CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlagen VGBP Emmastraat, Groot-Ammers

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Emmastraat, Groot-Ammers22.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1,09E-03

1,28E-09

1,12E-02

5,07E-03

#N/B

#WAARDE!

#N/B

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

1000

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Taylor Trap 2

Trap 3 Tijd [√minuten]

Tijd [√minuten] 0

5

10

15

0

20

5

10

15

20

15

20

0

0

0,2

0,2

0,4

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,4

0,6

0,8

1

0,8 1 1,2

1,2

1,4

1,4

1,6

1,6

1,8

Trap 4

Trap 5

Tijd [√minuten] 0

5

10

15

0

20

0

0

0,5

0,5

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,6

1

1,5

Tijd [√minuten] 5

10

1

1,5

2

2

2,5

2,5

Monster Boring/monster:

MB1

3

Materiaal:

veen, mineraalarm

Diepte:

2,3

m - mv

10,3

17,8

kN/m³

Hoogte monster (H0)

17,8

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

1,8

3,8

kN/m³

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

7,8

4,1

-

ΔP

Cv

Mv

k

T90

Trap

kPa

m²/s

m²/kN

m/s

s

2

4,5

9,05E-07

1,84E-02

1,63E-07

68

3

9,0

2,24E-07

1,34E-02

2,95E-08

232

4

18,0

1,68E-07

9,44E-03

1,55E-08

242

5

36,1

7,25E-08

6,27E-03

4,46E-09

399

6

-36,1

#N/B

5,46E-04

#N/B

#N/B

7

36,1

1,48E-07

1,09E-03

1,59E-09

148 #N/B #N/B

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Casagrande Trap 6

Trap 7 Tijd [minuten]

Tijd [minuten]

-0,3

0,01

0,1

0,01

0,1

1

10

100

1000

10000

100

1000

0 0,05

-0,25

-0,2

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,1

-0,15

-0,1

0,15 0,2 0,25

0,3 0,35 0,4

-0,05

0,45 0,01

0,1

1

10

100

1000 0,5

0

Trap 8

Trap 9 Tijd [minuten] 0,1

1

Tijd [minuten]

10

100

1000

0

0

0,1

0,1

0,2

0,2

0,3

0,3

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,01

0,4

0,5 0,6 0,7

1

10

0,4

0,5 0,6 0,7

0,8

0,8

0,9

0,9

1

1

Monster Boring/monster:

MB1

3

Materiaal:

veen, mineraalarm

Diepte:

2,3

m - mv

10,3

17,8

kN/m³

Hoogte monster (H0)

17,8

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

1,8

3,8

kN/m³

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

7,8

4,1

-

ΔP

Cv

Mv

k

Cα

Cisotachen

Trap

kPa

m²/s

m²/kN

m/s

2

4,5

8,27E-07

1,84E-02

1,49E-07

1,04E-02

4,91E-03

3

9,0

3,32E-07

1,34E-02

4,37E-08

1,86E-02

8,99E-03

4

18,0

1,89E-07

9,44E-03

1,75E-08

2,88E-02

1,46E-02

5

36,1

3,85E-08

6,27E-03

2,36E-09

3,04E-02

1,62E-02

6

-36,1

#N/B

5,46E-04

#N/B

-2,15E-03

-9,10E-04

7

36,1

1,20E-07

1,09E-03

1,28E-09

1,12E-02

5,07E-03

#N/B

#WAARDE!

#N/B

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Taylor Trap 6

Trap 7 Tijd [√minuten]

Tijd [√minuten] 5

15

0

20

0

0

0,1

0,05

0,2

0,1

0,3

0,15

0,4

0,5 0,6 0,7

1

0,5

Trap 9

Tijd [√minuten] 15

0

20

0

0,1

0,1

0,2

0,2

0,3

0,3

Samendrukking [mm]

0

0,4 0,5 0,6

0,7

20

15

20

0,35

0,45

10

15

0,3

0,9

5

10

0,25

0,4

0

5

0,2

0,8

Trap 8

Samendrukking [mm]

10

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0

Tijd [√minuten] 5

10

0,4 0,5

0,6 0,7

0,8

0,8

0,9

0,9

1

1

Monster Boring/monster:

MB1

3

Materiaal:

veen, mineraalarm

Diepte:

2,3

m - mv

10,3

17,8

kN/m³

Hoogte monster (H0)

17,8

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

1,8

3,8

kN/m³

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

7,8

4,1

-

ΔP

Cv

Mv

k

T90

Trap

kPa

m²/s

m²/kN

m/s

s

2

4,5

9,05E-07

1,84E-02

1,63E-07

68

3

9,0

2,24E-07

1,34E-02

2,95E-08

232

4

18,0

1,68E-07

9,44E-03

1,55E-08

242

5

36,1

7,25E-08

6,27E-03

4,46E-09

399

6

-36,1

#N/B

5,46E-04

#N/B

#N/B

7

36,1

1,48E-07

1,09E-03

1,59E-09

148 #N/B #N/B

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Bjerrum en Isotachen

Belasting [kPa] 1

10

1

10

100

1000

100

1000

0,000

0,050

Lineaure rek [-]

0,100

0,150

0,200

0,250

0,300

0,350 Tijd [uren]

Monster Boring/monster:

MB1

8

Materiaal:

klei, zwak siltig, met plantresten 13,3

15,9

kN/m³

5,2

8,1

kN/m³

3,1

2,0

-

Diepte:

7,4

m - mv

Hoogte monster (H0)

20,2

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

Proefeigenschappen per trap

Parameters Bjerrum ∆e/log∆P

∆e/log∆t

RR

4,64E-02

0,0043

CR

3,12E-01

0,1611

0,0080

SR

1,92E-02

35,7

0,2386

0,0130

Pg

27,0

70,8

0,2976

0,0229

Parameters Isotachen

70,8

141,2

0,3122

0,0186

A

7,351E-02

141,2

70,8

0,0192

-0,0006

B

1,875E-01

70,8

141,2

0,0464

0,0061

C

1,011E-02

Pg

17,7

Belastingtrappen [kN/m²] 1

0,6

9,5

2

9,5

18,2

3

18,2

4

35,7

5 6 7

kPa

kPa

Projectnr:

1900988.002

startdatum proef:

17-07-19

Project:

Groot-Ammers

einddatum proef:

29-07-19

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Koppejan Belasting [kPa] 1

10

1

10

100

1000

100

1000

0

1

2

samendrukking [mm]

3

4

5

6

7

8 Tijd [uren]

Monster Boring/monster:

MB1

8

Materiaal:

klei, zwak siltig, met plantresten 13,3

15,9

kN/m³

5,2

8,1

kN/m³

3,1

2,0

Diepte:

7,4

m - mv

Hoogte monster (H0)

20,2

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

Proefeigenschappen per trap

Parameters Koppejan ∆e/ln∆P

Belastingtrappen [kN/m²]

∆e/ln∆P

-1

Cp

49,6

Cp'

7,4

14,3

Cs

150,9

1,04E-01

9,7

Cs'

64,0

1,29E-01

7,7

C

45,8

141,2

1,36E-01

7,4

C'

7,2

141,2

70,8

8,34E-03

120,0

Pg

27,0

70,8

141,2

2,02E-02

49,6

1

0,6

9,5

2

9,5

18,2

7,00E-02

3

18,2

35,7

4

35,7

70,8

5

70,8

6 7

kPa

Projectnr:

1900988.002

startdatum proef:

17-07-19

Project:

Groot-Ammers

einddatum proef:

29-07-19

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Casagrande Trap 2

Trap 3 Tijd [minuten]

Tijd [minuten] 0,01

0,1

1

10

100

1000

0,1

0,01

0,1

1

10

100

1000

100

1000

0

0

0,2

Samendrukking [mm]

0,2

Samendrukking [mm]

0,01

0,4

0,6

0,8

0,4

0,6

0,8

1

1

1,2

1,2

1,4

Trap 4

Trap 5 Tijd [minuten] 0,01

0,1

1

Tijd [minuten]

10

100

1000

0

1

10

0

0,2 0,5

0,6

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,4

0,8

1 1,2 1,4 1,6

1

1,5

2

1,8

2

2,5

Monster Boring/monster:

MB1

8

Materiaal:

klei, zwak siltig, met plantresten

Diepte:

7,4

m - mv

13,3

15,9

kN/m³

Hoogte monster (H0)

20,2

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

5,2

8,1

kN/m³

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

3,1

2,0

-

ΔP

Cv

Mv

k

Cα

Cisotachen

Trap

kPa

m²/s

m²/kN

m/s

2

8,7

1,01E-08

5,63E-03

5,59E-10

8,01E-03

3,66E-03

3

17,5

7,83E-09

4,64E-03

3,57E-10

1,30E-02

6,08E-03

4

35,1

8,50E-09

3,27E-03

2,73E-10

2,29E-02

1,10E-02

5

70,4

5,91E-09

1,96E-03

1,14E-10

1,86E-02

9,18E-03

6

-70,4

#N/B

1,20E-04

#N/B

-6,46E-04

-2,78E-04

7

70,4

3,55E-08

2,95E-04

1,03E-10

6,06E-03

2,69E-03

#N/B

#WAARDE!

