8 Begroting 2022 gemeenschappelijke regeling Avres 0705 (002).pdf
Tekst van het document
ontwerp Financiële Begroting 2022 Meerjarenraming 2023-2025
Versie 7 mei 2021
1
Inhoudsopgave Inleiding .........................................................................................................................................................3 Paragrafen ...................................................................................................................................................10 Weerstandsvermogen ..................................................................................................................................... 10 Onderhoud kapitaalgoederen ......................................................................................................................... 12 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................................ 13 Verbonden Partijen ......................................................................................................................................... 16
Financiële Begroting ...................................................................................................................................18 1.
Overzicht van baten en lasten ................................................................................................................ 18
2.
Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 ................................................................................... 18
2.1
Overzicht van incidentele baten en lasten (artikel 19 lid c BBV) ......................................................... 20
2.2
Overzicht van structurele mutaties aan reserves (artikel 19 lid d BBV) .............................................. 21
3
Financiële begroting per taakveld ........................................................................................................... 21
3.1
Overhead............................................................................................................................................ 21
3.1
63 Inkomensverstrekking .................................................................................................................... 23
3.2
64 Begeleide participatie .................................................................................................................... 25
3.4
65 Participatie ..................................................................................................................................... 27
3.5
671 Maatwerkondersteuning 18+....................................................................................................... 28
3.6
Taakveld 010 Reserves ........................................................................................................................ 29
4
Financiële positie .................................................................................................................................... 30
5
Geprognosticeerde balans ...................................................................................................................... 30
6
Investeringsschema ................................................................................................................................ 31
7
Overzicht reserves .................................................................................................................................. 33
8
Uitgangspunten begroting 2022 ............................................................................................................. 34
Ontwerpbesluit ...........................................................................................................................................35 Bijlage 1 Overzicht gemeentelijke bijdragen.................................................................................................... 36 Bijlage 2 Verdeelsleutel ................................................................................................................................... 37 Bijlage 3 Inventarisatie, waardering financiële risico’s en berekening weerstandsvermogen ......................... 38
2
Inleiding Hierbij treft u de begroting 2022 aan, inclusief de meerjarenraming 2023-2025. Zowel de begroting 2022 als de meerjarenraming 2023-2025 laten vanuit het huidig perspectief van baten en lasten een financieel tekort zien. De begroting 2022 heeft voor de gemeenten geen gevolgen doordat Avres haar reserves inzet. Vanaf 2023 - het meerjarenperspectief - is de inzet van reserves vanwege de begrotingsregels van de provincie echter niet meer mogelijk. Volgens deze begrotingsregels dienen de baten en de lasten vanaf dat moment structureel in evenwicht te zijn, hetgeen ondermeer betekent dat eventuele tekorten niet meer mogen worden gedekt via de inzet van incidentele middelen, waaronder de aanwending van reserves. Een ontwerp-meerjarenraming vanaf 2023 die aan de eisen van de begrotingsregels van de provincie voldoet, verwacht het dagelijks bestuur direct na het zomerreces aan te kunnen bieden. Tijdens de maanden mei tot en met augustus wordt in samenwerking met een extern bureau een zogeheten ambitienotitie opgesteld. Hierin wordt een aantal voorstellen uitgewerkt om vanaf 2023 wel een structureel evenwicht te kunnen realiseren tussen baten en lasten.
De voorstellen zien niet alleen op maatregelen op vlak van efficiency en effectiviteit binnen Avres zelf maar ook op extra taken (zoals opvang proVso) die Avres tot op dit moment voor de gemeenten uitvoert maar niet in rekening bracht. Deze voorstellen en de daarmee samenhangende aanpassing voor de meerjarenraming, volgen in het najaar 2021 een traject van zienswijze bij de gemeenteraden. Definitieve vaststelling van deze begrotingswijziging door het algemeen bestuur vindt vervolgens plaats in december 2021. Zonder een dergelijke aanpassing van de meerjarenraming zal de GR Avres in 2022 puur op basis van de begrotingsrichtlijnen onder preventief financieel toezicht van de provincie Zuid Holland komen te staan. Deze uitkomst wordt bij een respectvolle regievoering aan beide kanten niet verwacht.
De uitkomst van de financiële begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025: Uitkomst ontwerpbegroting 2022 en meerjarenraming 20232025 (bedragen * € 1.000) Uitkomsten ontwerpbegroting en ontwerpmeerjarenraming
2021 (winternota)
2022
2023
2024
2025
-874
-1.322
-498
-278
-307
Toelichting Uit bovenstaande tabel blijkt dat alle jaren nadelig sluiten. Zoals hierboven reeds is aangegeven kan de begroting 2022 uiteindelijk in evenwicht worden gebracht door de inzet van reserves. Voor de uitkomst van de meerjarenraming kan echter geen gebruik worden gemaakt van deze methodiek / systematiek; De begrotingsrichtlijnen van de provincie verzetten zich daar immers tegen. Voor een gezonde duurzame financiële begroting in meerjarenperspectief, is een jaarlijkse verbetering van het financieel resultaat nodig. Bij het opstellen van het meerjarenperspectief werd duidelijk dat Avres zonder maatregelen na 2023 met een tekort van €1,5 mln zou worden geconfronteerd. Door de verwerking van maatregelen op het terrein van efficiency en financieel rendement is dit tekort in de meerjarenraming inmiddels teruggebracht tot €0,5 mln. Genoemde maatregelen voorzien in besparingen op formatie (€300K), huisvesting (€300K) en overige (€100K) en hogere opbrengsten SW (300K). Uitgangspunten voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 - Bij het opstellen van de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de gevolgen van de Coronacrisis. Tegelijkertijd zijn deze gevolgen moeilijk in te schatten.
Met name zijn de gevolgen voor de werkgelegenheid en daarmee ook de gevolgen ten aanzien van instroom in en uitstroom uit de bijstand lastig te voorspellen. Dit maakt ook de ontwikkeling van het be3
-
-
schikbare BUIG budget en de ontwikkeling van de uitkeringslasten in relatie tot de omvang van de bijstandspopulatie onzeker. Zowel de ontwerpbegroting 2022 als de ontwerp meerjarenraming 2023-2025 zijn financieel niet sluitend. In 2022 lost Avres dit op door haar reserves aan te spreken. Uitgangspunt is om vanaf 2023 een structureel evenwicht tussen baten en lasten te realiseren. Om dit te kunnen bereiken wordt een ambitienotitie opgesteld waarin aan aantal maatregelen wordt uitgewerkt die het gewenste perspectief op een structureel evenwicht tussen baten en lasten bieden. De algemene bijdrage 2022 voor de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden stijgt ten opzichte van 2021 met een inflatiepercentage van 1,5%.
Indeling en rubricering begroting 2022 De indeling van de financiële begroting volgt de universele rubricering van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Dit is overeenkomstig de wettelijke verplichting omdat de gemeenten de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling per taakveld inclusief een component voor overhead moeten opnemen. Verklaring van verschillen op hoofdlijnen tussen nieuwe begroting en bestaande meerjarenraming1 Verschillen tussen nieuwe en bestaande meerjarenraming (bedragen * € 1.000) Uitkomsten lopende meerjarenraming (MJB)
Uitkomsten ontwerpbegroting en MJB Verschil
2022
2023
2024
2025
-328
147
252
252
-1.322
-498
-278
-307
-994
-645
-530
-559
Uit de volgende tabellen blijken de meest belangrijke verschillen ten opzichte van de meerjarenraming die vorig jaar is opgesteld:
1
De jaarschijf 2025 is nieuw en heeft als basis de uitkomst van de jaarschijf 2024.
