240919 Gedragscode burgemeester en wethouders Molenlanden - vastgesteld
Tekst van het document
Gedragscode Burgemeester en Wethouders Molenlanden 2024
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1
Deze gedragscode geldt voor de burgemeester – ook al bestuursorgaan- en de wethouders (hierna ook: collegeleden). Onder hij staat wordt ook zij verstaan. Artikel 1.2
De gedragscode heeft tot doel de integriteit van de burgemeester en de collegeleden en de zuiverheid van besluitvorming te bevorderen. Artikel 1.3
In gevallen waarin de gedragscode niet voorziet of wanneer over de toepassing
onduidelijkheid bestaat, vindt bespreking en besluitvorming hierover plaats in het college.
Artikel 1.4
De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 1.5
Collegeleden worden bij hun aantreden geattendeerd op deze gedragscode en het 'Onderzoeksprotocol integriteit burgemeester en wethouders Molenlanden 2024' en zijn door iedereen aanspreekbaar op de naleving van deze gedragscode.
Paragraaf 2. Onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen
Elk raadslid, elke collegelid, elke ambtenaar: iedereen verdient respect. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk met elkaar tot een goede beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop men met elkaar omgaat van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Representativiteit als vertegenwoordiger van het openbaar bestuur staat daarom hoog in het vaandel. Artikel 2.1
1
Collegeleden gaan respectvol met elkaar en met raadsleden, ambtenaren en
burgers om. De bejegening is correct in woord, gebaar en geschrift. Een collegelid onthoudt zich van persoonlijke uitingen over individuele ambtenaren, college- en raadsleden in vergaderingen en in het openbaar. Artikel 2.2
Een collegelid onthoudt zich tijdens openbare vergaderingen van het bespreken van persoonsgegevens van inwoners.
Artikel 2.3
Een collegelid houdt zich tijdens openbare vergaderingen aan het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op. Artikel 2.4
Collegeleden gedragen en tonen zich in het bijzonder in de uitoefening van hun ambt representatief als vertegenwoordiger van de gemeente Molenlanden.
Paragraaf 3. Naleving van de gedragscode
Naast het vaststellen ervan is het van belang dat er op wordt toegezien dat de gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de gedragscode liggen immers de regels en waarden vast waaraan het handelen van collegeleden minimaal moet voldoen. Artikel 3.1
Het college ziet er op toe dat de collegeleden de gedragsgedragscode naleven. Artikel 3.2
Een collegelid dat twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een
overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hierover advies in bij de burgemeester en/of de gemeentesecretaris. Artikel 3.3
Als een collegelid vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden
door een ander collegelid, dan rust op hem de verplichting om hiervan melding te doen bij de burgemeester en/of de gemeentesecretaris. Als het vermoeden zich
richt op de burgemeester doet het collegelid de melding bij de locoburgemeester en/of de gemeentesecretaris.
2
Artikel 3.4
In het geval er een concreet vermoeden is dat een wethouder een regel van de gedragscode heeft overtreden, kan de burgemeester besluiten een onderzoek
hiernaar te doen verrichten. In het geval het vermoeden de burgemeester betreft, kan het college met uitsluiting van de burgemeester en alleen in overleg met de
Commissaris van de Koning besluiten een onderzoek hiernaar te doen verrichten. Artikel 3.5
Het in artikel 3.4 bedoelde onderzoek vindt plaats op basis van het
'Onderzoeksprotocol integriteit burgemeester en wethouders Molenlanden 2024'. Artikel 3.6
Het college bespreekt het thema integriteit ten minste twee maal per jaar. De actualiteit van deze gedragscode wordt daarbij in ogenschouw genomen.
Paragraaf 4. Voorkomen van belangenverstrengeling
Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een collegelid. Hierdoor is een zuiver besluiten of handelen in het publiek belang niet meer gewaarborgd.
Artikel 4.1
Collegeleden voorkomen elk persoonlijk belang bij door het college te nemen besluiten.