#N/B

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Taylor Trap 2

Trap 3 Tijd [√minuten]

Tijd [√minuten] 0

5

10

15

0

20

5

10

15

20

15

20

0

0

0,2

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,2

0,4

0,6

0,8

0,4

0,6

0,8

1

1

1,2

1,2

1,4

Trap 4

Trap 5

Tijd [√minuten] 0

5

10

15

0

20

Tijd [√minuten] 5

10

0

0

0,2 0,5

0,6

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,4

0,8 1 1,2

1,4

1

1,5

2

1,6 1,8

2,5

2

Monster Boring/monster:

MB1

8

Materiaal:

klei, zwak siltig, met plantresten

Diepte:

7,4

m - mv

13,3

15,9

kN/m³

Hoogte monster (H0)

20,2

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

5,2

8,1

kN/m³

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

3,1

2,0

-

ΔP

Cv

Mv

k

T90

Trap

kPa

m²/s

m²/kN

m/s

s

2

8,7

1,39E-08

5,63E-03

7,68E-10

5702

3

17,5

1,29E-08

4,64E-03

5,89E-10

5492

4

35,1

1,06E-08

3,27E-03

3,41E-10

5556

5

70,4

8,89E-09

1,96E-03

1,71E-10

5272

6

-70,4

#N/B

1,20E-04

#N/B

#N/B

7

70,4

5,23E-08

2,95E-04

1,52E-10

762 #N/B #N/B

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Casagrande Trap 6

Trap 7 Tijd [minuten]

Tijd [minuten]

-0,16

0,01

0,1

0,01

0,1

1

10

100

1000

0 -0,14 0,05

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

-0,12

-0,1

-0,08

-0,06

-0,04

0,1

0,15

0,2

0,25

0,3

-0,02 0,01

0,1

1

10

100

1000 0,35

0

Trap 8

Trap 9 Tijd [minuten] 0,1

1

Tijd [minuten]

10

100

1000

0

0

0,1

0,1

0,2

0,2

0,3

0,3

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,01

0,4

0,5 0,6 0,7

1

10

100

0,4

0,5 0,6 0,7

0,8

0,8

0,9

0,9

1

1

Monster Boring/monster:

MB1

8

Materiaal:

klei, zwak siltig, met plantresten

Diepte:

7,4

m - mv

13,3

15,9

kN/m³

Hoogte monster (H0)

20,2

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

5,2

8,1

kN/m³

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

3,1

2,0

-

ΔP

Cv

Mv

k

Cα

Cisotachen

Trap

kPa

m²/s

m²/kN

m/s

2

8,7

1,01E-08

5,63E-03

5,59E-10

8,01E-03

3,66E-03

3

17,5

7,83E-09

4,64E-03

3,57E-10

1,30E-02

6,08E-03

4

35,1

8,50E-09

3,27E-03

2,73E-10

2,29E-02

1,10E-02

5

70,4

5,91E-09

1,96E-03

1,14E-10

1,86E-02

9,18E-03

6

-70,4

#N/B

1,20E-04

#N/B

-6,46E-04

-2,78E-04

7

70,4

3,55E-08

2,95E-04

1,03E-10

6,06E-03

2,69E-03

#N/B

#WAARDE!

#N/B

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

#WAARDE!

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

1000

Samendrukkingsproef cf. NEN 5118 materiaalkundig laboratorium Wiha

Parameterbepaling Taylor Trap 6

Trap 7 Tijd [√minuten]

Tijd [√minuten] 0

5

10

15

0

20

5

10

15

20

15

20

0

0

0,1

0,05

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

0,2 0,3 0,4

0,5 0,6 0,7

0,1

0,15

0,2

0,25

0,8 0,3 0,9 0,35

1

Trap 8 0

5

10

15

0

20

0

0

0,1

0,1

0,2

0,2

0,3

0,3

Samendrukking [mm]

Samendrukking [mm]

Trap 9

Tijd [√minuten]

0,4 0,5 0,6

0,7

Tijd [√minuten] 5

10

0,4 0,5

0,6 0,7

0,8

0,8

0,9

0,9

1

1

Monster Boring/monster:

MB1

8

Materiaal:

klei, zwak siltig, met plantresten

Diepte:

7,4

m - mv

13,3

15,9

kN/m³

Hoogte monster (H0)

20,2

mm

gn (voor / na) gd (voor / na)

5,2

8,1

kN/m³

Diameter monster

63,4

mm

Poriëngetal:

3,1

2,0

-

ΔP

Cv

Mv

k

T90

Trap

kPa

m²/s

m²/kN

m/s

s

2

8,7

1,39E-08

5,63E-03

7,68E-10

5702

3

17,5

1,29E-08

4,64E-03

5,89E-10

5492

4

35,1

1,06E-08

3,27E-03

3,41E-10

5556

5

70,4

8,89E-09

1,96E-03

1,71E-10

5272

6

-70,4

#N/B

1,20E-04

#N/B

#N/B

7

70,4

5,23E-08

2,95E-04

1,52E-10

762 #N/B #N/B

Projectnr:

1900988.002

Project:

Groot-Ammers

Nieuwbouw, Voorstraat te Groot-Ammers

Bijlage 3 : Berekeningsresultaten zettingen

rapportnummer: 1900988.002-XZ, versie 1, 7 oktober 2019

Report for D-Settlement 9.3 Settlement Calculations Developed by Deltares

Date of report: Time of report:

7-10-2019 18:38:21

Date of calculation: Time of calculation:

7-10-2019 18:38:10

Filename:

F:\BPA BARBARA\groot ammers\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

D-Settlement 9.3

1 Table of Contents 1 Table of Contents 2 Echo of the Input 2.1 Layer Boundaries 2.2 PL Lines 2.3 General Data 2.4 Soil Profiles 2.5 Soil Properties 2.6 Non-Uniform Loads 2.7 Verticals 2.8 Vertical Drain 3 Results per Vertical 3.1 Results for Vertical 1 (X = 0,00 m; Z = 0,00 m) 4 Settlements 4.1 Settlements 4.2 Residual Times

7-10-2019

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

2 3 3 3 3 4 4 5 5 6 7 7 9 9 9

Page 2

D-Settlement 9.3

2 Echo of the Input 2.1 Layer Boundaries Boundary number 14 - X 14 - Y 13 - X 13 - Y 12 - X 12 - Y 11 - X 11 - Y 10 - X 10 - Y 9 -X9 -Y8 -X8 -Y7 -X7 -Y6 -X6 -Y5 -X5 -Y4 -X4 -Y3 -X3 -Y2 -X2 -Y1 -X1 -Y0 -X0 -Y-

-40,000 -1,100 -40,000 -1,500 -40,000 -2,300 -40,000 -2,700 -40,000 -3,400 -40,000 -4,300 -40,000 -5,600 -40,000 -7,600 -40,000 -8,800 -40,000 -9,800 -40,000 -10,500 -40,000 -11,200 -40,000 -11,800 -40,000 -12,000 -40,000 -26,000

Co-ordinates [m] 40,000 -1,100 40,000 -1,500 40,000 -2,300 40,000 -2,700 40,000 -3,400 40,000 -4,300 40,000 -5,600 40,000 -7,600 40,000 -8,800 40,000 -9,800 40,000 -10,500 40,000 -11,200 40,000 -11,800 40,000 -12,000 40,000 -26,000

-40,000 -1,500 -40,000 0,400

Co-ordinates [m] 40,000 -1,500 40,000 0,400

2.2 PL Lines PL line number 1 -X1 -Y2 -X2 -Y-

2.3 General Data Soil model: Consolidation model: Strain model: Groundwater level: Unit weight of water: Stress distribution - Soil: - Loads: End of consolidation: No maintain profile Pc (initial): Pc (per step): Creep rate reference time: No imaginary surface With submerging (only for non uniform loads) - Iteration stop criterium : Load column width 7-10-2019

NEN Bjerrum Darcy Linear Initial determined by PL-line number 1 9,81 [kN/m³] Boussinesq Simulate 10950,00 [days] Variable parallel to the initial effective stress Automatic increased to the final effective stresses 1,000 [days]

0,10 [m]

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

Page 3

D-Settlement 9.3 - Non-Uniform Loads : - Trapezoidal Loads :

1,00 [m] 1,00 [m]

2.4 Soil Profiles Layer number 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1

Material name

PL-line top

Klei zwak zandig Klei zwak siltig Veen sterk zandig Veen zwak kleiig Veen mineraalarm Veen zwak kleiig 2 Veen mineraalarm Klei zwak siltig Veen zwak kleiig 2 Klei zwak siltig Zand los Klei zwak siltig Klei matig zandig Zand matig

PL-line bottom 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2

2.5 Soil Properties Layer number 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1

Drained

No No No No No No No No No No Yes No No Yes

Layer number

Storage type

14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1

Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons. Vert. cons.

