoering van wet- en regelgeving eenvoudiger zou worden, blijkt juist in de praktijk dat de uitvoering complexer is geworden; • Door bovengenoemde complexiteit zijn werkgevers / ondernemers niet altijd volledig op de hoogte van de mogelijkheden voor hen om mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt / arbeidsbeperkten in dienst te nemen; zij gaan hiertoe dan ook niet over; • De achterliggende en bijbehorende Rijksfinanciering voor de uitvoering van dit deel van de Participatiewet bevat een tegenstrijdige en daarmee negatieve prikkel voor de gemeenten. Het is voor hen financieel meer aantrekkelijk om met de doelgroep aan de slag te gaan die een minder grote afstand tot de arbeidsmarkt of geen arbeidsbeperking heeft.
De uitkomsten van de evaluatie van de Participatiewet zijn nog niet direct aanleiding tot wijziging van wet- en regelgeving door het Rijk. Wel levert de evaluatie input voor discussie en herbezinning over de toekomstige koers met betrekking tot de arbeidspositie van mensen met een arbeidsbeperking en een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt. In veel verkiezingsprogramma’s van politieke partijen is een andere koers als zodanig inmiddels ook benoemd. Bovendien neemt een ruime Kamermeerderheid1) op 2 februari jl. een motie2) aan waarin wordt verzocht een landelijk netwerk van sociale ontwikkelbedrijven tot stand te brengen, waarin en van waaruit de werkzaamheden voor mensen met een arbeidsbeperking en een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden georganiseerd. Tenslotte is vooruitlopend op genoemde motie al een andere motie3) aangenomen om de financiële positie van de huidige SW-bedrijven eenmalig te verbeteren. Dit om te voorkomen dat de bestaande infrastructuren wegens gebrek aan middelen dreigen om te vallen. Door het voorgaande lijkt de weg ook vrij dat na de kabinetsformatie een gerevitaliseerde Sociale Werkvoorziening zal ontstaan: een SW 2.0..
Los hiervan is Avres inmiddels gestart met het project Ontwikkellijnen, hetgeen aansluit bij (een deel van) de plannen die landelijk zijn/worden ontwikkeld met het oog op de totstandkoming van een gerevitaliseerde Sociale Werkvoorziening. In hoofdstuk 3 van dit jaarplan zal hier nader op worden ingegaan.
1) Met uitzondering van FvD en SGP 2) Kamerstuk 35644-9 3) Kamerstuk 35644-6 4) Inclusief bijvoorbeeld de AOW en Algemene kinderbijslagwet.
Avres Jaarplan 2022
Op een ander deelterrein van de uitvoering van de Participatiewet - de uitkeringsverstrekking - ontstond begin dit jaar landelijk ook discussie. Directe aanleiding was een casus over de vrijlating van giften in een gemeente in relatie tot handhaving en naleving van wet- en regelgeving. Meer fundamenteel moet deze discussie echter worden beschouwd in het licht van de zogeheten Kinderopvangtoeslagaffaire. Het aspect handhaving en naleving bij de uitvoering van uitkeringsverstrekking bestaat al enige decennia. De gedachte daarachter is dat fraude en misbruik van
sociale voorzieningen gefinancierd uit publieke middelen moet worden voorkomen. In 1997 wordt daartoe de Wet Boeten en Maatregelen ingevoerd. Door deze (overkoepelende) wet werd handhaving en naleving voor alle sociale zekerheidswetten4) grotendeels buiten de strafrechtketen geplaatst en onder de werking van het bestuursrecht gebracht. Deze wet is tot en met halverwege 2006 van toepassing geweest, waarna de handhaving en naleving vervolgens haar basis vond in de Algemene wet bestuursrecht én in ieder van de afzonderlijke sociale zekerheidswetten, waaronder de toenmalige Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van de zogeheten “Bulgarenfraude” worden in 2013 de boeten / terugvorderingsbepalingen door het Rijk in de WWB (en andere sociale zekerheidswetten) aangescherpt. Daarnaast stelt het Rijk nadere beleidsregels op hoe gemeenten met de uitvoering van boeten / terugvorderingsbepalingen dienen om te gaan; genoemde beleidsregels zijn strikt. Met de komst van de Participatiewet in 2015 vindt echter enige versoepeling plaats; differentiatie in hoogte van de boete wordt mogelijk en mede afhankelijk gemaakt van de aard van de overtreding en omstandigheden.
Het afzien van het opleggen van een boete daarentegen blijft evenwel lastig, hetgeen ook blijkt uit ruim 700 uitspraken bij het hoogste rechtscollege op het terrein van handhaving in het kader van de Participatiewet: De Centrale Raad van Beroep. Zij acht zich gebonden aan wet- en regelgeving en ziet in geen enkele concrete
7
zaak aanleiding voor een dringende reden om af te zien van het opleggen van een boete. In het licht van de zogeheten kinderopvangtoeslagaffaire roept de casus rondom de vrijlating van giften, maar bijvoorbeeld ook de toepassing van de kostendelersnorm, landelijk ook een aantal vragen op. In hoeverre biedt de uitkeringsverstrekking vanuit de Participatiewet de mogelijkheid tot het bieden van maatwerk? Moeten administratieve onvolkomenheden direct gekoppeld worden aan het schenden van de informatieplicht? En - wellicht het meest belangrijk wordt er uitgegaan van vertrouwen of wantrouwen? De kinderopvangtoeslagaffaire heeft via een beleidswijziging vanuit de Rijksregelgeving er inmiddels al wel toe geleid dat begin 2021 administratieve onvolkomenheden niet langer worden aangemerkt als schending van de informatieplicht en dus ook niet meer onder het boeteregime vallen.
