CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Vlietweg 2 Noordhoek_Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 13 maart 2025, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek20.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vlietweg 2 Noordhoek

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

4

Bijlage 2

Berekening kwaliteitsverbetering

6

Bijlage 3

Omgevingsdialoog

8

Bijlage 4

Aerius berekening gebruikersfase

11

Bijlage 5

Toelichting invoergegevens AERIUS-berekening

18

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna

22

Bijlage 7

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

37

Bijlage 8

Standaardadvies Brandweer Midden- en West Brabant

106

Bijlage 9

Beheerplan bedrijfsverzamelgebouw

112

Bijlage 10

Rapportage Standaard Verantwoording Groepsrisico 2023

114

Bijlage 11

Nota van vooroverleg

125

Bijlage 12

Nota van beantwoording zienswijzen

131

2 ld)

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgeste

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

4 ld)

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgeste

SCHEMA PLANTSAMENSTELLING 1. Aan te planten houtsingel (65 x 10 m = 650 m²) plantmateriaal 80-100, 1,5 m driehoeksverband: Bomen: Es, Populier, Iep, Linde, Wilg en/of Els

m² 650

st / m² 0,45

De landschappelijke inpassing van het initiatief aan de Vlietweg 2 te Noordhoek is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap en op de Landschapskwaliteitsplan van gemeente Moerdijk.

aantal 293

Struiken: Hazelaar, Gelderse roos, Krent, Veldesdoorn, Rode/Gele kornoelje, Sleedoorn, Gewone vlier, Wilde roos en/of Lijsterbes 2. Aan te planten landschapsbomen in rij (100 m¹) Plantmateriaal (20-25), h.o.h. 8 m: Es, Populier, Iep, Linde, Wilg en/of Els

stuks 13

te behouden bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken

3. Aan te planten hoogstam fruitbomen in rij (80 m¹) Plantmateriaal (20-25), h.o.h. 5 m: stuks 14 Appel, Kers, Peer, Pruim, Kwee en/of Walnoot

4. Aan te planten knip- en scheerheg (150 m¹) plantmateriaal 80-100, 0,25 m driehoeksverband m¹ st / m¹ aantal in dubbele rij: 150 8 1200 Beuk, Haagbeuk, Hulst, Kardinaalsmuts, Liguster, Mispel of Veldesdoorn

5. Aan te planten solitaire landschapsboom Plantmateriaal (20-25), h.o.h. 8 m: Beuk, Noot of Wilg

*

stuks 1

Te plaatsen huismussentil

te renoveren voormalig agrarisch bedrijfsgebouw ten behoeve van bedrijfsverzamelgebouw (circa 2400 m²)

1. 5.

4.

te realiseren parkeer- en manoeuvreerruimte

3. 2.

*

2.

3. 4.

2.

bestaande landschappelijke inpassing

te realiseren parkeer- en manoeuvreerruimte Datum: Schaal: Project:

31-07-2019 / 10-02-2021 / 27-08-2024 1 : 1000 18322-006

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

|

HERONTWIKKELING VLIETWEG 2 NOORDHOEK

Huidige situatie De locatie is gelegen ter plaatse van een grote polder, ten oosten van het plangebied. Landschappelijk kenmerken van deze locatie en de omgeving zijn het grootschalig open karakter en de relatief hoge dijken die de beleving als ruimtelijke entiteit ondersteunen. Ook is er een regelmatige verkaveling van grote blokken en stroken en is er een rationele en hiërarchische ontsluiting met polderwegen (lange wegen en loodrechte kruiswegen). Plaatselijk zijn er singel- of laanbeplanting bij dijkwegen te vinden (voornamelijk populieren en essen). Er is een natuurlijke krekenstructuur met rietoevers en begeleiding aan opgaand groen (bomen, struiken en ruigte). De gemeente ziet graag dat de erfbeplanting van woon- en (agrarische) bedrijfserven wordt versterkt en dat de bedrijfsbebouwing landschappelijk wordt ingepast. De richtlijnen van de gemeente is om de bebouwing en erfbeplanting een geheel te laten vormen, de bebouwing, een robuuste landschappelijke inpassing met een relatief besloten, groen en rustig karakter. De gewenste beplanting zijn volgens de gemeente de es, populier, iep, linde, wilg en els. Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt een robuuste houtsingel aageplant in het noorden van het plangebied. Dit sluit aan op de wens van de gemeente om de bebouwing robuust landschappelijk in te passen met veel groen en de voorgestelde beplanting.

Deze groensingel wordt aangelegd ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. De houtsingels zijn een foerageer- en nestelplek voor vogels, een schuilplek voor egels en kleine zoogdieren en zijn zeer geschikt als luwe plek voor insecten zoals vlinders. Ten oosten wordt wordt een knip- en scheerheg met landschapsbomen beoogd. Langs de parkeerplekken midden in het plangebied. worden hoogstam fruitbomen geplant, deze komen van oorsprong voor op een boerenerf. In het westen wordt ook een knip- en scheerheg met landschapsbomen geplant. Gezien voorgaand worden diverse landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en welke zorgen voor een kwaliteitsverbetering van het landschap. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken. Het landschappelijk inpassingsplan sluit aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving en het sluit aan op het Landschapskwaliteitsbplan van de gemeente Moerdijk.

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlage 2 Berekening kwaliteitsverbetering

6 ld)

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgeste

Berekening kwaliteitsverbetering Vlietweg 2 Noordhoek Datum: 10-10-2024 Waardevermeerdering gronden Huidige situatie Agrarisch bouwvlak woning (1000 m²) Agrarisch bouwvlak (overig) Agrarisch Totaal

Oppervlak m2 1000 3200 2867 7067

Waarde/m2 € 100,00 € 25,00 € 7,50

Totaal € 100.000,00 € 80.000,00 € 21.502,50 € 201.502,50

Beoogde situatie Niet-agrarisch bedrijf woning (1000 m²) Niet-agrarisch bedrijf bedrijfsgebouw Niet-agrarisch bedrijf overig Groen

1000 2400 2667 1000

Totaal

7067

€ 100,00 € 75,00 € 25,00 € 1,00

€ 100.000,00 € 180.000,00 € 66.675,00 € 1.000,00

€ 347.675,00 Waardevermeerdering Bijdrage LIR

€ 146.172,50 € 29.234,50

20%

Kwaliteitsverbetering landschap Beplanting Aanplant bosplantsoen (per stuk) 10-jarig beheer bosplantsoen (per m²)

Aantal 292,5 650

Prijs/st € 1,66 € 1,16

Totaal € 485,55 € 754,00

Aanplant knip- en scheerheg (per stuk) 10-jarig beheer knip- en scheerheg (per m)