Layer number 14 13 12 11 10

POP [kN/m²]

7-10-2019

Unit weight Unsaturated Saturated [kN/m³] [kN/m³] 15,00 15,00 13,30 13,30 12,50 13,10 10,50 10,80 10,30 10,50 11,60 11,60 10,30 10,50 13,30 13,30 11,60 11,60 13,30 13,30 17,00 19,00 13,30 13,30 20,00 20,00 18,00 20,00

-

Vert. consolid. coefficient Cv [m²/s] 1,00E-08 1,00E-08 1,00E-07 1,00E-07 3,30E-07 1,00E-07 3,30E-07 1,00E-08 1,00E-07 1,00E-08 1,00E-08 1,00E-08 -

Ratio Ch/Cv

OCR [-]

Equiv. age [days] 1,20 1,20 1,20 1,20 1,20

[-] 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000 1,000

Vertical Ratio hor/vert Permeability Initial vertical permeability permeability strain mod. permeability [m/s] [-] [m/s] [m/s] -

-

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

Page 4

D-Settlement 9.3 Layer number 9 8 7 6 5 4 3 2 1

POP [kN/m²]

OCR [-]

Layer number

Secondary swelling type Full Full Full Full Full Full Full Full Full Full Full Full Full Full

Secondary swelling factor[-] -

-

Reloading/ swelling ratio RR [-] 0,0800000 0,0500000 0,0700000 0,1530000 0,0700000 0,1000000 0,0700000 0,0500000 0,1000000 0,0500000 0,0038000 0,0500000 0,0300000 0,0013000

Compression ratio CR [-] 0,2300000 0,3000000 0,2300000 0,4600000 0,4000000 0,3070000 0,4000000 0,3000000 0,3070000 0,3000000 0,0115000 0,3000000 0,0800000 0,0038000

Coeff. of sec. compression Ca [-] 0,0090000 0,0080000 0,0120000 0,0230000 0,0200000 0,0150000 0,0200000 0,0080000 0,0150000 0,0080000 0,0000000 0,0080000 0,0030000 0,0000000

-

14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 Layer number 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1

Equiv. age [days] 1,20 1,20 1,20 1,20 1,20 1,20 1,20 1,20 1,20

Unloading stress ratio[-]

Reloading/ swelling index Cr [-] -

Compression index Cc [-] -

Initial void ratio (e0) [-] -

2.6 Non-Uniform Loads Load number

Time [days]

1 2

0 180

Load number 1 -X1 -Y2 -X2 -Y-

Unit weight Unsaturated Saturated [kN/m³] [kN/m³] 15,00 15,00 -15,00 -15,00

-40,00 -1,10 -40,00 1,20

-40,00 1,20 -40,00 0,90

Co-ordinates [m] 40,00 40,00 1,20 -1,10 40,00 40,00 0,90 1,20

2.7 Verticals Vertical number

X co-ordinates [m] 1

7-10-2019

0,000

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

Page 5

D-Settlement 9.3 Discretisation = 100

2.8 Vertical Drain Drain type Horizontal range "From" Horizontal range "To" Bottom position Center to center distance Width Thickness Grid Enforced dewatering Start of drainage

7-10-2019

[m] [m] [m] [m] [m] [m]

[days]

Strip -40,000 40,000 -10,000 1,000 0,100 0,003 Triangular Off 7,000

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

Page 6

D-Settlement 9.3

3 Results per Vertical 3.1 Results for Vertical 1 (X = 0,00 m; Z = 0,00 m)

Depth [m] -1,100 -1,200 -1,300 -1,400 -1,500 -1,500 -1,600 -1,700 -1,800 -1,900 -2,000 -2,100 -2,300 -2,300 -2,500 -2,700 -2,700 -3,050 -3,400 -3,400 -3,850 -4,300 -4,300 -4,950 -5,600 -5,600 -6,600 -7,600 -7,600 -8,200 -8,800 -8,800 -9,300 -9,800 -9,800 -10,150 -10,500 -10,500 -10,850 -11,200 -11,200 -11,500 -11,800 -11,800 -11,900 -12,000 -12,000 -13,000 -14,000 -15,000 -16,000 -17,000 -18,000 -19,000 -20,600 -22,600 -24,600 7-10-2019

Effective Stress [kPa] 18,939 19,458 19,975 20,493 21,010 21,010 21,359 21,707 22,056 22,404 22,753 23,102 23,801 23,801 24,460 25,118 25,118 25,464 25,811 25,811 26,120 26,429 26,429 27,588 28,748 28,748 29,428 30,104 30,104 32,177 34,263 34,263 35,146 36,028 36,028 37,238 38,459 38,459 41,664 44,869 44,869 45,891 46,925 46,925 38,628 30,332 30,332 40,478 50,618 60,752 70,879 81,000 91,114 101,222 117,382 137,561 157,718

Hydraulic head [m] -1,100 -1,200 -1,300 -1,400 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,499 -1,499 -1,499 -1,499 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,499 -1,499 -1,499 -1,499 -1,499 -1,499 -1,499 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,500 -1,499 -1,498 -1,498 -0,549 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400 0,400

Loading [kPa] 18,938 17,957 16,976 15,995 15,014 15,014 15,014 15,014 15,014 15,014 15,014 15,013 15,013 15,013 15,013 15,013 15,013 15,012 15,012 15,012 15,011 15,009 15,009 15,005 15,001 15,001 14,991 14,977 14,977 14,966 14,954 14,954 14,943 14,930 14,930 14,920 14,909 14,909 14,898 14,886 14,886 14,875 14,864 14,864 14,860 14,856 14,856 14,812 14,762 14,706 14,643 14,574 14,498 14,416 14,272 14,071 13,848

Settlement [m] 1,537 1,502 1,477 1,458 1,442 1,442 1,424 1,407 1,391 1,375 1,359 1,344 1,315 1,315 1,288 1,262 1,262 1,174 1,088 1,088 0,993 0,901 0,901 0,800 0,704 0,704 0,520 0,340 0,340 0,281 0,226 0,226 0,166 0,107 0,107 0,078 0,051 0,051 0,050 0,049 0,049 0,029 0,010 0,010 0,008 0,005 0,005 0,004 0,003 0,002 0,002 0,001 0,001 0,001 0,001 0,000 0,000

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

Page 7

D-Settlement 9.3 Depth [m] -26,000

7-10-2019

Effective Stress [kPa] 171,817

Hydraulic head [m] 0,400

Loading [kPa] 13,681

Settlement [m] 0,000

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

Page 8

D-Settlement 9.3

4 Settlements 4.1 Settlements Vertical number 1

X co-ordinate [m] 0,00

Z co-ordinate [m] 0,00

Surface level [m] -1,10

Settlement

Part of final settlement [%] 84,119 92,347 92,152 95,729 97,295 98,267 98,968 99,527 100,000

Settlement [m] 1,537

4.2 Residual Times Vertical number

Time [days] 1

90 180 365 1825 3650 5475 7300 9125 10950

[m] 1,293 1,419 1,416 1,471 1,495 1,510 1,521 1,529 1,537

Residual settlements [m] 0,244 0,118 0,121 0,066 0,042 0,027 0,016 0,007 0,000

End of Report

7-10-2019

F:\..\FINAL\1900988.002-XZ Groot Ammers

Page 9

Nieuwbouw, Voorstraat te Groot-Ammers

Bijlage 4 : Algemene richtlijnen uitvoering en ontwerp

rapportnummer: 1900988.002-XZ, versie 1, 7 oktober 2019

Nieuwbouw, Voorstraat te Groot-Ammers

Algemene richtlijnen uitvoering en ontwerp (gebaseerd op onder andere: NEN 6740, NEN 9997, SBR Handboek funderingen en publicatieblad P25 “Putten en sleuven”) Algemeen Bij de uitvoering moet zijn gecontroleerd of aan de onderstaande uitgangspunten van het ontwerp van de fundering is voldaan:  de grondgesteldheid, de grondwatertoestand en mogelijk andere omgevingsfactoren mogen niet ongunstiger zijn dan is aangenomen ten behoeve van het ontwerp;  de positie, diepte en afmetingen van de fundering moeten overeenstemmen met de ontwerpspecificaties;  de kwaliteit van de constructieve onderdelen moet voldoen aan de desbetreffende materiaaleisen en de funderingselementen mogen niet zijn beschadigd;  indien de nieuwe fundering zich binnen het belastingsspreidingsgebied van de bestaande fundering bevindt, moet de noodzaak van extra voorzieningen zijn overwogen.  de aanleg van een fundering nabij een bestaande fundering moet voorzichtig en volgens de aanwijzingen in het geotechnisch ontwerprapport zijn uitgevoerd. Hiertoe is informatie noodzakelijk omtrent de constructieve opbouw van deze belendingen, incl. de funderingswijze van de draagconstructie en de begane grondvloeren. Dit geldt in het bijzonder voor ontgravingen dieper dan het aanlegniveau van de fundering van op staal gefundeerde belendingen.