Avres Jaarplan 2022
8
De ruimte - en daarmee de vrijheid voor gemeenten om bij de uitkeringsverstrekking in het kader van de Participatiewet een eigen beleidskoers te varen - is echter uiterst beperkt. Daarbij moet niet vergeten worden dat gemeenten deze wet in medebewind voor het Rijk uitvoeren, met name omdat het voeren van inkomenspolitiek is voorbehouden aan de landelijke overheid. De controle op de uitvoering door accountants en de Sisa-verantwoording5) is daar ook op ingericht. Overtreding van wet- en regelgeving door gemeenten kan direct leiden tot stopzetting van bevoorschotting, een boete of onder toezichtstelling van/voor de gemeente/uitvoeringsorganisatie. Avres en haar rechtsvoorganger de RSD hebben al lang getracht om het vertrouwen in plaats van wantrouwen centraal te stellen. Zo maakt zij al meer dan 15 jaar geen gebruik meer van maandelijkse inkomstenbriefjes of periodieke heronderzoeken om het recht op uitkering (steeds opnieuw) vast te stellen. Inwoners worden geacht om zelf wijzigingen door te geven wanneer deze aan de orde zijn en daar zijn de processen ook op ingericht. Met het oog op het bieden van maatwerk wordt gebruik gemaakt van het principe van de omgekeerde toets: vanuit de feiten zoeken naar wettelijke mogelijkheden en het toepassen van het zogeheten individualiseringsbeginsel. Dit alles neemt niet weg dat ook Avres zich binnen de wettelijke kaders moet
5) Sisa staat voor Single Information, Single Audit, dit is een methodiek waarlangs de verantwoording richting het Rijk plaatsvindt
blijven begeven. Zodra die wettelijke kaders ruimte bieden, gebruikt Avres die ruimte ook maximaal, zoals dit bijvoorbeeld bij de verstrekking van bijzondere bijstand en onlangs nog bij de uitvoering van Tozo 1 heeft kunnen plaatsvinden. Het Rijk zal een aantal maatregelen moeten nemen om (in algemene zin) het geschonden vertrouwen naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire te herstellen. Wellicht dat met het oog daarop het nieuwe kabinet ook maatregelen zal nemen om de uitvoering van de Sociale Zekerheidswetgeving, waaronder de Participatiewet, in een ander perspectief te plaatsen. Tot dat moment stelt Avres in ieder geval alles in het werk om bij de uitvoering binnen de wettelijke kaders de menselijke maat maximaal vorm en inhoud te geven. In het kader van de ondersteuning en zorgverlening van getroffen gezinnen als gevolg van de Toeslagenaffaire krijgt Avres overigens ook een rol toebedeeld, met name op het terrein van schulddienstverlening. Deze ondersteuning en zorgverlening zal in uitdrukkelijke afstemming en samenspraak met de gemeenten plaatsvinden.
Avres zal daartoe haar meest gekwalificeerde medewerkers inzetten om op deze wijze een bijdrage te kunnen leveren om het bij deze gezinnen geschonden vertrouwen in de overheid te herstellen.
1.4 Overige opgaven Zowel de Coronacrisis als ontwikkelingen rondom de Participatiewet maken het op dit moment - zoals eerder gesteld - lastig om via plannen heel erg ver vooruit te kijken. Desalniettemin is er een aantal zaken die op korte termijn al wel helder zijn, zoals de inwerkingtreding van de Wet inburgering met ingang van 1 januari 2022, waarbij Avres in de uitvoering voor de gemeenten een specifieke taak en rol op zich zal nemen. Daarnaast moeten uiteraard ook de reguliere dienstverlening en ondersteuning haar doorgang vinden, met name voor de inwoners en medewerkers die buiten de ontwikkelingen rondom de coronacrisis (al) een beroep op ons doen. Met het oog hierop zijn in het jaarplan voor 2021 een tiental
opgaven geformuleerd. Het bestuur van Avres stelt voor deze opgaven (ook) door te trekken naar 2022. In de eerste plaats is volgens het bestuur namelijk nu reeds zichtbaar dat door de coronacrisis niet alle opgaven praktisch vorm te geven zijn of in uitvoering kunnen worden gebracht. Zo zijn bijvoorbeeld trainingen / opleidingen en begeleiding simpelweg niet fysiek uit te voeren en/of hebben samenwerkingspartners en/of ondernemers door de coronacrisis op dit moment andere prioriteringen, danwel worden ook zij gehinderd door de beperkende maatregelen. Daarnaast is het bestuur van Avres zich bewust van het feit dat de crisisdienstverlening (al) veel van de uitvoeringsorganisatie vergt en dat om die reden ook niet alles tegelijkertijd kan, zeker niet waar het veel geheel nieuwe veranderopgaven betreft. De opgaven voor 2021 worden derhalve ook doorgetrokken naar 2022, met een beperkt aantal nieuwe opgaven. Hierop zal in hoofdstuk 3 van dit jaarplan nader worden ingegaan.
Avres Jaarplan 2022
9
Hoofdstuk 2
Crisisdienstverlening 2.1 Inleiding
Avres Jaarplan 2022
10
De economische impact van de Coronacrisis is enorm. Uit nieuwsberichten in februari werd duidelijk dat in de voorliggende periode bijna 50 % van alle bedrijven in Nederland een beroep heeft gedaan op één van de directe (financiële) ondersteuningsmaatregelen die door het Rijk zijn uitgerold. Dat betrof grote multinationals, als KLM, maar ook heel veel kleine ondernemers op de hoek van de straat, zoals kledingwinkels, horecagelegenheden, boekhandels en kappers. Aan het begin van de crisis waren dergelijke ondersteuningsmaatregelen algemeen en grofmazig. Later in de crisis worden ze meer specifiek en soms strenger, maar soms ook ruimhartiger. Het doel van deze ondersteuningsmaatregelen is met name tweeledig. In de eerste plaats het behoud van werkgelegenheid voor de periode na de crisis; veel bedrijven zouden zijn omgevallen/failliet zijn gegaan vanwege omzetverlies, met als gevolg massaontslagen. In de tweede plaats het voorzien in inkomensondersteuning. Door omzetverlies zijn er veel ondernemers (bijvoorbeeld zelfstandigen) die voor zichzelf of voor hun medewerkers geen eigen inkomen kunnen genereren. Een aantal van de ondersteuningsmaatregelen vanuit het Rijk voorziet hierin.
De ondersteuningsmaatregelingen zijn in hun aard divers; zo is er de NOW6), die de loonkosten van werknemers gedeeltelijk vergoed, de TVL7), die een bijdrage levert in de tegemoetkoming voor de vaste lasten van ondernemers en de Tozo8), die inkomensondersteuning biedt aan zelfstandigen. Ook zijn er financierings- en/of kredietregelingen (bij banken), belastingmaatregelen (waaronder betalingsuitstel en lagere rente; sector- en branche specifieke regelingen, onder andere voor de cultuursector, de vuurwerkbranche en de reissector) en de TONK9), een tijdelijke ondersteuningsmaatregel voor noodzakelijke kosten na inkomensverlies door Corona. De uitvoering van genoemde regelingen is in handen 6) NOW = Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid 7) TVL = Tegemoetkoming Vaste Lasten 8) Tozo = Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers
gelegd van verschillende organisaties, zoals het UWV, gemeenten en de belastingdienst. De ondersteuningsmaatregelen lijken effect te hebben, blijkt uit (landelijke) statistische gegevens. Het aantal faillissementen is door de Coronacrisis niet explosief toegenomen, integendeel zelfs; deze zijn historisch gezien nog nooit zo laag geweest. Ook is er tot op heden geen enorme stijging van het aantal (geregistreerde) werklozen geweest en blijft ook het beroep op uitkeringen als de WW en de bijstand vooralsnog redelijk beperkt. Toch is het voorgaande slechts één zijde van de medaille. De ondersteuning vanuit / via het Rijk is niet altijd volledig. Een deel van de kosten / het omzetverlies is voor eigen rekening en risico voor en van de ondernemer. Om hun bedrijf overeind te houden spreken ondernemers dan ook spaargeld en reserves aan of sluiten zij buiten de ondersteuningsmaatregelen zelf leningen af, met (nieuwe) schulden tot gevolg. Ook de inkomensondersteuning is vaak geen volledige compensatie voor de derving van inkomen en kan mensen in problemen brengen als daartegenover financiële verplichtingen staan die door hen zijn aangegaan in economisch betere tijden. Naast deze financiële impact moeten ook de psychische en sociale gevolgen voor ondernemers niet worden onderschat.