4
Verschillen tussen nieuwe en bestaande meerjarenraming (bedragen * € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Geconstateerde nadelen ten opzichte van 1 jaar geleden: 1 2 3 4 5 6
Lagere toegevoegde waarde ontwikkelbedrijf (Sw) Indirecte exploitatiekosten ontwikkelbedrijf (Sw) Lingeloods extra kosten 1e etage Periodieke verhogingen bevorderingen CAO nieuw beschut CAO opstapbanen
-585 -170 -120 -200 -152 -68
-218 -170 -120 -325 -60 -160
-294 -170 -120 -450 14 -160
-183 -170 -120 -575 14 -160
7 8
Opleidingsbudget voor ontwikkelinbedrijf (sw) Hoger afschrijvingen huisvesting auto's en ict
-84 -70
-84 -100
-84 -50
-84 -70
-1.449
-1.237
-1.314
-1.348
33 94 150
33 94 150
33 94 150
33 94 150
300
300
135 -32 680 -90 -647
135 150 862 -79 -531
300 54 135 140 906 -118 -560
Geconstateerde voordelen ten opzichte van 1 jaar 9 Lagere kosten arbo 10 Telefonie, abonnementen drukwerk 11 Overige huisvestingbudgetten Taakstelling verlaging budgetten huisvesting als 12 gevolg van thuiswerken 13 Afloop concessie textiel 14 Gevolgen proces verzelfstandiging WiJij 15 Mutatie Sw financiering Rijk 16
Overige verschillen
135 -25 387 68 -994
Toelichting verschillenanalyse 1. Lagere toegevoegde waarde Ontwikkelbedrijf De SW-doelgroep vergrijst en binnen deze doelgroep leidt dit tot een afname van de loonwaarde. Daarnaast stromen alleen medewerkers vanuit de regeling Nieuw Beschut in. Zij hebben slechts een loonwaarde tot 30%, omdat dit één van de criteria is voor toelating tot deze regeling. Als gevolg van het voorgaande wordt het steeds lastiger om een hogere financiële toegevoegde waarde te (kunnen) realiseren. Praktisch gezien is dit alleen mogelijk door waar mogelijk: de loonwaarde van doelgroepmedewerkers te verhogen; nog efficiënter te werken; en nog slimmere commerciële afspraken, met een hogere marge, te maken. Alhoewel de inzet van Avres continu gericht is op het bovenstaande moet ook onder ogen worden gezien dat het steeds lastiger wordt de toegevoegde waarde (op traditionele wijze) te verhogen. Tegelijkertijd heeft de introductie van de Participatiewet gevolgen voor het bijstandsbestand. Doordat de eisen voor de Wajong zijn verscherpt en instroom in de SW niet meer mogelijk is, hebben veel meer mensen met een arbeidsbeperking een bijstandsuitkering moeten aanvragen. Daarnaast stelt de arbeidsmarkt steeds hogere eisen aan medewerkers. Bijstandsgerechtigden zijn hierdoor steeds minder in staat om zelfstandig de stap naar duurzame uitstroom richting betaald werk te zetten.
Hierdoor neemt het aandeel bijstandsgerechtigden voor wie een reguliere baan nog niet haalbaar is toe. Avres ziet een belangrijke functie voor het Ontwikkelbedrijf om deze afstand voor dit deel van de doelgroep te verkleinen door het inzetten van arbeidstoeleidings-/ontwikkeltrajecten en opstapbanen. Gedurende de looptijd van deze trajecten en opstapbanen kan deze groep personen via hun werkzaamheden ook toegevoegde waarde genereren. In het verleden is de opbrengst die met de werkzaamheden door deze doelgroep kon worden gerealiseerd te rooskleurig ingeschat. Inmiddels is de opbrengst via de inzet van arbeidstoeleidings-/ontwikkeltrajecten en opstapbanen herijkt en verwerkt in nieuw opgestelde ramingen toegevoegde waarde (zie volgende grafiek). Deze ramingen zijn nog steeds ambitieus, maar omvat inmiddels een meer realistisch aantal trajecten en opstapbanen als extra impuls om de toegevoegde waarde te verhogen. 5
2. Indirecte bedrijfskosten Ontwikkelbedrijf. Bij de gemeenschappelijke regeling is vorig jaar abusievelijk de netto toegevoegde waarde geraamd en NIET het netto resultaat van Avres SW BV. Het verschil tussen de netto toegevoegde waarde en het netto resulaat betreft het benodigde budget voor bedrijfskleding en onderhoud gereedsschappen (€170K). De begroting 2022 gaat uit van het netto resultaat van Avres SW BV. 3. Lingeloods extra kosten 1e etage. Op de 1e etage van de Lingeloods zijn 44 werkplekken in gebruik genomen. Eerder is uitgegaan van 12 werkplekken 4. Periodieke verhogingen Om de meerjarenraming financieel stabiel te krijgen houdt deze meerjarenraming voor het eerst rekening met periodieke loonsverhogingen voor medewerkers van Avres die het maximum van hun functionele schaal nog niet hebben bereikt. De hoogte van de jaarlijks verwachte periodieke verhogingen bedraagt € 125K. 5. CAO Nieuw beschut en opstapbanen (punt 6) In 2021 is de CAO “Aan de Slag” tot stand gekomen. Deze (nieuwe en eerste) CAO is bedoeld voor medewerkers met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimum loon kunnen verdienen. Hieronder vallen binnen Avres de medewerkers die vanuit de Stichting Nieuw Beschut werkzaam zijn.
De CAO biedt de werknemers die hieronder vallen recht op pensioen, inschaling en loonsverhoging en is daarmee tenminste 10% duurder ten opzichte van de oude situatie toen nog geen CAO van toepassing was. Het Rijk compenseert de gevolgen van deze nieuwe CAO vooralsnog niet. 7. Opleidingskosten voor SW medewerkers Binnen de kaders heeft Avres de opdracht om haar doelgroepmedewerkers maximaal te ontwikkelen. Het huidige budget voor opleidingen voor SW bedraagt slechts € 50K, is daarmee niet toereikend en moet worden verhoogd. 6
8. Afschrijvingen huisvesting, autos’en ICT. De hogere afschrijvingen houden met name verband met de afschrijving op het pand Marconiweg. Tegenover de hogere afschrijvingen staan lagere huisvestingslasten. Voordelige verschillen ten opzichte van de lopende meerjarenraming: 9. Arbo. De geraamde kosten voor Arbo kunnen op basis van ervaringscijfers naar beneden toe worden bijgesteld. Op grond hiervan wordt het budget met € 33K verlaagd. 10.Telefonie, abonnementen en drukwerk. Kopieren en bellen is in 2020/2021 via de koepelorganisaties VNG en Cedris Europees aanbesteed. Op grond van deze aanbesteding kan het budget aanzienlijk worden verlaagd. 11.Overige huisvestingsbudgetten. Vanwege de ingebruikname van de locatie Marconiweg vervallen de huurlasten van de Bullekeslaan en de Schelluinsestraat. Daarnaast konden op basis van jaarcijfers 2020 alle budgetten van alle locaties voor het eerst gericht worden bijgesteld. De nieuwe ramingen geven een voordeel ten opzichte van de bestaande raming van € 150K. 12Taakstelling budgetten huisvesting mede als gevolg van thuiswerken Tijdens de Coronacrisis zijn veel medewerkers veelvuldig gaan thuiswerken. We verwachten dat na afloop van deze crisis er ten opzichte van de situatie voor de crisis meer zal worden thuisgewerkt. Dit betekent dat er meer kantoorwerkplekken beschikbaar zijn dan nodig is.
Dit gegeven maakt dat Avres een bezuiniging op het budget huisvesting wil realiseren. 13.Afloopconcessie textiel. Per ultimo 2024 eindigt de overeenkomst met GR Waardlanden. Verlenging van deze overeenkomst is mogelijk. Gelet op de inzamelkosten in relatie tot de marktopbrengst voor textiel is er reden om over de prijsvoorwaarden vanaf 2024 in gesprek te gaan. In ieder geval zal de verschuldigde vergoeding bij het lokale textielsorteercentrum Het Goed Gorinchem vanaf 2025 worden geclaimd. Tot 2025 heeft Het Goed Gorinchem zoals verwacht geen mogelijkheid om Avres financieel te compenseren. Ten opzichte van de jaarschijf 2024 ontstaat hierdoor mogelijkerwijs een voordeel. 14.Verzelfstandiging WIJIJ. Vanwege het proces van verzelfstandiging van WIJIJ vervallen vanaf 2022 diverse structurele lasten. In 2022 wordt de nettolasten van WIJIJ uit de financiele middelen van de DOE agenda gefinancierd. Vanaf 2023 maakt de bijdrage aan WIJIJ geen onderdeel meer uit van de begroting van Avres. Wel is het mogelijk dat vanwege het publieke belang van WIJIJ een subsidierelatie met de nieuwe entiteit van WiJij wordt aangegaan. 15.Mutaties SW financiering. De rijksvergoeding voor SW is onder andere afhankelijk van landelijke volume-ontwikkelingen. Indien er meer SW medewerkers uitstromen dan dat landelijk is geraamd, stijgt de vergoeding per SW medewerker.
Deze situatie geeft niet-beinvloedbare onzekerheden in de begroting en meerjarenraming. De omvang van de rijksvergoeding bedraagt € 10.000K. Financiele positie (reserves) De kwaliteit van de financiele positie hangt samen met de financiele risico’s en de wijze waarop deze risico’s door reserves (= het weerstandsvermogen) zijn afgedekt.
