CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

240919 Onderzoeksprotocol integriteit gemeenteraad Molenlanden - vastgesteld

Raadsvergadering 22 oktober 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5c. Gedragscodes en onderzoeksprotocol raad en college Molenlanden1.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoeksprotocol integriteit gemeenteraad Molenlanden 2024 Artikel 1 Begripsbepalingen

1. Deze regeling geldt voor raadsleden en burgerleden. Waar hierna wordt verwezen naar

raadsleden, wordt tevens gedoeld op de burgerleden. Waar hij staat kan ook zij worden gelezen.

2. In deze regeling wordt verstaan onder gedragscode: Gedragscode gemeenteraad Molenlanden 2024.

Artikel 2 Advies burgemeester of griffier

1. Als een raadslid twijfelt vanwege een mogelijke schending van de integriteit vanwege a) een door hem voorgenomen of uitgevoerde handeling of

b) een door een ander raadslid voorgenomen of uitgevoerde handeling kan hij advies vragen aan de burgemeester en/of de griffier. Artikel 3: Melding vermoeden van niet integer handelen

Meldingen over een vermoeden van niet integer handelen van een raadslid kunnen door een ieder bij de burgemeester worden gedaan. Voor medewerkers van de gemeente is de Wet Klokkenluiders van toepassing.

Artikel 4 In behandeling nemen van de melding

1. De griffier vormt zich een eerste oordeel van de integriteitsmelding en geeft zijn bevindingen mee aan de behandelaar op grond van de navolgende leden.

2. Als de melding gaat over een raadslid dan neemt de burgemeester de melding in behandeling en doet deze af conform deze regeling.

3. Als de melding gaat over een wethouder of een ambtenaar, dan neemt de burgemeester de melding in behandeling en doet deze af conform deze regeling.

4. Als de melding betrekking heeft op het college als geheel, dan neemt de

gemeentesecretaris de melding in behandeling en doet deze af conform deze regeling.

5. Daar waar hierna in deze regeling de burgemeester wordt genoemd, kan in verband met de voorgaande leden van dit artikel ook worden gelezen ‘de ‘gemeentesecretaris’.

2 Artikel 5 Melding en vooronderzoek bij vermoeden van niet integer handelen

1. Een ieder die betrokken is bij de behandeling van een melding, maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder zijn instemming.

2. Als blijkt dat de melding onvoldoende betrouwbaar is, in redelijkheid niet te onderzoeken is, een integriteitsonderzoek in redelijkheid niet het aangewezen middel is om de

melding te adresseren en/of een integriteitsonderzoek disproportioneel is in verhouding tot de aard en omvang van de melding, dan kan de burgemeester besluiten geen (nader) onderzoek in te stellen.

3. Indien een vermoeden bestaat dat een raadslid de gedragscode overtreedt, dan kan de

burgemeester, hetzij op grond van een melding, hetzij uit eigen beweging op grond van overige signalen, een vooronderzoek instellen. Het raadslid wordt daarover zo snel

mogelijk geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet. Het raadslid wordt verzocht zijn fractievoorzitter in te lichten.

4. De burgemeester kan twee of meer personen aanwijzen die in zijn opdracht het vooronderzoek doen, en/of het integriteitsonderzoek op grond van artikel 6.

5. Een vooronderzoek bestaat in ieder geval uit het verzamelen van algemene informatie,

het voeren van oriënterende gesprekken en het maken van een inschatting van de ernst van de vermoedelijke niet integere handeling. Indien er wordt gehoord, dan zijn de bepalingen van artikel 8, leden 2 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing.

6. Het vooronderzoek stelt de burgemeester in staat om af te wegen of de bij hem bekend

geworden informatie voldoende aanleiding is om een integriteitsonderzoek te verrichten.

7. Indien het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen oplevert voor mogelijk niet integer

handelen of als er overeenkomstig met lid 2 gronden zijn om geen nader onderzoek in te stellen, dan sluit de burgemeester het onderzoek en stelt het betrokken raadslid en indien nodig de melder in kennis stellen van de conclusie van het vooronderzoek.

8. Indien uit het vooronderzoek reeds voldoende duidelijk blijkt, dat alle feiten en

omstandigheden voldoende vaststaan, de betrokkene over wie de melding gaat is

gehoord, en tot het oordeel kan worden gekomen dat er niet integer is gehandeld, dan kan de burgemeester besluiten een onderzoeksrapport van de bevindingen en de

conclusie van het vooronderzoek te laten opmaken en het onderzoek te sluiten. De

burgemeester informeert het betrokken raadslid, de betreffende fractievoorzitter en het

presidium over dit besluit. De artikelen 9, 10 en 11 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 6 Het integriteitsonderzoek

3 1. Als het vooronderzoek concrete aanwijzingen oplevert voor vermeend niet integer

handelen van een raadslid, dan stelt de burgemeester een integriteitsonderzoek in, met uitzondering van het geval van artikel 5 lid 8.