Vaak is hun eigen bedrijf hun levenswerk en zijn zij gericht op vrij ondernemerschap en dragen hiervoor een eigen verantwoordelijkheid. Nu is er onzekerheid over het voortbestaan en zijn zij afhankelijk van overheidsondersteuning. Toch treft de crisis niet iedere bedrijfssector even hard en is de werkgelegenheidsvraag geheel stil komen te liggen. Zo blijft de roep om technisch gekwalificeerd personeel op dit moment onverminderd groot. Ook in sectoren als de zorg, agrarisch/groen, transport en logistiek, industrie en bouw is nog veel vraag naar werknemers10). De pijn van de economische crisis is dus
9) Tonk = Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten 10) Bron: UWV kansrijke beroepen, februari 2021
niet gelijk verdeeld; zij treft vooral bepaalde sectoren, zoals bijvoorbeeld de detailhandel, de horeca, de evenementenbranche en/of bepaalde doelgroepen zoals zelfstandigen, flexwerkers en jongeren (zonder) relevante werkervaring en/of een arbeidsbeperking. De hoop is er op gericht dat, nadat de Coronapandemie weer onder controle is, er een periode van economisch herstel zal optreden en dat veel bedrijven / ondernemers de draad weer kunnen oppakken zoals in de periode van voor de uitbraak van het Covid 19 virus en dat uiteindelijk het aantal bedrijven dat omvalt beperkt is en werkgelegenheid behouden blijft. Tegelijkertijd is er het bewustzijn dat, nadat de uitbraak van het Corona virus weer onder controle is en de ondersteuningsmaatregelen van het Rijk wegvallen of worden afgebouwd, er toch behoorlijk wat bedrijven zullen omvallen en er meer mensen werkloos zullen raken. Ook andere factoren dan alleen het wegvallen van ondersteuningsmaatregelen zullen daarop van invloed zijn, zoals het consumentenvertrouwen en het herstel van de wereldeconomie.
Het Sociaal Pakket dat door het Rijk is ontwikkeld bestaat uit vier pijlers/bouwstenen: 1. Intensieve ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk (waaronder aanvullende crisisdienstverlening door regionale mobiliteitsteams, een tijdelijke impuls voor de doelgroep banenafspraak en de gemeentelijke re-integratie dienstverlening); 2. Scholing en ontwikkeling voor behoud van werk; 3. Bestrijding van Jeugdwerkloosheid; 4. Aanpak van armoede en schulden. Aan de nadere vormgeving en invulling van het Sociaal Pakket wordt op dit moment op Rijksniveau nog gewerkt. Een aantal onderdelen hiervan is inmiddels al helder; andere onderwerpen moeten nog verder door het Rijk en betrokken partners worden ingevuld. Het Rijk geeft ook uitdrukkelijk aan dat het Sociaal Pakket “Werk in Uitvoering” betreft; al werkende wil het Rijk het pakket gefaseerd uitrollen richting alle 35 arbeidsmarktregio’s. Hieronder zal worden ingegaan op de uitvoering van het Sociaal Pakket en de rol die Avres daarbij zal vervullen, dit uiteraard in de wetenschap dat op dit moment op Rijksniveau nog hard wordt gewerkt aan de nadere uitwerking en invulling van een aantal pijlers/ bouwstenen. De beschrijving hiervan zal op hoofdlijnen en wat meer thematisch zijn, en wat minder gericht op ieder van de pijlers afzonderlijk. Dat is overigens ook wat het Rijk voor ogen heeft met de veronderstelde uitvoering.
Er zitten namelijk uitdrukkelijk verbanden en overlappingen tussen de vier pijlers/bouwstenen. Een ministeriële regeling die de juridische grondslag
11) Dit sociaal pakket is gericht op de financieel / economische gevolgen. Inmiddels is er ook een herstel- cq. ondersteuningspakket ontwikkeld voor de maatschappelijke gevolgen. In dit jaarplan zal op dil laatste pakket niet nader worden ingegaan.
Avres Jaarplan 2022
De economische impact van de Coronacrisis treft overigens niet alleen ondernemers en hun werknemers, maar heeft ook heel direct financiële gevolgen voor mensen in een uitkeringssituatie of met een arbeidsbeperking. Hun uitstroommogelijkheden richting betaald werk zijn - gelet op de huidige situatie op de arbeidsmarkt - bijvoorbeeld beperkter geworden. Maar ook hun inkomenssituatie kan (verder) onder druk komen te staan. Bijvoorbeeld omdat zij worden geconfronteerd met extra uitgaven zoals beschermingsmiddelen of laptops/tablets voor hun kinderen die online onderwijs moeten volgen. Met betrekking tot dit laatste aspect heeft de Stichting Leergeld in het afgelopen jaar in onze regio een belangrijke ondersteunende rol kunnen spelen. Daarnaast zijn er ook nieuwe doelgroepen die (zonder voorliggende voorzieningen) direct een beroep moeten doen op een (gerelateerde) bijstandsuitkering, zoals zelfstandigen en jongeren. De ondersteuning en dienstverlening aan deze nieuwe doelgroepen zal veelal (ook) anders moeten worden ingestoken dan bij/voor inwoners uit de reguliere bestandspopulatie. Deze inwoners hebben bijvoorbeeld recente werkervaring, beschikken over een passend opleidingsniveau of worden met specifieke (ondernemers)schulden worden.