1200 150

€ 1,66 € 11,70

€ 1.992,00 € 1.755,00

Aanplant hoogstam fruitbomen (per stuk, maat 20-25) 10-jarig beheer hoogstam fruitbomen (per stuk, maat 20-25)

14 14

€ 250,00 € 53,40

€ 3.500,00 € 747,60

Aanplant laanbomen (per stuk, maat 20-25) 10-jarig beheer laanbomen (per stuk, maat 20-25)

14 14

€ 250,00 € 33,40

€ 3.500,00 € 467,60

Aantal 1

Prijs/st € 1.000,00

Totaal € 1.000,00

Overig Plaatsen huismussentil (extra ecologische maatregel)

Totaal investering landschap Waarde kwaliteitsverbetering van het landschap

€ 14.201,75 -€ 15.032,75

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlage 3 Omgevingsdialoog

8 ld)

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgeste

Beste buurtbewoners,

Sinds het najaar van 2018 zijn wij Kees en Hans Nagtzaam bezig met een bestemmingswijziging van onze voormalige champignonkwekerij aan de Vlietweg 2. Graag willen wij de huidige agrarische bestemming wijzigen in een bedrijfsbestemming. Hiertoe hebben wij bij de gemeente Moerdijk een principeverzoek gedaan en is er intussen ook een concept bestemmingsplan gemaakt en bij de gemeente Moerdijk ingediend. Onderdeel van de procedure tot bestemmingswijziging is een dialoog met de direct betrokken buren. Gaarne hadden wij u willen uitnodigen om gezamenlijk hier met u van gedachten over te wisselen tijdens een informatiebijeenkomst. Echter huidige maatregelen omtrent het coronavirus staan dit niet toe. Daarom doen wij dit nu per brief. Momenteel verhuren wij de voormalige cellen, dit is echter in strijd met de huidige bestemming van de locatie. Door de bestemming te veranderen willen wij het verhuur legaliseren. Hiermee komt er een einde aan de gedoogsituatie. Bijgevoegd is het concept bestemmingsplan zoals dit bij de gemeente is ingediend. Heeft u vragen, opmerkingen of wilt u nadere uitleg over dit concept bestemmingsplan dan kunt u ons natuurlijk altijd aanspreken. Verder zijn wij te bereiken via telnr: 06-12652038 (hans) of email: h.nagtzaam@planet.

Graag zien wij uw reactie tegemoet, met vriendelijke groet, Kees en Hans Nagtzaam.

Reactie omgevingsdialoog Van: Mathe | Mathe Kuijpers assurantien en hypotheken b.v. <mathe@mathekuijpers.nl> Verzonden: zondag 25 oktober 2020 09:51 Aan: h.nagtzaam@planet.nl Onderwerp: bestemmingswijziging Geachte heer Nagtzaam, Zoals vorige week besproken zijn wij een voorstander dat U de bestemmingswijziging aanvraagt van agrarisch naar bedrijfsbestemming. Wij hebben als buurt bewoners daar geen enkel bezwaar tegen. Wel hebben wij graag voor de rust in de omgeving dat de locatie vanaf 22:00 uur tot 06:00 uur gesloten is. Door deze bestemmingswijziging kunt U dan verder om de gebouwen in goede staat te brengen. Hopende U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd, verblijven wij, Met vriendelijke groet, Mathé Kuijpers mathe@mathekuijpers.nl

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlage 4 Aerius berekening gebruikersfase

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgesteld) 11

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Beoogde situatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RyhGkS5uoVaz (07 december 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Van Dun Advies

Vlietweg 2, 4759 CE Noordhoek

Omschrijving

AERIUS kenmerk

18322.009

RyhGkS5uoVaz

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

07 december 2021, 10:37

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

62,50 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Beoogde situatie (gebruikersfase)

Beoogde situatie

RyhGkS5uoVaz (07 december 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Beoogde situatie

Emissie Beoogde situatie

Resultaten

Bron Sector

Beoogde situatie

Emissie NH3

Emissie NOx

Wegverkeer (Noordwestelijke richting) Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

4,01 kg/j

Wegverkeer (zuidoostelijke richting) Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

8,19 kg/j

Stookinstallatie privéwoning Wonen en Werken | Woningen

-

3,60 kg/j

Stookinstallatie bedrijfsruimtes Energie | Energie

-

46,70 kg/j

RyhGkS5uoVaz (07 december 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Wegverkeer (Noordwestelijke richting) 95332, 405772 4,01 kg/j < 1 kg/j

Naam

Beoogde situatie

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

22.502,0 / jaar NOx NH3

1,55 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

2.500,0 / jaar NOx NH3

2,46 kg/j < 1 kg/j

Wegverkeer (zuidoostelijke richting) 95536, 405630 8,19 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

22.502,0 / jaar NOx NH3

3,16 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

2.500,0 / jaar NOx NH3

5,03 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Resultaten

Beoogde situatie

Stookinstallatie privéwoning 95370, 405705 7,0 m 0,000 MW Continue emissie 3,60 kg/j

RyhGkS5uoVaz (07 december 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Resultaten

Beoogde situatie

Stookinstallatie bedrijfsruimtes 95344, 405709 5,0 m 0,220 MW Standaard profiel industrie 46,70 kg/j

RyhGkS5uoVaz (07 december 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Beoogde situatie

RyhGkS5uoVaz (07 december 2021) pagina 6/6

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlage 5 T oelichting invoergegevens AERIUS-berekening

18 ld)

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgeste

Notitie:

Nadere toelichting AERIUS-berekening t.b.v. bestemmingsplan

Locatie:

Vlietweg 2, 4759 CE te Noordhoek

Kenmerk:

18322.009 / TvW

Datum:

07-12-2021

Deze notitie behoort bij de bestemmingsplanprocedure de locatie Vlietweg 2 te Noordhoek. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de gebruikte gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie met het rekenprogramma AERIUS Calculator 2020. Met deze notitie wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling niet leidt tot stikstofdepositie Deze notitie bestaat uit de volgende onderdelen:

1. Invoergegevens stikstofberekening AERIUS ................................................... 2 1.1.

Gebouwinvloed ................................................................................................ 2

1.2.

Toelichting invoergegevens vervoersbewegingen ................................................ 2

1.3.

Toelichting invoergegevens stookinstallaties ....................................................... 3

1.4.