7
Uit de ontwikkeling blijkt dat de omvang van het beschikbare weerstandsvermogen vanaf 2021 met 132% onder de gestelde onderbandbreedte ligt. De onderbandbreedte veronderstelt een dekkingsgraad van 140%; De bovenbandbreedte 200%. Met een dekkingsgraad van 100% zijn alle berekende risico’s met reserves afgedekt. In deze prognose zijn de verwachte nadelige begrotingsresultaten voor 2021 en 2022 meegenomen. De norm van 140% is in overeenstemming met de door het Algemeen Bestuur vastgstelde nota reserve en voorzieningenbeleid. Financiële gevolgen gemeenten (bijdragen overige bedrijfsvoering) De bijdragen voor de gemeenten in de kosten voor de bedrijfsvoering en/of ontoereikende middelen voor de operationele taken, stijgen in 2022 ten opzichte van 2020 met gemiddeld 1,5% van algemene loon- en prijsstijging. De omvang van de budgetten voor de bedrijfsvoering is met 1,5% toegenomen. Op grond van artikel 9, lid van de financiële verordening Avres 2019 is de verdeelsleutel op basis van de gegevens van de septembercirculaire 2020 iets aangepast. De geraamde gemeentelijke bijdragen 2022 zijn als volgt:
8
Bijdrage bedrijfsvoering 2021 volgens vastgestelde begroting 2021
Gorinchem
Molenlanden
Vijfheerenlanden
Totaal
Taakveld 63 bedrijfsvoering Taakveld 64 bedrijfsvoering Taakveld 65 bedrijfsvoering Taakveld 671 bedrijfsvoering
2.429 843 899 546
1.260 437 466 283
2.309 801 854 519
5.998 2.081 2.219 1.348
Bijdrage vlgs begroting 2021
4.717
2.446
4.483
11.646
Met nieuwe verdeelsleutel obv prijzen en volumina septembercirc 2020 Verdeelsleutel voor BEGROTING 2021
40,5%
21,0%
38,5%
100,0%
Verdeelsleutel voor BEGROTING 2022 taakveld 63 taakveld 64 taakveld 65 taakveld 671
41,1% 2.465 855 912 554 4.787
20,6% 1.236 429 457 278 2.399
38,3% 2.297 797 850 516 4.460
100,0% 5.998 2.081 2.219 1.348 11.646
Molen- Vijfheerenlanden landen
Totaal
Bijdrage bedrijfsvoering 2022 met verdeelsleutel obv Gorinchem septembercir 2020 + 1,5% taakveld 63 taakveld 64 taakveld 65 taakveld 671
2.502 868 926 562
1.255 435 464 282
2.331 809 862 524
6.088 2.112 2.252 1.368
4.859
2.435
4.527
11.821
De toegepaste verdeelsleutel op basis van de financiële verordening Avres 2019 is ontleend aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het cluster werk en inkomen. In bijlage 1 is een volledige specificatie van bovenstaande bijdrage weergegeven en in bijlage 2 zijn de gegevens opgenomen in verband met de toegepaste verdeelsleutel.
9
Paragrafen Weerstandsvermogen Doelstelling: gewenste dekkingsgraad minimaal 140% en maximaal 200%. Beoordeling van de kwaliteit van het weerstandsvermogen vindt plaats via het volgen van de weerstandsratio (= risico’s versus financiële reserves) én de omvang van de vrij besteedbare boekhoudkundige reserves. De door het algemeen bestuur vastgestelde dekkingsgraad bedraagt minimaal 140% (en maximaal 200%). Oftewel een weerstandsratio van 1,4. – 2,0. Analyse dekkingsgraad De dekkingsgraad op basis van de begroting 2022 bedraagt 132% en ligt onder de vastgestelde ondergrens. Een dekkingsgraad van 132% betekent een financiële ruimte van 32% (=€1.225K) ten opzichte van de berekende risico’s en kan als ruim voldoende worden gekwalificeerd. Berekening dekkingsgraad weerstandsvermogen jaarrekening versus begroting 2022 en begroting 2021: Kolom raming risico's in jaarrekening 2020 Financiele risico's begroting 2020 en 2021
Benodigd weerstandsvermogen op basis van een dekkingsgraad van 140% Idem op basis van 200%
Begroting 2021 Winternota 2021
Actualisatie in Ontwerp begroting 2022 (april 2021)
3.450
4.671
3.830
4.830
6.540
5.362
6.900 9.343 Beschikbaar weerstandsvermogen (inclusief resultaatbestemming en verwachte begrotingsresultaten) Algemene reserve 4.742 4.293 Risicoreserve financiering (begeleide) 1.574 1.362 participatie en inkomensverstrekking Resultaat 2019 en 2020 (excl specifieke 4.678 0 resultaatbestemming) Resultaaat bestemming 2020 -1.750 0 Dekking uit jaarresultaat 2020 tgv begroting 2021; betreft taakstelling BUIG en onvoorzien -1.076 0 taakvelden (bron winternota 2021) Financiering loonkosten ontwikkelijnen 2021 en 2022 Financiering diverse projecten uit resultaat 2019 Nadelig begrotingsresultaat ontwerpbegroting 2022 Nadelig begrotingsresultaat 2021 Beschikbaar weerstandsvermogen (inclusief resultaatbestemming en verwachte begrotingsresultaten)
Dekkingsgraad
7.660 4.742 1.324 4.678 -1.750 -1.076 -230
-449
0
-449
0
0
-1.322
-1.203
-241
-874
6.516
5.414
5.043
189%
116%
132%
Bijgestelde dekkingsgraad 2021 obv jaarrekening 2020: Omvang risico's: Omvang weerstandsvermogen Dekkingsgraad (weerstandsratio) Vastgestelde bandbreedte 140% tot 200%
4.671 6.516 140%
10
Een inventarisatie en waardering van de risico’s en een berekening van het weerstandsvermogen is in bijlage 3 opgenomen. Toelichting berekening financiële risico’s weerstandsvermogen Bij de berekening van het benodigde weerstandsvermogen worden de risico’s over een periode van twee jaar bepaald. Binnen een periode van twee jaar kan er doorgaans gemiddeld genomen hierop voldoende sturing worden georganiseerd. Het afdekken van de financiële risico’s over een periode van twee jaar is daarom voldoende. De laatste kolom bevat de uitkomsten voor de begroting 2022.
De financiële risico’s van het weerstandsvermogen In de begroting 2020 is de methodiek en de daarmee samenhangende berekening van het benodigde weerstandsvermogen herzien. Bij de nieuwe methodiek zijn de financiële risico’s geïnventariseerd en financieel gewaardeerd. De uitkomst volgens de begroting 2022 is een benodigd weerstandsvermogen van € 3.830 (in winternota 2021 € 4.671K ) De vermindering met € 841K wordt veroorzaakt door: 1
2
3 4
5 6 7
8
9
10 11 12 13 14 15
Doordat deze begroting uitgaat van een lagere Sw-omzet is de berekening van het benodigde bedrag weerstandsvermogen verlaagd. Het risico op een budgetoverschrijding is met andere woorden lager. In de winternota2021 is als financiële tegenvaller een extra tegenvaller op het resultaat van de BUIG middelen ingecalculeerd. Deze uitkomst wordt op basis van de jaarcijfers 2020 bijgesteld. Op basis van de ziekteverzuimcijfers 2020 kan dit worden bijgesteld. Schrappen risico bij waardering vordering terugvordering en verhaal voor 1 jaar; de waardering is in 2020 verlaagd en wordt in 2021 volledig opnieuw bekeken waarvan de gevolgen ten laste van 2021 komen. Schrappen omzetderving als gevolg van ziekteverzuim SW. Het blijkt dat ziekteverzuim in geringe mate invloed op de realisatie van SW omzet heeft. Schrappen budgetrisico BUIG in verband met waardering eenmalige verplichting vakantiegeld. De waardering wordt naar huidig inzicht wettelijk niet verplicht. Het budgetrisico bij huisvesting van de Lingeloods is in belangrijke mate in de ramingen van 2022 verwerkt en zit zodoende niet meer in de berekening van het weerstandsvermogen. NIEUW. Toename loonkostensubsidies gedurende twee jaar zijn voor eigen rekening. Het budget voor loonkostensubsidies wordt met ingang van 2022 uit het BUIG budget gehaald en gebaseerd op de werkelijke uitgaven 2020.