Het kabinet is er zich van bewust dat het bieden van directe ondersteuningsmaatregelen, om de economische/financiële impact van de coronacrisis op te kunnen vangen, op zich onvoldoende is om de weg richting (volledig) herstel in te kunnen slaan. Zij ontwikkelt dan ook met het oog op de ondersteuning van mensen, die niet of slechts in beperkte mate een beroep kunnen doen op de directe ondersteuningsmaatregelen én met het oog op de periode na de crisis waarin de directe ondersteuningsmaatregelen worden afgebouwd, danwel zullen wegvallen, een pakket aan maatregelen dat moet bijdragen aan de weg opwaarts richting (volledig) herstel: het (aanvullend) Sociaal Pakket11).
11
voor de crisisdienstverlening vormt en van daaruit ook (een deel van) de financiering richting de arbeidsmarktregio’s regelt, wordt medio maart/april verwacht en was tijdens het opstellen van dit jaarplan nog niet beschikbaar.
2.2 Van werk(loosheid) naar werk en scholing
Avres Jaarplan 2022
12
Bij de uitvoering van het Sociaal Pakket zullen de 35 arbeidsmarktregio’s een uitdrukkelijke rol krijgen. Het kabinet heeft hiervoor gekozen omdat in de arbeidsmarktregio’s al structuren en samenwerkingsverbanden tussen (keten)partners voorhanden zijn, waardoor ook snel tot uitvoering kan worden overgegaan. Bovendien biedt uitvoering op regionaal niveau per arbeidsmarktregio het voordeel dat ook specifiek kan worden ingespeeld op de regionale/lokale omstandigheden. Zoals eerder gesteld is de impact van economische gevolgen van de Coronacrisis niet voor iedere sector gelijk en daarmee kunnen ook regionale verschillen optreden. Zo zal de impact op de luchtvaartsector in de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam groter zijn, dan in de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. Het kabinet benadrukt dat de uitvoering van het Sociaal Pakket een brede verantwoordelijkheid van en opgave voor meerdere actoren/ partners binnen de arbeidsmarktregio betreft: Werkgevers(organisaties), vakbonden, UWV, onderwijsinstellingen, SBB’s12), gemeenten, uitvoeringsorganisaties Werk en Inkomen, etc.. Zij dienen vanuit hun eigen bestaande taken en verantwoordelijkheden hun rol en positie te nemen bij de uitvoering van het Sociale Pakket en daarbij (zoveel als mogelijk) de afstemming en de samenwerking met anderen te zoeken.
12) SBB= Samenwerkingsorganisaties Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.
Schakel in de uitvoering van het Sociaal Pakket worden de zogeheten Regionale Mobiliteits Teams (RMT). Zij moeten binnen de arbeidsmarktregio’s aanvullend op wat de reguliere dienstverlening door partners/uitvoeringsinstanties aan begeleiding bieden, werkenden en werkzoekenden ondersteunen bij trajecten van werk(loosheid) naar werk. Met het oog op de invulling van een concreet traject voor belanghebbenden, komt er een (landelijke) menukaart - met mogelijkheden voor regionale accenten van waaruit voor een werkzoekende een passend aanbod (zoveel mogelijk maatwerk) kan worden samengesteld. Voorzien is dat een belanghebbende gebruik kan maken van het aanbod / de instrumenten van een van de samenwerkingspartners, ook al behoort hij of zij niet direct tot de doelgroep waar de samenwerkingspartners zich vanuit hun oorspronkelijke taakstelling voor
verantwoordelijk zijn. Indien een aanbod/instrument passend en voorhanden is, kan er een beroep op worden gedaan. Niet alleen om die reden is samenwerking tussen de betrokken partners belangrijk - op deze wijze ontstaat immers een sluitende aanpak -, maar ook omdat trajecten blijven doorlopen als een werkzoekende voor inkomensondersteuning wordt doorverwezen van de ene uitvoeringsinstantie naar de andere (bijvoorbeeld UWV -> gemeente/Avres). Het initiatief voor de oprichting van de RMT’s is belegd bij de centrumgemeenten in de arbeidsmarktregio’s. In de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden is dat de gemeente Gorinchem. De verantwoordelijkheid en de opgave is evenwel - zoals het Rijk het ook voorstaat - voor alle betrokken (keten)partners, zonder dat daartoe nieuwe en complexe infrastructuren in het leven worden geroepen. Daarom is in de regio AV ervoor gekozen om deze gezamenlijkheid in opgave en verantwoordelijk te beleggen bij het Werkbedrijf RAP; een bestaande en reeds goed functionerende overlegstructuur waar alle betrokken (keten)partners uit de gehele regio reeds in vertegenwoordigd zijn: Werkgevers(organisaties), de drie gemeenten, de vakbonden CNV en FNV, Da Vinci-college, Stichting School en Bedrijf, UWV en Avres.
De uitvoering van het Sociaal Pakket wordt door het Rijk financieel ondersteund. Zij heeft hier (vooralsnog) landelijk een bedrag van € 1.4 miljard voor uitgetrokken. Een deel van deze middelen zullen ter beschikking komen van ieder van de arbeidsmarktregio’s in zijn geheel, waarbij het UWV de kassiersfunctie zal gaan vervullen; een ander deel van deze middelen zullen (rechtstreeks) worden toegedeeld aan de betrokken ketenpartners. Al eerder is aangegeven dat het RMT zich zal gaan richten op dienstverlening die aanvullend is op wat partners/uitvoeringsorganisaties reeds nu aanbieden. Het voorgaande betekent dus dat ieder van de ketenpartners ook haar reguliere dienstverlening zal continueren, met eventuele extra accenten en de beschikbaarstelling van instrumenten / trajecten richting derden, maar eveneens dat niet alle ketenpartners in dezelfde mate betrokken zullen zijn bij de uitvoering van aspecten van het Sociaal Pakket. Zo zullen bij faillissementen / reorganisaties met ontslagen waar een Sociaal Plan aan verbonden is, met name werkgevers(organisaties), vakbonden en het UWV de “lead” hebben. Een directe rol voor bijvoorbeeld Avres is - afgezien van het eventueel beschikbaar stellen van instrumenten - in dergelijke situaties beperkt.
Omgekeerd zal de rol en positie van andere ketenpartners meer beperkt zijn voor de aspecten / onderdelen waar Avres zelf direct verantwoordelijk voor is.
13) Dit betreft dus geen limitatieve opsomming, temeer daar het Rijk de uitwerking van het Sociaal Pakket als een proces van Werk in uitvoering beschouwd.