Invoergegevens beoogde situatie ...................................................................... 3

1 van 3

1. Invoergegevens stikstofberekening AERIUS Voor de berekening van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2020. De wijze van invoer hiervoor is opgenomen in de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020. Met behulp van deze gegevens worden in deze paragraaf de invoergegevens nader toegelicht. 1.1. Gebouwinvloed In AERIUS calculator kan het effect van een gebouw op de depositie meegenomen worden. Wanneer een emissiebron op een gebouw staat, of dichtbij een gebouw ligt, kan dit gebouw de verspreiding van de emissies beïnvloeden. Er dient in concentratie- en depositieberekeningen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed wanneer aan alle onderstaande vier criteria wordt voldaan: 1. De bron is een stationaire puntbron. Emissiepunten van stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen voldoen aan dit criterium. Bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen wordt gebouwinvloed niet meegenomen. Ook bij oppervlaktebronnen (terreinen van waaruit diffuse emissies plaatsvinden, bijvoorbeeld bij bemesten en beweiden) wordt gebouwinvloed niet meegenomen in de berekeningen. 2. De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij één of meerdere dominante gebouwen. Een dominant gebouw is een gebouw dat een relatief groot obstakel vormt in zijn omgeving.

Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.1. 3. De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw. Meer uitleg is te vinden in paragraaf 2.2. 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer. Het gaat hier dus om de afstand tussen de bron met gebouwinvloed en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden (dit zijn de locaties waarop AERIUS de bijdrage aan de stikstofdepositie berekent). Na 3 km kan worden verwacht dat er geen, of slechts zeer beperkt, sprake is van gebouweffecten. Na 3 km mag gebouwinvloed voor aanvragen worden verwaarloosd. Wordt aan al deze criteria voldaan, dan moet gebouwinvloed meegenomen worden in de berekening. Wordt aan een of meerdere criteria niet voldaan dan hoeft geen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed. Voor deze situatie geldt dat de bronnen op een afstand van meer dan 3 kilometer van een stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden liggen. Hierdoor is in deze berekening geen rekening gehouden met de gebouwinvloeden. 1.2. Toelichting invoergegevens vervoersbewegingen De vervoersbewegingen voor de beoogde situatie zijn gebaseerd op de CROW-publicatie 381 toekomstbestendig parkeren.

Gezien de beoogde bedrijfsactiviteiten is gebruik gemaakt van de kerncijfers die gelden voor een arbeidsextensieve en bezoekersextensieve bedrijven binnen ‘rest bebouwde kom’. Hier is voor gekozen omdat het een opslag- en verhuurbedrijf betreft waarbij de verkeersintensiteit lager ligt als bij een winkel. De ‘rest bebouwde kom’ is aangehouden omdat de locatie conform het vigerende bestemmingsplan ligt binnen de kernen, maar buiten een groot stedelijk gebied. Voor dergelijke bedrijven binnen de bebouwde kom geldt een verkeersgeneratie van maximaal 5,7 per 100m2 aan bedrijfsvloeroppervlak. Aangezien de beoogde situatie een bedrijfsverzamelgebouw heeft van maximaal 2.400 m2, is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 137 bewegingen per dag. Dit houdt in dat op jaarbasis 50.005 (137 * 365) vervoersbewegingen zijn. Er is vanuit gegaan dat 10% van deze bewegingen zwaar verkeer in de vorm van vrachtwagens betreft. Overige bewegingen zijn voornamelijk met bestelbussen en auto’s met aanhangers. De verdeling betreft dan 5.000 zware voertuigbewegingen en 45.005 lichte bewegingen t.b.v. de bedrijfsactiviteiten. Alle vervoersbewegingen zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. Om deze reden is een afstand van minimaal 250 m1 op de openbare weg opgenomen in de berekening of tot een kruising met een doorgaande weg. In deze afstand kan het verkeer

2 van 3

afremmen of optrekken tot deze de normale snelheid heeft. De locatie is in twee rijrichtingen goed te bereiken. Om deze reden is er van uit gegaan dat de vervoersbewegingen evenredig zijn verdeeld. (50%/50%). 1.3. Toelichting invoergegevens stookinstallaties In zowel het bedrijfsverzamelgebouw als de bedrijfswoning is een stookinstallatie aanwezig voor het verwarmen van de ruimtes. Het gasverbruik van de bedrijfswoning is meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 kg NOx/jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018). Voor het bedrijfsverzamelgebouw is ervan uitgegaan dat per beschikbare bedrijfsruimte 3,59 kg NOx/jaar wordt uitgestoten, overeenkomstig met een vrijstaande woning. In de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat er 13 bedrijfsruimtes worden aangeboden. Dit resulteert in een totale emissie van 46,67 kg NOx/jaar (13 * 3,59). 1.4.

Invoergegevens beoogde situatie Bron 1: Emissiepunt: Lijnbron wegverkeer (Noordwestelijke richting) Materiaal: Lichte en zware motorvoertuigen Aantal: 22.503 lichte voertuigbewegingen per jaar, zie toelichting 2.500 zware voertuigbewegingen per jaar, zie toelichting Bron 2: Emissiepunt: Lijnbron wegverkeer (zuidoostelijke richting) Materiaal: Lichte en zware motorvoertuigen Aantal: 22.502 lichte voertuigbewegingen per jaar, zie toelichting 2.500 zware voertuigbewegingen per jaar, zie toelichting Bron 3: Emissiepunt: X-coördinaat: Y-coördinaat: Luchtstroming: EP-hoogte: E-aanvraag:

Stookinstallatie privéwoning 95370 405705 Ongeforceerd: 7 meter (geschatte hoogte woning) 3,59 kg NOx (zie toelichting)

Bron 3: Emissiepunt: X-coördinaat: Y-coördinaat: Luchtstroming: EP-hoogte: E-aanvraag:

Stookinstallatie bedrijfsruimtes 95344 405709 Ongeforceerd: 5 meter (geschatte hoogte schoorsteen) 46,67 kg NOx (zie toelichting)

3 van 3

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlage 6 Quickscan flora en fauna

22 ld)

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgeste

quick scan flora en fauna onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen

ijzerman advies ruimtelijke ordening & ecologie

Vlietweg 2, Noordhoek rapportnummer 2020590

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

ijzerman advies

|

quick scan flora en fauna Vlietweg 2, Noordhoek rapportnummer 2020590

rapportnummer:

2020590

datum:

29 december 2020

opdrachtgever:

Van Dun Advies

contactpersoon:

F. Van den Borne

uitvoerder:

© IJzerman advies Postbus 6035 5002 AA Tilburg GSM 06-38506432 Mail sander@landschappers.nl www.ijzermanadvies.com

projectleider:

S.J. IJzerman

IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

2

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Inhoudsopgave Inleiding

4

Beleidskader

5

Wet natuurbescherming

5

Werkwijze quick scan

6

Veldinspectie

6

Deskstudie

6

Expert judgement

6

Gebiedsbeschrijving

7

Huidige situatie

7

Beschermde natuurwaarden

9

Flora

10

Ongewervelden

10

Amfibieën, vissen en reptielen

10

Broedvogels

10

Zoogdieren

11

Advies

12

Bronnen

13

ijzerman advies

|

3

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Inleiding

In opdracht van Van Dun Advies heeft IJzerman advies een quick scan flora en fauna uitgevoerd voor de locatie Vlietweg 2 te Noordhoek. De quick scan is uitgevoerd in het kader van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ingrepen dient in kaart te worden gebracht of actuele beschermde natuurwaarden van de locaties worden bedreigd. In deze quick scan flora en fauna wordt vooraf een inschatting gemaakt van de effecten die toekomstige ruimtelijke ingrepen op de actuele beschermde natuurwaarden zullen hebben. Daarnaast wordt ook vanuit het oogpunt van planologische gebiedsbescherming naar de locaties gekeken. De quick scan flora en fauna is een toetsingsinstrument en levert een aantal duidelijke adviezen die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen (zoals bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek, vergunning, ontheffing of een goedgekeurde gedragscode). IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en hanteert de door deze brancheorganisatie opgestelde gedragscode.

ijzerman advies

|

4

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Beleidskader Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt 3 bestaande wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Boswet en de Flora- en faunawet (bescherming van soorten). Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000- gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming.

Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning apart een ontheffing aangevraagd. Het is aan de gemeente (als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning) om te controleren of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager al apart ontheffing heeft aangevraagd. Essentieel is dat de gemeente toetst of de initiatiefnemer al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling gevolgen heeft voor beschermde soorten. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) 3. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Dit kan eveneens verschillen per provincie. Landelijk zijn er van een aantal vogelsoorten bovendien de nesten jaarrond beschermd. Daarnaast zijn er een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten.

ijzerman advies

|

5

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Werkwijze quick scan

De quick scan flora en fauna is een oriënterend onderzoek naar de actuele beschermde natuurwaarden van een locatie in relatie tot de geplande ingrepen. De quick scan flora en fauna is een momentopname in tegenstelling tot een volledig ecologisch onderzoek dat uitgebreider is wat betreft omvang en tijdsduur. Een volledig ecologisch onderzoek bestaat uit soortgerichte, uitgebreide inventarisaties, die meestal in diverse opnamerondes en volgens standaardmethodes worden uitgevoerd. De quick scan flora en fauna bestaat uit een veldinspectie, een deskstudie en een beoordeling op basis van expert judgement. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de quick scan een veelgebruikt instrument dat inzicht geeft in de consequenties van de ingrepen ten aanzien van de natuurwetgeving.

Veldinspectie

De veldinspectie heeft plaats gevonden op 11 december 2020. Hierbij werd de ecologische potentie van de locaties in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten (ook in de directe omgeving) onderzocht. Er is gezocht naar sporen van zoogdieren en vogels (uitwerpselen, nesten, holen, haren, veren, krabsporen en pootafdrukken). Alle te renoveren bebouwing is uitvoerig aan binnen- en buitenzijde onderzocht. Hiervoor was een endoscoop met camera voorhanden. Daarnaast is er gezocht naar plantenresten of beginnende vegetaties. De weersomstandigheden waren bewolkt en regenachtig.

Deskstudie

De deskstudie richt zich op bekende ruimtelijke plannen (lokaal, provinciaal, nationaal en Europees) die relevant zijn voor deze locaties. Daarnaast is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd voor de locatie specifiek en de directe omgeving ervan.

Expert judgement

Op basis van expert judgement wordt een uitspraak gedaan over de actuele beschermde natuurwaarden van de locaties in relatie tot geplande ontwikkelingen. Voor de expert judgement kan gebruik worden gemaakt van een netwerk van specialisten. Als de deskstudie en de veldinspectie onvoldoende houvast bieden om tot een onderbouwde beoordeling te komen, zal worden aangegeven dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de effecten op de aanwezige natuurwaarden te kunnen beoordelen.

ijzerman advies

|

6

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Gebiedsbeschrijving Huidige situatie

De planlocatie is gelegen op Vlietweg 2 in het buitengebied zuidelijk van de kern van Noordhoek, direct gelegen aan de snelweg A59. Op de locatie staat een woning en de loodsen van voormalige champignonteelt. Deze schuren hebben bakstenen muren en daken van plaatmateriaal, deels asbesthoudend. Enkele muren zijn eveneens van plaatmateriaal. Langs de zuidkant hebben de muren spouwopeningen op circa 50 centimeter boven de grond. Ten tijde van de inspectie werden de loodsen gebruikt als stalling voor caravan en voertuigen en als werkplaats. Opgaande groenstructuren bevinden zich alleen langs de snelweg. Men is voornemens het dak te vervangen en de bebouwing te renoveren.

Afbeelding 1: ligging plangebied blauw (bron: Google Earth)

ijzerman advies

|

7

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

ijzerman advies

|

8

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Beschermde natuurwaarden

Het plangebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden zullen geen negatieve effecten ondervinden van de geplande ontwikkelingen, ten opzicht van het huidige gebruik. Er vinden geen verhoogde emissies van licht, geluid of stoffen plaats die van negatieve invloed zouden kunnen zijn op Natura 2000 gebieden. Een vergunning Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

Afbeelding 3: Natuurnetwerk Brabant in groen (bron: provincie Noord-Brabant)

ijzerman advies

|

9

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Flora

Bij de veldinspectie is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. De locatie laat zich omschrijven als verharde voormalige agrarische gebruiksruimte. Op en langs de randen van de percelen zijn enkel vrijgestelde soorten en zijn er geen beschermde soorten aangetroffen. Het plangebied is met nadruk geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten. Deze soorten of hun groeiplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.

Ongewervelden

Beschermde ongewervelden, zoals bepaalde vlinders, libellen en kevers, zijn niet aangetroffen op de planlocatie. De locatie bevat geen natuurlijk ontwikkelde oevervegetaties of arme- of matig-voedselrijke vegetaties. Beschermde soorten zijn vaak zeer specifiek in hun biotoopkeuze en afhankelijk van de aanwezigheid van (vaak zeldzame en kwetsbare) waardplanten of vegetaties. Op de planlocatie ontbreken deze omstandigheden, waardoor ook geschikte biotopen voor deze beschermde ongewervelden ontbreken. Op basis van de aangetroffen omstandigheden kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde soorten voorkomen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.