Ook de korting op het BUIG budget is een risico. Het BTW risico omtrent de bestedingen van de DOE agenda is uit de berekening gehouden. Op basis van de BTW wetgeving speelt dit risico niet. De ministeries van Financien en Economische zaken hebben dit niet afgestemd Diverse risico’s bij omzetrealisatie SW die zich in de praktijk zich nauwelijks voordoen zijn in de berekening van het weerstandsvermogen voor 2022 achterwege gelaten. Toename externe verplichtingen bij re-integratie. In verband met de verzelfstandiging van WIJIJ vormt de bijdrage vanuit de financiële middelen voor de arbeidsmarkt niet langer een risico. Frictiekosten verzelfstandiging WIJIJ Overige verlagingen. Buiten beschouwing blijven algemene risico’s
Totale verlaging omvang financiële risico’s ten opzichte van de winternota
-€500K
-200K -71K -90K -93,5K -100K -100K
+375K
-37,5K -60K +32,5K -75K +100K +22K
-€ 841K 11
Analyse onderdeel beschikbare weerstandscapaciteit (RESERVES) De weerstandscapaciteit bedraagt volgens de tabel inclusief het resultaat 2020 € 5.043K en is ten opzichte van de begroting 2021/WINTERNOTA 2021 (stand € 5.414K) verminderd. Een substantiële toename van de weerstandscapaciteit wordt de komende jaren niet verwacht. Risicobeheersing en financiële risico’s De meest elementaire maatregel van risicobeheersing is het besef over de aanwezigheid van mogelijke risico’s en het nemen van verantwoordelijkheid daarop. Hiervoor is voortdurend aandacht.
Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen waarop onderhoud moet worden uitgevoerd, betreffen met name de gebouwen en inventaris die eigendom zijn van Avres. Het onderhoudsbeleid is erop gericht dat de gebouwen in veilige staat zijn en dat daarnaast onderhoud wordt gepleegd zodra daartoe een noodzaak bestaat. Op veel installaties en apparatuur heeft Avres onderhoudscontracten afgesloten. Onderhoud en onderhoudswerkzaamheden van incidentele aard worden ten laste van de exploitatie gebracht.
Financiering Financiering De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben allebei als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan: ‘een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar’. Op grond van artikel 2, lid 1 van de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, is de kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 8,2% van de jaarbegroting. ultimo 2022
ultimo 2023
ultimo 2024
ultimo 2025
ultimo 2019
Solvabiliteitsratio
54,8%
42,4%
50,2%
47,6%
47,9%
47,6%
47,5%
Bruto schuldquote
14,8%
33,1%
14,5%
14,9%
14,5%
14,3%
14,3%
Netto schuldquote Structurele ruimte in de jaarrekening (gezuiverde rekeningresultaat)
-0,5%
-2,5%
4,0%
7,3%
7,6%
7,8%
7,3%
0,228%
4,861%
1,1%
-2,3%
-2,2%
-1,9%
-2,0%
64.473
63.407
72.281
68.602
68.337
68.365
68.052
Begrotingsomvang
ultimo 2020
ultimo 2021
bedragen * € 1.000
Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) Verantwoording in verband met Wet op schatkistbankieren Drempel 0,75% van het begrotingstotaal Gemiddeld aangehouden buiten de schatkist: Eerste kwartaal Tweede kwartaal Derde kwartaal Vierde kwartaal Gemiddeld aan te houden buiten de schatkist:
2022 515 300 300 300 300 300
12
Renterisiconorm Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Het percentage is voor een gemeenschappelijke regeling is gesteld op 20% en betekent voor Avres een maximum van € 13.720K. De vaste schulden bedragen € 2.400K. Avres komt derhalve niet aan dat maximum. In verband met de aankoop en de verbouwing van pand Marconiweg wordt in 2021 een lening van € 2.000K afgesloten.
Berekening renterisiconorm begroting 2022 Variabelen Renterisico(norm) Renteherzieningen Aflossingen
2020
2021
2022
2023
2024
2025
0 352
0 325
0 300
0 300
0 100
0 100
Renterisico (1+2)
352
325
300
300
100
100
Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
12.681 12.329
12.681 12.356
13.720 13.420
13.720 13.420
13.720 13.620
13.720 13.620
Renterisiconorm Begrotingstotaal jaar T Percentage Regeling
63.407 20% GR
72.281 20% GR
68.602 20% GR
68.602 20% GR
68.602 20% GR
68.602 20% GR
De verwachte stand van zaken omtrent het EMU saldo is als volgt: 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Exploitatieresultaat voor mutaties reserves
3.927,0
-2.653,0
-1.727,0
-698,0
-478,0
-468,0
Af: mutaties vaste activa
-2.011,0
-1.535,0
77,0
42,0
81,0
526,0
153,0
-47,0
-50,0
-25,0
-25,0
-25,0
2.069,0 -4.235,0 -1.700,0
-681,0
-422,0
33,0
Bepaling EMU saldo
Bij: mutaties voorzieningen
Emu saldo
Vanwege de verwachte nadelige begrotingsresultaten sluit het Emu saldo vanaf 2022 negatief. Het Emu saldo is in 2021 als gevolg van de investeringen bij onder andere de locatie Marconiweg extra nadelig.
De overige financiële ratio’s van Avres zijn als volgt: ultimo 2020
ultimo 2021
ultimo 2022
ultimo 2023
ultimo 2024
ultimo 2025
bedragen * € 1.000
ultimo 2019
Solvabiliteitsratio
54,8%
42,4%
50,2%
47,6%
47,9%
47,6%
47,5%
Bruto schuldquote
14,8%
33,1%
14,5%
14,9%
14,5%
14,3%
14,3%
Netto schuldquote
-0,5%
-2,5%
4,0%
7,3%
7,6%
7,8%
7,3%
De solvabiliteit is met 47,6% goed. Indirect steunt deze op de sterke solvabiliteitsratio van de overheid.
Bedrijfsvoering De laatste jaren is Avres getransformeerd van een productiegerichte, centrale en aanbodgerichte organisatie naar een ontwikkelgerichte, decentrale en vraaggerichte organisatie. De samenwerking met allerlei partners in het sociaal domein is geïntensiveerd. Als gevolg hiervan zijn accenten in functies gewijzigd, zijn functies 13
komen te vervallen en zijn er nieuwe ontstaan. Dit zal ook in de toekomst het geval blijven. De omgeving, wetgeving en conjunctuur wijzigen continu en dit heeft altijd gevolgen voor Avres en de manier hoe de medewerkers van Avres hun werkzaamheden verrichten.
Doorontwikkeling naar ontwikkelbedrijf We constateren dat voor een steeds grote groep uitkeringsgerechtigden de arbeidsmarkt op dit moment onbereikbaar is. Dit komt doordat de eisen die werkgevers stellen aan medewerkers steeds hoger worden. Daarnaast zijn de laatste jaren steeds meer mensen met een arbeidsbeperking in de bijstand ingestroomd. Dit komt doordat met de introductie van de Participatiewet de eisen voor de Wajong zijn verscherpt en instroom in de SW niet meer mogelijk is. Avres ziet een belangrijke functie voor het Ontwikkelbedrijf om deze mensen door middel van een doelgericht en intensief werkervaringstraject toch perspectief op een reguliere baan, al dan niet met loonkostensubsidie, te bieden. Hiervoor zet Avres het instrument ontwikkellijnen in. In steeds grotere mate zal de infrastructuur en de begeleiding op de werkvloer ingezet worden om mensen in de bijstand te ontwikkelen naar werk. Naast het feit dat dit de baankansen van deze mensen aanmerkelijk vergroot, heeft dit ook een positief effect op de toegevoegde waarde van het Ontwikkelbedrijf. Steeds meer zichtbaar wordt dat de gemiddelde loonwaarde van de huidige SW medewerkers daalt. De SW-doelgroep vergrijst en binnen deze doelgroep heeft dit als gevolg dat arbeidsbeperkingen vaak toenemen en de loonwaarde afneemt. Daarnaast stromen alleen medewerkers vanuit de regeling Nieuw Beschut in.