Avres Jaarplan 2022
De uitvoering van het Sociaal Pakket is vooral operationeel van aard. Het Werkbedrijf RAP heeft een overkoepelende rol in deze, waar betrokken ketenpartners de uitvoering (op bestuurlijk niveau) met elkaar afstemmen. Ter ondersteuning van dergelijke overleggremia, wordt in ieder van de 35 arbeidsmarktregio’s een kwartiermaker/ coördinator aangesteld, die daarnaast een belangrijke rol krijgt
in het leggen van verbindingen en het bevorderen van de samenwerking tussen de ketenpartners op operationeel niveau. Niet alle arbeidsmarktregio’s zullen tegelijkertijd starten met de uitvoering van het Sociaal Pakket; deze uitvoering wordt in drie fases uitgerold, waarbij de eerste twee fases worden gebruikt om te leren en door te ontwikkelen, alvorens alle arbeidsmarktregio’s hiermee aan de slag gaan. Het Rijk heeft besloten dat de arbeidsmarktregio AV samen met 16 anderen in de derde fase - rond 1 maart 2021 - met de uitvoering kan gaan starten. Inmiddels zijn met het oog hierop de voorbereidingen reeds begonnen en is de arbeidsmarktregio AV onder andere gestart met de werving van een kwartiermaker/coördinator. De looptijd van de uitvoering van het Sociaal Pakket is op dit moment voorzien tot en met 2022.
13
De voorgestelde crisisaanpak begint bij de eerstverantwoordelijke partij. Om te bepalen wie in aanmerking komt voor aanvullende crisisdienstverlening van het regionale mobiliteitsteam, wordt bij de intake een selectie gemaakt aan de hand van een aantal selectiecriteria. De eerstverantwoordelijke partij neemt ook het initiatief voor de intake, diagnose, selectie en het opstellen van het arbeidsmarktprofiel (inclusief competenties). De eerstverantwoordelijke partij heeft daarnaast de ruimte om dit met eigen instrumenten te organiseren. In zijn algemeenheid wordt vanuit de landelijke kaders (ondermeer) gedacht aan de inzet van de volgende instrumenten13) door/via en vanuit de RMT’s: Kosteloze ontwikkeladviezen via “NL leert door”: Wat: mensen ondersteunen met heroriëntatie op werk door het bieden van kosteloze ontwikkeladviezen voor werkenden en werkzoekenden. Wie: via “NL leert door”. Wanneer: het subsidieplafond voor de tweede ronde is reeds op 1-12-2020 bereikt (de dag van openstelling). Kosteloze scholing via “NL leert door”: Wat: mensen helpen met omscholing door kosteloze scholing aan te bieden (korte trainingen en cursussen) voor werkenden en werkzoekenden. Wie: aanvraag loopt via opleiders of samenwerkingsverbanden die een subsidieaanvraag hebben ingediend. Wanneer: aanbod via website www.hoewerktnederland. nl
Avres Jaarplan 2022
14
Maatwerkregeling voor sectoren: Wat: krimpende sectoren meer mogelijkheid geven om maatwerk te bieden bij het ondersteunen van werkenden die hun baan dreigen te verliezen. Wie: sociale partners kunnen aan de hand van cofinanciering scholingsbudget aanvragen. Wanneer: in het voorjaar van 2021 wordt de verdere
uitwerking van de regeling door het kabinet verwacht. Stimuleren intersectorale omscholing: Wat, wie en wanneer: intersectorale mobiliteit op gang brengen door verstrekken van subsidie aan werkgevers (cofinanciering) voor de kosten van omscholing van een toekomstige werknemer, zodat er geschikte werknemers komen in sectoren waar tekorten dreigen (denk aan techniek en ICT). In het voorjaar van 2021 wordt de verdere uitwerking van de regeling door het ministerie van EZK verwacht. Vergroten Basisvaardigheden: Wat, wie en wanneer: werkgevers stimuleren om in te zetten op het vergroten van de taalvaardigheden van medewerkers (intensivering van het programma “Tel mee met Taal” in 2021). Extra middelen Tijdelijk scholingsbudget WW: Wat, wie en wanneer: middelen voor het UWV om WWgerechtigden te scholen. Praktijkleren MBO: Waarom: de duurzame inzetbaarheid vergroten van werkzoekenden en werkenden (ook Tozo groep) op de arbeidsmarkt door kortdurende bij- en omscholing via praktijkleren in het mbo. Wat: werken in een leerwerkbedrijf combineren met het volgen van (een deel van) een mbo-opleiding gericht op behalen van praktijkervaring, een certificaat of diploma. De opleidingen worden uitgevoerd in de derde leerweg, dit is een aanvulling op de mogelijkheid om en
14) Totaal beroep op leningen bedrijfskapitaal was 134 15) Alle Tozocijfers meting per 1 maart 2021 op basis van genomen besluiten (inclusief afwijzingen)
diploma gerichte mbo-opleiding te volgen via BBL of BOL (deze leerweg wordt niet door OCW bekostigd). De middelen voor deze regeling kunnen worden ingezet voor de financiering van deze opleiding voor max 9 maanden. Wie: in te zetten door RMT, UWV en gemeenten. Ook hier is net als bij het RMT, UWV kassier. Wanneer: nadere uitwerking van deze regeling volgt in het voorjaar 2021.
op Tozo 1. De looptijd van Tozo 1 eindigde op 31 mei 2020 en is opgevolgd door Tozo 2 en Tozo 3. Op Tozo 2 en Tozo 3 is aanmerkelijk minder een beroep gedaan dan op Tozo 1, respectievelijk 568 en 571 keer14,15). Enerzijds is dit het gevolg van de versoepeling van een aantal beperkende maatregelen, anderzijds door de aanscherping van voorwaarden om voor een Tozo uitkering in aanmerking te komen (waaronder de invoering van een partnertoets).
Avres zal zich bij de uitvoering van het Sociaal Pakket van uit haar rol en verantwoordelijkheden met name gaan richten op de volgende aspecten / doelgroepen: - Zelfstandigen; - Jeugdwerkloosheid; - Doelgroep banenafspraak; - Gemeentelijke re-integratie dienstverlening; - Armoede en schulden.
Naar aanleiding van de uitvoering van de Tozo regeling werd Avres duidelijk dat zelfstandigen behoefte hadden en hebben aan meer dan alleen directe inkomensondersteuning. Zij hadden bijvoorbeeld vragen over / behoefte aan begeleiding bij hun zoektocht naar ander werk16), om- of bijscholingsregelingen, of (eventuele) schulden. Vanuit deze opgedane ervaring en geconstateerde behoefte is Avres vervolgens vanaf de zomer van 2020 overgegaan op de ontwikkeling en vormgeving van een adviespunt zelfstandigen, waar zelfstandigen terecht kunnen voor meer aspecten in dienstverlening en ondersteuning dan alleen inkomensverstrekking. Dit is ook beschreven in het “Actieplan bestrijding effecten Corona-crisis”. Met het oog op de uitbreiding van de dienstverlening aan en ondersteuning van zelfstandigen, wordt de Tozo Helpdesk daartoe (geleidelijk) getransformeerd tot een advies/aanspreekpunt zelfstandigen.