Amfibieën, vissen en reptielen

Potentiële geschikte water- en oeverstructuren voor beschermde soorten ontbreken op de planlocatie zelf. Beschermde amfibieën- of vissoorten zullen hierdoor geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is landgebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie is het mogelijk dat er in het plangebied enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn (artikel 3.10), worden zij niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (hier van toepassing). Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Op de planlocatie zijn geen overig beschermde soorten aangetroffen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.

Broedvogels

Alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van de nieuwe Wet natuurbescherming. U dient daarom gedurende de renoveringswerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen, soorten waarvan de nesten jaarrond

ijzerman advies

|

10

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

beschermd kunnen zijn. Alle potentiële nestlocaties waren visueel goed te onderzoeken. Er zijn geen nesten, prooiresten of uitwerpselen van deze groepen aangetroffen in de te renoveren bebouwingsdelen. Initiatiefnemer dient rekening te houden dat de ontwikkelingen geen fysieke verstoring van nestlocaties van broedende vogels (zoals vernietiging, verplaatsing of bewuste verjaging) tot gevolg heeft.

Zoogdieren

Het is mogelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de locaties kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. In de provincie Noord-Brabant zijn de bunzing, hermelijn en wezel eveneens beschermd. De locatie is uitvoerig geïnspecteerd op sporen die duiden op de aanwezigheid van deze soorten. Ook is gekeken of er op de locatie potentieel geschikt habitat aanwezig is. De bebouwingsdelen op de planlocatie waren visueel goed te onderzoeken. Er zijn geen sporen zoals prooiresten, pootafdrukken, wissels, uitwerpselen of nestmateriaal aangetroffen. Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep beschermde soorten.

De checklist van het Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtpunten: • Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam,- zomer- en paarverblijfplaatsen, • zijn er sporen van aanwezigheid en • is er sprake van een foerageergebied? De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Hiervoor is eveneens een camera met endoscoop voorhanden geweest. Meststrepen op de muren, uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duidden op de aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen ontbreken. Geschikte spouwruimtes, tussenruimtes en zolderruimtes ontbreken. De aanwezige spouwopeningen zijn allen visueel geïnspecteerd. Deze zaten laag op de muur geplaatst en zaten dicht met stof en spinnenwebben. De bebouwing is in gebruik en vertoond nergens tussenruimtes of holtes die geschikt zijn als verblijfslocatie voor vleermuizen. De bebouwing is niet in gebruik als verblijfslocatie door vleermuizen. In de omgeving kunnen in theorie algemene soorten zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) voorkomen. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting.

Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen, worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De ligging direct langs de A59 maakt de locatie. Winderig, laauwaaerig en tochtrijk en daardoor minder geschikt voor vleermuizen. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek

ijzerman advies

|

11

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

aan geschikte verblijfslocaties of het ontbreken van een gebruiksfunctie (foerageergebied of vliegroute) geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.

Advies

• Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. • Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties. Van gebouwbewonende soorten zoals huismussen, gierzwaluwen, uilen of vleermuizen zijn geen nest- of verblijfslocaties in de te renoveren structuren aangetroffen. Er worden geen vaste nest- of verblijfslocaties aangetast. Ook nader onderzoek hiernaar is niet relevant. • Initiatiefnemer dient rekening te houden dat de ontwikkelingen geen fysieke verstoring van nestlocaties van broedende vogels (zoals vernietiging, verplaatsing of bewuste verjaging) tot gevolg heeft.

ijzerman advies

|

12

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

Bronnen

http://www.brabant.nl/ www.vogelbescherming.nl www.ravon.nl www.sovon.nl https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/wetgeving-voor-natuurbescherming-in-nederland https://www.ndff-ecogrid.nl/

Boye, P. et al., Fledermäuse und Fledermausschutz in Deutschland, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 1999. Broekhuizen, S., et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV, Utrecht, 1992. Diepenbeek, A. van, Veldgids diersporen, KNNV, Utrecht, 1999. Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen van amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Dietz, C. et al., Handbuch der Fledermäuse Europas und Nordwestafrikas, Kosmos, 2007. Dietz, M. et al. Von Fledermäusen und Menschen, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2002. Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting RAVON, Nijmegen, 1993. Limpens, H., et al., Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV, Utrecht, 1997. Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, 2004. Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 1996. Nie, H. de, Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, Media Publishing Int BV, Doetinchem 1996. Simon, M, et al. Ecology and Conservation of Bats in Villages and Towns, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2004. Sinsch, U., Biologie und Ökologie der Kreuzkröte, Laurenti, 1998.

ijzerman advies

|

13

quick scan flora en fauna

Vlietweg 2

Noordhoek

SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002. Spikmans, F. & J. Kranenbarg, Herkenning zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Spikmans, F. & T. de Jong, Het waarnemen van zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Stumpel, T en H. Strijbosch, Veldgids Amfibieën en reptielen, KNNV, Utrecht, 2006. Twisk, P., et al., Zoogdieren van West-Europa, KNNV, Utrecht, 1994. Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999.

ijzerman advies

|

14

bestemmingsplan Vlietweg 2 Noordhoek

Bijlage 7 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

bestemmingsplan "Vlietweg 2 Noordhoek" (vastgesteld) 37

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Vlietweg 2 te Noordhoek

Opdrachtgever :

Van Dun Advies B.V. Postel 8 5711 ET Someren

Kenmerk :

1296.59.201.r1

Datum :

15 januari 2021

Auteur :

B.M. Prinse

Gecontr. :

S.A.C. Schrauwen

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING......................................................................................................... 1 2. VOORONDERZOEK ............................................................................................. 2 2.1

Algemeen en bronvermelding ....................................................................... 2

2.2

Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie ........................................ 2

2.3

Bodemonderzoeken/-saneringen ................................................................... 4

2.4

Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................. 4

2.5

Hypothese ................................................................................................... 5

3. VELDWERK ........................................................................................................ 6 3.1

Uitvoering van het veldwerk ......................................................................... 6

3.2

Resultaten van het veldwerk ......................................................................... 6

3.3

Afwijkende bodemkenmerken ....................................................................... 7

4. CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................... 8 4.1

Uitvoering van het chemisch-analytisch onderzoek ......................................... 8

4.2

Toetsingscriteria .......................................................................................... 9

4.3

Interpretatie analyseresultaten ................................................................... 10

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................... 13 6. VERANTWOORDING ......................................................................................... 15 7. LITERATUURLIJST ........................................................................................... 16 BIJLAGEN 1a. Situatieschets met geplaatste boringen 1b. Kadastrale tekening 1c. Foto’s onderzoekslocatie 2. Boorprofielen 3. Analyseresultaten en toetsingstabellen grond en grondwater 4. Algemene gegevens proefgaten

