CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag hoorzitting ruimtelijke plannen 7 januari 2025

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Randweg Klundert: onteigeningsprocedure4.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag hoorzitting ruimtelijke plannen Datum: 7 j a n u a r i 2 0 2 5 Aanwezig: Commissieleden:

Voorzitter: Griffie: Onderwerp: Insprekers:

C.P.M. Scheenaard (UM), J. Lems (UM), J.M.C.W. Koevoets (VVD), P. Stehouwer (BBM/BBB), J.G. Schreuders (BBM/BBB), C.A.M. Damen (BBM/BBB), N.C. van Drimmelen (CDA), E. Willemse(ML), H.J. Janse (CU), G. Wiers (D66), M.F.M. Kuijpers (D66) E.P.H.J. van der Linden R.C.S.W.J. Willeboordse (verslag) P181 Randweg Klundert: Onteigeningsprocedure De heer Jongmans, mevrouw mr. Wijnen

01 Opening De voorzitter opent de hoorzitting om 19.30 uur.

02 P181 Randweg Klundert: Onteigeningsprocedure 02.1 Toelichting door de heer Jongmans De heer Jongmans haalt een artikel in de Bode aan over twee aanpassingen in het ontwerpbesluit. De reactie op de zienswijze en de gedane aanpassingen zijn hem niet bekend. De heer Jongmans geeft een toelichting. Zijn sprekerstekst is als bijlage toegevoegd bij dit verslag. De heer Lems vraagt of het bod dat gedaan is ontoereikend was voor hem om aan vervangende grond te komen. De heer Jongmans benadrukt dat er niet sprake is van een schadeloosstelling maar een onteigeningsbeschikking. Met het bod van de gemeente was het niet mogelijk om vervangende grond te kopen. De heer Schreuders vraagt of het één op één teruggeven van grond niet voldoende is. De heer Jongmans geeft aan dat dit niet een onderhandeling is. Het gaat over goede vervangende grond en goede communicatie. 02.2 Toelichting namens familie Den Engelse Mevrouw mr. Wijnen doet de toelichting namens familie Den Engelse. Ze is de advocaat namens de familie Den Engelse en de heer Van de Wiel. Ze deelt pleitnota’s uit met de toelichting die ze doet. De pleitnota is als bijlage aan het verslag toegevoegd. Ze komt terug op het artikel in de Bode. Ze vindt het onzorgvuldig dat niet duidelijk is wat de aanpassingen zijn van het ontwerpbesluit die naar aanleiding van de zienswijzen zijn gedaan. Naar aanleiding van de opmerkingen van mr.

Wijnen over de zienswijzen en de aanpassingen die naar aanleiding daarvan zijn gedaan, reageert de voorzitter dat raadsleden het logboek kunnen inzien als geheime bijlage, en dat het raadsvoorstel dat nu voorligt de aanpassingen bevat. Mr. Wijnen geeft aan dat de belanghebbenden geen inzage hebben gehad in het logboek. De voorzitter zegt toe dat de griffie nagaat of de belanghebbenden recht hebben om de logboeken in te zien. De heer Schreuders vraagt naar de samenhang met dit proces en de procedure bij de Raad van State. Volgens mr. Wijnen is een van de voorwaarden van de onteigening dat als de Raad van State het bestemmingsplan afkeurt, de onteigening niet doorgaat. Mevrouw Koevoets beaamt dat de raad de stukken kan lezen en vraagt of de inspreker de raad erop vertrouwt dat ze dat lezen. Mevrouw mr. Wijnen reageert dat haar punt is dat de belanghebbenden deze gelegenheid niet hebben gehad om het logboek in te zien.

