5 Voorstel tot vaststelling nieuw Bankregelement Avres (1)
Tekst van het document
Voorstel tot vaststelling van een nieuw Bankreglement voor de Kredietbank Avres. Inleiding. Al sinds haar oprichting in 2016 beschikt Avres over een eigen kredietbank. Voorheen maakte deze kredietbank onderdeel uit van één van haar rechtsvoorgangers de Regionale Sociale Dienst AV (RSD). De werkzaamheden van de kredietbank zijn vanaf 2007 regionaal georganiseerd nadat in dat jaar de gemeentelijke kredietbanken van Gorinchem en Leerdam zijn opgeheven en ook de overige taken in het kader van schulddienstverlening aan de RSD werden overgedragen. De taken van de kredietbank Avres bestaan uit het verstrekken van leningen: Het saneringskrediet is een schuldregelingsvorm. Met een krediet wordt (een percentage van) de totale schuld van de schuldenaar afgekocht. De schuldenaar betaalt het krediet in 36 maanden terug aan Avres. De Kredietbank verstrekt ook leningen aan mensen die niet bij reguliere banken of andere kredietverstrekkers kunnen lenen. Opgemerkt wordt hierbij nog dat kredietverstrekking een vorm van dienstverlening betreft die niet onder het publiekrecht valt, maar geheel onder het regime van het privaatrecht wordt uitgevoerd. Waarom een bankreglement? De werkzaamheden van de Kredietbank worden geregeld in een bankreglement. Dit vloeit voort uit een verplichting die is opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft).
In de Wft zijn de verantwoordelijkheden en plichten van financiële dienstverleners vastgelegd. De Wft stelt regels omtrent de bedrijfsvoering, de deskundigheid en betrouwbaarheid van medewerkers, zorgvuldige dienstverlening, (financiele) verslaglegging, het treffen van financiële reserves en voorzieningen en klachtafhandeling. Voor alle aanbieders van kredieten gelden standaard kwaliteitseisen, die door de koepelorganisatie, de Nederlandse Vereniging Van Kredietbanken (NVVK) zijn opgesteld. Met de vaststelling van het bankreglement voldoet de gemeenschappelijke regeling Avres aan de vereisten die in de Wet financieel toezicht worden gesteld aan gemeentelijke kredietbanken. Waarom een wijziging van het bankreglement? Avres werkt nu nog op basis van een bankreglement dat in 2016 is vastgesteld. In de periode na 2016 is landelijke en Europese wetgeving rondom kredietverstrekking en andere bancaire taken veranderd. Dat vraagt om modernisering en aanpassing van het bankreglement. Als basis voor dit reglement is het meest recente "model bankreglement" van de NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en beschermingsbewind) gebruikt. De belangrijkste wijzigingen betreffen: 1
Een aantal redactionele wijzigingen in verband met verwijzingen naar andere (nieuwe en gewijzigde) wetgeving. Artikel 3: taakstelling: hier is het verrichten van schuldhulpverlenende werkzaamheden voor ondernemers toegevoegd. Het vervallen van de bijbehorende beleidsregels. Te weten de beleidsregels deskundigheid, vakbekwaamheid, betrouwbaarheid, informatievoorziening en klantprofiel. Hiervoor in de plaats is een zogeheten “annex” gekomen. Met de vaststelling van het nieuwe bankreglement verandert er verder niets in de uitvoering van de bancaire taken. Een actueel bankreglement is ook noodzakelijk in het kader van de verplichte periodieke audit door de NVVK. Procedure: het vaststellen van het bankreglement is in Gemeenschappelijke Regeling niet gedelegeerd aan Avres. Deze bevoegdheid komt toe aan de raden en colleges van de deelnemende gemeenten (artikel 5, lid 4). De beide bestuursorganen in de gemeente worden derhalve verzocht om het nieuwe bankreglement vast te stellen.
