CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Nota van beantwoording zienswijze

Raadsvergadering 8 maart 2022, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Afwijzing verzoek tot onttrekking aan de openbaarheid; stuk Voorstraat, Groot-Ammers1.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijze Onderwerp

:

ontwerp raadsbesluit afwijzing verzoek tot onttrekking aan de openbaarheid gedeelte perceel Voorstraat 41A GrootAmmers

Zaaknummer

:

1106485

Behandelend ambtenaar

:

Paul van Berkel-Stam, Adviseur Verkeer en Vervoer

Het college van Molenlanden heeft op 22 juni 2021 besloten in te stemmen met het ontwerp raadsbesluit voor de afwijzing van een verzoek tot onttrekking aan de openbaarheid van een gedeelte van perceel Voorstraat 41A in Groot-Ammers en de stukken vrij te geven voor terinzagelegging gedurende 6 weken na bekendmaking. Hierop hebben wij namens de aanvrager een zienswijze van ARAG Rechtsbijstand ontvangen. Zienswijze Ten eerste wil cliënt benadrukken dat hij niet snapt waarom een reactie op zijn verzoek meer dan drie jaar heeft moeten duren. Client is dan ook ontstemd over de gang van zaken en de communicatie hierover. Hoewel dit mogelijk niet tot een ander inhoudelijke oordeel leidt wil hij wel dat u dit meeneemt en probeert in het vervolg dergelijke doorlooptijden te voorkomen of als deze nodig zijn goed en proactief te communiceren. Beantwoording Wij zijn ons bewust van de lange doorlooptijd die deze aanvraag heeft gehad, excuses daarvoor. In dit verband delen wij u mede, dat de desbetreffende taak sinds kort borging heeft gekregen in de organisatie, waardoor volgende aanvragen tot onttrekking van wegen aan de openbaarheid sneller kunnen worden afgehandeld.

>>Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassen van het raadsvoorstel Vervolg zienswijze Daarnaast begrijpt cliënt niet goed waarom de gemeente er nu voor kiest om in ontwerp het verzoek niet in te willigen en daarmee een situatie in stand te laten dat de grond in privaat eigendom ligt bij andere partijen dan de gemeente, maar dat er wel een enorme claim op het gebruik van de grond gelegd wordt door deze gemeente. In de omgekeerde situatie waarin privépersonen (vaak per ongeluk) een stuk grond van de gemeente toe-eigenen voor ander gebruik wordt door de gemeente vaak de keuze voorgelegd: 1. Het gebruik staken en eventuele opstallen verwijderen; 2. De grond aankopen. Aan de hand hiervan zou het dan ook voor de hand liggen dat als de gemeente het belangrijk vindt dat deze grond onderdeel is van de weg, die een publieke functie heeft, dat er dan ook publiek

eigendom van gemaakt wordt. Cliënt is in die situatie dan ook bereid om te spreken over aan- en verkoop van de grond. Het alternatief is dat uw gemeente de keuze maakt dat dit toch in privaat bezit van andere partijen moet blijven. In dat geval is het echter logisch om de weg aan de openbaarheid te onttrekken zodat de eigenaren van de grond gebruik kunnen maken van hun eigendomsrecht, zoals ook vastgelegd is in artikel 1 van het eerste protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Cliënt bestrijd daarbij allereerst dat er sprake is van de openbaarheid van de weg. Dat de weg al enige tijd gebruikt wordt ten behoeve van het openbare verkeer zal cliënt niet ontkennen. Echter is dan ook vereist dat gedurende tien achtereenvolgende jaren is onderhouden. Dat er incidenteel een grote reconstructie plaats heeft gevonden bewijst dit in onze optiek niet. Voor zover u het bovenstaande oordeel niet deelt willen wij allereerst vaststellen dat de Wegenwet weinig handvatten geeft over de afweging die gemaakt moet worden bij het nemen van een besluit over de openbaarheid. Dat laat ruimte open voor een belangenafweging die ingevolge de Algemene wet bestuursrecht zorgvuldig voorbereid moet worden en ook goed gemotiveerd dient te worden. Wij vinden dat dit nog niet het geval is.