02.3 Toelichting namens de heer Van de Wiel Mr. Wijnen deelt pleitnota uit met de toelichting die ze doet. De pleitnota is als bijlage aan het verslag toegevoegd. Ze verzoekt of de heer Van de Wiel of hij aan het einde ook mag inspreken. De voorzitter vraagt de vergadering of ze dit toestaan. De vergadering staat dit toe. Mr. Wijnen geeft de raad ter overweging mee om het besluit uit te stellen en Gloudemans uit te nodigen om in te spreken. De heer Van de Wiel krijgt het woord. Zijn bijdrage is als bijlage toegevoegd aan dit verslag. De heer Van Drimmelen vraagt hoeveel mensen betrokken waren bij het verzet tegen de Randweg Klundert. De heer Van de Wiel vertelt dat het vroeger een groep boeren en middenstanders was, maar dat ze het gevoel hebben gehad dat er weinig naar de bezwaren werd geluisterd.

03 Sluiting De voorzitter sluit de hoorzitting om 20.16 uur. De commissie bespreekt het raadsvoorstel op 16 januari, de raad neemt een besluit op 30 januari. Het verslag van de hoorzitting wordt bij de stukken van de commissie en de raad gevoegd. Mevrouw Den Engelse verzoekt of het verslag ter goedkeuring aan haar of mr. Wijnen wordt gedeeld. De voorzitter geeft aan dat er opnames van het verslag zijn.

/

TEKSTT.B.V. HOORZITTING

Ikwilgraageentoelichtinggeven op mijn bezwaartegen devoorgenomen onteigeningsbeschikking. Vanaf 2022 hebben wetelkens aangegeven in gesprek te willen over de overdrachtvan onze grond voorde rondweg als de gemeente vervangende grond kan aanbieden die recht doet aan de structuur en de toekomstvan ons bedrijf. In dat verband hebben we de gemeente geattendeerd op een verkoop bij inschrijving van een perceel cultuurgrond in Willemstad. De gemeente heeft naaraanleiding hiervan dat perceel aangekocht en heeft aangegeven deze grond als compensatiegrond tewillen inzetten. Er is daarvoor een voorstel tot ruiling gedaan, maar dat was voorons niet acceptabel. Het voorstelomvatte een ruilingvoor alleen de oppervlaktevan de aan te leggen rondwegvan ruim een halve hectare, maar er wordt volledigvoorbij gegaan aan het feit dat ons aaneengesloten perceel van nu ruim 13,5 hectarewordt doorsneden en aan één zijde nog maar een klein, minder effectief te betelen perceeltje overblijft. We hebben de gemeente op alternatieven gewezen, o.a. op het in het verlengde van het kleine resterende perceelsgedeelte gelegen perceel dat eigendom is van de gemeente. Dat is nog voor een klein gedeelte in gebruik als volkstuinen, maar het grootste deel ligt braak. We hebben de gemeente ook gewezen op een perceel dat eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf.

Volgens Gloudemans wil het Rijksvastgoedbedrijf geen gronden verkopen. Volgens de informatie die wij van het Rijksvastgoedbedrijf hebben gekregen zou dat kunnen zijn omdat men van mening is dat de gemeente zelf voldoendevervangende grond heeft. Gloudemans erkent dat het perceel van de voormalige volkstuinen een goede mogelijkheid zou zijn om onze schade te beperken én het een voordeel is dat dit perceel al eigendom van de gemeente is, maar dat de gemeente de grond nietwilverkopen, zelfs niet aan ons zou willen verpachten. We hebben Gloudemans gewezen op percelen landbouwgrond in de buurt die op Funda worden aangeboden, maardaarvan wordt door Gloudemans gezegd, en ik citeer: "gelet op de grootte, kwaliteiten ligging van voormelde percelen kwalificeren wij deze percelen als niettoereikend vooreen redelijk handelend en denkend akkerbouwer zoals u". Voor ons bedrijf is het van essentieel belang datwij oververvangende grond kunnen beschikken. Hierop moeten we immers onzegewassen telen en het voer voor onze koeien. Alles wat we de afgelopen twee jaar hebben aangedragen als mogelijkheden voor vervangende gronden wordt afgewezen.