1. INLEIDING In opdracht van Van Dun Advies B.V. heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Vlietweg 2 te Noordhoek. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijziging. Het doel van dit verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit (in relatie tot mogelijke verontreinigingen in de bodem). Hiertoe is de kwaliteit van zowel de grond als het grondwater beoordeeld op basis van een steekproef, waarbij een beperkt aantal boringen is verricht en een aantal grond(meng)monsters en grondwatermonsters chemisch-analytisch zijn onderzocht. Als uitgangspunt voor de onderzoeksstrategie is de werkwijze conform de NEN 5725 (vooronderzoek), de NEN 5740 (uitvoering verkennend onderzoek) en de NEN 5707/ NEN 5897 (uitvoering verkennend asbestonderzoek in grond/ puin) gehanteerd. In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de locatiegegevens, de verrichte veldwerkzaamheden, het chemisch-analytisch onderzoek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Tot slot worden de verzamelde gegevens over de grond- en grondwaterkwaliteit getoetst aan de huidige richtlijnen en worden aanbevelingen geformuleerd. Moerdijk Bodemsanering B.V. is in het bezit van het Procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de BRL 2000.

Het veldwerk is derhalve verricht onder dit certificaat op basis van de richtlijnen in de protocollen 2001, 2002 en 2018. Moerdijk Bodemsanering B.V. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de daarbij behorende protocollen.

1296.59.201.r1

1

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Algemeen en bronvermelding Alvorens het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd is een vooronderzoek verricht conform de NEN 5725-norm; strategie A-Bodemonderzoek. Op basis van het vooronderzoek is bepaald of in het verleden mogelijk (meer) bodembedreigende activiteiten zijn ontplooid. Bij het verzamelen van de historische gegevens zijn verschillende bronnen geraadpleegd. In onderstaande tabel is vermeld welke bronnen hiervoor gebruikt zijn en welke informatie daar globaal te vinden is. In de hierna volgende paragrafen zijn de resultaten van het vooronderzoek toegelicht. Tabel 1. Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Internet www.bodemloket.nl

www.dinoloket.nl

Indicatie aanwezigheid (ernstige) bodemverontreiniging of bodembedreigende activiteiten. De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) zijn onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties. Op de kaart kunnen adresgegevens eenvoudig verkregen worden, alsmede het bouwjaar van de aanwezige gebouwen en het gebruiksdoel van het gebouw. Indicatie bodemopbouw en geohydrologie.

www.topotijdreis.nl

Indicatie historisch gebruik van de onderzoekslocatie (o.a. bebouwing).

www.archeologieinnederland.nl

Verwachtingskans archeologische monumentenkaart (AMK).

www.bagviewerkadaster.nl

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en Gemeente Moerdijk Milieuvergunning

Tankenbestand

Veel inrichtingen (bedrijven en instellingen) hebben een omgevingsvergunning nodig. Aan de verlening van een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Op de locatie of in de directe omgeving kunnen reeds bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Deze kunnen een indicatie geven van de kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Indicatie aanwezigheid (ondergrondse) brandstoftank(s).

Asbestkansenkaart

Verwachtingskans aantreffen asbest in de bodem.

Bodemonderzoeken

2.2 Historische en actuele gegevens onderzoekslocatie De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Standdaarbuiten, sectie G, nummers 58 en 59, en heeft een oppervlakte van circa 7.000 m2. De locatie betreft een woning met voormalige champignonkwekerij. Een situatieschets van de locatie is opgenomen in bijlage 1a; een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage 1b. In bijlage 1c zijn enkele foto’s van de locatie opgenomen.

1296.59.201.r1

2

In tabel 2 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. Tabel 2. Historisch, huidig en toekomstig bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie Voormalige bodembedreigende activiteiten Boven- en ondergrondse tanks

De woning op de locatie is vermoedelijk omstreeks 1950 gerealiseerd. De champignonkwekerij is omstreeks 1970 gerealiseerd en ondertussen al geruime tijd verhuurd aan derden. Niet bekend. Niet bekend.

Ophoging en demping

Niet bekend.

Voormalige bodembedreigende activiteiten in de nabijheid van de locatie Explosieven en archeologie

Niet bekend.

Calamiteiten

Niet bekend.

Niet bekend.

Huidig Locatie-inspectie

Bebouwing

De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, op 8 december 2020 uitgevoerd door de heer N. Havermans. Hierbij zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Woning met loods welke verhuurd wordt aan derden (voornamelijk t.b.v. opslag voor o.a. caravans, hooi, etc.). Verder zijn twee paardenstallen en een paardenbak aanwezig. Woning, loods (voormalige champignonkwekerij) en twee paardenstallen.

Terreinverharding

Beton, asfalt, klinkers en onverhard.

Bodembedreigende activiteiten Asbesthoudende bouw-, bodem- en/of verhardingsmaterialen Geval van ernstige bodemverontreiniging Gebruik directe omgeving

Niet aanwezig.

Gebruik locatie

Op de loods en een van de paardenstallen is de dakbedekking asbesthoudend. Aan de noordzijde van de loods is een strook (van circa 32 meter) waar geen dakgoot, en onder de dakrand geen verharding, aanwezig is. Niet bekend. Voornamelijk agrarische doeleinden.

Toekomstig Gebruik locatie

Zie huidig.

Bodembedreigende activiteiten

n.v.t.

1296.59.201.r1

3

Luchtfoto onderzoekslocatie

(bron: Google Earth)

2.3 Bodemonderzoeken/-saneringen Op de locatie en in de directe nabijheid ervan zijn geen (relevante) bodemonderzoeken en/of saneringen bekend. Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Moerdijk (nota Bodembeheer) valt de boven- en ondergrond op de locatie in de kwaliteitsklasse ‘AW2000’.

