5.1 Overzicht wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten
Tekst van het document
Bijlage 1 Overzicht wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en enige andere wetten
Met de wijzigingen wordt/worden: 1. De positie van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschapen bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen versterkt. 2. Aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen geïntroduceerd. 3. De positie van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen met betrekking tot het functioneren van de regeling verbeterd.
Ad 1. Bij versterking bij besluitvorming gaat het om: 1. Zienswijze bij treffen gemeenschappelijke regeling◊: Het recht van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen om bij een ontwerpregeling (m.b.t. het treffen, wijzigen en toe- en uittreden) een zienswijze naar voren te brengen. Zie art. 1 Wgr, verwerkt in art. 26 regeling. 2. Zienswijze voor besluiten*: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen. Ook kan in de gemeenschappelijke regeling worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen. In de Memorie van Toelichting worden als voorbeelden genoemd van besluiten waarvoor een zienswijzemogelijkheid kan worden vastgelegd, besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. 3.
Burgerparticipatie*: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. 4. Actieve informatieplicht◊: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling is verplicht actief te informeren. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop informatie wordt aangeleverd. Zie art. 17 Wgr, verwerkt in art. 8 regeling. Ad 2. Bij de introductie van aanvullende controle-instrumenten gaat het om: 1. Recht van onderzoek◊: Gezamenlijke gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen het recht van onderzoek, betreffende de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Zie art. 155 g en h Gemeentewet, verwerkt in art. 35 regeling. 2. Onderzoeksmogelijkheid lokale rekenkamers◊: Lokale rekenkamers, tevens gezamenlijke rekenkamers, hebben de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling (dit betreft een verduidelijking van bestaande wettelijke bevoegdheden). Zie art. 184 Gemeentewet, niet verwerkt in de regeling; geldt o.b.v. wettelijke bepaling. Ad 3. Bij verbetering van de positie van vertegenwoordigende lichamen gaat het om: 1.
Afspraken over evaluatie*: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Ook kan in de gemeenschappelijke regeling worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren. 2. Afspraken over uittreding*: In alle gemeenschappelijke regelingen moeten afspraken worden vastgelegd over de gevolgen van uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Er kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt.
•
Verruiming termijnen begroting en jaarrekening◊: Gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen ruimere termijnen voor de indiening van de bijv. de ontwerpbegroting. Ook krijgen zij langer de tijd om bijv. een zienswijze op de conceptbegroting van een gemeenschappelijke regeling te geven. Zie art. 34, 34b en 35 Wgr, verwerkt in art. 18 en 20 regeling.
* Moet uiterlijk 1 juli 2024 geïmplementeerd zijn. ◊ Treedt per 1 juli 2022 direct in werking.