Als Gloudemans geen vervangende grond kan verwerven, hoe moeten wij dat dan doen? Ook het perceel dat de gemeente in Willemstad heeft aangekocht zou inmiddels niet meer beschikbaarzijn, maarvolgens het kadaster staat dit perceel nog steeds op naam van de gemeente. We begrijpen het gewoon niet.

Er is nu alleen een financiële bieding gedaan die ik niet anders kan kwalificeren dan als een grove belediging. Het daarnaast nog opstarten van een onteigeningsprocedure voelt voor ons alsof de gemeente ons het mes op de keel zet. Zo ga je niet met je inwoners om. Als het algemeen belangvereist datwe grond moeten afstaan, moeten wij als bedrijf ook op een goede manierverder kunnen met onze bedrijfsvoering. Dan willen we serieus genomen worden en we willen dat de gemeente serieus met ons meedenkt hoe daar invulling aan gegeven kan worden. Als compensatie met grond mogelijk is dient dat wezenlijk meegenomen te worden in het minnelijk overleg. Juist omdat onteigening een uiterste middel is, is de noodzaak tot onteigening mede afhankelijk van de manier waarop dat minnelijk overleg is en zalverlopen. Tot nu toe zijn we aan het lijntje gehouden en we blijven van mening dat de gemeente zich onvoldoende heeft ingespannen om vervangende grond aan te bieden dan wel een redelijk bod tot schadeloosstelling te doen. Om dan nu door middelvan de onteigeningsprocedure ons

het mes op de keel te zetten vinden we gewoon onbehoorlijk. Bij ons gaat de onteigeningsbeschikking averechts werken omdat deze het vertrouwen in een minnelijke oplossing onderuit haalt. We vragen dan ook om de onteigeningsprocedure niet op te starten voordat de Raad van State überhaupt uitspraak heeft gedaan over het tracé van de rondweg, want dat kan immers nog veranderen of helemaal niet doorgaan en ook niet voordat de gemeente onze bezwaren en aangedragen alternatieven serieus neemt. Ikverwijs nog naarde raadsvergaderingvan 18 april2019, waarin degemeenteraad heeft uitgesproken dat het netjes geregeld moestworden met de grondeigenaren en gebruikers. De raad heeft unaniem een motie daartoe aangenomen. Door het raadsvoorstel om de onteigeningsprocedure op te starten nu nietvast te stellen kan de raad die woorden omzetten in een daad die het vertrouwen zal herstellen.

Doss. 642240301 Den Engelse/Onteigening Hoorzitting 7 januari 2025, 19.30 uur

Pleitnotities

van

de heer P.A. den Engelse

advocaat: mw. mr. E.H.E.J. Wijnen

terzake

de ingediende zienswijze tegen het ontwerp van de onteigeningsbeschikking terzake de Randweg Klundert

Geachte leden van de commissie, geachte raadsleden, 1.

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 17 december jl. besloten om de onteigeningsprocedure ten behoeve van de realisatie van de Randweg Klundert voort te zetten. Het bevoegd gezag om te beslissen tot onteigening ligt bij de raad. Naar verwachting zult u een dergelijk besluit nu voor het eerst ter beoordeling voor zich krijgen. De bevoegdheid om een onteigeningsbesluit te nemen ligt sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet bij de raad en niet meer bij de Koning. Ik vind het daarbij van belang te benadrukken dat een besluit tot onteigening een zeer verregaand besluit is. Zo niet, het meest verregaande besluit. Het ontnemen van eigendom raakt een eigenaar enorm. Het middel van onteigening geldt dan ook altijd als ultimum remedium. De wetgever heeft daarmede ook uitdrukkelijk rekening gehouden als het gaat om de waarborgen die immer moeten gelden.

2.

