1a Toelichting.pdf
Tekst van het document
Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS-calculatie, Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk. Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen kapwerkzaamheden voorzien. Conclusie De sloop van de stal en de uitbreiding van de woning en bouw van een nieuwe berging aan de Noordzijde 76a te Goudriaan is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren, kolonisatie door rugstreeppadden en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.
36
Vervolgstappen De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).
• Voor rugstreeppad dient het terrein gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden te worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Het ontoegankelijk maken dient bij voorkeur voor de migratie- en voortplantingsperiode plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. Zie voor meer instructies bijlage 3. • De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.’ Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect ecologie geen belemmeringen.
37
4.9 Bodem Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Om de kwaliteit van de bodem in kaart te brengen voor het beoogde gebruik is door Adromi B.V. een verkennend onderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: -
-
‘De baksteenhoudende- en sintelhoudende bovengrond, onder de verhardingen ter plaatse van de inrit, is licht verontreinigd met zware metalen en PAK; De bovengrond ter plaatse van boringen 11, 12, 14 en 15, het zuidoostelijke deel van de locatie, is matig verontreinigd met lood; De overige bovengrond is tevens licht verontreinigd met zware metalen en PAK; De ondergrond is licht verontreinigd met zware metalen en PAK; Het grondwater is sterk verontreinigd met koper en licht verontreinigd met de barium, zink en naftaleen; In het monster ABmm01 is asbest aangetoond. Het betreft gruis en bestaat uit niet hechtgebonden chrysotiel. Op de locatie zijn volledige puinlagen waargenomen in de bovenste laag tot 0,70 cm-mv, deze lagen zijn niet separaat ingezet op asbest (betreft geen grond).
De hypothese verdacht wordt bevestigd vanwege het aantreffen van een matige verontreiniging metlood en lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK in de grond en een sterke verontreiniging met koper en lichte verontreinigingen met metalen in het grondwater. Het is niet bekend waar de sterke verontreiniging met koper vandaan komt. In ZuidHolland zijn verhoogde achtergrondwaarden bekend in het grondwater, waaronder koper. Vermoedelijk is de sterke verontreiniging met koper in het grondwater een verhoogde achtergrondwaarde. De locatie is gelegen in agrarisch gebied waar meststoffen worden gebruikt. Plaatselijk is in de bovengrond een matige verontreiniging met lood aangetroffen. De locatie betreft het zuidoostelijke deel van het grasveld waar momenteel schapen lopen. De overige lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK in de grond vormen geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging.
38
In het grondmengmonster van boringen 01, 02, 03 en 04 is asbest aangetoond in de vorm van gruis (niet hechtgebonden chrysotiel). De verontreinigde grond is onder de huidige verharding met klinkers en grind ter plaatse van de inrit aangetroffen. De asbesthoudende grond is hierdoor geïsoleerd. (…) Indien bij herinrichtingswerkzaamheden grond vrijkomt welke niet ter plaatse kan worden hergebruikt, gelden hiervoor restricties ten aanzien van het hergebruik.’ Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het bestemmingsplan geen belemmeringen. Indien in de toekomst herinrichting zal plaatsvinden is afhankelijk van de locatie nader onderzoek benodigd.
39
4.10 Archeologie Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient er volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie De gemeenten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is samengevat in drie elementen te weten: de beleidsnota, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en een beleidsadvies, opgesteld door het adviesbureau BAAC. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe 'de verstoorder betaalt' Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument.
Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, die erop is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen dan voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek Het plan betreft enkel een juridisch-planologische wijziging van een voormalige agrarische bedrijfslocatie naar wonen. Er vindt daarmee geen bodemroering plaats. Ter bescherming van eventuele archeologische waarde ter plaatse in de toekomst wordt de geldende archeologische dubbelbestemming ongewijzigd overgenomen uit het moederbestemmingsplan. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect archeologie geen belemmeringen.
40
4.11 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Duurzaamheid De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. Het plan speelt hier bewust op in door een toekomstbestendige situatie te creëren op een verouderde voormalige agrarische bedrijfslocatie. Het plan biedt de mogelijkheid om de locatie en voornamelijk de woning te renoveren en te verduurzamen. Klimaatadaptatie In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn de afspraken van het convenant klimaatadaptief bouwen vertaald in de beleidsbeslissingen klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen. In de Omgevingsverordening Zuid Holland is artikel 6.50 Risico’s van klimaatverandering toegevoegd. Dit houdt in dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. Wateroverlast door overvloedige neerslag; b. Overstroming; c. Hitte; d. Droogte. Het plan betreft enkel een juridisch-planologische wijziging van een voormalige agrarische bedrijfslocatie naar wonen. Daarmee heeft het plan niet direct gevolgen ten behoeve van en negatieve invloed op bovengenoemde risico’s. Het voornemen is dat de bebouwing zal afnemen (sloop voormalige stal) en de bestaande woning te verduurzamen, waardoor hetgeen positieve gevolgen heeft voor wat betreft klimaat.
41
5 Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 76a’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 76a’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
5.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Noordzijde 76a’ is aangesloten bij de vigerende bestemmingsplannen ‘parapluherziening Buitengebied Graafstroom’ (2018), ‘Parapluherziening Parkeren’ (2020) en ‘Paraplubestemmingsplan Huisvesting Arbeidsmigranten’ (2021). De regels bestaan uit 4 hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
5.3 Bestemmingen Agrarisch met waarden De enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ aan de zuidkant van de weg blijft behouden. Hier wordt enkel het bouwvlak weggenomen. Water De A-watergangen rondom het plangebied verkrijgen de bestemming ‘Water’ met passende regels. Wonen De enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ aan de noordkant van de weg wordt gewijzigd naar ‘Wonen’ met de ‘specifieke vorm van wonen: hobbyboer’, ten behoeve van de hobbymatige agrarische activiteiten. Ten behoeve van de schuren hiervoor wordt de functieaanduiding ‘bijgebouwen’ opgenomen, zodat de bestaande schuren toegestaan blijven. Het bouwvlak wordt aan de zuidzijde verkleind. Waarde – Archeologie 4 De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ wordt overgenomen uit het moederbestemmingsplan. 42
5.4 Aanduidingen • • • •
Bouwvlak; Functieaanduiding: bijgebouwen; Specifieke vorm van wonen: hobbyboer; Specifieke vorm van agrarisch met waarden – weidevogelgebied.
43