Dergelijke ontgravingen verminderen de draagkracht van de bestaande fundering en dienen daarom zoveel mogelijk te worden voorkomen. Daarnaast is de bouwkundige staat, waarin de panden zich bevinden, van belang. Afstand WKO-boringen tot fundering Bij de uitvoering van een mechanische boring direct naast een gebouw of constructie (zoals een viaduct, dijklichaam, spoor, weg, riolering, etc.) moet men rekening houden met mogelijke negatieve effecten op (de fundering van) deze bouwwerken of constructies als gevolg van de grondontspanning die de boring veroorzaakt. Deze grondontspanning ontstaat bij het plaatsen van een eventuele mantelbuis èn bij het boorproces. Schade aan gebouwen en constructies kan worden voorkomen, door de boring op veilige afstand hiervan te plaatsen. Conform de uitvoeringseisen uit SIKB Protocol 2101 “Mechanisch boren”, versie 4.0 d.d. 1 februari 2018 geldt dat, tenzij anders overeengekomen, een boring op een afstand van minimaal 10 x de boorgatdiameter van een bestaand gebouw of constructie dient te worden geplaatst en 15 x de boorgatdiameter van een bekend c.q. gepland gebouw of constructie. Grondwater Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden moet de bodem van de sleuf of de put droog zijn, tenzij speciale maatregelen zijn genomen om uitspoeling van beton of bindmiddelen te voorkomen.

Wanneer de grondwaterstand te hoog is, kan mede afhankelijk van de waterdoorlatendheid van het toegepaste zand, de ondergrond en de gebruikte verdichtingsapparatuur, een "drijfzand"-situatie ontstaan. Een verlaging van de grondwaterstand is doorgaans middels een van de volgende drie bemalingsmethoden te realiseren:  horizontale drains in en rond de bouwput  korte (vacuüm)filters rondom de bouwput, h.o.h. 2 m geplaatst, met zuigleiding aan een zuigperspomp verbonden  plaatsing van enige grote en diepe deepwell-pompputten met een flinke reikwijdte met betrekking tot de verlaging van de grondwaterstand. Van geval tot geval dient dit apart te worden bekeken of een bemalingsadvies is vereist. De noodzaak hiertoe kan onder meer afhankelijk zijn van de ligging van de bouwplaats (binnen of buiten beschermd gebied), het verwachte onttrekkingsdebiet/waterbezwaar (aanvraag vergunningen bij overschrijding vergunningsgrens) en invloed naar de omgeving (aanwezigheid van monumentale panden, of bomen). Ons bureau kan hieromtrent nader adviseren en desgewenst en indien van toepassing de (MER-) vergunnings- of meldingsprocedure verzorgen. Maatregelen tegen inkalven van taluds Bij afwezigheid van invloed van belendingen, ondergrondse kabels en leidingen kunnen de ontgravingen met een beperkte diepte worden uitgevoerd onder talud.

Indien de diepte van de ingraving meer dan 1 meter bedraagt, moeten voorzieningen zijn getroffen tegen het inkalven van de taluds. Deze voorzieningen kunnen bestaan in het ontgraven onder een veilig talud, of in het toepassen van stempelingen, bekistingen of damwanden indien onder een steiler talud wordt ontgraven. rapportnummer: 1900988.002-XZ, versie 1, 7 oktober 2019

Nieuwbouw, Voorstraat te Groot-Ammers

Conform het (inmiddels vervallen) praktijkblad P25 “Putten en Sleuven” uit 1981 kunnen de volgende taluds als veilig worden beschouwd, indien zich geen ongunstige omstandigheden voordoen. Grondsoort

vastheid

zand of leem

vast, ongeroerd vast, ongeroerd vast, ongeroerd los of geroerd zeer vast, ongeroerd zeer vast, ongeroerd zeer vast, ongeroerd vast, ongeroerd vast, ongeroerd vast, ongeroerd los of geroerd los of geroerd

klei

Diepte [m - mv] 1,00 - 1,50 1,50 - 2,50 2,50 - 4,00 1,00 - 4,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,50 2,50 - 4,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,50 2,50 - 4,00 1,00 - 1,50 1,50 - 4,00

Talud niet steiler dan* (hoogte : hor. afstand) 3:1 1,5 : 1 1,25: 1 1:1 te lood 2:1 1,25: 1 te lood 1,5 : 1 1:1 1,5 : 1 1:1

* Deze waarden kunnen vanuit de praktijk als veilig worden beschouwd, indien zich geen ongunstige omstandigheden voordoen (theoretisch onderbouwing van deze waarden is met de huidige normen en rekenregels doorgaans NIET mogelijk). Verschillende omstandigheden kunnen een ongunstige invloed uitoefenen op het in stand houden van de taluds.  Waterbezwaar, bijv. door een grondwaterspiegel ter hoogte van de bodem van de ingraving of erboven, door water dat door andere oorzaak toestroomt, door overvloedige neerslag, door vorst en dooi.  Zware bovenbelasting bij of langs de insteek, bijv. door een weglichaam, gebouwen, uitkomende grond, graaf- en transport-werktuigen, rioolbuizen enz.  Inhomogeniteit en/of gelaagdheid van de grond .  Trillingen, bijv. veroorzaakt door een graafmachine, een heimachine, zwaar wegverkeer of door gebruik van springstoffen.  Achteruitgang van de eigenschappen van de grond door lang openliggen van de ingraving.

Het geven van algemene aanwijzingen die zowel veiligheidstechnisch als economisch verantwoord zijn, is voor ingravingen met een grotere diepte dan 4 m niet mogelijk. Hiervoor is een daartoe gericht onderzoek nodig. Om redenen van dezelfde aard zijn geen aanwijzingen gegeven voor ingravingen in veen. Voor meer informatie hieromtrent wordt verwezen naar het praktijkblad.

rapportnummer: 1900988.002-XZ, versie 1, 7 oktober 2019

Technisch bodemonderzoek

Advies geotechniek en geohydrologie

 

         

Sonderen in Nederland, België en Frankrijk. Sonderen met (track)truck, minirups, demontabel en hand Sonderen op het water (met hefeiland) Dissipatieproeven Peilbuizen wegdrukken Mechanisch (puls)boren conform protocol ‘Mechanisch boren’ (2101). Handboren (tot circa 5 m) Geotechnische monitoring Doorlatendheidsmetingen verzadigde en onverzadigde zone Palen doormeten (akoestisch) Onderzoek naar niet gesprongen explosieven (NGE) dGPS-metingen

        

Funderingsadvies bebouwing, leidingen, constructies, infrastructuur Bouwputadvies, damwandadvies Zettings- en ophoogadvies, zakbaakanalyse/-fit Stabiliteitsberekeningen taluds en dijken Verhardingsadvies Bemalingsadvies, bemalingsplan, monitoringsplan, meldingen en vergunningen, MER aanmeldnotitie, zettingsrisico’s CAR Infiltratiegeschiktheidsadvies, watertoetsadvies Algemene geohydrologische modellering (drainage, wateroverlast, etc,) Geostatistiek, Data-visualisatie, GIS. Algemene expertise, controle grondverbetering

Milieukunde

Materiaalkundig laboratorium

         

 

Verkennend onderzoek Onderzoek naar asbest in de bodem BOOT-onderzoek Nulsituatie-onderzoek Nader onderzoek Waterbodemonderzoek (monsternameboot) BUS-melding Saneringsplan Milieukundige begeleiding Second opinion

       

Laboratoriumclassificatie Volumegewicht, watergehalte, Torvane, pocket penetrometer Erosiebestendigheidsklasse klei Proctorproeven Korrelverdeling, -vorm en afleiding k-waarden en hergebruiksmogelijheden Doorlatendheidsmetingen (falling head) Atterbergsegrenzen Samendrukkingsproeven, CRS Triaxiaalproeven Binnenkort ook: DSS en DS

Verantwoording van het groepsrisico

1. Aanleiding Voor het consoliderende bestemmingsplan “Dorpskernen” Liesveld is een verantwoording van het groepsrisico nodig, in verband met de aanwezigheid van enkele bestaande risicovolle bronnen in (de omgeving van) het plangebied. Het plangebied omvat de dorpskernen en het bedrijventerrein van Liesveld. Het betreft de kernen Streefkerk, Groot-Ammers en Nieuwpoort-Langerak en bedrijventerrein Gelkenes. Om onzuiverheden te voorkomen, zijn de definitieve plangrenzen (zie figuur 1) afgestemd op het bestemmingsplan Buitengebied. De vesting Nieuwpoort met de wallen maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Voor dit beschermd stadsgezicht wordt een apart bestemmingsplan opgesteld, dat is toegesneden op de juridische status van deze aanwijzing. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.