2
Bankreglement Avres (als bedoeld in artikel 4:37 Wet op het financieel toezicht) Vastgesteld door de raden van: de gemeente Gorinchem, d.d. …………………; de gemeente Molenlanden, d.d. ………………; de gemeente Vijfheerenlanden, d.d. ……………; allen deel uit makend van de gemeenschappelijke regeling Avres HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder: Bankreglement : dit reglement; Begeleide : de natuurlijke persoon met wie de Kredietbank een overeenkomst tot Budgetbegeleiding heeft gesloten; Bemiddelen : a. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan een financieel instrument, krediet of verzekering tussen een cliënt en een aanbieder; b. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake krediet tussen een cliënt en een aanbieder of het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst; c.
alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en uitvoering van een verzekering; Besluit : Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht (Wft); Bestuur : het algemeen bestuur, respectievelijk het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres; Budgetbegeleiding : het stimuleren, motiveren en ondersteunen van een natuurlijke persoon teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden; Budgetbeheer : het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van het inkomen van de rekeninghouder en het overeenkomstig het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen; BW : Burgerlijk Wetboek; Cliënt : de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de Kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie de Kredietbank voornemens is een financiële dienst te verlenen of verleend heeft; College : het College van Burgemeester en Wethouders; Consumptief krediet : krediet, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet; 3
Directeur : de directeur van de Kredietbank handelend krachtens mandaat van het bestuur; Financiële dienst : het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product; Financiële dienstverlening : het verlenen van diensten als bedoeld in de Wet, zijnde: a. het aanbieden van kredieten, behoudens starterskredieten; b. het aanbieden van budgetbeheerrekeningen; c. het bemiddelen bij het tot stand komen van verzekeringen; Financieel product: a. krediet; b. budgetbeheerrekening, voor zover dit niet plaatsvindt in het kader van integrale hulpverlening; c. verzekering. Hypothecair krediet : een krediet dat door de Kredietbank op grond van haar publieke taak wordt verstrekt, waarbij de kredietnemer aan de Kredietbank tot zekerheid voor de nakoming van de vordering het recht van hypotheek op een registergoed verleent; Krediet : het aan de kredietnemer ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; Kredietbank : de kredietbank, (statutair) gevestigd te Gorinchem, en kantoorhoudende te Meerkerk, aan de Energieweg 39, conform artikel 1:1 Wft; Kredietnemer : de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waarmee de Kredietbank een overeenkomst tot kredietverlening sluit; Kredietovereenkomst : de overeenkomst waarbij de kredietgever aan de kredietnemer een
geldsom ter beschikking stelt en waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; Overeenkomst op afstand : de overeenkomst die tussen de Kredietbank en een cliënt wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van een medewerker van de Kredietbank en cliënt en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand (Boek 6, artikel 230g lid 1, sub e, Burgerlijk Wetboek); Rekeninghouder : de natuurlijke persoon die met de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft gesloten; Representatieve organisatie : de NVVK, vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te 3511 GB Utrecht aan de Catharijnesingel 30d; Richtlijn : Richtlijn nr.
2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG; Saneringskrediet : een krediet dat door de Kredietbank op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de representatieve organisatie wordt verstrekt, teneinde de schulden van de kredietnemer integraal of tegen finale kwijting te voldoen; Schuldenaar : de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon die een aanvraag voor een schuldregeling indient; Schuldhulpverlening : het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.