Daarbij zijn wij van mening dat er goede redenen zijn om de weg aan de openbaarheid te onttrekken. Het eigendomsrecht is daarbij een recht dat veel gewicht in de schaal moet leggen van deze belangenafweging. Hierboven hebben wij tevens aangegeven dat er verschillende manieren zijn om de ontstane situatie op te lossen, zonder dat de eigenaars met een onbruikbaar gedeelte van het perceel blijven zitten. Ook is cliënt van mening dat de redenen om de onttrekking te weigeren onvoldoende zijn onderzocht en onderbouwd. Eén van de redenen voor weigering is de publieke functie die de weg nu zou hebben. De weg kan echter versmald worden. Dit zal vermoedelijk tot gevolg hebben dat het verkeer langzamer over de weg moet rijden. Dat komt de verkeersveiligheid ten goede. In die situatie zal er echter ook de mogelijkheid zijn om alternatieve routes te gebruiken of te creëren. Dat er een gevaarlijke situatie zou ontstaan door een wegversmalling wordt wel gesteld maar niet verder onderbouwd. Cliënt is dan ook van mening dat door de nieuwe versmalde weg goed in te richten het mogelijk is om een veilige route te waarborgen. Ook de aanwezige kabels en leidingen hier zijn niet inzichtelijk gemaakt in het besluit. De stelling dat de verkeersafwikkeling gevaar loopt is ook niet verder onderbouwd. Op dit punt loopt er dus ook nog nader onderzoek naar de verkeerssituatie.

Daarbij zou uw gemeente dus ook kunnen onderzoeken hoe het mogelijk is om het private eigendom te onttrekken van de openbaarheid zonder dat hierdoor ernstig nadelige gevolgen voor het verkeer ontstaan. Cliënt bestrijdt ook dat een wegversmalling de insteek is van het verzoek. Cliënt zijn insteek is het gebruik kunnen maken van zijn eigendomsrecht. Dat er precedentwerking kan ontstaan is daarbij voor ons geen reden om dan maar geen einde te maken aan een onrechtvaardige situatie Beantwoording Zorgvuldige voorbereiding, belangenafweging en goede motivering horen aan ieder besluit vooraf te gaan. Dat de Wegenwet weinig handvatten geeft voor de afweging, die gemaakt moet worden, maakt dit niet anders. Een zorgvuldig proces heeft wel degelijk plaatsgevonden, alleen proberen wij de voorstellen richting ons bestuur kort en bondig aan te bieden.

Allereerst willen we erop wijzen dat er geen sprake is van een onrechtmatige situatie. De rijbaan en het trottoir zijn al veel langer dan tien jaar voor een ieder toegankelijk en zijn gedurende die tijd ook in onderhoud geweest bij de gemeente. Daarmee zijn de weg en naastgelegen verharding juridisch openbare weg volgens de Wegenwet. De rijbaan en trottoirs zijn (zelfs tot aan de gevels) opgenomen in ons beheerprogramma. Dit is ook gekoppeld aan de beschikbare budgetten voor het structurele onderhoud. Het laatste grote onderhoud is gepleegd in 2004. Bijna jaarlijks wordt de openbare ruimte geïnspecteerd door een deskundig bureau. Tussentijds is aantoonbaar klein onderhoud gepleegd. Recent, in 2021, is de volledige asfaltdeklaag vervangen. Het volgende grote onderhoud staat gepland voor 2023. Hierbij zullen ook de beschadigde opsluitbanden worden vervangen. Op dit moment is daar geen aanleiding voor, omdat er geen sprake is van een constructief probleem en de veiligheid niet in het geding is. Een beschadigde band is alleen esthetisch niet fraai. Indien aanvrager van mening is dat er aanvullend klein onderhoud noodzakelijk is kan een verzoek worden ingediend bij de wegbeheerder.

Men vraagt om een principiële keuze te maken om, ofwel het gedeelte van de weg aan de openbaarheid te onttrekken, ofwel te kiezen voor het herinrichten van een publieke weg waarbij de grond dan ook publiek bezit wordt. Wij waarderen de bereidheid van verzoeker om in gesprek te willen gaan over verkoop van de betreffende grond om het openbare karakter verder te versterken. Wij kiezen, na afweging van alle belangen er, om bovengenoemde redenen, voor om de huidige situatie in stand te houden. Deze bestaande juridische situatie is het rechtsgevolg dat de Wegenwet verbindt aan de feitelijke situatie, namelijk de rijbaan en het trottoir, die al veel langer dan 10 jaar voor een ieder toegankelijk en gedurende die tijd in bij ons in onderhoud zijn. Dat verzoeker wordt belemmerd in het gebruik van het betreffende gedeelte van het perceel en zich beroept op zijn eigendomsrecht is ondergeschikt ten opzichte van het maatschappelijk belang. Weliswaar zoeken wij naar alternatieve routes voor het doorgaande verkeer op deze weg, echter of een alternatieve route haalbaar is moet nog blijken. En zelfs, als een alternatieve route tot uitvoering zou komen, willen wij in het belang van alle weggebruikers, de desbetreffende ruimte benutten voor een veilige inrichting van de weg. De beschikbare ruimte is nu al te smal met te weinig ruimte voor het langzame verkeer.