Figuur 1: ligging plangebied Doelstelling van de gemeente Liesveld is om de verouderde bestemmingsplannen te herzien en te integreren in één nieuw bestemmingsplan. Onder verschillende, in de regels bij het bestemmingsplan, gestelde voorwaarden zijn zes ontwikkellocaties voor voornamelijk woningbouw aangewezen: één locatie in Streefkerk en vijf locaties in Groot-Ammers.

In het kader van de verantwoording is de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid als wettelijk adviseur1 in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen in verband met het groepsrisico (over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting). Het brandweeradvies is tot stand gekomen aan de hand van het Toetsingskader Externe Veiligheid. Dit toetsingskader kent een vijftal aspecten die in samenhang worden bekeken, te weten plaatsgebonden risico, groepsrisico, zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffect. Het advies van de brandweer is in deze verantwoording verwerkt.

2. Opbouw verantwoording Deze verantwoording is als volgt opgebouwd:  Paragraaf 3 beschrijft de risicobronnen die aanwezig zijn en de mogelijk optredende scenario’s die op deze locatie kunnen voorkomen;  Paragraaf 4 analyseert de veiligheidssituatie aan de hand van het toetsingskader externe veiligheid.  Paragraaf 5 sluit af met conclusies en maatregelen.

3. Risicobronnen en scenario’s 3.1 Transport Binnen en in de directe nabijheid van het plangebied is sprake van het transport van gevaarlijke stoffen welke invloed op het plangebied heeft. 3.1.1 Scenario’s transport van gevaarlijke stoffen over de Lek Het plangebied ligt in het invloeds- en/of effectgebied van de Oude Maas. Over deze rivier worden grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Afk.

Categorie

LF2

Binnenvaartschepen/jaar 9063

Licht ontvlambare vloeistof (o.a. benzine) LT1 Toxische vloeistof (acrylnitril) 0 GF3 Brandbare gassen (LPG) 332 GT3 Toxische gassen (Ammoniak) 0 Tabel 1: Transporten gevaarlijke stoffen over de Lek

De volgende tabel geeft de effectafstanden voor de verschillende scenario’s. Scenario 100% letaliteitsgrens 10% letaliteitsgrens 1% letaliteitsgrens Plasbrand 25 meter 35 meter 45 meter Flare 60 meter 75 meter 80 meter Tabel 2: Effectafstanden mogelijke scenario’s De Lek ligt op minimaal 40 meter van bebouwing in het plangebied, behoudens enkele buitendijks gelegen woningen en bedrijven.

3.2 inrichtingen 3.2.1 Den Hartog B.V, Groot-Ammers Den Hartog B.V. is een groothandel in aardolieproducten. Het bedrijf gebruikt het tankpark aan de Lekhaven voor het ontvangen, opslaan en afleveren van motorbrandstoffen, zoals benzine, gasolie en petroleum. Deze producten worden meestal aangevoerd per tankschip en incidenteel per tankwagen. De opslag van brandstoffen vindt plaats in bovengrondse tanks. De stoffen worden afgevoerd in tankwagens en af en toe per schip. Door de verplichting van de overheid om benzine bij te mengen met bio-massa en een wijziging van het beleid bij de toeleveranciers van benzine, Op grond van artikel 13.3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), artikel 4.3 van de Circulaire Risiconormering Vervoer gevaarlijke stoffen (Crvgs) en op grond van artikel 12.2 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). 1

moet het bedrijf zelf de bijmenging verzorgen. Daarvoor is het noodzakelijk dat er ethanol wordt opgeslagen en tijdens het laden van de tankwagens de ethanol bij te blenden in de benzine. Er zijn verschillende incidenten bij het bedrijf mogelijk. Gezien de eenzijdigheid van de stoffen is het aantal scenario’s klein. De volgende tabel geeft deze scenario’s weer. Categorie

Scenario Effecten/schadebeeld Door de aanwezigheid van de juiste  Binnen de 10 kW/m2-contour kunnen damp/luchtverhouding onder het er secundaire branden ontstaan. De vaste dak in combinatie met een aanwezige tanks binnen deze contour ontstekingsbron (bliksem of vent moeten worden gekoeld. Tankbrand brand) vindt er een explosie plaats,  Binnen de 3 kW/m2 contour kunnen waardoor het dak langs de mensen overlijden door brandwonden. scheurnaad loslaat en in zijn geheel Deze contour bepaald de inzetgrens wordt weggeslingerd. Het gevolg is van de brandweer. een full-surface brand.  Binnen de 1 kW/m2-contour kunnen mensen nog 1e graads brandwonden Door het falen van een tank komt oplopen de volledige inhoud vrij in de tankput. Via een ontstekingsbron (bliksem of wrijving) vindt er Tankputbrand ontsteking plaats, waardoor er een volledige tankputbrand ontstaat. Omliggende en in dezelfde put aanwezige tanks, worden aangestraald. Tijdens het verladen slaat een slang  Binnen de 10 kW/m2-contour kunnen of koppeling los en loopt er een er secundaire branden ontstaan Brand bij bepaalde hoeveelheid brandbare  Binnen de 3 kW/m2 contour kunnen mensen overlijden door brandwonden tankwagen met stof onder de tankwagen. Er vindt ontsteking plaats, waardoor er een  Binnen de 1 kW/m2-contour kunnen brandbare plasbrand ontstaat.

mensen nog 1e graads brandwonden vloeistof oplopen Een tankwagen raakt beschadigd door een botsing. Tijdens het verladen slaat een slang  Indien de brandbare vloeistof in/op los en loopt er een bepaalde het water te terecht komt, is het hoeveelheid brandbare vloeistof afhankelijk van de soort stof wat er over de kade en in het water. Er gebeurt. Indien de stof niet oplosbaar vindt ontsteking plaats, waardoor er is in water (benzine) dan zal er een een plasbrand ontstaat. plasbrand op het water ontstaan, die stroomafwaarts gaat. Indien het om Brand bij schip een vloeistof gaat die volledig met brandbare oplosbaar is in het water (ethanol) vloeistof dan zal de stof zich mengen met water er geen of kortstondig een Een schip raakt beschadigd door plasbrand zijn. een botsing.  Indien er een plasbrand op het water ontstaat, of de brandbare vloeistof blijft op de kade dan zijn de effecten gelijk aan die van een plasbrand bij een tankwagen. Tabel 3: Mogelijke scenario’s, gedeeltelijk overgenomen uit BrandweerBRZO scenarioboek, Rotterdam 2009 Bij het verrichten van de activiteiten binnen de inrichting waarbij gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, kunnen zich incidenten voordoen.

De inrichting is verantwoordelijk voor het treffen van alle maatregelen en voorzieningen ter voorkoming van het ontstaan van een incident/calamiteit, het beperken van gevolgen van een incident/calamiteit en het beheersbaar maken van een incident/calamiteit zodat er geen escalatie plaatsvindt.

Scenario 1% letaliteitsgrens Lekkage ethanol tank 90 meter Lekkage benzine tank 127 meter Afbreken losslang ethanolschip falen noodstop 60 meter Afbreken laadarm tankauto benzine falen 39 meter noodstop Breuk losslang terugstroom uit leidingmanifold 36 meter benzineschip Tabel 4: effectafstanden mogelijke scenario’s Er liggen geen objecten in de invloedsgebieden van het bedrijf. 3.2.2 Akzo Nobel Decorative Coatings BV, Ambachtsweg 1, Groot-Ammers De inrichting heeft voornamelijk verfverwante stoffen opgeslagen, zoals oplosmiddelen, bindmiddelen, poeders, vulstoffen, e.d. Een van de meest realistische risico’s met omvangrijke effecten die bij Akzo Nobel kunnen optreden is een brand met daarbij vrijkomende stikstofhoudende stoffen. Dit scenario is gebaseerd op uitgangspunten van Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 15. De effectafstanden die bij dit scenario kunnen optreden bedragen 750 meter bij F2 (stabiel weer met een windsnelheid van 2 meter per seconde) en 7,9 kilometer bij D5 (neutraal weer met een windsnelheid van 5 meter per seconde). Binnen deze 7.9 kilometer kan de Alarmeringsgrenswaarde2 (AGW) bereikt worden. Het invloedsgebied is conform de Regeling externe veiligheid inrichtingen 300 meter. 3.2.3 LPG-tankstation, Sluis 18, Groot-Ammers Op deze inrichting is het Bevi van toepassing.