Schuldhulpverlening is een verzamelnaam en omvat alle financiële diensten in het sociale domein die gericht zijn op het oplossen, beheersen, voorkomen dan wel vroegtijdig signaleren van schulden; Schuldregeling : bij een schuldregeling bemiddelt de Kredietbank tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers om een minnelijke regeling van de totale schuldenlast te bewerkstelligen; Schuldregelingsovereenkomst : een overeenkomst waarin de rechten, verplichtingen en voorwaarden van de schuldenaar en de Kredietbank ter zake van de schuldregeling zijn opgenomen; 4
Sociaal krediet : een krediet dat door de Kredietbank, anders dan in de vorm van een saneringskrediet, in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden aan de kredietnemer ter beschikking wordt gesteld; Toezicht : het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de Wet; Toezichthouder : het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres Uitvoeringsregeling : Uitvoeringsregeling Wft; Wet : Wet op het financieel toezicht (Wft). HOOFDSTUK II DOEL, TAAKSTELLING, BEHEER EN TOEZICHT Artikel 2 Doel De Kredietbank heeft tot doel: 1. het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van krediet; 2. het uitvoeren van de publieke taak zoals deze voor de Kredietbank onder meer is vastgelegd in de Wet en in de beleidskeuzes van de colleges van de gemeenten die deelnemen aan een gemeenschappelijke regeling; 3. het bevorderen van maatregelen op lokaal niveau ter voorkoming van overkreditering en andere financiële misstanden; 4. het aanbieden van andere financiële dienstverlening conform de bepalingen in artikel 1 van dit Reglement. Artikel 3 Taakstelling De Kredietbank tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door: 1. het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze aanbieden van kredieten, daaronder begrepen het pandhuiskrediet; 2. het aanhouden van budgetbeheerrekeningen; 3. het verzorgen van budgetbeheer; 4.
het verrichten van schuldhulpverlenende werkzaamheden ten behoeve van natuurlijke personen in een (problematische) schuldsituatie en/of voor ondernemers; 5. het opstellen van gemeentelijke verklaringen als bedoeld in artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet; 6. het bieden van faciliteiten voor de uitvoering van een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen als bedoeld in Titel III van de Faillissementswet; Artikel 4 Beheer 1. De Kredietbank wordt beheerd door het dagelijks bestuur. 2. De feitelijke leiding van de Kredietbank berust bij de directeur. 3. Het dagelijks bestuur kan (terzake) de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken aan de directeur mandateren. 4. Indien het dagelijks bestuur gebruik maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid, wordt dit vastgelegd in een besluit/directiestatuut. Artikel 5 Toezicht Het algemeen bestuur ziet in overeenstemming met artikel 4:37 lid 2 van de Wet toe op de naleving van dit Bankreglement door de Kredietbank. HOOFDSTUK III FINANCIËLE DIENSTVERLENING Artikel 6 Toepassingsbereik 5
De artikelen 7 tot en met 16 zijn alleen van toepassing op financiële diensten en financiële producten waarop de Wet van toepassing is. Artikel 7 Betrouwbaarheid 1. De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalenobjectief vast. 2. De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks met financiële dienstverlening bezighouden, objectief vast. 3. De Kredietbank bepaalt de betrouwbaarheid van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde personen op basis van artikel 4:10 van de Wft. 4. De artikelen 12 tot en met 16 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 8 Deskundigheid 1. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de personen van de Kredietbank die het dagelijks beleid bepalen deskundig zijn in verband met de bedrijfsvoering van de Kredietbank. 2. De Kredietbank draagt zorg voor de deskundigheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezig houden met het verlenen van financiële diensten aan cliënten. 3. Op de deskundigheid van de personen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel is artikel 4:9 Wft van toepassing en hoofdstuk 2, artikelen 5 tot en met 7, 9 tot en met 11 van het Besluit van toepassing.
Artikel 9 Integere en beheerste bedrijfsvoering 1. De Kredietbank voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. 2. De Kredietbank ziet erop toe dat de Kredietbank of haar medewerkers in de uitvoering van hun taken integer handelen en geen handelingen verrichten die het vertrouwen in de Kredietbank of in de financiele markten kunnen schaden. 3. De Kredietbank richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt. Artikel 10 Zorgvuldige dienstverlening en zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid 1. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de Wet aan de cliënt te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie. 2. De door de Kredietbank verstrekte informatie is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend. 3. De Kredietbank verstrekt de cliënt voorafgaand aan het adviseren of de totstandkoming van de overeenkomst inzake een financieel product informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product. 4.
