was-wordt tabel VO maatschappelijke ondersteuning
Tekst van het document
Was-wordt tabel Verordening maatschappelijke ondersteuning Moerdijk 2021
Artikel (verordening 2021) Algemeen 4.5 lid 4b
Was (verordening 2020)
Wordt (verordening 2021)
2020 voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen die niet als ondersteuners als bedoeld in onderdeel a worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het PGB minimaal het wettelijke minimumloon inclusief bijbehorende vakantietoeslag.
2021 voor personen die behoren tot het sociaal netwerk en personen die niet als ondersteuners als bedoeld in onderdeel a worden aangemerkt bedraagt de hoogte van het PGB het wettelijke minimumloon inclusief bijbehorende vakantietoeslag, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor de ondersteuning door personen in het sociaal netwerk die geen geadministreerde overeenkomst bij de SVB hebben. Zij ontvangen een lage symbolische vergoeding van maximaal € 141 euro per maand.
Reden De passage dat minimaal het wettelijk minimumloon inclusief bijhorende vakantietoeslag wordt bekostigd binnen het PGB waarbij huishoudelijke ondersteuning wordt uitgevoerd door het sociaal netwerk of ondersteuners niet aangesloten bij een professionele organisatie of een ZZP-er, heeft reeds tot bezwaarprocedures geleid. Hierbij is geconstateerd dat het niet duidelijk voor de cliënt/budgethouder is hoe hoog zijn bijdrage aan de ondersteuner moet zijn. Door de formulering aan te passen het minimumloon, is het plafond aangegeven. Daarnaast wordt ten aanzien van 4.b. de ministeriële regeling gevolgd die per 1 mei 2019 van kracht is en het mogelijk maakt om een vergoeding te verstrekken voor informele hulp (burenhulp, vriendendienst en hulp aan familie) zonder dat er onbedoeld een arbeidsrelatie ontstaat op grond waarvan het minimumloon zou moeten worden betaald. In de
5.2 lid 2
De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,-- per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wet maatschappelijke
De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,-- per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo of het
Uitvoeringsregeling Wmo 2015 is het mogelijk gemaakt om vanuit het persoonsgebonden budget door de SVB een laag bedrag per maand uit te betalen aan personen die informele hulp vanuit de sociale relatie met de budgethouder verlenen. Het betreft een lage symbolische vergoeding van maximaal € 141 euro per maand. Deze vergoeding is overigens aan te merken voor de inkomstenbelasting als inkomsten uit andere werkzaamheden. Dit biedt budgethouders een mogelijkheid om hun informele hulp in te zetten zonder dat daarbij sprake is van een arbeidsrelatie. De feiten en omstandigheden van het individuele geval blijven hierbij doorslaggevend. De wijziging zit in de toelichting op artikel 5.2 lid 2. In de verordening 2020 is uitgegaan van een verouderd Uitvoeringsbesluit waarin de betaling van de maximale periodebijdrage van € 19,-- niet voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens gold. In het geldende Uitvoeringsbesluit artikel 3.8 lid 3.f. blijkt dat deze vrijstelling alleen geldt voor de
ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Toelichting: Op grond van het Besluit verlaging eigen bijdrage Wlz zorg en maatschappelijke ondersteuning (Kamerstukken II 2017/18, 34 104, nr. 225) gaan vanaf 1 januari 2020 alle cliënten die gebruik maken van één of meer Wmo maatwerkvoorzieningen een maximale periodebijdrage betalen van € 19,-- betalen ongeacht inkomen en vermogen. Dit geldt niet voor cliënten die gebruik maken van beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Cliënten die hiervan gebruik maken blijven de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen.. Conform het nieuw toegevoegde onderdeel in het vierde lid van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, geldt de maximale periodebijdrage
volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
Toelichting: Op grond van het Besluit verlaging eigen bijdrage Wlz zorg en maatschappelijke ondersteuning (Kamerstukken II 2017/18, 34 104, nr. 225) gaan vanaf 1 januari 2020 alle cliënten die gebruik maken van één of meer Wmo maatwerkvoorzieningen een maximale periodebijdrage betalen van € 19,-- betalen ongeacht inkomen en vermogen. Dit geldt niet voor cliënten die gebruik maken van beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Cliënten die hiervan gebruik maken blijven de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen. Conform het nieuw toegevoegde onderdeel in het derde lid van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, geldt de maximale periodebijdrage van € 19,-- niet: a. indien de cliënt of de echtgenoot van de cliënt een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 dan wel een bijdrage ingevolge de artikelen 3.3.2.1 of 3.3.2.2 van het Besluit langdurige zorg verschuldigd is;
gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Voor de volledigheid zijn alle (eerder vastgestelde) categorieën die zijn vrijgesteld van het betalen van de eigen bijdrage opgenomen.
van € 19,-- niet voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens.
b. indien de cliënt of zijn echtgenoot gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de maand in een instelling voor opvang verblijft; c. indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; d. voor een rolstoel; e. voor een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing voor zover bij verordening op grond van artikel 2.1.5 van de wet een ander de bijdrage verschuldigd is; f. door de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt; g. indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdrage onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de cliënt; h. indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstellingen van een integrale
dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een cliënt die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente. 9.2
Overgangsrecht vervalt 1.In navolging van artikel 5.2, lid 1 van deze verordening geldt de volgende overgangsbepaling: personen aan wie voor de inwerkingtreding van deze verordening een maatwerkvoorziening begeleiding is toegekend en die geen eigen bijdrage verschuldigd waren zijn in afwijking van artikel 5.2, lid 1 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Moerdijk een eigen bijdrage verschuldigd vanaf 1 april 2020. 2.Bij verhuizing naar een andere gemeente vervalt de aanspraak op het in lid 1 bedoelde overgangsrecht.
In principe is de overgangsbepaling per 1 april 2020 al verstreken voeren.
9.2
9.3
Omnummering vanwege het vervallen van het oude artikel 9.2
9.2 Verwijzing naar oude verordening en datum inwerkingtreding aangepast