De wetgever heeft veel belang toegekend aan waarborgen die betrekking hebben op het zeer zorgvuldig verloop van de aanloop naar onteigening, het minnelijk overleg en de voorbereiding van het ontwerp van de onteigeningsbeschikking. In dit geval is het op deze vlakken misgelopen.

3.

In de zienswijze is uiteengezet welke gebreken aan de orde zijn. In deze korte toelichting stip ik nog enkele wezenlijke zaken aan.

4.

De wetgever schrijft voor dat het ontwerp ter inzage moet liggen, inclusief de stukken die nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerp (artikel 3:11 Awb). Daarbij is ook concreet door de wetgever voorgeschreven welke tekeningen moeten worden toegevoegd, hoe nauwkeurig die moeten zijn en welke ondergronden daarvoor moeten worden gebruikt. En tevens moeten bij het ontwerp de stukken zitten waarmee een zorgvuldige onderbouwing wordt gegeven voor de noodzaak tot onteigening. De noodzaak tot onteigening is een belangrijk criterium om überhaupt tot onteigening over te kunnen c.q. mogen gaan. Volgens de wetgever ontbreekt de noodzaak tot onteigening als geen redelijke poging is gedaan tot minnelijke verwerving.

5.

Bij het voorliggend ontwerp zijn geen gegevens en bescheiden gevoegd die betrekking hebben op de poging tot minnelijke verwerving (het minnelijk overleg). In het collegebesluit was slechts gesteld dat geen overeenstemming in der minne is bereikt. Verder ontbreekt elke toelichting. Het kan overigens best zo zijn dat er wel een logboek is aangaande het minnelijk overleg. Bij het ontwerpbesluit zat het echter niet. Ik ben er ook niet mee bekend of u daarover wel beschikt. In de zienswijze heb ik naar voren gebracht dat ook niet is aangegeven dat het logboek of andere bewijsstukken kunnen worden opgevraagd of worden ingezien. Als u ook niet beschikt over het logboek of andere bewijsstukken, dan kunt u simpelweg niet beoordelen of een redelijke poging tot minnelijke verwerving is gedaan. De noodzaak tot onteigening is dan niet aangetoond. Daarbij acht ik het nog van belang dat ik direct na ontvangst van de aankondiging van besluitvorming bij brief van 16 december 2024 bij de heer Van de Waeter heb

2

nagevraagd of een reactie op de zienswijze voorafgaande aan deze hoorzitting zou worden ontvangen. Dat was niet het geval. 6.

Het is onzorgvuldig om geen inzage te geven in de logboeken en bewijsstukken van het minnelijk overleg. Deze stukken maken wel onderdeel uit van het onteigeningsdossier. Althans dat zou in ieder geval zo moeten zijn. Zonder die stukken is er immers geen bewijs voor de onderbouwing van de noodzaak van de onteigening. Door geen inzage te verschaffen in het logboek en de bewijsstukken is het ook niet mogelijk om onjuistheden of omissies in de logboeken aan de orde te stellen. Los van het feit dat dit onzorgvuldig is en daarmede de belangrijke waarborgen in een onteigeningsprocedure niet in acht zijn genomen, maakt dit ook dat u de noodzaak tot onteigening niet (goed) kan beoordelen.

7.

Als sprake is van mogelijke onteigening dient simpelweg voor een betrokkene die zijn eigendom dreigt te verliezen, volstrekt helder te zijn hoe de inrichting van de weg en aanhorigheden eruit zal zien. In geval van de heer Den Engelse is het definitieve ontwerp van het beoogde en noodzakelijke kruispunt cruciaal. Zoals in de zienswijze uiteen is gezet, is er overleg geweest over het ontwerp van het kruispunt. Het kruispunt is nodig voor ontsluiting van de pluimveestallen en voor ontsluiting van de landbouwpercelen aan de andere kant van de randweg. In maart 2024 heeft de heer Den Engelse een ontwerp ontvangen. Daarbij was geen rekening gehouden met een op- en afrit richting de landbouwpercelen. Er waren hoekstenen ingetekend waardoor het pad van 2.90 meter breed niet gebruikt kon worden door landbouwvoertuigen. Vervolgens ontving de heer Den Engelse bij brief van 7 mei 2024 van Gloudemans een nieuwe tekening c.q. een nieuw ontwerp waarbij wel rekening is gehouden met een op- en afrit naar de pluimveestallen en naar de landbouwpercelen.