In de volgende paragraven zal op deze aspecten / doelgroepen nader worden ingegaan, waarbij hier nogmaals wordt aangegeven dat niet alle kaders op dit moment door het Rijk al zijn uitgewerkt.
2.3 Zelfstandigen
Al vanaf november 2020 biedt Avres via genoemde helpdesk, alle zelfstandigen in de regio AV de mogelijkheid tot een adviesgesprek m.b.t. de aanpak van financiële problemen of heroriëntatie en/of om- en bijscholing. Omdat de Tozo 2 doelgroep bij Avres in beeld was, zijn alle Tozo 2 cliënten eind 2020 actief benaderd met de vraag of zij van het aanbod gebruik wilden maken. Ook nieuwe Tozo 3 cliënten krijgen deze dienstverlening aangeboden. Avres communiceert proactief dat alle zelfstandigen voor een dergelijk adviesgesprek in aanmerking kunnen komen. De dienstverlening beperkt zich dus niet enkel tot Tozo klanten. In april 2021 hebben er ruim 70 adviesgesprekken plaatsgevonden. Ondernemers waardeerden de dienstverlening van de Tozo Helpdesk met een 8,7. De helpdesk is nog steeds actief en zal voorlopig (in ieder geval tot 1 juli 2021) operationeel blijven. Daarna wordt de helpdesk
16) Bij de uitvoering van de Tozo is overigens landelijk voor de belanghebbende de verplichting tot arbeidsinschakeling niet opgenomen. 17) Schulddienstverlening aan zelfstandigen is door de wijziging van de Wet gemeentelijke schulddienstverlening per 1 januari 2021 een verplichting geworden.
Avres Jaarplan 2022
Kort na het uitbreken van de Corona-pandemie in Nederland, en al voor de aanvang van de eerste beperkende maatregelen en de inwerkingtreding van het eerste economische ondersteuningspakket, werd Avres reeds duidelijk dat zelfstandigen/zelfstandig ondernemers een doelgroep is die in groten getale een beroep zou doen op (inkomens)ondersteuning en dienstverlening door en vanuit Avres. Zelfstandigen kunnen namelijk vrijwel geen beroep doen op voorliggende voorzieningen zoals de WW. In die wetenschap heeft Avres snel geschakeld en een helpdesk voor zelfstandigen in het leven geroepen. Omdat Avres bovendien - in tegenstelling tot heel veel andere gemeenten / uitvoeringsorganisaties - kennis en ervaring met betrekking tot bijstandsverlening aan zelfstandigen in huis had gehouden, kon de uitvoering van de eerste inkomensondersteunende regeling voor zelfstandigen (Tozo 1) direct ter hand worden genomen, via het zogeheten Tozo-ondersteuningsteam. Zelfstandigen hadden hierdoor gemiddeld binnen veertien dagen de beschikking over hun uitkering. In totaal hebben 1843 zelfstandigen een beroep gedaan
15
standaard onderdeel van het Adviespunt zelfstandigen dat per 1 april 2021 formeel van start gaat (als ook het Sociaal Pakket in de Arbeidsmarktregio AV formeel wordt uitgerold). Met deze proactieve aanpak liep Avres vooruit op het landelijk kader dat vanuit het Sociaal Pakket voor de ondersteuning van zelfstandigen zou worden ontwikkeld. Inmiddels is dit landelijk kader gereed (handreiking heroriëntatie zelfstandigen) - waarbij ook gebruik is gemaakt van ervaringen en input vanuit Avres - en sluit de eerder door Avres ontwikkelde aanpak hier vrijwel naadloos op aan. De aanpak van Avres bestaat uit drie “routes”, die afhankelijk van de vraag en de behoefte van een zelfstandige los of in combinatie met elkaar kunnen worden gevolgd. Route 1: Zoeken van een oplossing voor ( financiële) problemen: Zoals aangegeven biedt Avres vanuit het Actieplan corona alle zelfstandigen in de regio AV de mogelijkheid tot een adviesgesprek m.b.t. de aanpak van financiële problemen. Tijdens een dergelijk adviesgesprek wordt een uitgebreide intake gehouden en gekeken op welk vlak zich financiële problemen voordoen. Tijdens het adviesgesprek wordt informatie gegeven over de mogelijke oplossingen om kosten te besparen en inkomen te vergroten (denk aan het aanpassen van toeslagen, gebruik minimaregelingen enz.).
Daarnaast is de dienstverlening van Avres per 1 januari 2021 uitgebreid met schulddienstverlening aan zelfstandigen17). Alle zelfstandigen in de regio AV kunnen van deze dienstverlening gebruik maken. Afhankelijk van de situatie wordt er gekeken welke dienstverlening er ingezet kan worden (een traject schulddienstverlening kan hiertoe behoren). Gemeenten kunnen een bijdrage leveren door ondernemers te wijzen op deze vorm van dienstverlening.
Avres Jaarplan 2022
16
Route 2: Kiezen voor een baan of bijbaan in loondienst: Naast het adviesgesprek financiën dat Avres biedt vanuit het Actieplan corona, wordt alle zelfstandigen in de regio AV de mogelijkheid geboden voor een adviesgesprek m.b.t. heroriëntatie en omscholing om ander (tijdelijk) werk te vinden. Er vindt een intake
plaats waarna ondernemers worden verzocht zich te registreren op WIJIJ. Op het platform WIJIJ kunnen ondernemers drie korte testen maken waarna zij een e-portfolio ontvangen. In dit portfolio worden de competenties van betrokkene weergegeven. Het e-portfolio wordt gebruikt tijdens het vervolggesprek dat wordt gevoerd met het Leerwerkloket. Het Leerwerkloket bespreekt met de zelfstandigen de mogelijkheden voor eventuele om- en bijscholing en houdt hierbij rekening met vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Tijdelijk individueel maatwerkbudget omscholing in de regio via Avres. Om her- en omscholing mogelijk te maken is er (tevens als onderdeel van het Actieplan corona) een tijdelijk maatwerkbudget voor omscholing voor zelfstandigen beschikbaar. Dit budget kan worden ingezet om zelfstandigen financieel te ondersteunen in hun omscholing (dit budget staat los van het aanbod vanuit NL Leert door en is biedt meer maatwerkmogelijkheden). Overige gratis scholingsmogelijkheden in de regio AV via WIJIJ Op het platform WIJJIJ kunnen alle inwoners uit de regio (en dus ook zelfstandigen) terecht voor korte gratis trainingen en cursussen om snel specifieke vaardigheden te vergroten. Daarnaast kunnen ondernemers op het WIJIJ platform terecht voor vacatures en dus ander (eventueel tijdelijk) werk.