2. Een integriteitsonderzoek is bedoeld om met gebruikmaking van verschillende

onderzoeksmethoden de feiten over het vermeende niet integer handelen te achterhalen.

3. Voordat het integriteitsonderzoek start, informeert de burgemeester het betrokken raadslid, de betreffende fractievoorzitter en het presidium hierover en informeert hij hen over de aard en het doel en de planning van het integriteitsonderzoek. De burgemeester informeert de melder dat een onderzoek wordt gestart. 4. Het betrokken raadslid is verplicht om volledige medewerking te verlenen aan het integriteitsonderzoek.

5. Indien de aard van het vermeend niet integer handelen met zich meebrengt dat het naar

het oordeel van de betrokken bestuurder of zijn fractievoorzitter niet wenselijk is dat het betrokken raadslid zijn functie blijft uitoefenen, dan legt het raadslid gedurende het integriteitsonderzoek zijn functie tijdelijk neer.

Artikel 7 Extern onderzoek

1. De opdrachtverlening aan een externe partij bevat in ieder geval de volgende onderwerpen:

a) De aanleiding;

b) Een duidelijk omschreven doelstelling; c) De onderzoeksvragen;

d) De vermoedelijke duur van het onderzoek; e) De informatieverstrekking;

f) De met het onderzoek gemoeide kosten;

g) Afspraken over het gebruik van de in te zetten onderzoeksmethoden;

h) Afspraken over het voorleggen van de bevindingen aan het betrokken raadslid en het i) j)

vastleggen van diens reactie daarop;

Afspraken over vertrouwelijkheid van het onderzoeksrapport en de daaraan

verbonden stukken;

Afspraken over eigendom van het onderzoeksrapport en de bevoegdheid tot gebruik

daarvan in onder meer juridische procedures.

Artikel 8 Hoorplicht

1. Gedurende het onderzoek worden het betrokken raadslid en eventuele andere betrokken personen gehoord.

4 2. Het horen gebeurt door de burgemeester in aanwezigheid van de griffier, of door

minimaal twee van de aangewezen personen zoals genoemd in artikel 5 lid 4, dan wel door de externe partij.

3. Voordat het gesprek plaatsvindt, worden het betrokken raadslid en overige te horen

personen op de hoogte gesteld van de aard en het doel van het gesprek en van het recht zich te laten bijstaan door een raadsman of belangenbehartiger.

4. Van het horen wordt een verslag gemaakt, dat wordt voorgelegd aan betrokken personen voor akkoord of voor gezien.

Artikel 9 Onderzoeksrapport

1. De burgemeester laat een onderzoeksrapport opstellen waarin hij alle bevindingen neerlegt.

2. In het onderzoeksrapport komen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde:

a) De aanleiding van het onderzoek en de onderzoeksopdracht met eventuele uitbreidingen, mocht dit tijdens het onderzoek noodzakelijk zijn gebleken;

b) De gebruikte onderzoeksmethoden, waarbij helder naar voren wordt gebracht wat de

uitgangspunten voor het onderzoek geweest zijn en welke feiten en omstandigheden hierbij een rol hebben gespeeld;

c) Relevante regelgeving; d) De bevindingen.

3. In het onderzoeksrapport wordt geoordeeld of het betrokken raadslid de gedragscode heeft overtreden, en daarom al dan niet integer heeft gehandeld.

Artikel 10 Reactie van het betrokken raadslid op het onderzoeksrapport

1. Het betrokken raadslid wordt in de gelegenheid gesteld zijn oordeel te vormen over de bevindingen van het onderzoek.

2. Het betrokken raadslid krijgt de gelegenheid om schriftelijk te reageren op het onderzoeksrapport.

3. Het betrokken raadslid kan zich hierin laten bijstaan door een raadsman of een andere persoon naar keuze.

4. De burgemeester beoordeelt de reactie van het betrokken raadslid en besluit of en op welke wijze het onderzoeksrapport wordt aangepast.

5. De reactie van het betrokken raadslid op de onderzoeksbevindingen wordt opgenomen in een bijlage van het onderzoeksrapport.

5

Artikel 11 Bespreking onderzoeksrapport

1. De burgemeester bespreekt het onderzoeksrapport in het presidium. 2. Mede op basis van het onderzoeksrapport en het presidium gehoord hebbende, besluit

de burgemeester of en op welke wijze het rapport gedeeld wordt met de gemeenteraad.

3. Op basis van het onderzoeksrapport besluit de burgemeester of er redenen zijn om aangifte te doen.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van……..

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Onderzoeksprotocol integriteit gemeente Molenlanden 2024.

Artikel 14 Intrekking handreiking

De handreiking integriteit gemeenteraad Molenlanden, vastgesteld op 29 oktober 2019 wordt ingetrokken. De raadsgriffier,

De voorzitter,

Marjolein Teunissen

Theo Segers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=28f8b553-fdb3-46c4-9cc8-a5918ee555bb