Zij hebben logischerwijs een loonwaarde tot 30% omdat dit één van de criteria is voor toelating tot deze regeling. As gevolg hiervan wordt het steeds lastiger om een hogere financiële toegevoegde waarde te realiseren. Door meer mensen uit de bijstand een ontwikkeltraject te laten volgen in het Ontwikkelbedrijf verwachten wij dat we de Toegevoegde Waarde stabiel te houden. Het voorgaande heeft tot gevolg dat ook in de toekomst er structureel besparingen op BUIG kunnen blijven plaatsvinden, waarschijnlijk zelfs in hogere mate dan dat nu het geval is; In 2021 werken we hard aan het gereed maken van de diverse ontwikkellijnen, zodat we een vliegende start maken in 2022. Per ontwikkellijn wordt gedefinieerd wat er nodig is om de deelnemers succesvol te ontwikkelen naar een reguliere baan. Dit zal wellicht leiden tot taakverschuivingen. Inkomensondersteuning Onduidelijk is wat gevolgen van de Coronacrisis (op de middellange en lange termijn) zullen zijn voor de (toekomstige) omvang van de bijstandspopulatie. Dit is mede afhankelijk van het herstel van de (wereld)economie en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Deze twee aspecten hebben directe invloed op de instroom en de uitstroom van het aantal mensen in het bijstandsbestand.
Daarnaast is de financiële inkomenspositie van een groep inwoners als gevolg van de Coronacrisis in die mate verslechterd, dat er naar verwachting ook een toenemend beroep op schulddienstverlening zal worden gedaan. Een belangrijke compenserende factor is tot op heden het ondersteunings- en herstelpakket van de Rijksoverheid. Nog niet duidelijk is of, en zo ja hoe lang, maatregelen uit dit ondersteunings- en herstelpakket zullen (gaan) doorlopen. Een geleidelijke afbouw van dergelijke ondersteuningsmaatregelen door het Rijk zal (groepen van) inwoners meer perspectief en mogelijkheden tot terugkeer naar een situatie vergelijkbaar met de periode van voor de crisis kunnen bieden en daarmee (indirect) van invloed kunnen zijn op het beroep dat moet worden gedaan op een bijstandsuitkering en/of schulddienstverlening. Naar aanleiding van de Kindertoeslagenaffaire en als gevolg daarvan het geschonden vertrouwen tussen overheid en burgers, is landelijk ook de discussie ontstaan om de uitvoering van wet- en regelgeving in het Sociale Zekerheidsstelsel een meer menselijke maat te geven. De verwachting is dat dit ook gevolgen zal hebben voor de uitvoering van de Participatiewet, waardoor de bijstandsverlening meer kan worden afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van een inwoner. 14
Vitaal Ook de komende jaren blijft de druk op Avres onveranderd hoog. Op heel veel domeinen waar Avres in actief is, wijzigt het speelveld fors. Dit heeft veel impact op de medewerkers van Avres. Daarom blijft Avres investeren in de persoonlijke ontwikkeling van haar medewerkers. Een belangrijk vereiste om te kunnen ontwikkelen is dat dat de mentale en fysieke gezondheid van de medewerker op orde is. Daarom is er binnen Avres veel aandacht voor vitaliteit en is dit punt continu onderwerp van gesprek tussen medewerker en manager. In 2022 zal ook een medewerkersonderzoek worden gehouden waarin onder meer deze aspecten terugkomen. Het betreft een vervolg op het in 2020 gehouden medewerkersonderzoek. Voor de SW-medewerkers van Avres geldt exact hetzelfde. Ook op de diverse afdelingen van de SWorganisatie worden medewerkersonderzoeken afgenomen en staat de persoonlijke ontwikkeling van hen centraal.
15
Verbonden Partijen De gemeenschappelijke regeling Avres heeft vijf verbonden partijen. Bestuur en 100% financiële verrekening vindt door gemeenschappelijke regeling Avres plaats bij Avres SW BV, Avres Diensten BV en de Stichting Avres Nieuw Beschut. Dat geldt niet voor de verbonden partijen Stichting Inkoopbureau Midden Nederland en Het Goed Gorinchem BV. Hieronder volgt per verbonden partij een nadere toelichting. 1. SW BV Het doel van deze B.V. is “het tegen vergoeding (uitgangspunt loonwaarde) inzetten van medewerkers die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben”. Het gestort en geplaatst kapitaal, zijnde € 100, is voldaan door de enige aandeelhouder, de Gemeenschappelijke Regeling Avres 2. Avres Diensten BV Het doel van Avres Diensten B.V. is “het in dienst nemen van medewerkers zonder ambtelijke rechtspositie en het beschikbaar stellen van deze medewerkers aan Gemeenschappelijke Regeling Avres”. Het gestort en geplaatst kapitaal, zijnde € 18.000, is voldaan door de enige aandeelhouder, de Gemeenschappelijke Regeling Avres 3. Stichting Avres Nieuw Beschut Het doel van de stichting is “om ter uitvoering van de Participatiewet, mensen met arbeidsvermogen die door een arbeidsbeperking een afstand tot de arbeidsmarkt hebben onder aangepaste omstandigheden werkzaamheden te laten verrichten.
Hierbij richt de stichting zich in het bijzonder, maar niet per definitie uitsluitend, op mensen die behoren tot de doelgroep nieuw beschut als bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet”. De stichting heeft geen eigen vermogen. Jaarlijks worden alle kosten op grond van overeenkomsten met de deelnemer (=Avres) afgerekend. De stichting heeft geen eigen vermogen. Gemeenschappelijke kenmerken van de SW bv, Avres Diensten BV en de stichting Avres Nieuw beschut:
De Gemeenschappelijke Regeling Avres beschikt over alle aandelen. De aandeelhouders zijn tevens de bestuurders van de Gemeenschappelijke Regeling Avres en officieel bevoegd tot het vaststellen van de jaarstukken. Gevolmachtigd bestuurder zonder financiële vergoeding is de directeur van Avres. De BV’s en de Stichting hebben geen lang lopend vreemd vermogen. De exploitatieresultaten worden volledig met de gemeenschappelijke regeling verrekend. De aansturing van bovenstaande entiteiten vindt plaats vanuit de bedrijfsvoering van de Gemeenschappelijke Regeling Avres (GR Avres). De GR Avres houdt de administratie bij en stelt de jaarstukken op. De jaarrekening wordt niet door een externe accountant gecontroleerd. Aangezien alle transacties via de GR Avres lopen, worden deze transacties in de accountantscontrole bij Gemeenschappelijke Regeling Avres meegenomen.
16
4. Stichting Inkoopbureau Midden Nederland (IBMN) IBMN wil meerwaarde realiseren door het leveren van maatwerk-dienstverlening mede door een nauwe samenwerking met de deelnemers. Dit motto is vervolgens vertaald in onderstaande visie: Door het aanbieden van professionele en deskundige inkoopondersteuning, op een manier die nauw aansluit bij de individuele wensen van de deelnemer, wil IBMN haar deelnemers in staat stellen om naast besparingen ook maximale sociale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren via hun inkoopprojecten Het stemrecht is gelijkelijk verdeeld tussen de deelnemers (Avres heeft 1/9 stem) Volgens de balans per ultimo 2020, heeft IBMN een eigen vermogen van € 252K. Bij een balanstotaal van € 337K geeft dit een solvabiliteit van ruim 60%. IBMN verrekent een eventueel voordelig resultaat vrijwel volledig in haar tarieven. Het financieel resultaat volgens de jaarrekening bedraagt € 2K. 5. Het Goed Avres Gorinchem BV Per 18 november 2020 is in samenwerking met Ecolabor B.V., Het Goed Groep B.V., Het Goed Participatie B.V. en Gemeenschappelijke Regeling Avres de besloten vennootschap “Het Goed Gorinchem B.V.” opgericht. Het doel van de vennootschap is de exploitatie van een kringloopbedrijf voor inzameling, sortering en verkoop van herbruikbare goederen.
Daarnaast is het doel het realiseren van werkgelegenheid voor SWmedewerkers en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Het kringloopbedrijf zal per september 2021 haar deuren openen aan de Spijksedijk in Gorinchem. Het Goed Gorinchem B.V. is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de winkel; Avres voor de toeleiding en begeleiding van medewerkers. Daarmee past de samenwerking in de visie van Avres: de ondernemer onderneemt. Avres verstrekt evenals de andere aandeelhouder een lening van € 250K voor de aanschaf van bedrijfsactiva en werkkapitaal. De omvang van het gestorte aandeelkapitaal bedraagt € 5K.