De relevante scenario’s die op kunnen treden hebben te maken met het exploderen van een tankwagen met brandbaar gas. Een dergelijke explosie wordt ook wel BLEVE genoemd3 (warme of koude BLEVE). Binnen de normale bedrijvigheid op het LPG-tankstation vormt de bevoorrading (het transport, de overslag en opslag) van de ondergrondse tank door een tankwagen een verhoogd risico. Technische of menselijke fouten kunnen leiden tot het ongecontroleerd vrijkomen van LPG, met alle gevolgen van dien. Warme BLEVE Een warme BLEVE, ontstaat als volgt. Door een externe bron (brand) wordt een vat of tank met een vloeistof (of een tot vloeistof gecomprimeerd gas) opgewarmd. De druk neemt toe doordat de temperatuur stijgt. Door het aanstralen, verzwakt de tankwand. Het vat of de tank zal door deze toenemende druk en de verzwakte tankwand instantaan falen (snel openscheuren). De inhoud van de tank zal vervolgens explosief ontbranden. Koude BLEVE Bij een koude BLEVE bezwijkt de tank (instantaan) door een mechanische oorzaak, zoals het falen van het materiaal (‘spontaan’ scheuren van de tank) of een mechanische impact (een botsing, omvallen etc.). Vervolgens kan bij het openscheuren van de tank ontsteking van de inhoud van de tank plaatsvinden. Het effect is vergelijkbaar met de ‘warme BLEVE’ maar reikt minder ver. De reden hiervoor is de lagere druk in de tank vlak voor het openscheuren.

Een koude BLEVE is niet te voorkomen. Effecten BLEVE Het is afhankelijk van de inhoud van de tank wanneer en met welk effect de explosie plaatsvindt. Bij een geheel gevulde tank zal het aanzienlijk langer duren voordat de inhoud van de tank dusdanig is opgewarmd dat een BLEVE ontstaat.

2

De concentratie van een stof waarboven ernstige gezondheidsschade kan optreden door directe toxische effecten bij een blootstelling van één uur. 3 Letterlijk: Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion.

In de volgende tabel is een overzicht weergegeven van de verschillende effectafstanden van een BLEVE bij een geheel of gedeeltelijk gevulde tankwagen. De afstanden gelden vanaf de LPGtankwagen. Scenario‟s en effectafstanden (vanaf de tankwagen) bij een ongeval met butaan of LPG Meest geloofwaardig scenario Worst case scenario De tankwagen scheurt bij dit scenario, De tankwagen wordt aangestraald, waardoor de waardoor het vloeistof verdichte gas tank wordt verwarmd, de integriteit van de expandeert en een overdrukscenario tankwand-constructie het begeeft en een warme veroorzaakt. BLEVE ontstaat. Door de aanwezigheid van vuur / brand / hitte zal de brandbare vloeistof ontsteken en een grote vuurbal met grote hittestraling tot gevolg hebben, met uitstraling naar de omgeving. Personen binnen de stralingscontouren, worden circa 12 seconden blootgesteld Kans

Groot (> 10-5)

Kans

Blootstellingsduur 100% letaal (0,3 bar)

kort 30 meter

1% letaal (0,1 bar) Glasbreuk (0,03 bar)

70 meter 180 meter

Blootstellingsduur 100% letaal (46 kW/m2) 10% letaal (34 kW/m2) 1% letaal (19 kW/m2) 1e gr.brandwonden (7,5 kW/m2)

Gemiddeld (10-5 tot 107) 12 seconden 90 meter 140 meter 230 meter 400 meter

Uitgangspunten:  omgevingstemperatuur: 10°C  stabiliteitsklasse: D5  De effectafstanden zijn berekend aan de hand van het computerprogramma Effects 5.5 en daar waar nodig gecontroleerd en bijgesteld met Safeti-nl en Save.  De in de tabel gehanteerde uitgangspunten komen overeen met de invoerparameters voor de slachtofferberekeningsmethode Tabel 5: Wegscenario hitte- & drukbelasting (GF3) ten gevolge van LPG Bron: handleiding adviestaak regionale brandweren IPO 08 versie januari 2009 4. Veiligheidstoets In de vorige paragraaf heeft een analyse plaatsgevonden van de scenario’s die kunnen optreden in het plangebied. Naar aanleiding van deze scenario’s vindt in deze paragraaf een veiligheidstoets plaats. Deze veiligheidstoets wordt uitgevoerd aan de hand van het Toetsingskader Externe Veiligheid. Dit toetsingskader kent een vijftal aspecten die in samenhang worden bekeken, te weten plaatsgebonden risico, groepsrisico, zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffect. 4.1. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is het risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval binnen een inrichting of met een transportmodaliteit waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

4.1.1 Watervervoer gevaarlijke stoffen De PR 10-6 contour (veiligheidszone) reikt niet verder dan de oeverlijn. 4.1.2 Den Hartog B.V, Groot-Ammers Er bevinden zich geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 risicocontour. 4.1.3 Akzo Nobel Decorative Coatings BV, Ambachtsweg 1, Groot-Ammers De PR 10-6 contour van de opslaggebouwen reiken niet over kwetsbare bestemmingen. 4.1.4 LPG-tankstation, Sluis 18, Groot-Ammers Voor het lpg-tankstation gelden nu PR 10-6-contouren van 25 meter (bestaande situatie). Door de vaststelling van het bestemmingsplan zouden PR 10-6-contouren van 45 meter moeten worden

aangehouden (nieuwe situatie). Gezien het feit dat het een conserverend bestemmingsplan betreft en er geen nieuwe ontwikkelingen zijn binnen de 45 meter contour kunnen de PR 10 -6-contouren van 25 meter worden gehandhaafd. 4.2. Groepsrisico Het groepsrisico is de cumulatieve kans per jaar dat een groep personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting of met een transportmodaliteit waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt weergegeven in een fN-curve, waarin het aantal doden is uitgezet tegen de cumulatieve kans op scenario’s met dat aantal doden. In de fN-curve wordt een oriëntatiewaarde aangegeven, die het ijkpunt aangeeft waarin gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen. 4.2.1 Watervervoer gevaarlijke stoffen Er is geen groepsrisico vastgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Lek. 4.2.2 Den Hartog B.V, Groot-Ammers Er wonen in de omgeving van het bedrijf nauwelijks mensen. Het groepsrisico is zo laag, dat het niet zichtbaar is te maken in een Fn-curve. 4.2.3 Akzo Nobel Decorative Coatings BV, Ambachtsweg 1, Groot-Ammers. In het invloedsgebied bevinden zich enkele kwetsbare objecten, zoals woningen. Door het geringe aantal aanwezigen is het groepsrisico gering.

4.2.4 LPG-tankstation, Sluis 18, Groot-Ammers Volgens bijlage 5 van de toelichting van het bestemmingsplan is het huidige groepsrisico 0,14 maal de oriënterende waarde. Het groepsrisico moet worden verantwoord. 4.3. Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het plangebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Binnen het invloedsgebied van bovenstaande risicobronnen bevinden zich verschillende (beperkt) kwetsbare objecten. De functie-indeling, de infrastructuur en in de toekomst mogelijk te realiseren bebouwing kunnen op verschillende manieren op de zelfredzaamheid inspelen.  Gebouwen zodanig inrichten dat de vluchtwegen van de risicobronnen aflopen;  Mechanische ventilatie die centraal buiten werking kan worden gezet;  Het toepassen van zo min mogelijk glas aan de risicozijde;  Aan de risicozijden het toepassen van splinterwerend glas  De gebouwen dusdanig ontwerpen zodat niet-verblijf ruimten als bergingen, keukens, wc’s en trappenhuizen aan de gevaarzijde zijn geplaatst;  Gebouwen loodrecht projecteren ten opzichte van de risicobronnen. Dergelijke maatregelen worden alleen overwogen en getroffen bij nieuwe ontwikkelingen. Voor de bestaande gebouwen in het plangebied zijn de bovengenoemde aandachtspunten niet relevant en dienen er andere compenserende maatregelen getroffen te worden t.a.v.

beheersbaarheid (zie paragraaf 4.4). Daarnaast speelt risicocommunicatie een belangrijke rol. Om de effectiviteit van de hierboven genoemde maatregelen te garanderen zijn de volgende organisatorische maatregelen noodzakelijk: De omwonenden, gebruikers en andere betrokkenen worden geïnformeerd over een drietal zaken. 1. Ten eerste over de plannen/bestemming in hun directe omgeving en de mogelijke risico´s als gevolg (dit is gebeurd aan de hand van dit bestemmingsplan). 2. Vervolgens over de maatregelen die de overheid treft om de risico´s te beperken (dit is eveneens gebeurd aan de hand van deze verantwoording4). 3. Tot slot over de handelingsperspectieven voor de burger zelf om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een eventueel incident. Dit kan door middel van het publiceren van teksten op de website of in de gemeenterubriek. Maar hiertoe kunnen ook andere communicatie middelen worden ingezet. Wettelijk is de gemeente verantwoordelijk voor risicocommunicatie. De

4

Buiten de hier genoemde maatregelen gaat het ook om de beperking van de doorzet van het LPG-tankstation in de vigerende milieuvergunning en het consoliderende karakter van het bestemmingsplan, waardoor het groepsrisico niet verder toeneemt.

regionaal risicocommunicatie ondersteunen.

adviseur,

werkzaam

bij

de

Veiligheidsregio,

kan

hierbij

4.4. Beheersbaarheid Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hieronder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid”. In overleg met het lokale brandweerkorps van de gemeente Liesveld zijn de volgende aspecten naar voren gekomen: 

Bereikbaarheid Uit de handleiding volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar dient te zijn door de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten een incident bereikbaar is. De lokale brandweer geeft aan dat de bereikbaarheid goed is; het plangebied is via diverse ontsluitingswegen bereikbaar.