Een ad-hoc versmalling van de weg belemmert het langzame verkeer. Fietsers moeten uitwijken en voetgangers zijn genoodzaakt op de rijbaan te gaan lopen. Verder worden de mogelijkheden voor een goede weginrichting op de lange termijn alleen maar beperkter. Nu instemmen met een verzoek tot onttrekking aan de openbaarheid kan gezien het grote risico op precedentwerking leiden tot een situatie waarbij de Voorstraat/Sluis onbruikbaar wordt om het verkeer nog te kunnen afwikkelen, laat staan op een veilige manier. Op grote delen van de route is de weg namelijk op private grond gelegen. Deze situatie is veelvuldig aanwezig in onze gemeente en is ontstaan vanuit het verleden waarbij het verkeer steeds meer ruimte nodig had. Als meerdere bewoners een verzoek tot onttrekking aan de openbaarheid gaan indienen en om versmalling van de rijbaan vragen, resteert er te weinig ruimte voor een toegankelijk en veilig wegprofiel. De gemeente kiest er dus voor in het kader van het maatschappelijk belang de bestaande juridische situatie, zoals boven omschreven, in stand te houden. Artikel 1 van het Protocol bij het EVRM garandeert het recht van eigendom. Als eigendom in de zin van die bepaling worden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beschouwd rechten en belangen die een vermogenswaarde vertegenwoordigen.

In de eerste zin van de eerste alinea, is het principe van het recht op ongestoord genot van de eigendom neergelegd. De tweede zin heeft betrekking op de regels voor onteigening. In de tweede alinea wordt het recht van de staat erkend tot de regulering van gebruik van de eigendom in het algemeen belang. In artikel 4, eerste lid, aanhef

en onder II is bepaald dat een weg openbaar is die “gedurende tien achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest en tevens gedurende dien tijd is onderhouden door het Rijk, eene provincie, eene gemeente of een waterschap.” Zoals hierboven uiteengezet is de gemeente al vanuit het verleden beheerder geweest van deze weg dan wel het onderhavige gedeelte van deze weg en is dit gedeelte voor een ieder toegankelijk geweest. Wij achten het algemeen belang dat deze weg voor een ieder toegankelijk blijft zwaarder wegen dan het individuele belang van verzoeker. Met de regulering in artikel 4 van de Wegenwet en onze afweging om het onderhavige verzoek af te wijzen is er een goede balans bereikt tussen de bescherming van de belangen van het individu en het algemeen belang. Er is dan ook geen strijd met artikel 1 van het Protocol bij het EVRM.

>>Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassen van het raadsvoorstel. Wel blijkt achteraf uit het beheerprogramma dat de verharding tot aan de gevel bij de gemeente in beheer is. Hierop wordt het vlak in de foto aangepast. Vervolg zienswijze Voor zover u wijst op de aanwezige kabels en leidingen als reden voor het willen behouden van de openbaarheid zijn er andere manieren om de kabels en leidingen te beschermen. Bijvoorbeeld in het bestemmingsplan, of door het maken van afspraken met verzoeker. Het is daarbij ook geen unieke situatie dat er kabels en leidingen onder privébezit van particulieren loopt. Beantwoording Ondanks dat nutsbedrijven de voorkeur geven aan ligging van hun eigendommen in de openbare weg heeft men op dit punt geen ongelijk. Juridisch is er geen verband met het begrip openbaarheid volgens de Wegenwet. >>Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassen van het raadsvoorstel. De tekst m.b.t. kabels en leidingen is uit het voorstel verwijderd. Vervolg zienswijze Hetgeen verzocht wordt Cliënt verzoekt u derhalve om een principiële keuze te maken om ofwel dit gedeelte van de weg aan de openbaarheid te onttrekken, ofwel te kiezen voor het inrichten van een publieke weg waarbij de grond dan ook publiek bezit wordt. Beantwoording De gevraagde principiële keuze is bovenstaand gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=5bf46bff-1b55-41c2-8885-d1a72152eeb0