17
Financiële Begroting 1. Overzicht van baten en lasten Recapitulatie bedragen *€ 1.000
Werkelijk 2020
Taakveld 04 9 63
Lasten
64
Overhead Vennootschapsbelasting Inkomensverstrekking Begeleide participatie (Sw)
65 671 08
Participatie (re-integratie) Schulddienstverlening Diverse baten en lasten
Bedrijfsresultaat 010
Mutaties met reserves
011
Jaarresultaat
-7.390
Lasten Lasten Begroting 2021 na Ontwerp wijziging Begroting 2022 -6.435
-6.026
Baten
Baten Begroting Realisatie 2021 na 2020 wijziging 0
21
Baten Ontwerp Begroting 2022
Resultaat
Resultaat Begroting 2021 na wijziging
Resultaat Ontwerp begroting 2022
-7.390
-6.414
-5.996
0
0
0
Realisatie 2020
30
-48.077
-44.134
-40.463
52.852
46.446
43.625
4.775
2.312
3.162
-15.066
-17.429
-18.122
20.034
18.432
18.826
4.968
1.003
704
-3.738
-3.838
-4.037
5.218
4.255
4.347
1.480
417
310
-1.163
-1.319
-1.276
1.256
1.348
1.369
93
29
93
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-75.434
-73.155
-69.924
79.360
70.502
68.197
3.926
-2.653
-1.727
0
0
0
752
1.779
405
752
1.779
405
-75.434 -73.155
-69.924
80.112 72.281
68.602
4.678
-874
-1.322
Toelichting De begroting sluit met een nadelig begrotingsresultaat van € 1.322K en dit betekent een teruggang van het begrotingsresultaat 2021 (€-874K) met € 448K. Voor een beter beeld van de verschillen tussen 2022 en 2021 wordt naar de analyse van het betreffende taakveld verwezen. De begroting 2022 houdt ten opzichte van de eerdere raming voor 2022 rekening met: 1. 2. 3. 4. 5.
Een meer realistische omzetverwachting voor Avres SW BV; Het afrekenen van de indirecte kosten, zoals bedrijfskleding met Avres SW BV; Inflatie 2022 voor lonen en prijzen; Stijging van de gemeentelijke bijdrage voor de bedrijfsvoering met 1,5% inflatiecorrectie; Lasten en baten voor de exploitatie van het adviespunt zelfstandigen;
Voorgesteld om het verwachte begrotingstekort van € 1.700K ten laste van de algemene reserve te brengen.
2. Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 De nieuwe financiële stand van zaken is als volgt:
18
Recapitulatie bedragen *€ 1.000
Taakveld 04 9 63 64
Overhead Vennootschapsbelasting Inkomensverstrekking Begeleide participatie (Sw)
65 671 08
Participatie (re-integratie) Schulddienstverlening Diverse baten en lasten
Bedrijfsresultaat 010
Mutaties met reserves
011
Jaarresultaat
begrotingsresultaat
Lasten Lasten Lasten Lasten Ontwerp Begroting Jaarschijf Jaarschijf Jaarschijf 2022 2023 2024 2025
Baten Baten Baten Ontwerp Jaarschijf Jaarschijf Begroting 2023 2024 2022
Baten Jaarschijf 2025
-6.026
-5.729
-5.851
-5.969
30
30
30
30
-40.463
-39.869
-39.869
-39.869
43.625
43.017
43.017
43.017
-18.122
-18.103
-17.789
-17.387
18.826
19.550
19.578
19.304
-4.037
-3.858
-3.858
-3.858
4.347
4.171
4.171
4.171
-1.276
-1.276
-1.276
-1.276
1.369
1.369
1.369
1.369
0
0
0
0
0
0
0
0
-69.924
-68.835
-68.643
-68.359
68.197
68.137
68.165
67.891
0
0
0
0
405
200
200
161
68.602 68.337 68.365
68.052
-69.924 -68.835 -68.643 -68.359
-1.322
-498
-278
-307
Toelichting: Uit de tabel blijkt een structureel nadelig begrotingstekort. In de tabel op pagina 4 wordt een aantal oorzaken genoemd. De netto toegevoegde waarde De verschillen tussen de bestaande en nieuwe begroting over de jaren 2020 tot en met 2024 staan in de volgende staafdiagram.
Uit bovenstaande staafdiagram blijkt dat de ramingen in deze financiële begroting aanzienlijk zijn verlaagd. De SW-doelgroep vergrijst en medewerkers die instromen in het kader van de uitvoering van de regeling Nieuw Beschut hebben een aanmerkelijk lagere loonwaarde. Dit betekent dat in de toekomst een relatief grotere groep medewerkers is aangewezen op meer eenvoudige werkzaamheden met een lagere commerciele waarde. Desondanks blijkt uit de grafiek dat qua omzetontwikkeling ten opzichte van 2020 Avres grote stappen wil zetten en zet hierbij in op het volgende: 19
Meer personen ontwikkelen richting werk Avres zal meer personen een ontwikkeltraject richting werk bieden. Dit ontwikkeltraject kan, afhankelijk van de behoefte van de cliënt, zowel binnen eigen infrastructuur als extern plaatsvinden. Het doel hiervan is het ontwikkelen en begeleiden van de deelnemer naar een reguliere baan. Het middel, uitvoeren van werkzaamheden, draagt naast het realiseren van de beoogde toegevoegde waarde ook bij aan het in stand houden van de infrastructuur van het ontwikkelbedrijf. Dat is nodig om zo ook in de toekomst mensen perspectief te bieden om zich te ontwikkelen naar werk en daarmee niet meer afhankelijk te zijn van een uitkering. Omgekeerd geldt dit ook: Als we het ontwikkelbedrijf niet of niet goed inzetten om mensen uit de uitkering naar een baan te begeleiden leidt dit ertoe dat de toegevoegde waarde naar beneden toe moet worden bijgesteld en de infrastructuur moet worden afgebouwd. Verhogen opbrengsten werk Zoals eerder uiteengezet wordt het steeds lastiger om een hogere financiële toegevoegde waarde te realiseren. Praktisch gezien is dit alleen mogelijk door waar mogelijk de loonwaarde van doelgroepmedewerkers te verhogen, door waar mogelijk nog efficiënter te werken en door waar mogelijk slimmere commerciële afspraken, met een hogere marge, te maken. Hier zet Avres vol op in.
We zien hiertoe ook kansen, zeker als nadat de Coronacrisis is afgelopen - de economie verder aantrekt. Bijstelling loonkostenbegroting Avres Een combinatie van verschillende factoren op dit vlak leidt tot een tegenvaller in de meerjarenraming. Het betreft ondermeer CAO ontwikkelingen en periodieke verhogingen. Vanaf de financiële begroting 2022 worden de verwachte toe te kennen periodieke verhogingen geraamd. De laatste jaren zijn relatief veel nieuwe medewerkers ingestroomd die bij goed functioneren recht hebben op een periodieke verhoging. Door in de meerjarenraming deze verwachte kosten te ramen ontstaan op dit punt geen toekomstige financiële tegenvallers.
2.1 Overzicht van incidentele baten en lasten (artikel 19 lid c BBV) De laatste regel van onderstaande tabel maakt inzichtelijk dat zowel de begroting 2022, als de meerjarenraming 2023 -2025 van Avres financieel structureel niet sluit. Zoals eerder is aangegeven wordt het te verwachten tekort in 2022 gedekt uit de financiële reserves.
20
Overzicht incidentele baten en lasten (bedragen * € 1.000) Resultaat MET incidentele lasten en baten
Lasten
Baten Lasten
Baten Lasten Baten Lasten
Baten
2022 -1.322
2022
2023
2025
Saldo incidentele lasten en baten
114
GEZUIVERDE BEGROTINGSRESULTATEN (= taakveld zonder incidentele baten en lasten)
010
Beeindiging huur bedrijfshal Meerkerk. Het huurcontract wordt op 1 maart 2023 beeindigd. Deze bedrijfsruimte is voor de activiteiten van Avres niet meer nodig. Tijdelijke compensatie BTW claim kantoorgebouw Meerkerk. Contractueel is het vergoeden van de zogenaamde herzieningsBTW tot 2025 met de verhuurder overeengekomen. Aanwending van de reserve herstructurering
63
Exploitatie adviespunt zelfstandigen
63
Financiering adviespunt zelfstandigen
64
Formatie Lingeloods voor ontwikkelijnen
4
4
64
Financiering formatie ontwikkellijnen ten laste van de algemene reserve Concessievergoeding Waardlanden
65
Exploitatie WiJij
65
Financiering WiJij ten laste van Doe agenda
010
2023 -498
2024 -277
64
-1.208
-434
60
10
39
39 -39
2024
2025 -307
54
-223
0
-307
39 -39
-39
607 -607 205 -205 54 130
54
54
-130
Totaal incidentele lasten en baten
1.095
-981
103
-39
93
-39
0
Totaal structurele lasten en baten
-71.397
69.583
-69.477
68.076
-69.294
68.026
-69.104
0 67.752
Uit bovenstaande blijkt dat vrijwel alle baten en lasten structureel van aard zijn. Ook het gezuiverde begrotingsresultaat is structureel nadelig. Voor een duurzaam financieel begrotingsevenwicht is het noodzakelijk om het begrotingsresultaat jaarlijks met € 500K te verbeteren.
