CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting bestemmingsplan Goudriaan, Zuidzijde 139

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6d. Bestemmingsplan Goudriaan, Zuidzijde 1399.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

transporten van gevaarlijke stoffen over de omliggende wegen zijn echter niet uit te sluiten, maar deze vallen ruimschoots buiten het toetsingskader. Hierdoor zijn geen relevante externe veiligheidsrisico’s door transport over de weg te verwachten. Spoorwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig. Vaarwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn voor de beroepsvaart geen relevante vaarwegen aanwezig.

Afbeelding 11: Uitsnede risicokaart externe veiligheid

Advies veiligheidsregio en brandweer De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) heeft op 23 mei 2023 geadviseerd om de woningen te voorzien van uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.2.124 lid 4 van het Bbl. Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. Tevens heeft de VRZHZ geadviseerd dat voldaan moet worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019. De brandweer heeft in reactie hierop op 16 juli 2023 positief geadviseerd op het bestemmingsplan, er zijn geen voorwaarden noodzakelijk ten aanzien van bluswater en bereikbaarheid. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen.

37

4.7 Kabels en leidingen Beleidskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek In het plangebied of de directe omgeving zijn geen planologische relevante leidingen zoals rioolpersleidingen, waterleidingen, hoogspanningslijnen of straalpaden gelegen. Er wordt derhalve geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmeringen oplevert voor de uitvoering van het plan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

38

4.8 Ecologie Beleidskader Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied. Voor wat soortenbescherming betreft is de Wet natuurbescherming toepassing. Hier wordt onder andere de bescherming van plant- en diersoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Indien hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Onderzoek Het onderhavige plan betreft uitsluitend een juridisch-planologische wijziging van de bestaande woonboerderij en de inpandige splitsing ervan. Er vinden geen fysieke werkzaamheden plaats, zoals uitpandige bouw- en/of sloopwerkzaamheden, dempen van watergangen en het kappen van beschermde bomen of beplanting. Op het perceel, de bebouwing en de tuin wordt op regelmatige basis onderhoud gepleegd. Hiermee kan worden gesteld dat het plangebied niet geschikt is voor beschermde flora en fauna. Op basis hiervan kan worden gesteld dat het onderhavige plan in het kader van flora en fauna geen nadelige gevolgen heeft voor beschermde plant- en diersoorten en/of beschermde natuurgebieden. Het uitvoeren van een ecologische quickscan is derhalve niet noodzakelijk.

Wel geldt ten alle tijden de algemene zorgplicht voor beschermde plant- en diersoorten. Stikstof Daarnaast zal met de splitsing van de bestaande woonboerderij – mede gezien de kleinschaligheid en de ruime afstand tot stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden (circa 4,5 km) – niet worden voorzien in relevante stikstofdepositie. Het uitvoeren van een stikstofdepositie onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt geen belemmeringen voor wat betreft het aspect ecologie.

39

4.9 Bodem Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Het onderhavige plan betreft uitsluitend een juridisch-planologische wijziging van de bestaande woonboerderij en de inpandige splitsing ervan. Er vinden geen fysieke ingrepen plaats in de bodem. Gezien de woonboerderij thans jarenlang wordt bewoond en thans jaren de enkelbestemming ‘Wonen’ bezit kan worden gesteld dat de bodem geschikt is om op te wonen. Op basis hiervan is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt geen belemmeringen voor wat betreft bodemkwaliteit.

40

4.10 Archeologie Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient er volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleidsnota Archeologie De gemeenten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden hebben een regionaal archeologiebeleid geformuleerd. Dit archeologiebeleid is samengevat in drie elementen te weten: de beleidsnota, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en een beleidsadvies, opgesteld door het adviesbureau BAAC. De nota is gebaseerd op de uitgangspunten en principes van het Verdrag van Malta en gaat uit van behoud van het cultureel erfgoed in situ (op locatie en veiliggesteld in de bodem). Daarnaast gaat het beleid uit van het principe 'de verstoorder betaalt' Het beleid krijgt vooral gestalte door de bescherming van archeologische waarden en verwachtingen via de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan vormt hierin het centrale instrument.

Bij een nieuwe ontwikkeling, waarbij het noodzakelijk is een bodem verstorende activiteit uit te voeren op een plaats waar archeologische waarden aanwezig zijn of verwacht worden, zal door de gemeente worden getoetst of aan die activiteit specifieke voorwaarden verbonden moeten worden. Dit geschiedt aan de hand van de Archeologische Monumentenzorgcyclus, die erop is gericht om kennis te verzamelen om vervolgens een afgewogen besluit te kunnen nemen over het al dan niet of onder voorwaarden toestaan van die bodem verstorende activiteit. Bij de verlening van omgevingsvergunningen kunnen dan voorschriften worden opgenomen over (bijvoorbeeld) aanpassingen van het bouwplan, archeologievriendelijk heien of het beperken van bodemingrepen. Onderzoek Het onderhavige plan betreft uitsluitend een juridisch-planologische wijziging van de bestaande woonboerderij en de inpandige splitsing ervan. Er vinden geen fysieke ingrepen plaats, zoals graafwerkzaamheden welke nadelige gevolgen kunnen hebben voor eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem. Op basis hiervan is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect archeologie de uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat.

Ter bescherming van de archeologische waarden worden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 & 2’ opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan.

41

4.11 Duurzaamheid De gemeente Molenlanden heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. Het plan speelt hier bewust op in door in een bestaande woonboerderij meer woningen mogelijk te maken. De nieuwe woningen zullen conform de huidige bouweisen van het bouwbesluit moeten worden gerealiseerd en bijvoorbeeld goed worden geïsoleerd. In de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland is een regel opgenomen dat er in een bestemmingsplan aandacht moet worden aan een viertal risico’s die kunnen optreden ten gevolge van klimaatverandering. Het gaat om wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte & droogte. Het onderhavige plan betreft uitsluitend een juridisch-planologische wijziging van de bestaande woonboerderij en de inpandige splitsing ervan. Daarmee heeft het plan geen negatieve gevolgen voor deze vier risico’s tot gevolg.

42

5

Juridische planbeschrijving

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Zuidzijde 139’ bestaat uit drie delen, de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Goudriaan, Zuidzijde 139’ is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.

5.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het onderhavige bestemmingsplan ‘Goudriaan, Zuidzijde 139’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpskernen ’ (vastgesteld op 13 februari 2012). De regels van het bestemmingsplan ‘Goudriaan, Zuidzijde 139’ bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmings- regels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

5.3 Bestemmingen Wonen De enkelbestemming ‘Wonen’ blijft ongewijzigd. Enkel de maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden’ wordt verruimd ten einde de woonboerderij te de splitsen. De functieaanduiding ‘kantoor’ wordt verwijderd en het bouwvlak wordt verkleind. Tuin De enkelbestemming ‘Tuin’ blijft ongewijzigd. Waarde – Archeologie – 1 & 2 De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 1 & 2’ blijven ongewijzigd.

5.4 Aanduidingen • • •

Bouwvlak; Maatvoering: maximum goothoogte: 4 m; Maatvoering: maximaal aantal wooneenheden: 3.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=dcb4bcca-8b3e-4ea9-9d08-756480707de7