8.

Het is niet duidelijk of het ontwerp dat bij brief van 7 mei 2024 is ontvangen het definitieve ontwerp is. Het is ook niet duidelijk of dit ontwerp nu inmiddels verkeerskundig is beoordeeld. Het is wel duidelijk dat dit ontwerp onderdeel is van het voorliggende ontwerp-besluit en de heer Den Engelse in beginsel tevreden is over dit ontwerp.

9.

Hetgeen evenwel zeer bezwaarlijk is, is dat zoals in de zienswijze ook als citaat is opgenomen, het gewenste laatste ontwerp als pressiemiddel is ingezet. Er is door de verwerver van Gloudemans aangegeven dat dit ontwerp alleen zal worden doorgevoerd als minnelijk overeenstemming wordt bereikt. Indien geen overeenstemming zal worden bereikt, zal volgens Gloudemans worden teruggevallen op het oorspronkelijke plan.

10.

De heer Den Engelse hecht eraan te benadrukken dat hij een verkeersveilig kruispunt wil. Dat is niet alleen in zijn belang, maar in ieders belang. Voor alle toekomstige weggebruikers is een veilig kruispunt dat ook door vrachtwagens en landbouwvoertuigen zal worden gebruikt belangrijk. Dat zou de gemeente moeten onderstrepen in plaats van een verbeterd verkeersveiliger ontwerp van een kruispunt te gebruiken als pressiemiddel bij minnelijk overleg.

3

11.

Tot op heden is nog altijd niet duidelijk welk ontwerp nu het definitieve is en waartoe de gemeente voornemens is te onteigenen. Het kruispunt maakt onderdeel uit van de randweg waarvoor u voornemens bent te onteigenen. Als het bevoegd gezag thans zover is om het middel van onteigening in te zetten, dan zal volstrekt helder moeten zijn welk ontwerp van het kruispunt daarbij hoort, grondslag vormt en derhalve ook het benodigde grondbeslag moet duidelijk zijn. Feit is immers dat voor het laatste ontwerp meer meters nodig zijn. In de grondplantekening horende bij het ontwerp-besluit lijkt geen rekening te zijn gehouden met het laatste ontwerp.

12.

De inrichtingstekening bij het ontwerp-besluit gaat uit van het laatste en meest verkeersveilige ontwerp. De grondplantekening lijkt daar nog niet van uit te gaan. Tevens is nog niet duidelijk hoeveel extra vierkante meter nodig is voor realisatie van het ontwerp van het kruispunt. Feit is derhalve dat er nog onduidelijkheden bestaan waarover eerst opheldering dient te komen alvorens een onteigeningsbesluit kan worden genomen. Daarbij hecht ik eraan dat de heer Den Engelse steeds bereid is tot overleg en ook zelf initiatieven heeft genomen om te corresponderen over het ontwerp. Het is opvolgend zijdens de gemeente stil gebleven als het gaat om de verkeerskundige beoordeling. En de inzet als pressiemiddel van dit ontwerp stuit op kritiek.

13.

Gelet op het voorgaande zijn simpelweg niet alle waarborgen in acht genomen en zaken zijn nog niet 100% helder. Er is geen sprake van het voldoen aan de zorgvuldigheden waartoe de wetgever wel verplicht. U kunt nu dan ook geen zorgvuldig besluit nemen. Daarbij komt het nu nemen van een onteigeningsbesluit ook niet tegemoet aan de mogelijke wens tot voortvarend en efficiënt procesverloop en realisatie van het project. Als onduidelijkheden en onzorgvuldigheden blijven bestaan, dan zal in de bekrachtigingsprocedure moeten worden voortgeprocedeerd.