2.2 Overzicht van structurele mutaties aan reserves (artikel 19 lid d BBV) Overzicht van structurele onttrekkingen aan reserves ten gunste van de begroting
Lasten 2022
Structurele onttrekking aan afschrijvingsreserve
Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten 2022 2023 2023 2021 2024 2025 161
161
161
Baten 2025 161
Deze structurele onttrekking aan de bestemmingsreserve verkoop AV is gedurende de volledige afschrijvingsperiode gelijk aan de afschrijvingslasten van de recente verbouwingen en uitbreiding Landsinghof. De afschrijvingsreserve is het voor afdekken van de afschrijvingslasten toereikend. De looptijd van de afschrijving (en ontrekking aan de reserve) is voor verbouwingen 20 jaar en voor de uitbreiding van de Landsinghof 40 jaar.
3
Financiële begroting per taakveld
De begroting is op basis van de financiële verordening GR Avres 2020, op basis van taakvelden ingericht. Per taakveld wordt een gemeentelijke bijdrage, inclusief een component voor overhead gevraagd.
3.1
Overhead
Tot dit taakveld behoren de kosten van overhead, dat wil zeggen: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.
21
Verschillenanalyse uitkomst ontwerp begroting 2022 versus begroting 2021 : Taakveld 0.4
Abonnementen/Contributies Accountantskosten Afschrijving Arbo-werving en selectie Communicatie Externedienstverlening Facilitair Huisvesting ICT/Telefonie Onvoorziene kosten afdeling Opleidingskosten personeel Overige kosten Overige personeelkosten Rentelasten Salarissen en sociale lasten Vervoer, autokosten, overige pers.kn. Totaal
Lasten Lasten Begroting Ontwerp 2021 na Begroting wijziging 2022 -16 -56 -265 -258 -52 -247 -135 -814 -689 -462 -256 -90 -326 -26 -2.684 -59 -6.435
-16 -50 -172 -225 -52 -223 -110 -680 -490 -125 -254 -82 -281 -30 -3.178 -59 -6.027
verschil 6 93 33 24 25 134 199 337 2 8 45 -4 -494 408
Baten Baten Begroting Ontwerp 2021 na Begroting wijziging 2022 21 30 21 30
verschil 9 9
Lasten
Afschrijving (daling van € 93K); Komt door de vrijval van de servers die in 2018 zijn aangeschaft. Huisvesting (daling van € 134 K); Houdt verband met een andere toedeling van de schoonmaakkosten detachering SW intern; Dit betreft een bedrag van € 157K. De kosten hiervan zijn toebedeeld aan de salarissen en sociale lasten; ICT/Telefonie (daling van € 199K) door nog betere toedeling over de andere taakvelden en de gevolgen van het aanbesteden van de contracten voor de kopieermachines en telefonie; Onvoorziene kosten (daling van € 337K); Uit dit bedrag werden eerder de inhuur, en kosten ziekteverzuim betaald. Deze zijn nu echter meegenomen bij de salarissen en sociale lasten; Overige personeelskosten (daling van € 45K); Door een betere toedeling van de overige personeelskosten is er op dit taakveld sprake van een daling; Salarissen en Sociale lasten (stijging van € 494K); Dit houdt verband met inflatiecorrectie CAO, periodieke verhogingen en een andere doorbelasting van de capaciteit t.o.v. 2021.
Baten Geen opmerkingen Meerjarenraming 2023-2025
22
04 Overhead
Lasten
Lasten
Lasten
Lasten
Baten
Baten
Baten
Baten
Ontwerp Ontwerp Jaarschijf 2023 Jaarschijf 2024 Jaarschijf 2025 Begroting 2022 Begroting 2022 Jaarschijf 2023 Jaarschijf 2024 Jaarschijf 2025 Recapitulatie bedragen *€ 1.000 Abonnementen/Contributies -16 -16 -16 -16 Accountantskosten -50 -50 -50 -50 Afschrijving -172 -155 -164 -177 Arbo-werving en selectie -225 -225 -225 -225 Communicatie -52 -52 -52 -52 Externedienstverlening -223 -223 -223 -223 Facilitair -110 -110 -110 -110 Huisvesting -680 -330 -320 -302 30 30 30 30 ICT/Telefonie -490 -490 -490 -490 Onvoorziene kosten afdeling -125 -250 -375 -500 Opleidingskosten personeel -254 -254 -254 -254 Overige kosten -82 -82 -82 -82 Overige personeelkosten -281 -281 -281 -281 Rentelasten -30 -25 -22 -22 Salarissen en sociale lasten -3.178 -3.128 -3.128 -3.128 Vervoer, autokosten, overige pers.kn. -59 -59 -59 -59 Totaal -6.027 -5.730 -5.851 -5.971 30 30 30 30
Lasten: Onvoorziene kosten; In de komende jaren zal er jaarlijks sprake zijn van een stijging van € 125K in verband met de jaarlijkse periodieke verhogingen Huisvesting. Vanaf 2023 is een besparing van € 300K ingeboekt. Het onderzoek naar lagere huisvestingslasten vindt in 2021 plaats.
3.1
63 Inkomensverstrekking
Tot dit taakveld behoren alle inkomens- en bijstandsvoorzieningen m.u.v. schulddienstverlening (= taakveld 671): Verschillenanalyse uitkomst ontwerp begroting 2022 versus begroting 2021 : 6.3 Inkomensverstrekking
Lasten Lasten Baten Baten Begroting Ontwerp Begroting Ontwerp 2021 na Begroting 2021 na Begroting verschil wijziging 2022 Recapitulatie bedragen *€ 1.000 verschil wijziging 2022 Abonnementen/Contributies -60 -58 2 Bijdragen andere overheden(TOZO) 5.200 607 -4.593 Bijdragen bedrijfsvoering Avres 5.999 6.089 90 Bijdragen DVO en projecten(Minimabeleid) 4.338 4.950 612 Doorbetaling middelen gemeentefonds (BUIG) 30.909 31.979 1.070 ICT/Telefonie -164 -222 -58 Inkomensvoorziening BUIG -30.285 -31.252 -967 Onderzoekskosten BBZ -52 -52 Onvoorziene kosten afdeling -125 125 Overige kosten -21 -21 Overige personeelkosten -32 -32 Salarissen en sociale lasten -3.183 -3.479 -296 Tijdelijke Trajecten o.a. ICT -659 -388 271 TOZO -5.200 - 5.200 Uitgaven minimabeleid -4.338 -4.950 -612 Vervoer, autokosten, overige pers.kn. -15 -10 5 Totaal -44.134 -40.464 3.670 46.446 43.625 -2.821
23
Lasten
ICT/Telefonie (stijging € 58K); De stijging heeft te maken door een betere toedeling van ICT/Telefonie aan de taakvelden; Inkomensvoorziening BUIG (stijging van € 967K); Bij de begroting zijn we qua aantal uitkeringsgerechtigden eerst uitgegaan van de voorspellingen van het Rijk na volledig herstel van de Coronacrisis. In die situatie verwacht het Rijk na het aflopen van allerlei steunmaatregelen dat er een toename is van 15% t.o.v. 1 januari 2019. Dit betekent dat het gemiddelde cliëntenbestand uit komt op 2081; Dit is een stijging van 67 uitkeringsgerechtigden t.o.v. 2021. Daarnaast is er zoals voorgaande jaren rekening gehouden met een ingecalculeerd voordeel op het BUIG-budget van € 750K; Onvoorzien (daling van € 125K); houdt verband met een voor 2021 eenmalig toegekend bedrag om de gevolgen van de Coronacrises direct aan te pakken. Voor 2022 is dit budget niet beschikbaar; Salarissen en sociale lasten Avres (stijging € 296K); houdt verband met inflatiecorrectie CAO, periodieke verhogingen en een andere doorbelasting van de capaciteit t.o.v. 2021; Tijdelijke trajecten; dit betreft het Adviespunt Zelfstandigen (daling van € 271K) dat in de loop van 2022 zal worden afgebouwd; TOZO (daling van € 5.200K); De TOZO stopt waarschijnlijk per 1 juli 2021; Uitgaven minimabeleid en bijzondere bijstand (stijging van € 612K) de uitgaven zijn aangepast n.a.v. de uitgaven over 2020.