Artikel 4.2
Als het onafhankelijk vormen van een mening van het collegelid over een
onderwerp in het geding komt, neemt hij niet deel aan de beraadslagingen en besluitvorming. Hij doet daarvan mededeling aan de burgemeester en/of
gemeentesecretaris. Daarvan wordt in de besluitenlijst aantekening gemaakt. Artikel 4.3
Een collegelid dat een familie- of vriendschapsbetrekking of anderszins
persoonlijke betrekking heeft met een aanbieder van diensten of goederen aan de gemeente, onthoudt zich van deelneming aan beraadslaging en besluitvorming over de opdracht. Artikel 4.4
3
Een collegelid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel 4.5
Een collegelid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan. Artikel 4.6
Een collegelid onttrekt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling aan de orde is of om
kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een grote betrokkenheid heeft. Het collegelid onthoudt zich van beraadslaging en stemming wanneer het gaat om kwesties waar hij zelf een (direct) persoonlijk belang bij heeft.
Artikel 4.7 1. Collegeleden handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na hun aftreden. 2. Indien een wethouder tussentijds een andere functie wil aanvaarden, bespreekt hij dit met de burgemeester. 3. De burgemeester bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie met de Commissaris van de Koning, die een dergelijke situatie bespreekt met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Artikel 4.8
Een voormalig collegelid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn
ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.
Paragraaf 5. Lidmaatschappen en nevenfuncties Artikel 5.1
Betaalde en onbetaalde nevenfuncties die een collegelid niet ambtshalve vervult,
worden openbaar gemaakt op de website van de gemeente. Het collegelid levert de informatie over een nevenfunctie die openbaar gemaakt moet worden bij aanvang van het ambt aan bij de gemeentesecretaris. Wijzigingen meldt het collegelid
terstond bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris draagt zorg voor een register op de website van de gemeente. Artikel 5.2
De informatie over de betaalde en onbetaalde niet ambtshalve uitgeoefende
nevenfuncties betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de
4
organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie al dan niet bezoldigd is en wat de inkomsten daaruit zijn. Artikel 5.3
Het collegelid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van zijn nevenfunctie of lidmaatschap in acht dat: a.
zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft;
c.
geen strijdigheid met een gemeentelijk belang optreedt.
b.
elke vorm van belangenverstrengeling wordt vermeden;
Paragraaf 6. Omgaan met informatie
Collegeleden beschikken over veel informatie. Daar gaan zij zorgvuldig mee om. Anders wordt de geloofwaardigheid van zowel henzelf als van de gemeente aangetast. Daarom geldt een aantal basisregels voor hoe een integer collegelid met informatie moet omgaan. Artikel 6.1
Collegeleden verstrekken alle inlichtingen die de raad dan wel individuele
raadsleden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. Wanneer een belang genoemd in artikel 5.1 van de WOO in het geding is, wordt de informatie onder oplegging van geheimhouding verstrekt. Artikel 6.2
Het collegelid zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Collegeleden brengen geen informatie naar buiten
die vertrouwelijk of geheim is en gaan zorgvuldig om met het onderling bespreken van vertrouwelijke en geheime informatie op (semi-)openbare locaties. Artikel 6.3
Een collegelid maakt niet ten gunste van zichzelf of ten gunste van een ander,
gebruik van (nog) niet openbare informatie die hij als collegelid ontvangen heeft. Artikel 6.4
Een collegelid laat geen andere personen, met uitzondering van het secretariaat,
gebruikmaken van zijn/haar unieke e-mailsysteem. Een collegelid laat geen andere personen gebruik maken van zijn/haar gebruikersprofiel en wachtwoord. Noodzakelijke wachtwoorden worden zorgvuldig gehanteerd. Artikel 6.5
5
Een collegelid dat weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat vertrouwelijke of
geheime informatie in verkeerde handen is gevallen, doet hiervan onmiddellijk melding bij de gemeentesecretaris.
Paragraaf 7: Gebruik social media Artikel 7.1
Een collegelid gaat verantwoord en zorgvuldig om met social media en zijn uitingen daarop. Het collegelid is zelf verantwoordelijk voor het beheer van zijn accounts en is altijd aanspreekbaar op zijn gedrag en uitlatingen hierop. Bij uitingen op social
media wordt geen onderscheid gemaakt tussen het collegelid en de privépersoon.
Een collegelid onthoudt zich ook op social media, van persoonlijke uitingen over individuele ambtenaren, college- en raadsleden in vergaderingen en in het openbaar.
Paragraaf 8. Omgang met geschenken en uitnodigingen
Als zij de ambtseed of belofte afleggen, verklaren collegeleden dat zij geen giften of gunsten hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd. Ook beloven ze dat ze geen geschenken aannemen of beloften doen in ruil voor een tegenprestatie. Artikel 8.1
Een collegelid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.
