210317 Beantwoording technische en politieke vragen SGP Respect in Molenlanden
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
:
Beantwoording technische vragen SGP ‘respect in
Datum
:
16 maart 2021
Portefeuillehouder
:
Lizanne Lanser
Zaaknummer
Behandelend ambtenaar
: :
Molenlanden’
1088672
Rola Jansen
Beste meneer Egas, Op 16 maart 2021 stelde u technische vragen over ‘respect in Molenlanden’. Via deze raadsinformatiebrief worden uw vragen beantwoord. Toelichting: Vraag 1:
In de evaluatie geeft het college het project de naam ‘naar een meer inclusieve samenleving ‘. Welke definitie hanteert het college voor het begrip inclusieve samenleving? Antwoord:
In een inclusieve samenleving kan iédereen naar vermogen en behoefte onderdeel zijn van het sociale systeem, ongeacht leeftijd, uiterlijke kenmerken, sociaal-culturele achtergrond, gender of sekse, financiële situatie, de mate van gezondheid, levensbeschouwing, opleidingsniveau, seksuele voorkeur, sociale status of mate van geletterdheid. Vraag 2
Naar welk document verwijst het college als er gesproken wordt over de ‘gewenste effecten’? Zie pg 1 halverwege. Antwoord:
Het college verwijst naar de projectopdracht die door het vakteam Mens en Samenleving is opgesteld om de motie Respect in Molenlanden uit te voeren. In deze projectopdracht werden de resultaten en de gewenste effecten van het project beschreven. Vraag 3
De assumptie en sterker de suggestie wordt geponeerd dat er in Molenlanden discriminatie mbt
lhbti plaatsvindt, dat mensen met een andere geaardheid zich niet veilig voelen en dat er sprake is van geen acceptatie. Waarop zijn deze aannames gebaseerd? Antwoord:
Deze aannames zijn gebaseerd op de gesprekken die zijn gevoerd tijdens het project. Het zijn onze conclusies en niet altijd dezelfde conclusies als die van de gesprekspartners. Daarbij, deze
2
conclusies zijn niet afwijkend van andere gemeenten en vooral in gemeenten met een grote christelijke gemeenschap zijn gelijke ervaringen. Dat wordt bijvoorbeeld beschreven in documentatie van Movisie (Handreiking Christelijke LHBTI’ers). In diezelfde documentatie benoemt Movisie ook positieve voorbeelden (Barneveld, Amersfoort, Dordrecht), waar het aangaan van het gesprek binnen de gemeenschap over sekseen genderdiversiteit in relatie tot het geloof, leidde tot meer acceptatie, openheid en begrip. Vraag 4
Klopt het dat het college veel verder gegaan is dan het dictum van de motie 2020-11 om vroeg? Antwoord:
De motie vroeg om de thema’s begrip, respect en hulp omtrent seksuele gerichtheid uit te werken in concrete activiteiten, vervolgens de activiteiten te evalueren en op basis daarvan een voorstel voor jaarlijkse activiteiten rondom dit thema in het voorjaar van 2021 voor te leggen aan de raad. Het college denkt met de uitgevoerde activiteiten, de evaluatie daarvan en het voorstel voor de genoemde activiteiten in ambitieniveau 2 gehoor te hebben gegeven aan de motie.
Vraag 5
Ervaren onveiligheid (pg 3). U hebt 4 lhbti-erg gesproken. Voelen zij zich alle 4 onveilig? En zo ja, is dit te controleren door middel van geanonimiseerde gespreksverslagen? Antwoord:
Er zijn meerdere georganiseerde gesprekken geweest (soms groepsgewijs, soms individueel). Ook werd de wethouder individueel nog benaderd door inwoners. In totaal zijn in elk geval 24 mensen gesproken, waaronder meer dan de 4 jonge LHBTI’ers die in een georganiseerd gesprek bijeen kwamen. In alle gesprekken met LHBTI’ers was onveiligheid inderdaad een thema. Omwille van de privacy geven we de (geanonimiseerde) gespreksverslagen van persoonlijke gesprekken niet vrij. Vraag 6
Pg 4. De drie conclusies. Is onze conclusie juist dat deze gebaseerd is op het gesprek met de vier eerder genoemde personen. Is deze basis niet te smal om een dergelijke vergaande en stigmatiserende conclusie te trekken over onze gemeente? Antwoord:
Nee, de conclusie is onjuist. De drie conclusies zijn gebaseerd op de 12 gepsrekken die gevoerd zijn. Het college is zich ervan bewust dat het aantal gesprekken in de verkenning een te kleine steekproef is om wetenschappelijke conclusies te trekken; dat zijn het ook niet. We voerden een verkenning uit en deze heeft het beschreven beeld opgeleverd. Het is de vraag of deze conclusies vergaand en stigmatiserend zijn; ze worden herkend en bevestigd in diverse onderzoeken op landelijk niveau. Vraag 7
Kan het college uitleggen waarom de argumenten 1 en 2 (volgens ons zijn er meer argumenten te
noemen, maar dat terzijde) gemakkelijk aan de kant geschoven worden, terwijl hier toch sprake is van grondrechten? Hoe denkt het college hiermee om te gaan?
3 Antwoord:
Voor het maken van de keuze om een vervolg te geven aan deze motie, zijn de -ons bekendeargumenten gewogen. De discussie in de raad is bedoeld om deze afweging te bespreken en waar wij nog argumenten gemist hebben- deze te horen. Vraag 8
Op pg 5 valt het woord ‘beleid’. Is het college van zins om beleid te gaan formuleren of wordt deze evaluatie hiervoor gebruikt?
Antwoord: In het koersdocument voor het Sociaal Domein wordt aangegeven dat we (uiteindelijk)
streven naar integraal beleid, waarbij doelstellingen voor speciale groepen (doelgroepen) zijn ondergebracht in bestaand beleid. Dat geldt ook voor LHBTI. De aandacht voor de positie van LHBTI’ers moet na een eventueel vervolg geborgd zijn in onze organisatie.
Vraag 9s het college het eens met onze fractie dat er wel heel selectief geciteerd wordt uit een raadsvergadering? En hiermee geen recht gedaan wordt aan de raadsvergadering? Antwoord:
In het voorstel wordt ingegaan op discussiepunten die in de raad naar voren werden gebracht, zoals het onderwerp inclusiviteit en andere kwetsbare groepen. Waar raadsleden werden geciteerd (geen sprongen maar stappen, iets exclusief benoemen om het inclusief te maken) was dat omdat zij helder verwoordden op welke wijze onze gemeente zou kunnen bijdragen. Vraag 10
Is het college nog van plan om de doelstellingen meer SMART te formuleren? Antwoord:
Daar biedt deze verkenning nog niet genoeg basis voor. Een nadere uitwerking en wellicht ook nader onderzoek moet gaan helpen om meer concrete doelen te formuleren. Vraag 11
In het document wordt gesproken over een mediacampagne. Graag wil de SGP fractie weten wat we ons hierbij moeten voorstellen. Antwoord:
Eens per jaar zal er via online en offline media uitingen (denk aan sociale media berichten, persberichten, krantenartikelen, interviewsetc) extra aandacht gegeven worden aan het thema LHBTI met het doel gender- en seksediversiteit bespreekbaar(der) te maken en de toegang tot hulpverlening en informatie te verbeteren. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Molenlanden, De secretaris,
De burgemeester,
Femmy Jonker
Theo Segers
4
CC: de leden van de gemeenteraad Molenlanden