De Kredietbank verstrekt de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant is voor de cliënt Artikel 11 Adviseren en ‘execution only’ 1. Indien de Kredietbank een cliënt adviseert:
6
a. wint de Kredietbank in het belang van de cliënt informatie in over zijn financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies; b. draagt de Kredietbank er zorg voor dat zijn advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de onder a bedoelde informatie; c. licht de Kredietbank de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan het advies, voor zover dit nodig is voor een goed begrip van het advies. 2. Indien de Kredietbank bij het verlenen van een financiële dienst aan een cliënt niet adviseert (execution only), maakt de Kredietbank dat bij de aanvang van de dienstverlening aan de cliënt kenbaar. Artikel 12 Zorgvuldige bejegening van de cliënt 1. De Kredietbank houdt zich aan de bij de behandeling van de cliënt bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid. 2. Artikel 81 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Artikel 13 Uitbesteding werkzaamheden 1. Bij uitbesteding van werkzaamheden aan een derde draagt de Kredietbank er zorg voor dat deze derde de ingevolge de Wet met betrekking tot die werkzaamheden op de Kredietbank van toepassing zijnde regels naleeft. 2. Artikel 37 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Artikel 14 Verkoop op afstand 1.
Het artikel 230, en in het bijzonder de artikelen 230 w-z van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, zijn van toepassing op het sluiten van overeenkomsten op afstand. 2. De artikelen 77 tot en met 80 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK IV KREDIETVERLENING Paragraaf 1 Inleidende bepalingen Artikel 15 Kredietverlening 1. De Kredietbank kan kredieten verstrekken aan natuurlijke personen. Het dagelijks bestuur kan (terzake) de bevoegdheid tot het verlenen van kredieten aan de directeur mandateren en wel tot een nader door het dagelijks bestuur vast te stellen bedrag. 2. De kredietverlening vindt plaats met in achtneming van de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de representatieve organisatie. Artikel 16 Kredietregistratie De Kredietbank neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie. Artikel 17 Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet 1. De Kredietbank dient voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst aan de cliënt informatie te verstrekken met het oog op een adequate beoordeling van het krediet. 2. De informatie als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de cliënt verstrekt. 3.
In het geval dat de cliënt heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming 7
van de kredietovereenkomst, verstrekt de Kredietbank de informatie aan de cliënt onmiddellijk na de totstandkoming van kredietovereenkomst. 4. Artikel 112 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 2 Kredietaanvraag en afwijzing Artikel 20 Aanvraag 1. Een krediet kan bij de Kredietbank, dan wel via daartoe aangewezen derden, worden aangevraagd. 2. De aanvraag tot kredietverlening vindt plaats op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek van de cliënt, ter beschikking te stellen aanvraagformulier Krediet. Artikel 21 Beoordeling 1. De Kredietbank legt de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van de kredietaanvraag van een cliënt en past deze criteria toe bij de beoordeling van de kredietaanvraag. 2. De artikelen 113 lid 1,114 en 115, lid 1, 3-7 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 22 Afwijzing aanvraag Indien de Kredietbank besluit de kredietaanvraag af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager van een krediet onder opgaaf van redenen. Paragraaf 3 Kredietovereenkomst Artikel 23 Algemeen 1. De kredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan. 2. De Kredietbank verstrekt de cliënt een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar. 3.
Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de Kredietbank, in het belang van de kredietnemer, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de Kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is. 4. De Kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een kredietnemer indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de kredietnemer, onverantwoord is. 5. De artikelen 113 lid 1, 114 en 115 lid 1, 3-7 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 24 inhoud van de kredietovereenkomst 1. Elke kredietovereenkomst dient op papier of een andere duurzame drager te zijn vastgelegd en dient in ieder geval op duidelijke en beknopte wijze te vermelden: a. het soort krediet; b. de identiteit en geografische adressen van de overeenkomst sluitende partijen en in voorkomend geval de identiteit en het geografische adres van de betrokken bemiddelaar; c. de duur van de kredietovereenkomst; d. het totale kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming; e. de effectieve rente op jaarbasis f. het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de cliënt te verrichten betalingen; h. het recht op vervroegde aflossing. 2. Indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, is de kredietovereenkomst vernietigbaar. 3.