Artikel 8.2
Een collegelid aanvaardt uit hoofde van zijn functie geen geschenken, faciliteiten
of diensten in welke vorm dan ook als redelijkerwijs aangenomen kan worden dat die zijn onafhankelijke positie beïnvloeden.
Het accepteren van faciliteiten en/of diensten wordt gemeld. De
gemeentesecretaris zorgt voor een openbare registratie op de website van de gemeente. Artikel 8.3
Indien een collegelid geschenken of giften ontvangt die een geschatte waarde van
€ 50,- of minder vertegenwoordigen, hoeven deze, in afwijking van artikel 8.2, niet gemeld en geregistreerd te worden. Artikel 8.4
6
Geschenken en giften die een collegelid uit hoofde van zijn functie ontvangt en een geschatte waarde hebben van meer dan € 50,-, worden gemeld bij de
gemeentesecretaris en eigendom van de gemeente. Onder verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris wordt een gemeentelijke bestemming gezocht.
De gemeentesecretaris zorgt voor een openbare registratie van deze giften. Artikel 8.5
Een collegelid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden alleen als dat beschouwd kan
worden als functioneel. Bij twijfel legt een collegelid de uitnodiging ter bespreking voor aan het college.
Paragraaf 9. Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Collegeleden bevinden zich als het gaat over ‘vergoeding van kosten’ of ‘gebruik maken van voorzieningen’ in een glazen huis. Ze moeten zich voortdurend bewust zijn van het feit dat ze niet alleen verantwoord met publieke middelen omgaan, maar ook helder zijn over de hoogte van de kosten die zij maken. Hiermee voorkomen collegeleden dat ze in een kwetsbare positie terecht komen. Artikel 9.1
Een collegelid gebruikt geen gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor privédoeleinden. Artikel 9.2
Een collegelid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderfaciliteiten, computerapparatuur met toebehoren en dergelijke.
Artikel 9.3
Een collegelid houdt zich aan landelijke wet- en regelgeving en gemeentelijk
beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties. Een collegelid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Artikel 9.4
In geval van twijfel over een declaratie of over het correct gebruik van een
creditcard door een collegelid, wordt dit voorgelegd aan de burgemeester of, in het geval van een declaratie door de burgemeester, aan de gemeentesecretaris. Artikel 9.5 7
Een collegelid dat het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een
buitenlandse reis te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of
werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het college. De extra kosten van een eventuele verlenging van de reis voor
privédoeleinden komen volledig voor eigen rekening. Het college informeert de gemeenteraad over buitenlandse reizen of werkbezoeken.
Deze gedragscode is vastgesteld door de gemeenteraad van Molenlanden op 22 oktober 2022.
De raadsgriffier,
De voorzitter,
Marjolein Teunissen
Theo Segers
8
Toelichting
Deze gedragscode vormt het kader waarbinnen het college van B&W, individueel én als orgaan, integer handelen. Integriteit is niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Politieke
ambtsdragers moeten zorgvuldigheid betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collegabestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de
burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld.
Vertrekpunt voor de politieke ambtsdrager is de eed of belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Voorafgaande daaraan wordt bij
kandidaat-wethouders een risicoanalyse uitgevoerd waarbij de raakvlakken tussen de persoonlijke belangen en achtergronden enerzijds en het dienen van het
algemeen belang anderzijds inzichtelijk worden gemaakt. Zo’n analyse draagt bij aan de integriteit van het lokaal bestuur en heeft bovendien een preventieve
werking voor eventuele toekomstige integriteitsrisico’s. De gemeenteraad ontvangt een openbare rapportage over de uitgevoerde activiteiten en op hoofdlijnen de conclusies.
Het kunnen overleggen van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) is voor wethouders een benoembaarheidsvereiste.
Met deze middelen wordt de integriteit in aanvang geborgd. Deze gedragscode geldt vanaf het moment van benoeming.
Voor kandidaat-burgemeesters geldt een uitgebreide benoemingsprocedure met
betrokkenheid van commissaris van de Koning, een vertrouwenscommissie vanuit de gemeenteraad en tot slot officiële benoeming door de Kroon.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge
omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en
medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang.
9