Bluswatervoorziening Bluswater primair: Het plangebied is in voldoende mate voorzien van ondergrondse brandkranen aangesloten op het drinkwaterleidingnet. Aandachtspunt voor de toekomst is wel dat deze brandkranen ook beschikbaar blijven; dit in relatie tot de ambitie/missie van de waterleidingbedrijven om uitsluitend nog maar drinkwater te leveren en het leveren van bluswater verder terug te dringen (m.a.w. saneren van brandkranen in het plangebied). Bluswater secundair: bluswatervoorziening.

het

plangebied

is

in

voldoende

mate

voorzien

van

secundaire

Zorgnorm De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico’s voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. De streefwaarde voor de uitruktijd van een beroepskorps is 1,0 minuut en voor een vrijwillige organisatie circa 3,5 minuten. De aanrijdtijd betreft de zuivere rijtijd. De brandweer kan in de meeste gevallen binnen de zorgnorm in het plangebied aanwezig zijn.

4.5. Resteffect Het resteffect geeft een inschatting van het aantal doden, gewonden en materiële schade bij de representatieve scenario’s, ondanks de getroffen maatregelen. Het resteffect van een incident is moeilijk concreet in te schatten. Bij de maatregelen in het kader van de zelfredzaamheid is beschreven dat de kans op dodelijke slachtoffers in het plangebied verminderd kan worden. Over het aantal gewonden kan geen concrete voorspelling gedaan worden. De genoemde maatregelen zullen zorgen voor een daling van het aantal gewonden en schade in het plangebied. De mate van daling is afhankelijk van meerdere factoren (bijvoorbeeld de vorm van gebouwen, de vullingsgraad van de tank, de hoeveelheid vrijgekomen gevaarlijke stoffen, weersinvloeden, e.d.) Bij een ernstig incident op het water en of bij de inrichtingen zullen er in het effectgebied mogelijk slachtoffers vallen. Dit aantal is afhankelijk van de aard en hoeveelheid vrijgekomen stoffen, de windrichting en de weersomstandigheden.

5. Conclusies De veiligheidstoets levert de volgende conclusies op:  Er bevinden zich in het plangebied geen objecten binnen de PR 10 -6-contouren van de risicobronnen.  Het groepsrisico t.g.v. het LPG-tankstation in Groot-Ammers is 0,14 maal de oriënterende waarde en moet worden verantwoord. Bij de overige risicobronnen is het groepsrisico nihil of zeer gering.  De bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen zijn voldoende.  Bij een ernstig incident op het water en of bij de inrichtingen zullen er in het effectgebied mogelijk slachtoffers vallen.

6. Maatregelen Naar aanleiding van de analyse en de daaruit getrokken conclusies komen de volgende maatregelen naar voren: In het kader van de zelfredzaamheid bij genoemde scenario’s verdient het aanbeveling bij nieuwe ontwikkelingen/de herinrichting van het plangebied de volgende maatregelen te creëren:  Gebouwen zodanig inrichten dat de vluchtwegen van de risicobronnen aflopen;  Mechanische ventilatie die centraal buitenwerking kan worden gezet;  Het toepassen van zo min mogelijk glas aan de risicozijde;  Aan de risicozijden het toepassen van splinterwerend glas  De gebouwen dusdanig ontwerpen zodat niet-verblijf ruimten als bergingen, keukens, wc’s en trappenhuizen aan de gevaarzijde zijn geplaatst;  Gebouwen loodrecht projecteren ten opzichte van de risicobronnen. Om de effectiviteit van de hierboven genoemde maatregelen te garanderen zijn de volgende organisatorische maatregelen noodzakelijk: De omwonenden, gebruikers en andere betrokkenen worden geïnformeerd over een drietal zaken. 1. Ten eerste over de plannen/bestemming in hun directe omgeving en de mogelijke risico´s als gevolg (dit is gebeurd aan de hand van dit bestemmingsplan). 2. Vervolgens over de maatregelen die de overheid treft om de risico´s te beperken (dit is eveneens gebeurd aan de hand van dit bestemmingsplan). 3.

Tot slot over de handelingsperspectieven voor de burger zelf om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een eventueel incident. Dit kan door middel van het publiceren van teksten op de website of in de gemeenterubriek. Maar hiertoe kunnen ook andere communicatie middelen worden ingezet. Wettelijk is de gemeente verantwoordelijk voor risicocommunicatie. De regionaal risicocommunicatie adviseur, werkzaam bij de Veiligheidsregio, kan hierbij ondersteunen.

Verkennend bodemonderzoek in het kader van de voorgenomen herinrichting en nieuwbouw op de locatie

Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek in het kader van de voorgenomen herinrichting en nieuwbouw op de locatie

Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

Projectcode: Kenmerk: Datum: Opdrachtgever:

16359JAA U17-0908 12 juni 2017 Aannemingsbedrijf J.A. de Jager 2001-2002

Inhoudsopgave

1

Inleiding......................................................................................................................................... 2

2

Uitgangssituatie ............................................................................................................................. 3

3

4

2.1

Gebruik van de locatie ...................................................................................................... 3

2.2

Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4

2.3

Onderzoeksopzet ............................................................................................................... 5

Verkennend bodemonderzoek ....................................................................................................... 6 3.1

Algemeen .......................................................................................................................... 6

3.2

Waarnemingen / monstersamenstelling en analysepakketten ........................................... 6

3.3

Analyseresultaten ............................................................................................................. 8

Conclusies en aanbevelingen......................................................................................................... 9

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7

Overzichtskaart Situatietekening (schaal 1 : 500) Grafische boorprofielen Overschrijdingstabellen Analysecertificaten Historische gegevens Certificaten betrokken personen

16359JAA / kenmerk U17-0908 / 12 juni 2017 Verkennend bodemonderzoek Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

1/9

1

Inleiding

In opdracht van Aannemingsbedrijf J.A. de Jager heeft Hoste Milieutechniek BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting en nieuwbouw op de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de algemene chemische kwaliteit van de bodem om te bepalen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen met tuin). Het bodemonderzoek zal worden uitgevoerd conform de NEN-5740, waarbij de volgende deellocaties zullen worden onderscheiden:  percelen 5550 en 5552 (1.570 m2);  perceel 5582 (1.160 m2). In hoofdstuk 2 van de rapportage is de uitgangssituatie beschreven. In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op het gebruik van de locatie. In hoofdstuk 3 worden de uitgevoerde veldwerkzaamheden en chemische analyses beschreven. Tenslotte worden in hoofdstuk 4 de conclusies en aanbevelingen geformuleerd.

16359JAA / kenmerk U17-0908 / 12 juni 2017 Verkennend bodemonderzoek Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

2/9

2 Uitgangssituatie 2.1

Gebruik van de locatie

Locatiegegevens: Adres: Voorstraat ongenummerd Groot-Ammers Kadaster: Gemeente Groot-Ammers, sectie A, nummers 5582, 5550 en 5552 Oppervlakte: ca. 2.730 m² X-coord: 115.938 Y-coord: 437.562 Het perceel 5582 is onderdeel van een saneringslocatie. In 2004 heeft een bodemsanering plaatsgevonden waarbij op het betreffende perceel een leeflaag is aangebracht. In 2015 heeft door ons bureau verificatie van de leeflaagdikte en kwaliteit plaatsgevonden (Verificatie-onderzoek Voorstraat 54-58 Groot-Ammers, kenmerk 15139JAG / U16-1593, d.d. 4 december 2016). De oorspronkelijke grond onder de leeflaag is hierbij op een Standaard-Stoffenpakket geanalyseerd. De leeflaag (met een dikte van ca. 1,0 meter) is slechts op een aantal saneringsspecifieke parameters onderzocht. Tabel 2.1.2: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek: Bron Omgevingsdienst / lokaal archief Bodeminformatiesysteem (BIS/BIP) Gemeentelijke archieven Historische bouw- en hinderwet gegevens Bodemkwaliteitskaart Internet www.bodemloket.nl www.kadaster.nl www.arcgis.nl www.topotijdreis.nl www.klic.nl Locatiebezoek / opdrachtgever: Stukken aangeleverd door opdrachtgever Terreininspectie planlocatie