Alleen de kredietnemer kan een beroep op de vernietigbaarheid ingevolge lid 2 doen. 8
Artikel 25 Ter beschikkingstelling van het krediet 1. Na het sluiten van de kredietovereenkomst wordt: a. bij een aflopend krediet (persoonlijke lening), niet zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel of gedeeltelijk aan de kredietnemer beschikbaar gesteld; b. bij een aflopend krediet, zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel aan de bij de Kredietbank bekende schuldeisers uitgekeerd en wel na daartoe verkregen akkoord van alle bekende schuldeisers; 2. Indien de ter beschikkingstelling als bedoeld in lid 1 sub a of b van dit artikel op onjuiste wijze plaatsvindt en dit geheel of in overwegende mate te wijten is aan onregelmatigheden aan de kant van de kredietnemer, is dit geheel voor rekening en risico van de kredietnemer. 3. Ten aanzien van de ter beschikkingstelling van het krediet kan de Kredietbank aanvullende voorwaarden stellen. Artikel 26 Algemene voorwaarden 1. Het Bestuur stelt de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten kredietovereenkomsten. 2. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de aanvrager van een krediet uiterlijk voor of bij het sluiten van de kredietovereenkomst van de algemene voorwaarden een schriftelijk exemplaar ontvangt.
Artikel 27 Zakelijke of persoonlijke zekerheid Indien omstandigheden met betrekking tot de kredietnemer dan wel het doel van de kredietverlening dit rechtvaardigen, kan de Kredietbank verlangen dat zakelijke of persoonlijke zekerheid wordt gesteld. Artikel 28 Overige bepalingen 1. Van elke aflossing wordt de kredietnemer een bewijs verstrekt, tenzij betaling is geschied door tussenkomst van een aan het giraal of elektronisch verkeer deelnemende instelling. 2. De Kredietbank informeert de cliënt gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst over het openstaande saldo. Paragraaf 4 Schuldregelingsovereenkomst Artikel 29 Schuldregelingsovereenkomst 1. De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de schuldenaar worden in geval van een schuldregeling vastgelegd in een schuldregelingsovereenkomst. 2. De Kredietbank hanteert daarbij het model, zoals dit door de representatieve organisatie is vastgesteld, als basis. 3. De bemiddeling van de Kredietbank kan leiden tot een voortzetting van de schuldregelingsovereenkomst, het verstrekken van een saneringskrediet of beëindiging van de schuldregelingsovereenkomst. 4. De Kredietbank verstrekt aan de schuldenaar een door de Kredietbank ondertekend afschrift van de schuldregelingsovereenkomst en de overeenkomst tot kredietverlening bij het verstrekken van een saneringskrediet. 5.
Op het saneringskrediet is hoofdstuk IV en wel de paragrafen 1 tot en met 6 van toepassing, zulks met uitzondering van de artikelen 17, 19,25 lid 1 sub a en c en lid 3, 28 en 32 van dit Bankreglement.
9
6. De Kredietbank registreert de schuldregelingsovereenkomst bij Bureau Krediet Registratie voor zover daarbij sprake is van een problematische schuldsituatie. Paragraaf 5 Betalingsregeling (maandlast) en vervroegde aflossing Artikel 30 Betalingsregeling 1. De Kredietbank houdt bij de vaststelling van het termijnbedrag van het krediet rekening met de draagkracht van de kredietnemer. 2. De Kredietbank kan aan de kredietnemer een vergoeding wegens vervroegde aflossing in rekening brengen. Artikel 31 Vervroegde aflossing De kredietnemer is te allen tijde bevoegd tot gehele of gedeeltelijke vervroegde aflossing. Paragraaf 6 Kredietvergoeding Artikel 32 Kredietvergoeding niet doorlopend krediet Indien een krediet met een van tevoren vastgelegde kredietsom is overeengekomen kunnen door de Kredietbank vergoedingen in rekening worden gebracht: a. voor de afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de krediettransactie; b. indien de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie; Artikel 33 Kredietvergoeding doorlopend krediet Indien een krediet met een tevoren vastgestelde kredietlimiet is overeengekomen kunnen door de Kredietbank vergoedingen in rekening worden gebracht: a. voor de afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de krediettransactie; b.