NL leert door via SZW Het Rijk bood via “NL leert door” mensen de mogelijkheid om een gratis ontwikkeladvies te volgen bij een loopbaanadviseur. De subsidieplafonds (eerste en tweede tijdvak) waren binnen zeer korte tijd bereikt. Mensen kunnen hier dus geen gebruik meer van maken. SZW verwijst mensen nu door naar het Leerwerkloket. Vanaf 1 december 2020 is er vanuit “NL leert door” een online scholingsaanbod beschikbaar. Het cursusaanbod is te vinden op www.nederland.leert.nl. Route 3: Versterken van de eigen onderneming. Ten aanzien van het versterken van de eigen onderneming bezit Avres niet over de juiste expertise.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het ondersteunen bij het opstellen van nieuwe businessplannen. In een aantal gemeenten wordt vanuit de accountmanagers Bedrijven/afdelingen economische zaken, dan wel vanuit de ondernemersloketten en de contacten met ondernemersverenigingen, op dit vlak al ondersteuning georganiseerd. Er zal nog worden onderzocht of andere maatregelen/instrumenten noodzakelijk zijn om deze route verder vorm te geven. De financiering van het adviespunt en de ondersteuning zelfstandigen vindt plaats uit het resultaat 2020, zoals dat is opgenomen in de winternota 2020 en de bijbehorende begrotingswijziging 2021, die beiden na een doorlopen traject van zienswijzen bij de gemeenten op 15 april 2021 zijn vastgesteld door het algemeen bestuur.
2.4 Jeugdwerkloosheid Zoals eerder aangegeven is een van de pijlers/ bouwstenen van het Sociaal Pakket de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Binnen deze pijler vraagt het Kabinet specifiek aandacht voor een aanpak gericht op schoolverlaters met een verhoogde kans op werkloosheid. Hiervoor heeft het Kabinet op landelijk niveau € 342 miljoen vrij gemaakt. Dit is een pijler waarbinnen Avres heel uitdrukkelijk niet alleen opereert, maar samen dient op te trekken met andere ketenpartners op (boven)regionaal niveau. Inmiddels hebben het Regionale Meldpunt en Coördinatiecentrum/Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten, uitvoeringsorganisaties Werk en Inkomen (waaronder Avres), ROC Da Vinci College, AOC Wellant, praktijkscholen en scholen voor voorgezet speciaal onderwijs nagedacht over een effectieve bestedingsinzet van de extra middelen in relatie tot de geschetste kaders vanuit het Rijk. Richtinggevend wordt door de betrokken ketenpartners aan de volgende maatregelen gedacht die schoolverlaters ondersteunen en voorkomen dat jongeren langs de kant komen te staan:
Doelgroepen: De regionale aanpak van jeugdwerkloosheid richt zich met name op drie doelgroepen: - Laatstejaars leerlingen van het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs; - Voortijdig schoolverlaters; en - Studenten van het mbo met een grote kans op werkloosheid (diploma in ‘20, ‘21 of ‘22) Concretisering/vertaling in maatregelen: De betrokken ketenpartners hebben het Rijkskader en de uitgangspunten in relatie tot de doelgroepen inmiddels vertaald in een aantal meer concrete maatregelen, die uiteraard nog nader moeten worden uitgewerkt. Schematisch is deze concretisering in onderstaand schema weergegeven.
Avres Jaarplan 2022
Uitgangspunten: De uitgangspunten voor de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid zijn: - Maatregelen betreffen een intensivering van bestaande werkwijzen en initiatieven: Vanwege
de tijdelijkheid van middelen, wordt ingezet op intensiveren van bestaande werkwijzen en initiatieven. - Maatregelen zijn inzetbaar voor 2021 en 2022: De verwachting is dat de economie niet op een spoedig herstel kan rekenen. Daarom zullen de extra middelen zo veel mogelijk worden uitgesmeerd over 2021 en 2022, zodat schoolverlaters ook in 2022 nog kunnen rekenen op de ondersteuning vanuit de maatregelen. - Maatregelen staan in verbinding met overige crisisdienstverlening van gemeenten en UWV: Om jongeren in de regio te begeleiden naar vervolgonderwijs of werk kan gebruik worden gemaakt van verschillende generieke investeringen in het aanvullend sociaal pakket. Denk aan extra middelen voor gemeentelijke dienstverlening, voor aanvullende crisis-dienstverlening door regionale mobiliteitsteams en via bij- en omscholing. - Maatregelen sluiten aan op huidige beleids- en uitvoeringsafspraken: De regio heeft een sluitende aanpak voor pro/vso jongeren die uitstromen naar werk. Ook kan gebruik worden gemaakt van de bestaande dienstverlening van leerwerkloketten. De maatregelen sluiten ook aan op het regionaal programma Voortijdig Schoolverlaten 2020-2024, waarin maatregelen zijn benoemd om het aantal voortijdig schoolverlaters te verminderen en jongeren die al zijn uitgevallen terug te leiden naar het onderwijs of naar werk.
17
Thema’s uit kamerbrief sociaal pakket
Toelichting in kamerbrief
Maatregelen in regio
Coördinatie aanpak jeugdwerkloosheid
Gezamenlijke aanpak op drie maatregelen: - Begeleiding in het laatste schooljaar - Ondersteuning naar baan of leerbaan - Nazorg
AMR (= alle betrokken partijen)
Stimuleren van doorleren en ombuigen van opleidingsrichting als mogelijk, inzetten van stages, nazorg, tijdelijke banen van net uitgestroomde pro en vso-ers in samenwerking met gemeente omzetten in meer duurzaam werk.
School
Extra nazorg verlenen aan pro/vso leerlingen die uitstromen naar werk. Gedacht wordt aan een ‘waakvlamfunctie’ (na analogie van de pilot in de gemeente Zwijndrecht).
Gemeenten kunnen gebruik maken van het budget gekoppeld aan hun wettelijke taak voor het ondersteunen van pro- en vso-ers naar werk, van ESF-middelen en van de extra middelen die medio 2020 via een decentralisatie-uitkering beschikbaar is gesteld voor deze groep.