CONCLUSIE 14.

Ik rond af en concludeer dat de percelen kadastraal bekend gemeente Klundert, sectie G, nummers 560 en 656 niet ter onteigening kunnen worden aangewezen. Er wordt niet aan de vereisten voor het nemen van het onteigeningsbesluit voldaan. Ik verzoek u dan ook niet te besluiten tot vaststelling van het onteigeningsbesluit.

Advocaat

4

Doss. 888230237 Wiel/Gemeente Moerdijk Hoorzitting 7 januari 2025, 19.30 uur

Pleitnotities

van

de heer J.C.M. van de Wiel

advocaat: mw. mr. E.H.E.J. Wijnen

terzake

de ingediende zienswijze tegen het ontwerp van de onteigeningsbeschikking terzake de Randweg Klundert

Geachte leden van de commissie, geachte raadsleden, 1.

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 17 december jl. besloten om de onteigeningsprocedure ten behoeve van de realisatie van de Randweg Klundert voort te zetten. Het bevoegd gezag om te beslissen tot onteigening ligt bij de raad. Naar verwachting zult u een dergelijk besluit nu voor het eerst ter beoordeling voor zich krijgen. De bevoegdheid om een onteigeningsbesluit te nemen ligt sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet bij de raad en niet meer bij de Koning. Ik vind het daarbij van belang te benadrukken dat een besluit tot onteigening een zeer verregaand besluit is. Zo niet, het meest verregaande besluit. Het ontnemen van eigendom of het ontnemen van een pachtrecht raakt een eigenaar of pachter enorm. Het middel van onteigening geldt dan ook altijd als ultimum remedium. De wetgever heeft daarmede ook uitdrukkelijk rekening gehouden als het gaat om de waarborgen die immer moeten gelden.

2.

De wetgever heeft veel belang toegekend aan waarborgen die betrekking hebben op het zeer zorgvuldig verloop van de aanloop naar onteigening, het minnelijk overleg en de voorbereiding van het ontwerp van de onteigeningsbeschikking. In dit geval is het op deze vlakken misgelopen.

3.

In de zienswijze is uiteengezet welke gebreken aan de orde zijn. In deze korte toelichting stip ik nog enkele wezenlijke zaken aan.

4.

De wetgever schrijft voor dat het ontwerp ter inzage moet liggen, inclusief de stukken die nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerp (artikel 3:11 Awb). Daarbij is ook concreet door de wetgever voorgeschreven welke tekeningen moeten worden toegevoegd, hoe nauwkeurig die moeten zijn en welke ondergronden daarvoor moeten worden gebruikt. En tevens moeten bij het ontwerp de stukken zitten waarmee een zorgvuldige onderbouwing wordt gegeven voor de noodzaak tot onteigening. De noodzaak tot onteigening is een belangrijk criterium om überhaupt tot onteigening over te kunnen c.q. mogen gaan. Volgens de wetgever ontbreekt de noodzaak tot onteigening als geen redelijke poging is gedaan tot minnelijke verwerving.

5.

Bij het voorliggend ontwerp zijn geen gegevens en bescheiden gevoegd die betrekking hebben op de poging tot minnelijke verwerving (het minnelijk overleg). In het collegebesluit was slechts gesteld dat geen overeenstemming in der minne is bereikt. Verder ontbreekt elke toelichting. Het kan overigens best zo zijn dat er wel een logboek is aangaande het minnelijk overleg. Bij het ontwerpbesluit zat het echter niet. Ik ben er ook niet mee bekend of u daarover wel beschikt. In de zienswijze heb ik naar voren gebracht dat ook niet is aangegeven dat het logboek of andere bewijsstukken kunnen worden opgevraagd of worden ingezien. Als u ook niet beschikt over het logboek of andere bewijsstukken, dan kunt u simpelweg niet beoordelen of een redelijke poging tot minnelijke verwerving is gedaan. De noodzaak tot onteigening is dan niet aangetoond. Daarbij acht ik het nog van belang dat ik direct na ontvangst van de aankondiging van