indien de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie. Artikel 34 Vaststelling kredietvergoeding 1. De kredietvergoedingen worden vastgesteld door het dagelijks bestuur. 2. Het dagelijks bestuur kan de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid aan de directeur mandateren. 3. De kredietvergoedingen bedragen ten hoogste de door de minister van Financiën toegelaten maximum kredietvergoedingen voor zover deze betrekking hebben op Consumptief krediet. Paragraaf 7 Opeisbaarheid en kwijtschelding Artikel 35 Opeisbaarheid De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien: a. de kredietnemer gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen maandtermijn, na in gebreke te zijn gesteld en nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen; b. de kredietnemer Nederland heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de kredietnemer Nederland binnen enkele maanden zal verlaten; c. de kredietnemer is overleden en de Kredietbank gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst niet zullen worden nagekomen; 10
d. de kredietnemer in staat van faillissement of surseance van betaling is komen te verkeren of ten aanzien van de kredietnemer de Wsnp van toepassing is verklaard; e. de kredietnemer de tot zekerheid verbonden zaak heeft verduisterd; f. de kredietnemer aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de kredietovereenkomst geheel niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan indien de Kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest. Artikel 36 Kwijtschelding bij overlijden 1. Het dagelijks bestuur kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien een kredietnemer overlijdt. 2. De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet: a. voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten; b. voor zover deze betrekking heeft op vervroegde betaalde termijnen; c. indien dit uitdrukkelijk door de Kredietbank en de kredietnemer is overeengekomen. d. indien er sprake is van overige oorzaken die de Kredietbank nopen om geen kwijtschelding te verlenen. 3. Het dagelijks bestuur kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden alsnog kwijtschelding te verlenen. 4.
Het dagelijks bestuur kan (terzake) de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan de directeur mandateren. HOOFDSTUK V BUDGETBEHEER EN BUDGETBEGELEIDING Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 37 Budgetbeheer 1. De Kredietbank kan een natuurlijke persoon in de gelegenheid stellen een budgetbeheerrekening bij de Kredietbank te openen. 2. De werkzaamheden van de Kredietbank vinden plaats in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Budgetbeheer van de representatieve organisatie en indien van toepassing het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening door het algemeen bestuur opgestelde beleidsplan en bijbehorende beleidsregels. Paragraaf 2 Aanvraag en afwijzing Artikel 38 Aanvraag 1. Budgetbeheer kan bij de Kredietbank worden aangevraagd. 2. De aanvraag kan achterwege blijven indien de Kredietbank budgetbeheer als voorwaarde aan een schuldregeling verbindt. Artikel 39 Afwijzing aanvraag 1. Indien de Kredietbank besluit de aanvraag voor budgetbeheer af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder opgaaf van redenen. 2. In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van een bezwaar en/of klacht tegen de afwijzing van de aanvraag openstaan. 11
Paragraaf 3 Overeenkomst tot budgetbeheer Artikel 40 Overeenkomst tot budgetbeheer 1. De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de rekeninghouder worden vastgelegd in een overeenkomst tot budgetbeheer. 2. De Kredietbank verstrekt de rekeninghouder een door de Kredietbank ondertekend exemplaar van de overeenkomst tot budgetbeheer. Artikel 41 Algemene voorwaarden 1. Het dagelijks bestuur stelt algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten overeenkomsten tot budgetbeheer. 2. De Kredietbank draagt er zorg voor dat aan de rekeninghouder die een aanvraag tot budgetbeheer doet, uiterlijk voor of bij het sluiten van de overeenkomst tot budgetbeheer daarvan een schriftelijk exemplaar ontvangt. 3. Het dagelijks bestuur kan (terzake) het opstellen van de algemene voorwaarden aan de directeur mandateren. Paragraaf 4 Overige bepalingen Artikel 42 Overige bepalingen 1. De Kredietbank verstrekt periodiek aan de rekeninghouder kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening. 2. De Kredietbank is bevoegd aan de rekeninghouder een vergoeding in rekening te brengen voor de kosten van het budgetbeheer en voor het opnieuw verstrekken van een al eerder toegezonden periodiek afschrift en de eindafrekening.