2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Voor het verkrijgen van inzicht in de regionale bodemopbouw en de geohydrologische gegevens van de omgeving is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland. Ter plaatse kunnen de volgende geohydrologische eenheden worden onderscheiden: Tabel 3. Geohydrologische gegevens Globale diepte (m -mv) Geohydrologische eenheid

Samenstelling

0-4

Deklaag

Fijne slibhoudende zanden en klei

4-9

Eerste watervoerend pakket

Fijnzandige afzettingen

1296.59.201.r1

4

De horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht, maar zal mogelijk worden beïnvloed door lokale ontwateringsmiddelen (sloten, kabels en leidingen). De locatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

2.5 Hypothese Als uitgangspunt voor de onderzoeksstrategie zullen de NEN 5740 en de NEN 5707/ NEN 5897 gehanteerd worden. Het bodemonderzoek heeft een zogenaamd retrospectief karakter, dit wil zeggen dat het onderzoek primair gericht is op reeds opgetreden (bodem)verontreiniging. De onderzoekslocatie betreft het in bijlage 1a aangegeven terrein met een totaaloppervlak van circa 7.000 m2. Op basis van de hierboven weergegeven informatie wordt de volgende hypothese met bijbehorende onderzoeksstrategie toegepast : Tabel 4. Onderzoeksstrategie Deellocatie(s) Strategie A) Gehele locatie, circa 7.000 m2 B) Toplaag onder dakrand asbesthoudende dak, circa 32 meter C) Puinstabilisatielaag, circa 220 m2

1296.59.201.r1

ONV-NL

Mogelijke parameter(s) in grond/puin -

Mogelijke parameter(s) in grondwater -

VED-HE

Asbest

-

-

(asbest)

-

5

3.

VELDWERK

3.1 Uitvoering van het veldwerk Ter plaatse zijn de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 5. Veldwerkzaamheden Deellocatie A) Gehele locatie, circa 7.000 m2 B) Toplaag onder dakrand asbesthoudende dak, circa 32 meter C) Puinstabilisatielaag, circa 220 m2

Veldwerk 15 x boring tot 1,0 meter beneden maaiveld (m -mv) 3 x boring tot het freatisch grondwater (minimaal 1,0 m -mv/ maximaal 2,0 m -mv) 1 x boring tot in het grondwater, welke tevens wordt afgewerkt middels een peilbuis 4 x proefgat (0,3 x 0,3 m) tot minimaal 0,5 m -mv 4 x proefgat (0,3 x 0,3 m) tot minimaal 0,5 m -mv

3.2 Resultaten van het veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd conform de protocollen 2001, 2002 en 2018. De veldwerkzaamheden zijn verricht op 8 en 18 december 2020. De peilbuis is, enkele malen te zijn afgepompt, op 18 december 2020 bemonsterd. Alle veldwerkzaamheden zijn verricht door de erkende veldwerker N. Havermans. In bijlage 1a zijn de boorposities weergegeven. De bodem ter plaatse is globaal als volgt opgebouwd: Vanaf maaiveld is tot circa 2,6 m -mv (einde boordiepte) een heterogeen pakket met klei, zand en veen aangetroffen. Het vrijgekomen boormateriaal is zintuiglijk beoordeeld op geur, kleur en samenstelling en beschreven in boorprofielen (zie bijlage 2). In de volgende tabel zijn de veldgegevens van het grondwater opgenomen. Tabel 6. Veldgegevens grondwater Grondwaterstand Peilbuis (filterstelling in m -mv) (m -mv) 01 (1,6 - 2,6) 1,06

Zuurgraad (pH)

Elektrisch geleidingsvermogen (Ec in µS/cm)

Troebelheid (NTU)

7,6

700

3,6

De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn normaal te noemen voor dit type bodem. Afwijkende waarden kunnen een indicatie zijn voor bodemverontreiniging. De gemeten waarden geven geen aanleiding aan te nemen dat sprake is van een dergelijke situatie.

1296.59.201.r1

6

3.3 Afwijkende bodemkenmerken Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) de volgende afwijkende bodemkenmerken waargenomen: Tabel 7. Afwijkende bodemkenmerken Boring/proefgat Traject (m -mv) 08 0,85 - 0,86

Zintuiglijke afwijking gestaakt

15

0,20 - 0,40

volledig puin

17

0,10 - 0,30

volledig dakpan

104

0,10 - 0,50

volledig puin

105

0,20 - 0,34

volledig puin

106

0,25 - 0,45

volledig puin

107

0,10 - 0,30

volledig dakpan

Voor het overige zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen afwijkingen waargenomen. Asbest Op de locatie is geen (deugdelijke) maaiveldinspectie verricht, aangezien ter plaatse van de puinstabilisatielaag een klinkerverharding aanwezig is. Ter plaatse van de toplaag onder de dakrand is teveel vegetatie aanwezig, waardoor een deugdelijke maaiveldinspectie niet mogelijk is. Het tijdens het veldwerk vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. Het te analyseren materiaal is per laag op de locatie gezeefd (met een maaswijdte van 20 mm). Indien na het zeven visueel asbestverdachte materialen achterblijven, worden deze verzameld (en onderzocht). Er zijn visueel in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In bijlage 4 zijn de algemene gegevens van de proefgaten opgenomen.

1296.59.201.r1

7

4. CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK 4.1 Uitvoering van het chemisch-analytisch onderzoek De volgende analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde milieulaboratorium Eurofins Analytico te Barneveld: Tabel 8. Analyses Code M01 M02

M03

M04

GW01 AM01

AM02

Monster(s)

Analyse grond

Analyse grondwater

06 (0,10 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 01 (0,09 - 0,50) 02 (0,10 - 0,50) 03 (0,10 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 13 (0,20 - 0,50) 14 (0,14 - 0,30) 17 (0,30 - 0,50) 18 (0,10 - 0,50) 01 (0,60 - 1,00) 05 (0,70 - 1,10) 07 (0,50 - 0,80) 08 (0,50 - 0,85) 09 (0,70 - 1,00) 10 (0,60 - 1,00) 12 (0,50 - 0,90) 03 (0,50 - 1,00) 13 (0,50 - 1,00) 14 (0,50 - 0,90) 15 (0,70 - 1,00) 16 (0,40 - 0,90) 17 (0,50 - 1,00) 18 (0,50 - 1,00) 19 (0,50 - 1,00) 01 (1,60 - 2,60)

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

NEN-gr

-

-

NEN-gw

100 (0,00 - 0,20) 101 (0,00 - 0,20) 102 (0,00 - 0,20) 103 (0,00 - 0,20) 104 (0,10 - 0,50) 105 (0,20 - 0,34) 106 (0,25 - 0,45) 107 (0,10 - 0,30)

Asbest grond

-

Asbest puin

-

NEN-gr:

lutum en organische stof (in minimaal 2 representatieve mengmonsters), 9 zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 vrom), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie;

NEN-gw:

9 zware metalen, aromaten (BTEXN), vluchtige chloorhoudende oplosmiddelen (VOCL), styreen en minerale olie.