2

besluitvorming bij brief van 16 december 2024 bij de heer Van de Waeter heb nagevraagd of een reactie op de zienswijze voorafgaande aan deze hoorzitting zou worden ontvangen. Dat was niet het geval. 6.

Het is onzorgvuldig om geen inzage te geven in de logboeken en bewijsstukken van het minnelijk overleg. Deze stukken maken wel onderdeel uit van het onteigeningsdossier. Althans dat zou in ieder geval zo moeten zijn. Zonder die stukken is er immers geen bewijs voor de onderbouwing van de noodzaak van de onteigening. Door geen inzage te verschaffen in het logboek en de bewijsstukken is het ook niet mogelijk om onjuistheden of omissies in de logboeken aan de orde te stellen. Los van het feit dat dit onzorgvuldig is en daarmede de belangrijke waarborgen in een onteigeningsprocedure niet in acht zijn genomen, maakt dit ook dat u de noodzaak tot onteigening niet (goed) kan beoordelen.

7.

Als sprake is van mogelijke onteigening dient simpelweg voor een betrokkene die zijn eigendom of pachtrecht dreigt te verliezen, volstrekt helder te zijn dat dat nodig is en volstrekt helder moet zijn wat er gaat gebeuren op zijn grond. De tekeningen moeten dan ook heel duidelijk zijn. Bij het ontwerp-besluit zit een detailtekening/inrichtingstekening. Daar staat echter nog heel groot op ‘CONCEPT’. Deze tekening is ook niet voorzien van kadastrale ondergrond. Als je als bevoegd gezag al zover bent dat je meent een besluit tot onteigening te moeten nemen, dan is dit veel te weinig. De noodzakelijke duidelijkheid over de inrichting van de weg en aanhorigheden komt niet terug in het voorgenomen besluit.

8.

Daarbij komt nog eens dat eind november 2024, dus maanden ná het ontwerpbesluit, door de ingeschakelde verwerver van de gemeente is bericht terzake een overgang over de randweg om op die manier het perceel van de heer Van de Wiel aan de noordzijde van de randweg te kunnen bereiken. Door een dergelijke overgang zal meer grondbeslag nodig zijn. De inrichtingstekening is derhalve dus ook echt nog concept en nog volop in ontwerp. De inrichtingstekening zal nog moeten worden aangepast. Anders gezegd, het is nog helemaal niet duidelijk hoe de randweg en aanhorigheden er nu uit moeten gaan zien. Er moeten nog zaken worden uitgewerkt, waaronder ook hetgeen door de heer Van de Wiel is aangegeven over het watervoerend vermogen van de nieuw te realiseren zaksloot. Er is nog te veel onduidelijk, niet uitgewerkt en niet verwerkt op een definitieve tekening. Derhalve is dit geen redelijke grondslag voor onteigening. Het definitieve ontwerp én het noodzakelijke grondbeslag zal eerst volstrekt helder moeten zijn.

9.

Tot slot hecht ik eraan te benadrukken dat zijdens de heer Van de Wiel onderbouwd diverse voorstellen zijn gedaan tot het bereiken van minnelijke overeenstemming over de schadeloosstelling. Zijdens de door u ingeschakelde verwerver is daar steeds zonder goede motivering afwijzend op gereageerd. Als voorbeeld geldt dat de taxateur/onteigeningsdeskundige van de heer Van de Wiel een schadepost heeft opgenomen voor omrijschade. Er is evident sprake van reconstructie en aankoop van gronden op afstand ter vervanging van verlies van het

3

areaal door de heer Van de Wiel. De grond die hij zou moeten afstaan voor de randweg ligt dichtbij huis. De grond die hij zal verwerven, zal op grotere afstand liggen. Het feit dat namens de gemeente nimmer een schadeloosstelling is aangeboden waarbij omrijschade is meegenomen, getuigt ervan dat geen redelijke poging is gedaan om tot minnelijke verwerving te komen. 10.