HOOFDSTUK VI KLACHTEN Artikel 43 Klachtenprocedure De klachtenprocedure van Avres is van toepassing op klachten en/of gedragingen van medewerkers van het team schulddienstverlening die belast zijn met het uitvoeren van bancaire taken. HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN Artikel 44 Annex Aan dit Bankreglement is een annex toegevoegd, die indien in de tekst van de annex niet anders is bepaald, onverkort van toepassing is. Artikel 45 Slotbepaling 1. In alle gevallen waarin niet bij of krachtens de Wet of het Bankreglement is voorzien, beslist het dagelijks bestuur naar redelijkheid en billijkheid. 2. Het dagelijks bestuur kan deze bevoegdheid aan de directeur mandateren. Artikel 46 Inwerkingtreding 1. Dit Bankreglement treedt in werking op de dag na publicatie. 2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het Bankreglement vervalt het Bankreglement van de Bankreglement WFT Avres van 1-1-2016 en de bijbehorende beleidsregels. 12
Artikel 47 Citeertitel Dit Bankreglement kan worden aangehaald als: ‘Bankreglement Avres.’ Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van de gemeente: Vastgesteld door de raden van: de gemeente Gorinchem, d.d. …………………; de gemeente Molenlanden, d.d. ………………; de gemeente Vijfheerenlanden, d.d……………;
13
Annex Bankreglement In dit document worden op enkele artikelen van het Bankreglement aanvullende bepalingen vastgesteld en wordt een nadere uitleg gegeven. Deze aanvullingen op het Bankreglement zijn noodzakelijk om tegemoet te komen aan de bijzondere positie van de Kredietbanken binnen de landelijke wet- en regelgeving. Het gaat er dan om de landelijke regelgeving te vertalen naar de Kredietbanken. In deze annex zijn voor een belangrijk deel bepalingen overgenomen die eerder in de NVVK-Beleidsregels waren ondergebracht. De bepalingen in deze annex gelden - wanneer van toepassing en indien niet nader in de tekst toegelicht - onverkort voor Kredietbanken. Ten aanzien van artikel 7, Betrouwbaarheid De NVVK volgt de bepalingen die op Betrouwbaarheid in de wet- en regelgeving, zoals vastgelegd in artikel 4.10 van de Wft en de ter zake doende bepalingen van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). In aanvulling daarop geldt: De Kredietbank stelt naast de wettelijk verplichte betrouwbaarheidstoets voor de beleidsbepalers, ook de betrouwbaarheid van de medewerkers en andere personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening, objectief vast. De Kredietbank meldt aan het dagelijks bestuur schriftelijk het voornemen tot benoeming van: a. een persoon die het beleid van de Kredietbank bepaalt of mede bepaalt; b.
een persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de Kredietbank. De Kredietbank geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat het dagelijks bestuur de betrouwbaarheid van de betrokken persoon objectief heeft vastgesteld. Een persoon is betrouwbaar, indien: • hij een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens kan overleggen; • hij tien jaar voorafgaand niet failliet is verklaard of op hem de schuldsaneringsregeling niet van toepassing is verklaard; • hij weliswaar failliet is verklaard maar hij overeenkomstig artikel 212 Fw is gerehabiliteerd. De leden 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing op personen die zich op 1 januari 2009 al onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening. In het geval dat het dagelijks bestuur heeft geconcludeerd dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat en uit de Wft zelf geen directe consequenties voortvloeien, stelt het dagelijks bestuur de Kredietbank en betrokkene hiervan in kennis.