In 2020 was er een aanzienlijke stijging van de uitgaven t.o.v. de begroting.
Baten De bijdrage “andere overheden” o.a. TOZO (daling van € 4.593K) heeft voor € 5.200K betrekking op de verwachte looptijd (=1 juli 2021); Ter financiering van het adviespunt zelfstandigen wordt een gemeentelijke bijdrage (= doorbetaling van de door de gemeenten ontvangen bijdrage crisesbestrijding gemeentefonds) van € 607K verwacht. De bijdrage voor de gemeentelijke bedrijfsvoering en exploitatie (stijging van € 90K) is het gevolg van inflatie en als gevolg van een andere doorbelasting van overhead en loonkosten; Bijdrage DVO en trajecten (stijging van € 612K); dit betreft de doorbelasting van de uitgaven minimabeleid en bijzondere bijstand aan de Gemeenten; Doorbetaling middelen Gemeentefonds(BUIG) (stijging van € 1.070K); dit zijn de te verwachten ontvangsten van het Rijk waarbij rekening is gehouden met een stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden. Meerjarenraming 2023-2025 6.3 Inkomensverstrekking Recapitulatie bedragen *€ 1.000 Abonnementen/Contributies Bijdragen andere overheden(TOZO) Bijdragen bedrijfsvoering Avres Bijdragen DVO en projecten(Minimabeleid) Doorbetaling middelen gemeentefonds (BUIG) ICT/Telefonie Incidentele kosten Corona Inkomensvoorziening BUIG Onderzoekskosten BBZ Onvoorziene kosten afdeling Overige kosten Overige personeelkosten Project Preventie Armoede Salarissen en sociale lasten Tijdelijke Trajecten o.a.
ICT TOZO Uitgaven minimabeleid Vergoeding WTCG en Ex gedetineerden Vervoer, autokosten, overige pers.kn. Herwarderinsgvoorstel debiteuren Totaal
Lasten Lasten Lasten Lasten Baten Baten Baten Baten Ontwerp Ontwerp Jaarschijf 2023 Jaarschijf 2024 Jaarschijf 2025 Begroting 2022 Jaarschijf 2023 Jaarschijf 2024 Jaarschijf 2025 Begroting 2022 -58 -222 -31.252 -52 -21 -32 -3.479 -388 -4.950 -10 -40.464
-58 -222 -31.252 -52 -21 -32 -3.273 -4.950 -10 -39.870
-58 -222 -31.252 -52 -21 -32 -3.273 -4.950 -10 -39.870
-58 -222 -31.252 -52 -21 -32 -3.273 -4.950 -10 -39.870
607 6.089 4.950 31.979 43.625
6.089 4.950 31.979 43.018
6.089 4.950 31.979 43.018
6.089 4.950 31.979 43.018
24
Toelichting meerjarenraming 2023-2025:
Geen opmerkingen.
3.2 64 Begeleide participatie Tot dit taakveld behoren voorzieningen ter bevordering van maatschappelijke participatie, die niet gericht zijn op doorstromen naar arbeid zoals beschut werken in bestaande werkverbanden binnen de sociale werkvoorziening. Verschillenanalyse uitkomst ontwerp begroting 2022 versus begroting 2021:
6.4 Begeleide participatie
Recapitulatie bedragen *€ 1.000 Abonnementen/Contributies Afschrijving Bijdragen bedrijfsvoering Avres Bijdragen DVO en projecten (statush.) Compensatie Sw Corona Decentralisatie uitkering SW Huisvesting ICT/Telefonie Kringloopwinkel "Het Goed" Loonkosten SW Nieuw Beschut en Opstapbanen Onvoorziene kosten afdeling Overige kosten Overige opbrengsten werk en activa Overige personeelkosten Overige personeelskosten SW oud Salarissen en sociale lasten Toegevoegde waarde Vervoer, autokosten, overige pers.kn. Totaal
Lasten Lasten Lasten Baten Baten Baten Begroting Ontwerp Begroting Ontwerp 2021 na begroting 2021 na begroting verschil wijziging 2022 verschil wijziging 2022 -28 -296 -758 -51 -71 -10.470 -1.162 -125 -180 -73 -367 -3.682 -169 -17.432
-25 -410 -776 -48 -55 -10.555 -1.280 -222 -73 -378 -4.086 -217 -18.125
3 -114 -18 3 16 -85 -118 125 -42 -11 -404 -48 -693
2.082 10.922 80 425 4.923 18.432
2.113 82 10.985 157 459 5.030 18.826
31 82 63 77 34 107 394
Lasten
Afschrijvingslasten (stijging € 114K); De stijging houdt verband met de aankoop van het pand aan de Marconiweg en de aanschaf van nieuw materieel; Loonkosten SW (stijging € 85K); Houdt verband met inflatiecorrectie CAO; Nieuw beschut en opstapbanen (stijging € 118K); Houdt met name verband met verwachte volumegroei en met inflatiecorrectie CAO; Onvoorzien (daling van € 125K); Houdt verband met een voor 2021 eenmalig toegekend bedrag om de gevolgen van de Coronacrises direct aan te pakken. Voor 2022 is dit budget niet beschikbaar;
25
Overige kosten (stijging van € 42K); Door een andere toedeling van de kosten - o.a. begeleid werken - is er sprake van een stijging; Salarissen en Sociale lasten Avres (stijging 404K) houdt verband met inflatiecorrectie CAO, periodieke verhogingen en een andere doorbelasting van de capaciteit tov 2021; Vervoer, autokosten, overige personeelskosten (stijging € 48K) De stijging houdt verband met meer formatie.
Baten Bijdrage DVO en projecten (stijging van € 82K), dit betreft de inzet van jobcoaching voor de uitvoering van inburgering; Toegevoegde waarde (stijging € 107K). Voor de toegevoegde waarde wordt een verdere verbetering vanwege een toename van de loonwaarde (en ook het verlonen van trajecten) verwacht. Daartegenover staan vanwege inflatie hogere loonkosten (zie hiervoor). Meerjarenraming 2023-2025 6.4 Begeleide participatie
Recapitulatie bedragen *€ 1.000 Abonnementen/Contributies Afschrijving Bijdragen bedrijfsvoering Avres Bijdragen DVO en projecten (statush.) Compensatie Sw Corona Decentralisatie uitkering SW Desinvesteringen Huisvesting ICT/Telefonie Kringloopwinkel "Het Goed" Loonkosten SW Nieuw Beschut en Opstapbanen Onvoorziene kosten afdeling Opleidingskosten Sw Overige kosten Overige opbrengsten werk en activa Overige personeelkosten Overige personeelskosten SW oud Productiekosten Sw Salarissen en sociale lasten Stelpost verwachte opbrengsten Toegevoegde waarde Vervoer, autokosten, overige pers.kn. Totaal
Lasten Ontwerp Begroting 2022
Lasten
Lasten
Lasten
Jaarschijf 2023
Jaarschijf 2024
Jaarschijf 2025
-25 -410 -776 -48 -55 -10.555 -1.280 -222 -73 -378 -4.086 -217 -18.125
-25 -429 -776 -48 -55 -10.441 -1.380 -222 -73 -370 -4.086 -200 -18.105
-25 -405 -776 -48 -55 -10.125 -1.415 -222 -73 -362 -4.086 -200 -17.792
-25 -417 -776 -48 -9.764 -1.415 -222 -73 -362 -4.086 -200 -17.388
Baten Ontwerp Begroting 2022 2.113 82 10.985 157 459 5.030 18.826
Baten
Baten
Baten
Jaarschijf 2023
Jaarschijf 2024
Jaarschijf 2025
2.113 82 10.798 127 483 305 5.642 19.550
2.113 82 10.727 117 483 305 5.751 19.578
2.113 82 10.342 117 483 305 5.862 19.304
Toelichting meerjarenraming 2023-2025: Lasten: Loonkosten SW zullen gedurende de periode 2023-2025 dalen in verband met het bereiken van de AOW-leeftijd door diverse personen; De loonkosten voor medewerkers die werkzaam zijn vanuit de Stichting Avres Nieuw Beschut zullen stijgen, omdat dat de instroom in deze regeling toeneemt, Avres verwacht meer Opstapbanen te gaan inzetten en de totstandkoming van de nieuwe CAO voor deze doelgroep. Baten: Avres verwacht de toegevoegde waarde te kunnen verhogen door de inzet van Ontwikkellijnen en het maken van nog betere commerciële afspraken met opdrachtgevers.