Geraadpleegd

Informatie beschikbaar

Opmerking

Ja Ja Ja Ja

Ja / OZHZ nee nee Ja

Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid

Ja Ja Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja Ja

Bodeminformatie Kadastrale gegevens + BAG Kaartmateriaal Historische kaarten Kaartmateriaal kabels en leidingen

Ja Ja

Ja nee

locatie/bestemming

16359JAA / kenmerk U17-0908 / 12 juni 2017 Verkennend bodemonderzoek Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

OZHZ

3/9

Bij de gemeentelijke (milieu-)archieven (bron: Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, zie bijlage 6) is onder andere het volgende bekend:  Een deel van de onderzoekslocatie (perceel 5582) maakte deel uit van de locatie welke tussen 1999 en 2014 onderzocht en gesaneerd is: Voorstraat 54-58 Groot-Ammers. Status: niet ernstig, licht tot matig verontreinigd; Beschikking: ernstig, niet urgent; Vervolgstatus: registratie restverontreiniging.  Verder zijn van de locatie en directe omgeving bij de Omgevingsdienst geen gegevens bekend. Voor detailgegevens wordt verwezen naar bijlage 6. Uit historische kaarten blijkt dat de locatie nooit bebouwd is geweest. Op de kaarten van 1900, 1936 en 1969 zijn een enkele sloot en een boomgaard aangegeven. Voor de gemeente Groot-Ammers is een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Op de Interactieve bodemkwaliteitskaart van de OZHZ staat de locatie deels als Industrie Heterogeen en deels als Achtergrondwaarde aangegeven (zie bijlage 6). Op 12 mei 2017 is een locatie-inspectie verricht op het terrein. De locatie is momenteel gedeeltelijk in gebruik als grasland en gedeeltelijk braakliggend. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen bodembedreigende activiteiten waargenomen en zijn geen verzakkingen, ophogingen, verdachte plekken, verkleuringen en brandplekken aangetroffen.

Verder zijn op het maaiveld geen direct zichtbare mogelijk asbesthoudende materialen aangetroffen.

2.2

Bodemopbouw en geohydrologie

De informatie die hieronder volgt is grotendeels afgeleid uit de Grondwaterkaart van Nederland (Gorinchem, 38 west) van de afdeling Grondwater en Geo-Energie van TNO te Delft. De locatie is gelegen ten zuidoosten onderaan van het dijkprofiel van de Voorstraat. Het maaiveld bevindt zich op circa 0,2 meter minus NAP. In de directe omgeving wordt globaal de volgende bodemopbouw aangetroffen: * Eerste laag / deklaag: De deklaag heeft een dikte van circa 10 meter. De bodem bestaat voornamelijk uit klei. * Tweede laag / eerste watervoerend pakket: Het eerste watervoerend pakket begint op circa 44 meter minus NAP en heeft een laagdikte van circa 33 meter. Deze laag bestaat overwegend uit fijn, middel grof tot uiterst grof zand. Het eerste watervoerend pakket heeft een doorlaatvermogen (kD-waarde) van circa 1.200 m2/dag. * Derde laag / scheidende laag: Onder het eerste watervoerend pakket een scheidende laag aangetroffen met onbekende basis en dikte. De bodem van deze scheidende laag bestaat uit zandige klei, afgewisseld met leem.

16359JAA / kenmerk U17-0908 / 12 juni 2017 Verkennend bodemonderzoek Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

4/9

De vermoedelijke grondwaterstand bedraagt circa 1,5 m-mv. Op basis van de beperkte onderzoeksgegevens kan geen betrouwbare uitspraak worden gedaan over de horizontale en/of verticale grondwaterstromingsrichting op freatisch niveau. De aanwezigheid van de Lek zal invloed hebben op de lokale stromingsrichting.

2.3

Onderzoeksopzet

In tabel 2.3.1 is de toegepaste onderzoeksopzet aangegeven. Deze is gebaseerd op de resultaten van het vooronderzoek. Deellocatie I)

percelen 5550 en 5552 (ca. 1.570 m2)

Boringen (m-mv) 8 x 0,5 2 x 2,0

Peilbuizen (m-mv) 1 x NEN

Analyses grond 2 x NEN+L/H 1 x NEN+L/H

Analyses Grondwater 1 x NEN

Strategie ONV (NEN-5740)

II)

perceel 5582 8 x 1,0 1 x NEN+L/H eigen* (ca. 1.160 m2) L=Lutum, H=Humus ONV = onverdachte locatie * onderzoek op dit perceel betreft in feite actualisatie van eerdere onderzoeksgegevens (vaststellen kwaliteit toplaag)

Foto’s

16359JAA / kenmerk U17-0908 / 12 juni 2017 Verkennend bodemonderzoek Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

5/9

3

Verkennend bodemonderzoek

3.1

Algemeen

Het veldwerk is uitgevoerd op 12 mei 2017. In totaal zijn 19 boringen verricht (boorpuntnummers 1 t/m 19). Het grondwater is bemonsterd op 19 mei 2017. Voor de boorlocaties wordt verwezen naar bijlage 2. In tabel 3.1.1. is een overzicht van de uitgevoerde boringen opgenomen. Tabel 3.1.1: uitgevoerde boringen en peilbuizen Deellocatie Boringen (m-mv) I) percelen 5550 en 5552 9, 11 t/m 13, 15, 17 t/m 19 (0,5) (ca. 1.570 m2) 14, 16 (2,0) II) perceel 5582 1 t/m 8 (1,0 à 1,2) (ca. 1.160 m2)

Peilbuizen (m-mv) 10 (1,0-2,0) -

Het grondwater is tijdens het plaatsen van de peilbuis aangetroffen op 0,5 m-mv. Het peilfilter is geplaatst van 1,0-2,0 m-mv. De boringen zijn met een Edelmanboor uitgevoerd. De opgeboorde grond is per bodemlaag of in trajecten van ten hoogste 0,5 meter bemonsterd. Zintuiglijk afwijkende bodemlagen zijn apart bemonsterd. De opgeboorde grond is lithologisch en zintuiglijk onderzocht. De veldwerkzaamheden, monstername en monsterbehandeling uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Hoste Milieutechniek is door de KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Een overzicht van de betrokken medewerkers is opgenomen in bijlage 7. De grond- en grondwatermonsters zijn voor chemische analyse bij Eurofins-Analytico te Barneveld aangeboden en conform de AS3000 accreditatie onderzocht. Hoste Milieutechniek is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie zoals bedoeld in paragraaf 3.1.7. van de BRL SIKB 2000.

3.2

Waarnemingen / monstersamenstelling en analysepakketten

Tijdens de veldwerkzaamheden is gebleken dat de bodem variabel is van samenstelling. Veelal is de bovengrond kleiig en bestaat de ondergrond uit veen. Daartussen en/of daarboven is soms zand aanwezig. Naast een enkel zintuiglijk aangetroffen zwakke houtskoolbijmenging zijn er op het terrein geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Op het maaiveld en in het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. 16359JAA / kenmerk U17-0908 / 12 juni 2017 Verkennend bodemonderzoek Voorstraat ongenummerd te Groot-Ammers

6/9

In tabel 3.2.1 zijn de meetgegevens van de watermonstername opgenomen. Hieruit blijkt dat de pH- en EC-waarden niet afwijken van de van nature voorkomende waarden. Tabel 3.2.1: metingen tijdens de watermonstername Pb10 19-05-2017

Bemonsteringsdatum: Zuurgraad (pH) Electrisch geleidingsvermogen (μS/cm) Grondwaterstand (m-mv) Troebelheid gemeten in het veld (NTU) Goed doorlopend / niet belucht Goed doorlopend / wel belucht Slecht doorlopend / niet belucht Slecht doorlopend / wel belucht

6,89 795 1,27 41 *

De grafische boorprofielen van de grondboringen zijn opgenomen in bijlage 3. De monstersamenstelling en de analysepakketten voor grond zijn weergegeven in tabel 3.2.2. Tabel 3.2.2: monstersamenstelling en analysepakketten Analyse- monster Boring- en potnummers Diepte (m-mv) I) percelen 5550 en 5552 (ca. 1.570 m2)

Motivatie

12.1+13.1+16.2+18.2

0,0 – 0,6

MM-02 10.1+11.1+14.2+15.2 MM-03 10.2+14.3+16.3 Pb10 10 II) perceel 5582 (ca. 1.160 m2) MM-04 3.1+4.1+5.1+6.1+7.1

0,0 – 0,7 0,5 – 1,0 1,0 – 2,0

bovengrond, klei, zwak houtskool bovengrond, klei ondergrond, veen grondwater

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=ccb329ed-53f5-4246-bdc8-0abe1cac76ff