Indien de Kredietbank in het kader van zijn normale bedrijfsvoering constateert dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de voor de beoordeling van de betrouwbaarheid relevante gegevens met betrekking tot een persoon die het beleid van de kredietbank bepaalt of meebepaalt, stelt de Kredietbank het dagelijks bestuur daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. De beoordeling van de betrouwbaarheid kan achterwege blijven bij betrokkenen, indien ten aanzien van de (mede)beleidsbepaler(s) op grond van zijn (hun) aanstelling als lid (leden) van het algemeen bestuur al een onderzoek naar de antecedenten heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van artikel 9, Integere en beheerste bedrijfsvoering 14
De NVVK volgt de bepalingen die op Betrouwbaarheid in de wet- en regelgeving, zoals in de artikelen 4:11, 4:13 en 4:15 van de Wft en de ter zake doende bepalingen van het Besluit Gedragstoezicht financiele ondernemingen (BGfo). In aanvulling daarop geldt: De bedrijfsvoering van de Kredietbank stelt het algemeen bestuur in staat toezicht te houden op de naleving van de bij of krachtens de Wft gestelde regels. De Kredietbank stelt procedures en maatregelen vast met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten. De Kredietbank neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling. De Kredietbank informeert het dagelijks bestuur onverwijld omtrent incidenten. De administratieve vastlegging van incidenten omvat tenminste de feiten en omstandigheden van het incident, informatie over de functie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd en de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen. De Kredietbank bewaart de aldus vastgelegde gegevens gedurende tenminste vijf jaar. De Kredietbank informeert het dagelijks bestuur omtrent een incident indien a. aangifte van het incident bij justitiële autoriteiten is of zal worden gedaan; b.
het voortbestaan van de Kredietbank door het incident zou kunnen worden bedreigd of wordt bedreigd; of c. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, het Bestuur in verband met haar toezichthoudende taak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd. a. de feiten en omstandigheden van het incident; De in het eerste lid bedoelde informatie betreft tenminste: a. de feiten en omstandigheden van het incident; b. informatie over de functie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd. De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschap die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank. Ten aanzien van artikel 10, Zorgvuldige dienstverlening Op grond van artikel 32 BGfo is de Kredietbank gehouden enkel financiële producten aan te bieden die rekening houden met de belangen de doelgroep in het algemeen en de klant in het bijzonder. De wijze waarop deze belangenafweging plaatsvindt is gesystematiseerd en kan door middel van klantprofielen worden vormgegeven. Ten aanzien van artikel 10, Zorgvuldig Informatie- en Communicatiebeleid De Wft en het BGfo kennen een uitgebreid stelsel van voorschriften ten aanzien van de informatieverstrekking aan de cliënt.
De artikelen 49 tot en met 86 hebben achtereenvolgens betrekking op de algemene informatieverstrekking (artikel 49 tot en met 51 BGfo), de onverplichte precontractuele informatieverstrekking (artikelen 52 tot en met 56 BGfo), de verplichte precontractuele informatie (artikelen 57 tot en met 63 BGfo), de financiële bijsluiter (artikelen 64 tot en met 66 BGfo), de informatieverstrekking gedurende de looptijd van een overeenkomst (artikelen 67 tot en met 75), informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand (artikelen 77 tot en met 80) en de overige bepalingen met be-
15
trekking tot zorgvuldige dienstverlening. Niet alle bepalingen zijn gezien het takenpakket van de Kredietbank van belang. De Kredietbank moet in deze de juiste afwegingen maken. Ten aanzien van artikel 10, Zorgvuldige dienstverlening en zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid Op grond van artikel 4:19 lid 2 Wft dient de ingevolge de Wet te verstrekken informatie feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend te zijn. Deze hoofdregel is ook vastgelegd in artikel 10 lid 2 van het Bankreglement. In de praktijk is het echter niet eenvoudig vast te stellen of de verstrekte informatie al dan niet misleidend is. De AFM heeft in de Beleidsregel Informatieverstrekking vastgesteld aan welke voorwaarden zorgvuldige informatieverstrekking moet voldoen. De Beleidsregel is ook van toepassing op Kredietbanken. Tav artikel 28, lid 2, Jaarlijks Kostenpercentage (JKP) Voor de berekening van het JKP maakt de Kredietbank gebruik van de formule die in Bijlage A van het BGfo beschikbaar is.
16