AMR (= alle betrokken partijen)
Deze middelen zijn reeds doorgezet naar de scholen. De middelen worden ingezet op het gebied van stages en werkplekleren, bestaande uit stagebegeleiding door school en bedrijf, stage ondersteunende coaching door de school, arbeids- en bedrijfssimulatie in praktijkruimten en aanvullende zorgleerlingbegeleiding/mentoring door de school.
Intensivering reguliere taken RMC met aandacht voor oudvsv-ers.
RMC
Uitbreiding capaciteit MatchMakers. De aanpak MatchMaker biedt ambulante ondersteuning aan jongeren die niet meer naar school gaan bij het vinden van (leer)werk of geschikte opleiding.
Voortijdig schoolverlaters ondersteunen naar een baan of naar een leerbaan (in het post-initieel onderwijs) voor bijscholing als dat hun directe en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt ten goede komt.
AMR (= alle betrokken partijen)
LVS, Da Vinci College en Wellant College realiseren een ‘warme’ overdracht van onderwijs naar gemeenten voor uitvallers. LVS wordt betrokken in de loopbaan-gesprekken op school vanaf het moment dat duidelijk is dat de jongere geen perspectief meer heeft op deze school en (nog) geen vervolgbestemming heeft.
Laatstejaars leerlingen van het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs
Voortijdig schoolverlaters
Avres Jaarplan 2022
18
Uitvoering geven aan gezamenlijke aanpak i.s.m. overige crisisdienstverlening (o.a. regionale mobiliteitsteams). Opstellen routekaart voor jongeren.
Verbeteren van het aanbod van (korte) toeleidings- en leertrajecten naar kansrijke beroepen voor kwetsbare jongeren. Opstarten van ‘Werk-inZicht’ Drechtsteden en het versterken van SITY Academy Gorinchem en de samenwerking tussen beide initiatieven.
Thema’s uit kamerbrief sociaal pakket
Toelichting in kamerbrief
Maatregelen in regio
Studenten van het mbo met een grote kans op werkloosheid (diploma in ‘20, ‘21 of ‘22)
Bieden van extra begeleiding gericht op doorleren dan wel de overgang naar werk en het verzorgen van nazorg na afstuderen.
School
Uitbreiding van het aantal loopbaangesprekken voor laatstejaars mbo-studenten en inrichten nazorggesprekken voor gediplomeerde mbo-studenten. De gesprekken zijn gericht op het stimuleren van doorleren en anders het begeleiden naar de arbeidsmarkt.
Nazorg voor mbo-ers met diploma uit 2020 en ondersteuning naar een baan of leerbaan (omscholing) voor mbo-ers met diploma uit 2020 of 2021 als de jongere een opleiding heeft afgerond met weinig kans op werk.
AMR (= alle betrokken partijen)
In beeld krijgen van mbo-ers met diploma uit 2020 via het mbo en via andere partners. Actief benaderen van deze schoolverlaters via de aanpak MatchMaker. Wordt opgenomen in uitbreiding capaciteit MatchMakers. Studenten ondersteunen via Regionale Mobiliteitsteams. Wanneer intensieve ondersteuning nodig is, wordt door school en student samenwerking gezocht met de in oprichting zijnde regionale mobiliteitscentra. Studenten ondersteunen via het platform WIJIJ. Via het platform kunnen studenten zich profileren om direct door potentiële werkgevers gevonden te worden. Studenten ondersteunen via Startersbeurs. Met het instrument wordt beoogd jongeren werkervaring op te laten doen. Het instrument is gericht op jongeren met een diploma en verder geen belemmeringen op leefdomeinen, behalve de beschikbaarheid van geschikte vacatures. Gedacht wordt om in 2021 100 startersbeurzen aan te bieden.
Avres Jaarplan 2022
De provincie Zuid-Holland zet in op startersbanen voor mbo- en hboopgeleide jongeren. De provincie start een pilot om in ieder geval 150 jongerenwerkplekken te creëren. Vanaf januari 2021 kunnen bedrijven subsidie aanvragen om een startende jongere een jaar lang een arbeidscontract aan te bieden. Hiervoor krijgt het bedrijf een tegemoetkoming van 20% van het bruto jaarsalaris.
19
2.5 Doelgroep Banenafspraak
Avres Jaarplan 2022
20
De coronacrisis brengt voor veel werkenden het risico van werkloosheid met zich mee. Niet iedereen verliest even snel zijn baan, en niet iedereen vindt even makkelijk nieuw werk. De mensen uit de doelgroep banenafspraak hebben een groter risico om hard geraakt te worden door de coronacrisis dan andere. De mensen uit deze groep zijn recent op de arbeidsmarkt gekomen en werken vaak met tijdelijke contracten. Zij zijn dus extra kwetsbaar voor ontwikkelingen in de conjunctuur. Als zij hun baan verliezen, verliezen zij ook snel hun verworven competenties en vaardigheden. Hierdoor groeit hun afstand tot de arbeidsmarkt snel. Hoe langer mensen thuis zitten zonder baan, hoe moeilijker het wordt om alsnog aan het werk te komen. Hierdoor gaan investeringen verloren die werknemers uit de doelgroep banenafspraak, hun werkgevers, gemeenten en UWV hebben gedaan voor een positie op de arbeidsmarkt voor een ontwikkeling op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft in het steun- en herstelpakket van 28 augustus 2020 een tijdelijke impuls aangekondigd om mensen uit de doelgroep banenafspraak betrokken te houden bij de arbeidsmarkt en hun vaardigheden en competenties te behouden; de zogeheten tijdelijke impulsmaatregel Banenafspraak.
Het gaat bij deze impulsmaatregel niet alleen om mensen uit de doelgroep die daadwerkelijk werkloos zijn geworden, maar ook om mensen uit de doelgroep die met werkloosheid worden bedreigd. De tijdelijke impulsmaatregel beoogt twee doelstellingen. In de eerste plaats door extra begeleiding de mensen uit deze doelgroep zo snel mogelijk van werk naar werk te krijgen. Daarnaast - indien het realiseren van deze eerste doelstelling niet (op korte termijn) in het verschiet ligt, het werkfit houden van mensen uit deze doelgroep. De twee uitvoeringsorganisaties die met de uitvoering van de Wet Banenafspraak zijn belast, het UWV (voor wat betreft de Wajongers) en de gemeenten (i.c. Avres), - zo erkent de regering - beschikken al over een goede infrastructuur en de juiste maatregelen om de eerste doelstelling te kunnen realiseren. Wel zal naar verwachting van het kabinet hierop een intensivering moeten plaatsvinden. De tweede doelstelling is evenwel nieuw. Zowel de eerste als de tweede