Als simpelweg niet alle waarborgen in acht zijn genomen, zaken nog niet 100% helder zijn, geen redelijk minnelijk overleg is gevoerd, dan is geen sprake van het voldoen aan de zorgvuldigheden waartoe de wetgever wel verplicht. U kunt nu dan ook geen zorgvuldig besluit nemen. Daarbij komt het nu nemen van een onteigeningsbesluit ook niet tegemoet aan de mogelijke wens tot voortvarend en efficiënt procesverloop en realisatie van het project. Als onduidelijkheden en onzorgvuldigheden blijven bestaan, dan zal in de bekrachtigingsprocedure moeten worden voortgeprocedeerd.

CONCLUSIE 11.

Ik rond af en concludeer dat het perceel kadastraal bekend gemeente Klundert, sectie G, nummer 659 niet ter onteigening kan worden aangewezen. Er wordt niet aan de vereisten voor het nemen van het onteigeningsbesluit voldaan. Ik verzoek u dan ook niet te besluiten tot vaststelling van het onteigeningsbesluit. Als het onteigeningsbesluit wel nu door uw raad wordt genomen, dan komt het mogelijk te boek te staan als eerste onteigeningsbesluit, genomen door een gemeenteraad, dat sneuvelt vanwege zorgvuldigheidsgebreken.

Advocaat

4

De rondweg dreigt er nu toch echt komen. Een groepje Klundertenaren heeft ervoor gezorgd op basis van oneigenlijke argumenten de rondweg op de agenda gezet. Een relatief goedkoop huis gekocht en dan gaan mekkeren over dat er auto,s langs rijden. De middenstand en de getroffen boeren zwaar tegen maar het clubje doorzetters krijgt het voor elkaar om via de rondweg extra verkeer aan te trekken wat het achterland totaal niet aan kan en verwoed een poging te doen om de middenstand het lootje te laten leggen. De leefbaarheid neemt af in plaats van toe wat mij als Klundertenaar zwaar aan het hart gaat dankzij egoisme van hetzelfde clubje al dan niet gesteund door de stads/of dorpsraad. Maar vanavond gaat het hier niet over, het gaat mij om de zeer negatieve gevolgen voor mij als boer en mijn opvolger.1 De rondweg maakt een slinger dwars door mijn land en ik dreig een flink stuk land Kwijt te raken. Vervolgens zegt de gemeente: vervangende grond is er niet terwijl die wel Voorhanden is als men haar best doet. Ook komt er een perceel aan de andere kant van de rondweg te liggen waarvan ik nog niet weet hoe ik dat kan bereiken met mijn machines. Vervolgens doet men mij een bod wat totaal ontoereikend als schadeloosstelling. Dan heb je het idee, je bent midden in onderhandeling, je legt nog wat vragen neer voor onduidelijkheden en wacht vervolgens op antwoord.

Je krijgt geen antwoord op de gestelde vragen maar als totale verrassing komt men met een onteigeningsprocedure op de proppen. Totale verbijstering, zo ga je niet met je burgers om geachte gemeenteraad. Ik zou de gemeenteraad dringend willen adviseren om het onteigenings-

besluit naast u neer te leggen en op een consistente manier de gesprekken weer op gang te brengen om de voortgang te bespoedigen i.p.v. te frustreren.

Bijdrage de heer Van de Wiel, hoorzitting 7 januari 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=43a1f4ac-c11f-42a4-ba09-e34d7748603e