1296.59.201.r1

8

4.2 Toetsingscriteria De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streefen interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden voor grond: - AW: Achtergrondwaarde, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden; - T: tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde, criterium voor nader onderzoek; - I: Interventiewaarde, het gehalte waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. Voor grondwater gelden de volgende toetsingswaarden: - S: Streefwaarde, ijkpunt voor een milieukwaliteit van het grondwater op lange termijn op basis van het verwaarloosbaar risiconiveau voor het ecosysteem; - T: Tussenwaarde, het gemiddelde van de Streefwaarde en Interventiewaarde, criterium voor nader onderzoek; - I: Interventiewaarde, het gehalte waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. Asbest De interventiewaarde voor asbest in grond, bodem en puingranulaat is vastgesteld op 100 mg/kg d.s.

gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De waarde van 100 mg/kg d.s. gewogen geldt tevens als eis voor de hergebruikswaarden voor asbest in grond, baggerspecie en bouwstoffen. De genoemde richtlijnen gelden voor zowel gebonden als niet gebonden asbest. In tegenstelling tot andere chemische stoffen is het volumecriterium (minimaal 25 m3 verontreinigd bodemvolume) voor asbest niet van toepassing. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s. (gewogen)), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging.

1296.59.201.r1

9

Voor de berekening van de concentratie asbest in de bodem wordt in eerste instantie het gewicht van alle verzamelde asbesthoudende materialen per proefgat/-sleuf bepaald. Op basis van dit gewicht per sleuf met daarbij het percentage asbest in de representatieve (plaat)materialen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen serpentijnasbest en amfiboolasbest, worden de concentraties serpentijn- en amfiboolasbest berekend voor de gehele sleuf. Vervolgens worden deze berekende concentraties asbest opgeteld bij de concentraties asbest in de representatieve mengmonsters, waarna de totale serpentijnasbestconcentratie wordt vermeerderd met 10 maal de totale amfiboolasbestconcentratie. Besluit bodemkwaliteit (BBK) Voor de toepassing van grond en bagger op landbodem geldt vanaf 1 juli 2008 het toetsingskader op basis van het Besluit bodemkwaliteit. In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit zijn normen opgenomen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of bagger of de kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden getoetst. De analyseresultaten zijn met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (T1, beoordeling kwaliteit grond en bagger bij toepassing op of in de bodem) indicatief getoetst aan de toetsingswaarden van de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten hiervan zijn opgenomen in tabel 10.

Wel dient opgemerkt te worden dat de grond niet onderzocht is op Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS). Indien in toekomst grondverzet plaatsvindt, dient de grond (waarschijnlijk) aanvullend onderzocht te worden. Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van de gemeente in acht genomen te worden. Binnen het generieke beleid van het besluit bodemkwaliteit worden bij grondverzet de volgende toetsingswaarden onderscheiden: -AW: Achtergrondwaarde, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden. -MWw: Maximale Waarde wonen, het maximale gehalte waarbij de bodemkwaliteit duurzaam geschikt is voor de bodemfunctieklasse wonen; -MWi: Maximale Waarde industrie, het maximale gehalte waarbij de bodemkwaliteit duurzaam geschikt is voor de bodemfunctieklasse industrie. 4.3 Interpretatie analyseresultaten De volgende tabellen geven een overzicht van de analyseresultaten van de grondmonsters en het grondwatermonster. De analyseresultaten en toetsingswaarden zijn opgenomen in bijlage 3.

1296.59.201.r1

10

Tabel 9. Interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters Code Monsters >AW (+index) >T (m -mv) M01 06 (0,10 - 0,50) PCB (0,01) 10 (0,00 - 0,50) Zink (0,04) M02 01 (0,09 - 0,50) PCB (0,01) 02 (0,10 - 0,50) 03 (0,10 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 13 (0,20 - 0,50) 14 (0,14 - 0,30) 17 (0,30 - 0,50) 18 (0,10 - 0,50) M03 01 (0,60 - 1,00) 05 (0,70 - 1,10) 07 (0,50 - 0,80) 08 (0,50 - 0,85) 09 (0,70 - 1,00) 10 (0,60 - 1,00) 12 (0,50 - 0,90) M04 03 (0,50 - 1,00) 13 (0,50 - 1,00) 14 (0,50 - 0,90) 15 (0,70 - 1,00) 16 (0,40 - 0,90) 17 (0,50 - 1,00) 18 (0,50 - 1,00) 19 (0,50 - 1,00)

>I (+index)

Indicatief BBK

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

-

Altijd toepasbaar

Tabel 10. Interpretatie van de analyseresultaten van het grondwatermonster Code Monster >S (+index) >T (m -mv) GW01 01 (1,60 - 2,60) -

>I (+index) -

Tabel 11. Analyseresultaten fijne fractie grondmonsters Code Monsters Gehalte asbest <20 mm (mg/kg d.s.) (m -mv) AM01 100 (0,00 - 0,20) 3,2 1) 101 (0,00 - 0,20) 102 (0,00 - 0,20) 103 (0,00 - 0,20) AM02 104 (0,10 - 0,50) - 2) 105 (0,20 - 0,34) 106 (0,25 - 0,45 107 (0,10 - 0,30) 1) Enkele losse vezels aangetroffen. Uit het onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd blijkt dat het aandeel aan respirabele vezels waarschijnlijk niet meer zal zijn dan 5 - 10 % van het totale asbesthalte (zie RIVM-rapport 711701034/2003). Aanvullende onderzoek/analyse naar respirabele vezels wordt niet noodzakelijk geacht. 2) De aangeboden monsterhoeveelheid van de puinlaag voldoet niet aan de eis conform de NEN 5898, echter (gezien er geen asbest is aangetroffen) heeft dit geen invloed op het eindresultaat van het verkennend asbestonderzoek.

1296.59.201.r1

11

Uit de analyseresultaten kan het volgende worden afgeleid: A) Gehele locatie, circa 7.000 m2: - In bovengrondmengmonster M01 zijn licht verhoogde gehalten aan pcb en zink aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. - In bovengrondmengmonster M02 is een licht verhoogd gehalte aan pcb aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet benaderd. - In de ondergrondmengmonsters M03 en M04 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. - In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. B) Toplaag onder dakrand asbesthoudende dak, circa 32 meter: - In de toplaag (druppellijn) ter plaatse van AM01 is in de fijne (< 20 mm) fractie een licht verhoogd gehalte aan asbest aangetroffen. Visueel zijn op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. C) Puinstabilisatielaag, circa 220 m2: - In de puinlaag ter plaatse van AM02 is in de fijne fractie (< 20 mm) geen verhoogd gehalte aan asbest aangetroffen. Visueel zijn in de puinlaag geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=8adf0b7b-95f7-4860-8d44-0aca14fc27ba